Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zaterdag 31 december 2011

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLVIII: Grammar feud, the best is yet to come

Ja beste grammar feud-vrienden, aan alle goede dingen komt een eind, maar het mag dan zo zijn dat rozen verwelken en schepen vergaan, de grammar feud blijft altijd bestaan. Gisteren merkte ik al op dat de grammar feud van alle tijden is en sinds mensenheugenis over de hele wereld beoefend wordt. Dat zal dus na deze bescheiden poging tot standaardisering niet veel anders zijn. Toch is het goed om door middel van een kleine terugblik op de afgelopen week vooruit te kijken naar hoe het nu verder moet. Hoe heeft de afgelopen week ons leven verrijkt en ons de middelen ter hand gesteld om in de toekomst met meer bevrediging het grammar feud-spel te spelen?

Col: Leo Vroman en de aandachtseconomie

Er is geen betere manier, vind ik, om het jaar af te sluiten dan met prachtige interview dat twee redacteuren van het prachtige tijdschrift Vooys hadden met de prachtige schrijver Leo  Vroman. (Ook in Trouw staat vandaag ook al een mooi interview, wat is die man toch interviewbaar! Je vraagt je af waarom hij niet iedere week door iedere krant geïnterviewd wordt.)

Vroman, een man die de PC Hooftprijs kreeg negen jaar voordat Wim Kan zijn eerste tv-conference zou houden, is iemand die er geen genoeg van krijgt, iemand van wie nu al valt te voorzien dat over drie jaar, bij zijn honderdste verjaardag een bundel van minstens 1000 pagina's zal verschijnen, hoewel al die gedichten nog geschreven moeten worden (na voltooiing van eerst nog een andere bundel).

vrijdag 30 december 2011

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLVII: Grammar feud, the final countdown

Goedemorgen grammar feud-vrienden, hier is weer een nieuwe, geheel gratis spelset voor het inmiddels razend populaire gezelschapsspel grammar feud (voor de regels, zie hier). Aan die populariteit wordt trouwens wel eens getwijfeld. Men vraagt zich af of ik dat allemaal maar verzin, in een listige poging een wensdroom te verwezenlijken. Wel, beste grammar feud-vrienden, laat ik jullie verzekeren dat niets minder het geval is.

Col: Dichterlijk hun

Ramsey Nasr, de Dichter des Vaderlands, publiceerde gisteren in NRC Handelsblad een meesterlijk gedicht, 'Het dooit onder de korven' (hier is een internetversie). Zijn onlangs verschenen bundel Mijn nieuwe vaderland viel mij tegen, maar dit gedicht is op de valreep hét gedicht van het jaar.

Het gedicht wemelt van de beelden, van de gedachten over het leven en (toch ook) de samenleving en vooral ook van taal. Moeiteloos schakelt hij over van het ene register naar het andere, van 'flemen' en 'burlen' via 'verzamelaarsbenen' naar 'koninginnenpap'. Zoals het ook speelt met dichtvormen: 'Het dooit onder de korven' opent met twee klassieke jambische pentameters (regels van ieder vijf keer een onbeklemtoonde lettergreep gevolgd door een beklemtoonde): "Het is de fout geweest van onze goden. / Zij waren eerst en hemelsbreed aanwezig." Gaandeweg verliezen de regels hun vorm, en het eindigt met regels die wel het juiste aantal lettergrepen hebben maar niet meer metrisch zijn: "tot waar geen enkele moeder of vader / geen vallende sneeuw nog halen komt."

donderdag 29 december 2011

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLVI: Grammar feud, part 4

Welkom terug, grammar feud-vrienden! De postzakken met e-mails blijven binnenstromen. Veel hartverwarmende verhalen uit het land over grammar feud-clubjes die spontaan opgericht worden. Jong en oud geven zich over aan dit boeiende spel (voor de regels zie hier), dat blijkbaar een snaar aanslaat die diep in het nationale volksgevoel resoneert. Naar het schijnt wordt er niet alleen in de huiskamer gespeeld, maar ook in het openbaar vervoer, in de file, en in de horeca. Sommige restaurants hebben het spel al verboden omdat alle gasten bij het spel betrokken worden en hierdoor de aandacht voor het eten totaal verliezen. Zorgvuldig bereide gerechten verpieteren onaangeroerd op de borden, obers en koks ijlen doelloos heen en weer.

