We kunnen veel leren van dat grote experiment dat de Esperanto-beweging geweest is. Bijvoorbeeld over normen, over onmogelijkheid om een regel te verzinnen en mensen op te dragen om zich daar aan te houden.
Er bestaat al heel lang een Akademio de Esperanto waarin de belangrijkste schrijvers en grammatici zitten om zich over grammaticale punten te buigen. Als er in één taal duidelijkheid zou moeten zijn, dan toch in een kunstmatige, zo simpel mogelijk gemaakte taal? Je hoeft niet steeds te googelen hoe de taalgebruikers het doen, je kunt gewoon van bovenaf bepalen: zus of zo moet het.
Nou, mooi niet. Vorige week werd bekend dat de Akademio bepaald heeft dat een bepaalde grammaticale kwestie nog te ingewikkeld is en dat men eerst wil zien hoe het gebruik zich ontwikkelt. (Zie bijvoorbeeld dit artikel in het internet-magazine Libera Folio.)
Wat is er aan de hand? Een esperantist had zich gemeld bij de Akademio om te vragen welke vorm hij moest gebruiken voor een woord als gevaarlijk in een zin als de volgende:
Bij een leeuw in een hok zitten is gevaarlijk.Dat gevaarlijk, moest dat nu een bijvoeglijk naamwoord zijn of een bijwoord? (Woorden van de eerste categorie eindigen altijd op een -a in het Esperanto, woorden van de tweede categorie op een -e.) In de meeste talen schrijf je in zo'n geval een bijvoeglijk naamwoord, maar Zamenhof had ooit expliciet gezegd dat bijvoeglijk naamwoorden alleen gebruikt werden om iets over zelfstandig naamwoorden te zeggen en je zou kunnen denken dat ze dus niet bij infinitieven horen. Bij werkwoorden hoort een -e.
(Nu ik het zo ongemeen helder uitleg, vraag ik me ineens af waarom dit in andere talen geen kwestie is.)
Het allervervelendste is nog: in Zamenhofs eigen werk kun je voorbeelden van allebei de constructies vinden, dus daar is geen houvast te vinden. De Akademio heeft kennelijk ook zijn vingers niet willen branden en schrijft:
Omdat het taalgebruik nog niet gestabiliseerd is op dit punt, en het probleem marginaal is, vindt de Afdeling Grammatica de tijd nog niet rijp om een beslissende aanbeveling to doen over het gebruik van de ene vorm, en de andere af te raden.Kijk, dat is nu een wijze beslissing. Een taal kun je niet maken – zelfs een kunstmatige taal niet. Je kunt alleen maar afwachten wat de mensen doen.
Dit stukje verscheen ook op het weblog Sargasso.

Maar het is geen infinitief. Eerder iets als een gerundium. In het Engels bijvoorbeeld zou het worden: "Sitting in a den with a lion is dangerous" - als er sprake was geweest van een infinitief, had er ergens in die zin "to sit" gestaan.
BeantwoordenVerwijderenIk begrijp niet zo goed wat je bedoelt. De morfologische vorm is onmiskenbaar die van een infinitief in het Esperanto (dat zie je aan de uitgang); wat de corresponderende structuur in het Engels zou zijn is toch niet van belang? (Je zou zelfs ook voor een soort gerundium-achtige structuur kunnen kiezen in het Esperanto, maar die zou nominaler zijn en zonder discussie een adjectief krijgen.)
Verwijderenhet zitten is gevaarlijk, het gevaarlijke zitten: bijvoeglijk naamwoord dus.
BeantwoordenVerwijderenIk ben trouwens meer een aanhanger van het natuurlijk klinkende, onmiddellijk te begrijpen Interlingua dan van het schematische en in eerste instantie ondoorgrondelijke Esperanto.
Als je het Onze Vader vergelijkt in beide talen zie je waarschijnlijk wel wat ik bedoel:
*Esperanto:
Patro nia, kiu estas en la ĉielo,
via nomo estu sanktigita.
Venu via regno,
plenumiĝu via volo,
kiel en la ĉielo, tiel ankaŭ sur la tero.
Nian panon ĉiutagan donu al ni hodiaŭ.
Kaj pardonu al ni niajn ŝuldojn,
kiel ankaŭ ni pardonas al niaj ŝuldantoj.
Kaj ne konduku nin en tenton,
sed liberigu nin de la malbono.
*Interlingua:
Nostre Patre, qui es in le celos,
que tu nomine sia sanctificate;
que tu regno veni;
que tu voluntate sia facite
super le terra como etiam in le celos.
Da nos hodie nostre pan quotidian,
e pardona a nos nostre debitas
como nos pardona a nostre debitores,
e non duce nos in tentation,
sed libera nos del mal.
Ook omdat het Interlingua eigenlijk de natuurlijke opvolger is van de taal die al twee millennia in onze en de andere ons bekende talen verankert is: het Latijn. We herkennen daardoor vrijwel alle woorden direct.
BeantwoordenVerwijderenAlleen alle moeilijke dingen als naamvallen, werkwoordvervoegingen en lastige geslachtskwesties (mannelijk/ vrouwelijk) uit het Latijn en de Romaanse talen zijn er bij het Interlingua uitgegooid.
Le facto que Interlingua es derivate secundo un methodo fixe, extense e objective, e non es designate secundo le intuition o gusto de un o plus personas, significa que Interlingua non es un lingua artificial in le senso classic del parola. Nam Interlingua retene omne elementos natural que es international, e da ergo le impression de un lingua natural e simultaneemente multo facile a comprender e apprender. Como exemplo, tu vide hic le traduction del paragrapho in supra.
Vertaling:
Het feit dat Interlingua volgens een bepaalde methode is afgeleid van natuurlijke talen, en niet is ontworpen volgens de intuïtie of smaak van één of meer personen, betekent dat Interlingua geen kunsttaal is in de klassieke zin van het woord. Interlingua houdt namelijk juist die natuurlijke elementen vast die internationaal zijn, en geen andere – en komt dus over als een natuurlijke en tegelijk zeer makkelijk te begrijpen en te leren taal.
...verankerD is...
BeantwoordenVerwijderen