vrijdag 1 juni 2012

Column 88: Gratis onderwijs



Toen het Japanse leger onder opperbevel van Hideki Tojo in juli 1937 het hart van China binnenviel, realiseerde men zich in militaire kringen te Washington DC dat Amerika vroeg of laat door de Japanse agressie in een oorlog in de Pacific betrokken zou raken. De ontwikkelingen in Europa namen dat gevoel van onrust geenszins weg. De aanvankelijk ‘vreedzame’ expansie van Hitler-Duitsland veranderde in een brute oorlog met de aanval op Polen in september 1939 en de verovering van Denemarken, Noorwegen, de Lage Landen en Frankrijk in het voorjaar van 1940. Roosevelt deed er alles aan om de hardwerkende Amerikaan, die nog maar net uit het diepe dal van de depressie opgekrabbeld was, te doen geloven dat Amerika buiten de oorlog kon blijven, ook al wist hij zelf beter.
  In het diepste geheim werden er vanaf 1937 voorbereidingen getroffen om het militair zeer zwakke Amerika weer enigszins op sterkte te brengen. Zonder woorden als herbewapening of mobilisatie in de mond te nemen werd opdracht gegeven tot het ontwerpen en bouwen van gevechtsvliegtuigen. Amerika was een groot land en kon daarom groot denken. De militaire denktank had begrepen dat in een volgende oorlog de luchtmacht wel eens doorslaggevend zou kunnen zijn.
  Dat besef leidde tot een opmerkelijk initiatief: het grootschalig opleiden van piloten. Verspreid over de gehele USA werden luchtmachtbases aangelegd, waar men tot piloot kon worden opgeleid. Ronduit revolutionair was dat er weinig of geen eisen gesteld werden aan de mannen die zich aanmeldden. Wie piloot wilde worden, moest als vrijwilliger dienst nemen in het leger, kreeg een gratis opleiding plus een bescheiden salaris. Deze carrière sprak vooral tot de verbeelding van ‘country boys’, jongens die op het platteland waren opgegroeid, niets van de wereld hadden gezien en – als zij deze buitenkans niet aangrepen – de rest van hun leven zouden slijten in of nabij hun old home town.
  Deze oproep om piloot te worden had vergelijkbaar effect als de oproep tot een kruistocht in 1096 door paus Urbanus II. Die was bedoeld voor de onderling tot op het bot verdeelde aristocratie: Houd op met tegen elkaar te vechten en ga samen eensgezind tegen de Saracenen vechten, die hun paarden stallen in de Kerk van het Heilig Graf te Jeruzalem! De respons in die kringen hield niet echt over, maar onder het onvrije volk werd buitengewoon enthousiast gereageerd. Men gedroeg zich als de jongeman Ferguut (r. 269 e.v.), toen hij met eigen ogen koning Artur en zijn ridders van de Ronde Tafel aanschouwde. Ferguut staakte zijn ploegwerk, rende naar huis en zei dat hij naar het hof wilde. Opeens was er een uitweg uit het verstikkende alledaagse bestaan, een weg naar iets groots, naar iets dat boven elke verwachting verheven was.

Maar hoewel velen zich geroepen voelden, weinigen waren uitverkoren. Zo open als de vliegopleiding stond ten opzichte van zijn aspiranten, even streng was de opleiding voor zijn kandidaten. Er werd voortdurend getest en getoetst, en wie niet aan de hoge verwachtingen voldeed, werd onverbiddelijk uit de opleiding gefilterd. Dit heette ‘washing out’: men zeefde als het ware de goudkorrels uit de modder. Maar er was genade voor de afvallers, men kon doorstromen. Wie niet goed genoeg was om piloot te worden, kon nog altijd een goede navigator, of een marconist of een bommenrichter worden, desnoods boordschutter. Voor wie per se wilde vliegen was er altijd wel een plaats aan boord. Dankzij deze manier van opleiden slaagde de USA erin om in een relatief korte tijd voldoende gekwalificeerde piloten op te leiden om de oorlog in de lucht te winnen.
  Met deze manier van opleiden maakte ik kennis dankzij een boek van de Amerikaanse historicus Stephen E. Ambrose getiteld The Wild Blue. The men and boys who flew the B-24s over Germany 1944-45. Als katalysator deed dienst George McGovern, die in Foggia, Italië gelegerd was als gezagvoerder van een B-24, een viermotorige bommenwerper die beter bekend is als de Liberator, maar door de mannen zelf ‘the flying boxcar’ genoemd werd: de vliegende treinwagon. Ambrose leerde McGovern kennen toen die tweemaal (tevergeefs) een gooi deed naar het presidentschap van de Verenigde Staten.
  De boeken van Stephen Ambrose hebben diepe indruk op mij gemaakt door de ‘menselijke’ manier van geschiedschrijven: Hij laat zien hoe mensen als individu functioneren binnen een collectief.