Col: Moord en brand schreeuwen over het Engels

Wat is het toch een zegen voor de maatschappij dat taalkundigen het niet voor het zeggen hebben. Je hoort weleens grapjes over de economen met hun blindheid voor de crisis en hun vakgebied dat van nabij beschouwd niet veel meer is dan een brok neoliberale ideologie onder een kwak statistiek. Maar als de taal ooit net zo belangrijk wordt als de centjes, doen wij het vast niet veel beter.

woensdag 28 december 2011

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLV: Grammar feud, the legend goes on

Vandaag, beste Grammar feud-vrienden (voor de regels, zie hier), weer een niet-controversiële kwestie, die ook nog eens niets met de taalnorm te maken heeft. Een pure zinsontledingskwestie van een bedrieglijke eenvoud, totdat je wat verder in het spel komt. Bij kwesties als deze, waar emoties nauwelijks een rol spelen, is het gevaar groot dat de speelronde te snel tot een conclusie komt. Dan is het spel voorbij voordat je er erg in hebt, en zit iedereen elkaar een beetje glazig aan te kijken rond de tafel. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Col: Kersttoespraak van koningin orgie van lidwoordloosheid

Al dat gepraat over natuur en milieu leidt volgens mij alleen maar af van waar het de koningin dit jaar in haar kersttoespraak echt over ging: de steeds duidelijker wordende gaten in de grammaticale beschrijving van het Nederlands.  Maak u geen zorgen, majesteit! Redding is nabij.

dinsdag 27 december 2011

Age: Oratie Els Stronks, dinsdag 10 januari 2012, Universiteit Utrecht

Loden letters, digitale dartels

Academiegebouw, Universiteit Utrecht, dinsdag 10 januari 2012, 16.15 uur

De net uitgebrachte film Nova Zembla is bewijs voor de stelling die verdedigd wordt in de oratie van Els Stronks, hoogleraar Vroegmoderne Nederlandse letterkunde aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht: er zit toekomst in de combinatie van historische teksten en digitale technieken. De film laat een nieuwe omgang met oude verhalen zien, een herlezing van een historische tekst met behulp van digitale technieken.

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLIV: Grammar feud, the sequel

Wie heeft er vandaag zin in een potje grammarfeuden? Het is tenslotte nog kerstvakantie, dus we hebben alle tijd van de wereld. Zoals beloofd vandaag een controversiële kwestie, en wel de kwestie die nu bijna twee jaar geleden de gemoederen bezig hield: de hunhebben-controverse. Maar voor deze gelegenheid giet ik 'm in een grammarfeud-jasje. Voor wie de regels van Grammar feud gisteren gemist heeft (bijna niet voor te stellen), zie eerst hier.

Col: Twitter-ster vs. Wikipedia-geleerde

Het internet gaat hetze wetenschap ingrijpend veranderen, maar niemand weet nog welke kant het opgaat. Er zijn twee richtingen die tegenovergesteld zijn aan elkaar: die van Twitter en die van Wikipedia. De eerste versterkt een aantal zaken die slecht zijn in de huidige wetenschap. De tweede opent prachtige nieuwe mogelijkheden.

maandag 26 december 2011

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLIII: Grammar feud: grammatica als gezelschapsspel

Genoeg van ganzenbord of kolonisten van Catan? Te moe voor twister of Wii? Dan is hier het nieuwe gezelschapsspel Grammar feud, ontwikkeld in een van de immer geopende Neder-L-filialen in het land. U dacht dat grammatica en gezelligheid niet samengingen? Dat betrekkelijke voornaamwoorden alleen maar de goede betrekkingen verstoren, en dat de eerste de beste bepaling van gesteldheid een domper op de avond betekent? U dacht dat er met lidwoorden niets te lachen viel? Nou, dan hebben wij van Neder-L nieuws voor u: dat is niet zo.

Col: Wat leest Diederik Stapel in de kerstvakantie?

De wetenschapper van het jaar was ongetwijfeld prof. em. Diederik Stapel, de Tilburgse sociaal psycholoog die ook dit jaar regelmatig in het nieuws was met geruchtmakend onderzoek. De redactie van Neder-L vroeg hem daarom wat zijn favoriete boeken van 2012 waren. Wat leest een drukbezet man in zijn vrije tijd?

zondag 25 december 2011

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLII: Goed opletten dat je geen foutmaakt

Afgelopen maand was ik in Leiden bij het afscheid van vakdidactisch hoogleraar Hans Hulshof, waar onder anderen Arie Verhagen een lezing hield over taalkundig denken in het voortgezet onderwijs. Hij bepleitte daar een soort onderzoeksmatige, bijna structuralistische aanpak: je zou, met gebruikmaking van alle moderne middelen zoals zoekmachines op het internet, met de leerlingen op zoek moeten gaan naar de eigenschappen en structuren van de taal zoals die zich aan ons voordoet, een en ander aansluitend bij het paradigma van de constructiegrammatica.



Verhagen wendde daarbij een beproefd middel aan om de huidige praktijk te bekritiseren: de ridiculisering. Hij liet een paar voorbeelden zien van complementen bij werkwoorden, waaronder een constructie met waarschuwen en een dat-zin: iets als waarschuwen dat het gaat regenen. Daarbij merkte hij op dat de meeste leerlingen hier een lijdendvoorwerpszin in zien (evenals in de meeste andere complementszinnen, inclusief die bij naamwoordelijke gezegdes zoals bang zijn dat het gaat regenen). Vervolgens legde hij uit dat de traditionele grammatica hier uitgaat van voorzetsetvoorwerpszinnen (waarschuwen, bang zijn voor iets), maar dan moet je wel aannemen dat er een voorlopig voorzetselvoorwerp bij hoort (ervoor waarschuwen dat het gaat regenen, er bang voor zijn dat het gaat regenen), dat vervolgens weer is weggelaten. Commentaar van Verhagen: "Daar maak je docenten en leerlingen niet blij mee." Hilariteit, retorica geslaagd.

Vervolgens trok Verhagen de conclusie dat we af moeten van al die termen als lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp en nota bene oorzakelijk voorwerp, ten gunste van een meer pragmatische benadering waarbij je simpelweg constateert dat sommige constructies aangevuld kunnen worden met een bijzin, andere met een voorzetselconstructie en weer andere met allebei. Dat er daarom per se een relatie moet zijn tussen die voorzetselconstructie en die bijzin is een te abstracte redenering. Weglaten in het onderwijs, aldus Verhagen.

zaterdag 24 december 2011

Col: Couperus zonder variatieluiheid

Ik ben niet de enige die in de kersttijd boeken herleest, en ook niet de enige Nederlandstalige voor wie Couperus een aangewezen auteur is om dat te doen. In de laatste dagen van het jaar trek ik me terug met een stapel Arabesken (het onvolprezen tijdschrift van het Louis Couperus-Genootschap) en in ieder geval De berg van licht.

De berg is om een groot aantal redenen een genoegen, en een ervan is de taalkunst, het kunstmatige Nederlands dat Couperus gebruikt, met zelfgemaakte woorden (triltindelden is het bekendste voorbeeld) en heel ongebruikelijke zinsconstructies. Het is een eigenschap die massaal enthousiasme voor De berg misschien wel altijd in de weg zal staan. Nederlanders houden niet van variatie, ze willen maar in één taal worden toegesproken. Zelfs Belgisch Nederlands is onacceptabel. Ik hoorde de afgelopen jaren van drie Vlamingen - alle drie modelsprekers van de standaardtaal - dat ze in Nederlandse winkels soms in het Engels te woord worden gestaan omdat hun Nederlands te afwijkend wordt bevonden. Vlaamse films worden in Nederland ondertiteld - of zelfs helemaal opnieuw gemaakt, zoals onlangs met de film Loft gebeurde. Volgens dezelfde logica worden boeken die 'te ouderwets' van taal zijn, hertaald naar 'moderner' Nederlands. En zo houdt de variatieluiheid zichzelf in stand.

Of iemand ooit de berg zal durven hertalen, weet ik niet, maar ik zal die hervertaling niet lezen. De taal is ook niet zozeer ouderwets ofwel bewust afwijkend. Ik noteer momenteel bijvoorbeeld tijdens het lezen alle voorkomens van constructies als de volgende:

toen Narr, om dit gebaar van zijn meester, schudde de schouders

Het is heel onwaarschijnlijk dat er in Couperus' tijd iemand was die dat zo zei; 'de schouders schudde' zeg je in alledaagse taal. In een bijzin komt het lijdend voorwerp voor het verbogen werkwoord. In een hoofdzin is het andersom, maar dit is geen hoofdzin, want hij begint met het woordje toen en bovendien zou die bepaling "om...meester" daarin niet tussen het onderwerp en het verbogen werkwoord worden geplaatst.

Voor zover ik nu kan zien, komt het omgekeerde nooit voor: een hoofdzin waarin Couperus het werkwoord juist achteraan plaatst. Het is dus een techniek die hij alleen op bijzinnen toepast. Maar wat is die techniek? Ik denk het volgende: dat hij het lijdend voorwerp achteraan plaatst om het extra nadruk te geven. In dit geval wordt die nadruk dan gelegd op schouders; dat idee wordt bevestigd door het vervolg van de zin: "trok Bassianus' wijsvinger over de gleuf van zijn al spierigen zwarten rug."

vrijdag 23 december 2011

Age: Boeken in de kerk


In de Bergkerk vindt op zaterdag 28 januari 2012 van 10.00 - 17.00 uur de 12e Deventer Antiquarische Boekenbeurs plaats. Toegang 3 euro.

Meer dan 50 stands met boeken en prenten. Info: Deventer Boekenbeurs

Traditiegetrouw zal Deventer de laatste zaterdag van januari weer in het teken staan van boeken. Op deze dag wordt namelijk in de Bergkerk de jaarlijks terugkerende beurs Boeken in de Kerk georganiseerd. Dit jaar alweer voor de twaalfde keer onder auspiciën van de Stichting Deventer Antiquaren. Locatie: Bergkerk, Bergkerkplein 1, 7411 EN Deventer.

De twaalfde editie van deze succesvolle beurs zal ook dit jaar weer opvallen door hoge kwaliteit. De deelnemende antiquariaten staan immers borg voor een zeer aantrekkelijk aanbod. Boekhandelaren en verkopers van prenten en grafiek zetten in Deventer graag hun beste beentje voor om de bezoekers (vorig jaar waren het er meer dan ooit) hun hoogste kwaliteit te kunnen bieden.

Col: Je iPhone als leesbril

Ik weet niet of meer mensen dit doen: bij ieder boek dat ik lees raadpleeg ik altijd even internet om te kijken wat anderen vinden van het boek dat ik gelezen heb. Ik kan me niet herinneren dat ik een boek las waarvan ik geen andere lezers kon vinden. Bij recente boeken zijn het soms beroepsrecensenten, bij klassiekers vaak scholieren die een boekverslag geschreven hebben. Maar bijna altijd is er een andere stem, die iets terugzegt over het boek, die me leert dat ik niet alleen op de wereld ben met deze auteur, dat ook anderen iets vinden van wat hij schrijft.

Laatst las ik bijvoorbeeld The End of the Affair en ontdekte via internet dat er ooit een fascinerende psychologische interpretatie van het gedrag van de hoofdpersonen verscheen in het Tijdschrift voor de psychiatrie. Ik had dat boek heel anders gelezen, als ik dit niet toevallig was tegengekomen.

Nu zou je daar nog over kunnen zeggen: als ik een echt goede geleerde was geweest, was ik ook vroeger zo'n artikel wel tegengekomen. Ik had dan ieder boek dat ik las via de mij ter beschikking staande bibliografische middelen nagetrokken en de titels die bij deze zoektocht naar boven kwamen, opgevraagd in mijn eigen UB. Nog even afgezien van het feit dat ik niet weet hoe ik op die manier bij een Nederlands psychiatrisch artikel over een Engelse roman was gekomen, heb ik nu in ieder geval nog veel meer lezers tot mijn beschikking: de tientallen boekloggers en andere niet-beroepslezers die hun bevindingen noteren, voor hun eigen plezier en dat van een handjevol lezers.

Er wordt de laatste dagen, na de uitreiking van de P.C. Hooftprijs aan Tonnus Oosterhoff, weer veel gespeculeerd over de invloed die de nieuwe media hebben op de schrijvers. Volgens mij beziet dat de revolutie van de verkeerde kant: er verandert veel meer voor de lezer. We hebben veel meer mogelijkheden tot onze beschikking, we kunnen op iedere tekst allerlei commentaar krijgen. Het intieme van het lezen kunnen we delen met anderen.

En je hoeft daarvoor niet eens meer achter je bureau te zitten. Wie op een iPad leest, kan tussendoor af en toe even iets op het internet uitzoeken. En zelfs wie op de bank zit met een gedrukt boek, kan er zijn telefoontje naast houden als een multifunctionele leesbril.

Nogmaals: je hoort er nooit iets over, ik weet niet of er studies naar zijn, maar er lijkt mij een stille revolutie aan de gang.

donderdag 22 december 2011

Age: Activiteiten Gouden Eeuw Centrum Amsterdam

Graag attenderen wij u op de nieuwe reeks colloquia van het Gouden Eeuw Centrum en een aantal activiteiten en berichten.

Presentatie:
Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 61: Art and Science in the Early Modern Netherlands
Datum: vrijdag 13 januari 2012, 15.30-17.30 uur
Locatie: Rijksmuseum, Ateliergebouw, Hobbemastraat 22-24, Amsterdam
Aanmelden via: marketing@Wbooks.com

Publieksdag:
Humor als wapen. Satire in de vroegmoderne tijd
Datum: zaterdag 21 januari 2012, 12.30-17.15 uur
Locatie: Universiteitsmuseum Utrecht, Lange Nieuwstraat 106, Utrecht
Voor meer informatie: raadpleeg de website van het UCEMS

Roelof van Gelder
Colloquium:
Naar het aards paradijs: het leven van Jacob Roggeveen (1659-1729), ontdekker van Paaseiland
Datum: donderdag 2 februari 2012, 15.30-17 uur
Locatie: VOC-zaal, Bushuis/Oost Indisch Huis, Kloveniersburgwal 48, Amsterdam

Nws: Nieuw in Bibliopolis

De afgelopen tijd zijn weer enkele vernieuwingen doorgevoerd in Bibliopolis. De opvallendste is de knop ‘Nieuw’ op de homepage. Deze knop geeft een overzicht van verwijzingen naar nieuw toegevoegde sites en diensten vanuit Bibliopolis. Het overzicht zal regelmatig worden geactualiseerd.

Een andere vernieuwing heeft plaatsgevonden in de rubriek Studies. Vanuit Bibliopolis was altijd al een aantal, door de auteurs van het handboek geselecteerde, artikelen online beschikbaar. De afgelopen maanden zijn ook links aangebracht naar artikelen die elders op het web online beschikbaar zijn, bijvoorbeeld naar literatuur in de DBNL of naar compleet online toegankelijke tijdschriften als Amstelodamum. Momenteel biedt Bibliopolis toegang tot meer dan 1000 online teksten. Ook is de bibliografie van de Nederlandse boekgeschiedenis geactualiseerd. In de rubriek Studies zijn nu publicaties tot en met 2011 te vinden.

Col: Gelukkig kerstfeest?

Wat is er toch veel op de wereld! Veel woorden bijvoorbeeld, en ook veel onzin. Het internet maakt dit allemaal nog eens extra duidelijk: al die woorden en al die onzin heb je bij de hand.

Zo verscheen er deze week een bericht — ook op de Nederlandse wetenschapsnieuwssite Scientias — over een onderzoek naar geluksgevoelens op Twitter.

Het artikel staat zelf ook online. Het representeert het soort onderzoek dat de beleidsmedewerkers ook in Nederland graag willen zien. Niks nauwkeurig lezen van een paar al dan niet representatieve teksten: "Our data set comprises over 46 billion words contained in nearly 4.6 billion expressions posted over a 33 month span by over 63 million unique users." Dat soort werk.

Wat ze deden, met die miljoenen woorden, is automatisch evalueren hoeveel geluksgevoel eruit sprak. Om dit objectief te laten doen lieten ze honderdduizend (100.000) woorden door vrijwilligers via internet beoordelen op gelukkigheid. Lachen kreeg bijvoorbeeld een 8,5 en terrorist een 1,3 (heus, dat is nu wetenschappelijk bewezen: lachen straalt 6,5 keer meer geluk uit dan het woord terrorist).

Vervolgens werd er met een indrukwekkend wetenschappelijk apparaat van alles en nog wat gerekend: iedere keer dat een van de 100.000 woorden voorkwam (en als je de belangrijkste 100.000 woorden van een taal hebt, heb je ze bijna allemaal wel) werd uitgerekend hoeveel dit bijdroeg aan het geluksgevoel van het bericht.

Wat blijkt? Twitteraars zijn gelukkiger in het weekend dan tijdens de werkweek, en het allerongelukkigst op maandag en dinsdag. En we zijn in de loop van de afgelopen jaren steeds depressiever geworden.

Hoe twijfelachtig die resultaten zijn, en vooral: hoe twijfelachtig de methode is waarmee ze zijn bereikt, blijkt wel uit besprekingen over 'outliers', de dagen dat de wereld ineens bijzonder zonnig was, of juist treurig. Dit is wat de auteurs zeggen over het eerste soort outlier:

For the outlying happy dates, in 2008, 2009, and 2010, Christmas Day returned the highest levels of happiness, followed by Christmas Eve. Other relatively positive dates include New Year's Eve and Day, Valentine's Day, Thanksgiving, Fourth of July, Easter Sunday, Mother's Day, and Father's Day. All of these observations are sensible, and reflect a strong (though not universal) degree of social synchrony. (...) The only singular, non-annual event to stand out as a positive day was that of the Royal Wedding of Prince William and Catherine Middleton, April 29, 2011.

Tjonge, denk je eerst. Zouden we echt allemaal gelukkiger zijn geweest tijdens het huwelijk van William en Kate? Of zou er iets anders aan de hand zijn? Zouden mensen tijdens kerstmis niet gewoon heel vaak merry christmas tweeten? En zouden die woorden niet een heel hoge gelukkigheidsscore hebben, hoe ongelukkig, of sarcastisch, of vermoeid diegene ook is? En zal op 29 april niet gewoon heel vaak het woord 'huwelijk' zijn gescoord, wat de vrijwilligers ook vast een hoge score hebben gegeven? Met andere woorden, het is niet duidelijk dat er veel meer gemeten is dan dat mensen met kerstmis elkaar veel geluk wensen, en dat ze als er een huwelijk op tv is, geneigd zijn woorden als huwelijk en kus te gebruiken. Ze hebben 46 biljard woorden onderzocht en alleen een paar trivialiteiten aan het licht gebracht.

woensdag 21 december 2011

Col: De ontdekking van de Limburgse korte i

Dit jaar was een klein beetje een Willy Dols-jaar. Dit jaar vierden we de honderdste geboortedag van deze Limburgse taalgeleerde, die zelf overigens maar 33 keer zijn verjaardag heeft mogen vieren voor hij in 1944 omkwam in een Duits kamp. Dols' streekgenoot Lei Limpens publiceerde dit jaar een heel aardige biografie over Dols, die u overigens nog steeds kunt bestellen. Ik vatte dat in mijn eigen woorden samen in een artikel voor Onze Taal.

Deze week stuurde Limpens me op de valreep van het Dols-jaar nog een aardig nagekomen bericht: een onlangs teruggevonden brief die Dols in 1940 schreef aan de Leidse hoogleraar Nicolaas van Wijk. Met Limpens' toestemming publiceer ik die brief nu als een pdf-bestand.

De Limburgse dialectologie is het onderzoeksgebied bij uitstek waar iedereen het permanent van harte met iedereen oneens is. Je bent geen goede kenner van het Limburgs als je niet denkt dat alle andere ('zogenaamde') kenners volstrekte idioten zijn. Het was dan voor mij ook even slikken om te merken dat ik het in de in deze brief aangeroerde kwestie volkomen met Dols eens ben.

Kort gezegd komt het op het volgende neer. Het standaard-Nederlands en de Nederlandse dialecten onderscheiden klinkers die 'kort' zijn van klinkers die 'lang' zijn. Je kunt dat onderscheid op twee manieren maken: door te meten hoeveel milliseconden de klinkers duren, of door te kijken naar in wat voor lettergrepen ze voorkomen. Korte klinkers kunnen door veel meer rijtjes medeklinkers gevolgd worden dan lange: je kunt wel arm, storm, kerm zeggen, maar geen aarm, stoorm, keerm.

Het gekke is dat die twee criteria niet altijd in overeenstemming zijn. Met name geldt dat voor zogenaamd 'hoge' klinkers zoals de ie. Als je die gaat meten is hij bijzonder kort, korter zelfs dan de juist genoemde ah, oh, eh; in het Limburgs bestaat er bovendien een lange versie van die ie-klinker. Tegelijkertijd kan die heel korte ie helemaal niet in zo'n ingewikkelde lettergreep staan.

In zijn brief schetst Dols een oplossing: de twee criteria gaan feitelijk over verschillende dingen. Je meet lengte, maar de mogelijkheid om er medeklinkers achter te plaatsen heeft te maken met iets wat Dols, in navolging van de invloedrijke structuralist Troebetskoj Silbenschnittkorrelation noemt. Precies diezelfde oplossing heb ik vijfenvijftig jaar later uitgewerkt in mijn proefschrift.

Ik ben het dus eens met een andere kenner van het Limburgs. Ik moet deze kerst maar eens goed nadenken wat er mis is met mij.

dinsdag 20 december 2011

Pas verschenen Speciaal nummer van Praagse Perspectieven

Pas verschenen Speciaal nummer van Praagse Perspectieven: Olga Krijtová, Geschrift eener bejaarde vrouw uit 1997.

Ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Olga Krijtová verscheen in de reeks Praagse Perspectieven Geschrift eener bejaarde vrouw uit 1997 van de hand van Olga Krijtová met speelse overdenkingen over haar vertaalpraktijk. Wie in Praag in de jaren 1955 tot 2000 Nederlands studeerde aan de Karelsuniversiteit ontmoette als docent letterkunde Olga Krijtová, Tsjechisch vertaalster van meer dan zeventig Nederlandse literaire werken. Zij werd in 1969 bekroond met de Martinus Nijhoff Prijs.

In Geschrift eener bejaarde vrouw uit 1997, in de titel een hommage aan Wolff en Dekens boekje uit 1802, bespreekt Olga Krijtová in twaalf hoofdstukken onder andere haar vertaalpraktijk, haar jeugd en kennismaking met Nederland en de Nederlandse literatuur, de canon, geslaagde en mislukte projecten, lievelingsschrijvers, literatuur en leven, de keuze van te vertalen boeken, de Russische inval en de gevolgen daarvan, Nederlandse bezoekers, de Fluwelen Revolutie en de gevolgen daarvan voor de vertalingen.

Olga Krijtová, Geschrift eener bejaarde vrouw uit 1997. Aangeboden ter gelegenheid van haar tachtigste verjaardag. Speciaal nummer van Praagse Perspectieven, bezorgd door Ellen Krol en Lucie Sedláčková. Praag: Universita Karlova, 2011. 83 pagina’s. ISBN 978-80-7308-376-2

Te bestellen bij: J. Ultzen (jesse.ultzen@gmail.com), Karelsuniversiteit Praag. Prijs 10 euro excl. portokosten.

Pas verschenen: bundel Praagse Perspectieven 7

Praagse Perspectieven 7, Handelingen van het colloquium van de sectie Nederlands van de Karelsuniversiteit te Praag, op 24 en 25 maart 2011. Onder redactie van Zdenka Hrnčířová, Ellen Krol, Kees Mercks, Jan Pekelder en Jesse Ultzen. Praag: Universitaire pers 2011. 218 pagina’s. ISBN 978-80-7308-371-7.

In december 2011 is verschenen de bundel Praagse Perspectieven 7, met lezingen en bijdragen over Nederlandse taal- en letterkunde. Het letterkundige onderdeel is gewijd aan ‘Boeken die tumult veroorzaakten’ en het taalkundige thema aan ‘Doorbroken patronen.’

In een aantal letterkundige bijdragen staat een literair werk centraal dat het verwachtingspatroon van de lezer doorbrak en gewild of ongewild tumult veroorzaakte.

Nws: Early Dutch Books Online

Dit voorjaar is de website gelanceerd van Early Dutch Books Online (EDBO)(http://www.earlydutchbooksonline.nl), voorheen Dutch Print Online, waarin ruim 11.000 boeken digitaal beschikbaar gemaakt zijn, zowel als plaatjes als als tekst.

Zoals u wellicht weet, is er nogal wat kritiek geuit op de OCR (o.a. in een artikel in de NRC door Karel Berkhout). Nu is besloten het resterende projectgeld grotendeels te besteden aan de verbetering van de OCR en verder aan het oplossen van enkele bugs in de website. Het handmatig verbeteren van de OCR is erg arbeidsintensief en dus kostbaar. Er zal slechts een paar procent van alle boeken onder handen genomen kunnen worden. Er moet dus geselecteerd worden.

