Een pessimist noemt zich vaak optimist met realiteitszin. Hoe een optimist
zich noemt, weet ik niet. Wel weet ik dat veel mensen pessimistisch zijn over
het schoolvak Nederlands en de vervolgstudies daarop: de neerlandistiek. Er worden veel zorgen
gemaakt over de toekomst van het onderwijs in en over onze taal.
Colleges
in het Engels, tweetalig voortgezet onderwijs, geleide samenvattingen op
eindexamens – ze worden gezien als de grote ineenstorting van de taalvaardigheid
van de gemiddelde Nederlander. Zelf vind ik ook dat de examens Nederlands in het
voorgezet onderwijs van een armzalig niveau zijn. Dat er op veel scholen geen
tot beroerd literatuurgeschiedenis gegeven wordt, is in mijn optiek heel… rottig
(er schoot mij eigenlijk een ander woord te binnen).
Ik bekijk het graag
langs de andere kant: over twintig jaar is de universitaire studie Nederlands
volledig opgegaan in de brede bachelor ATCZ (Algemene Talen, Culturen en Zo). Op
middelbare scholen worden geen boeken meer gelezen, dat is dan echt te
ingewikkeld en het examen Nederlands bestaat uit het overtikken van een
blogbericht op je palmtablet. Er is dus niets om je zorgen over te maken – alle
problemen die we nu ervaren, zijn over twintig jaar opgelost. Daar ben ik heel optimistisch over.
Vanaf deze column (mooi Nederlands woord trouwens!) is de nieuwe definitie van 'realist': een pessimist in vermomming.
BeantwoordenVerwijderenVandaag ontvingen Utrechtse neerlandici dit bericht: "Vandaag heeft het faculteitsbestuur [Geesteswetenschappen] ons verteld over het voornemen onze beide departementen [d.w.z. Nederlands en Moderne Talen] samen te voegen, en wel in de loop van 2013." Dat is over één jaar; negentien jaar eerder dan voorspeld, zei de optimist.
BeantwoordenVerwijderen