Elke keer als er weer over collegegeld en HBO-diploma’s en diplomafraude en pretvakken gesproken of geschreven wordt, moet ik denken aan de manier waarop Ambrose de opleiding tot piloot beschrijft. (Plasterks voorstel om technisch onderwijs gratis te maken was mijn katalysator). Een manier van opleiden die overigens ook al gedurende de late Middeleeuwen in het late Byzantijnse en het vroege Ottomaanse rijk gepraktizeerd werd. Ik dank deze kennis aan een alleraardigst boek van Jason Goodwin: Lords of the horizons. A history of the Ottoman Empire. Om de negatieve gevolgen van erfopvolging binnen machtsposities te vermijden werden rijksambtenaren één maal per jaar het hele rijk doorgezonden op zoek naar pientere kereltjes, jongens in de leeftijd vlak voor de puberteit. Als zo’n jongen gevonden werd dan kon hij door de keizer / sultan ‘gevorderd’ worden voor de hofschool. Aan ouders werd de keuze gelaten hun kind te verbergen dan wel te laten vinden. Verborgen zij hun jongen dan bleef hij behouden voor het gezin, maar dan kwam hij niet veel verder dan zijn vader. Werd hij gevonden dan was het maar de vraag of zijn ouders hem ooit terug zouden zien. De jongen ging naar een hofschool, werd daar geschoold en getoetst met dezelfde intensiteit als de Amerikaanse piloten in spe, en al naar gelang hun capaciteiten kregen zij een kaderfunctie binnen het regeringsapparaat. Deze manier van talent vergaren en exploiteren had een groot succes en was veruit superieur aan de gang van zaken in West-Europa, waar macht via blauw bloed werd doorgegeven en waar datzelfde blauwe bloed ongelooflijk de schurft had aan een ambtenaar die zijn carrière aan zijn scholing te danken had. In veel middeleeuwse romans en ook in kronieken wordt de perfiditeit van deze standsgrensoverschrijders breed uitgemeten. De Valsche Ridder in de eerste hoofdstukken van Valentijn ende Oursson staat model voor dit type ambtenaar.

In de loop van mijn universitaire leven heb ik het collegegeld steeds hoger zien worden, veel nodige en nuttige opleidingen zien verdwijnen en de andere ingekort zien worden. HBO-opleidingen daarentegen, soms van een éénjarige weekend-opleiding, werden uitvergroot naar een vierjarige dag-opleiding zonder dat daar inhoudelijk iets extra’s aan werd toegevoegd. Onderwijs als melkkoe voor megalomane bestuurders die ervoor zorgen dat minstens de helft van de Haagse geldstroom naar overhead gaat. De manier waarop het onderwijs nu gefinancierd wordt, is vragen zo niet schreeuwen om handjeklap. Als dat in een ander land gebeurt dan noemen wij dat ‘corruptie’, gebeurt dat in Nederland dan noemen wij dat ‘beleid’.
  Niet alleen de woningmarkt moet worden opengebroken, ook de onderwijsmarkt. Wij zadelen onze studenten op met grote schulden, waardeloze diploma’s en veel te weinig kennis en vaardigheden. Uitzonderingen daargelaten, maar die bevestigen ook hier de regel.
  Wij moeten jongelui die de middelbare school met goed gevolg doorlopen hebben en die gemotiveerd zijn gratis vervolgonderwijs aanbieden in vakken waaraan wij als maatschappij behoefte hebben: studenten met analytische vaardigheden gaan naar de universiteit, studenten die meer praktisch zijn aangelegd naar een HBO-opleiding. Daar mogen zij gratis en voor niks studeren op voorwaarde dat zij daadwerkelijk studeren en ’s ochtends bij binnenkomst hun mobieltje in een kluisje met tijdslot opbergen. 100% aanwezigheid is natuurlijk verplicht. Hoeven zij ook geen horeca-baantje in de middag- en avonduren te hebben om hun onderwijs te bekostigen met als gevolg dat zij weinig of geen tijd of aandacht of energie voor hun onderwijs hebben. Maar als hun studieresultaten, gemeten per trimester of semester, onvoldoende zijn dan is het in beginsel: wegwezen!
  Het zal even wennen zijn, maar na een paar jaar zal deze opzet ontzettend veel kosten als gevolg van bureaucratisering besparen, een hele andere mentaliteit creëren binnen onderwijsinstellingen, een veel hoger kennis- en vaardigheden rendement genereren, en studenten afleveren zonder studieschuld maar mét een diploma dat wat voorstelt.
  Uitvallers kunnen tweede kans-onderwijs volgen bij commerciële ‘particuliere’ onderwijsinstellingen, waar ook pretvakken onderwezen worden. En als die ‘particulieren’ aan dezelfde eisen voldoen als de ‘staatsscholen’ dan is hun diploma evenveel waard.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen