Die gedichten worden sinds 1999 uitgekozen door Raymond Noë. Die doet dat niet om er geld mee te verdienen of om er beroemd mee te worden of om er een 'boekproject' uit te slepen. Althans dat neem ik aan: als het wel zo was, was dat project inmiddels mislukt verklaard, maar Noë gaat gewoon door, in zijn vrije tijd, uit 'liefde voor de poëzie', als je dat nog kan zeggen zonder belachelijk klinken.
De mailserver is al die tijd (en eigenlijk nog langer, want voor Raymond de Coster-lijst deed, deden enkele andere mensen het) technisch draaiende gehouden door Gerbrand Oudenaarden van het Utrechtse bedrijfje Engage. In het begin stuurde Oudenaarden nog wel een jaarlijkse factuur, van een paar gulden, maar niemand herinnert zich wanneer hij dat voor het laatst gedaan heeft (of er bijvoorbeeld ooit wel eens een factuur in euro's is geweest.)
Dat mensen dingen doen die voor niemand geld opleveren, wordt niet echt geloofd, maar ontmoet cynisme en hoon. Toch is Coster, met zijn dagelijkse bereik van enkele duizenden mensen, waarschijnlijk een van de grootste poëzietijdschriften van Nederland (en vermoedelijk een van de oudste nog bestaande elektronische nieuwsbrieven).
Het is de ouderwetse kracht van het internet, die soms ook een beetje verdwenen lijkt te zijn achter de 'succesverhalen' van Steve Jobs en Mark Zuckerberg: de kracht van het samenwerken van allerlei mensen die niet geloven dat succes iets betekent in deze wereld, of althans, niet zoveel als zorgen dat mensen iedere dag een met zorg gekozen gedicht kunnen lezen.

0 opmerkingen:
Een reactie plaatsen