Bij de selectie worden leden van de Werkgroep Achttiende eeuw ingeschakeld en er wordt gekeken naar de meest geraadpleegde boeken. Bovendien horen we ook graag van u welke boeken u graag optimaal doorzoekbaar zou willen kunnen raadplegen op de EDBO-website. U kunt uw suggesties - eventueel met motivatie - vóór 1 februari sturen aan: judith.rog@kb.nl. Op grond van alle suggesties kunnen we bepalen welke titels we zullen laten doen.

Nws: P.C. Hooftprijs Tonnus Oosterhoff

De dichter Tonnus Oosterhoff (Leiden, 1953) heeft de P.C. Hooftprijs voor literatuur gewonnen. Dat werd vandaag bekend gemaakt.

'Oosterhoffs poëzie is' volgens de jury 'in hoge mate vernieuwend, ze heeft de Nederlandse dichtkunst van diverse keurslijven bevrijd, niet planmatig of vanuit een dichterlijke ideologie, maar door persoonlijke oorspronkelijkheid en het bijzondere talent van de auteur voor het vastleggen of liever gezegd juist beweeglijk maken van moeilijk benoembare sensatie'. Oosterhoff werd onder andere bekend door zijn experimenten met digitale gedichten.

Oosterhoff ontving al meerdere literaire prijzen: de C. Buddingh'-prijs (1990) voor "Boerentijger", de Herman Gorter-prijs (1994) voor "De ingeland", de Jan Campert-prijs (1998) voor "(Robuuste tongwerken, ) een stralend plenum" en de VSB Poëzieprijs (2003) voor "Wij zagen ons in een klein groepje mensen veranderen".

Col: Tuigdorp, gefeliciteerd!!!

Er stond al dagenlang op de website van Van Dale dat het 'woord van het jaar' vanochtend om 6:00 zou worden aangekondigd, dus de ware taalliefhebber stond op deze grauwe en regenachtige morgen wat vroeger op om kennis te nemen van deze culminatie van het taaljaar 2011. Vervolgens hebben we op verschillende radiostations Ewoud Sanders en Ruud Hendrickx horen voorbij komen: ook zij moesten vandaag voor dag en dauw op, maar ze deden vast graag, om passend commentaar te kunnen geven op deze grootse onthulling, dit heerlijke moment waar iedere taalliefhebber een jaarlang reikhalzend naar uit kijkt, dit gloriemoment, niet alleen voor de woorden die het betreft, maar voor de hele Nederlandse taal.

En laten we ook niet de woorden vergeten: hoeveel slapeloze nachten zullen de kandidaten deze weken niet hebben doorgemaakt. Want stel, ja, stel, toch dat zij dit jaar eens... zou dan de kans dat ze ooit écht in Van Dale zouden komen, en daardoor voor eeuwig en altijd tot de Nederlandse taal zouden behoren, niet enorm toenemen?

Sinds een uur of drie weet ik dus dat het tuigdorp geworden is, althans in Nederland. Van harte! Het zat er natuurlijk aan te komen, met zo'n actieve en goed georganiseerde fanclub: het schijnt dat nog de laatste dagen alle ooms en tantes, opa's en oma's van fans zijn opgetrommeld om dat woord zijn ereplaatsje te verzekeren. Er schijnen zelfs een paar mensen op gestemd te hebben die nog nooit eerder van het 'woord van het jaar' hadden gehoord (al vraag je je af waar dat soort mensen hun leven moeten hebben doorgebracht). In ieder geval is het een zeer grote eer voor dit woord, dat nu voortaan ook door belangrijke schrijvers en journalisten gebruikt zal worden; al is het nog een beetje vroeg om te voorspellen dat het ook binnenkort in een Groot Dictee zal verschijnen.

Grote en terechte vreugde heerst er ook in de kampen van de winnaars in speciale categorieën zoals 'jongeren' (planking) en 'lifestyle' (vleeshufter). In hun respectieve geboortedorpen heeft de plaatselijke fanfare vanochtend al een aubade gebracht, en de filmploegen van Het Hart van Nederland en RTL Nieuws zijn al uitgetrokken om mensen op de straat te vragen of ze de 'eigen' woorden kennen en wat ze ervan vinden dat ze gewonnen hebben.

Op momenten als deze merk je toch weer hoe zielsveel wij Nederlanders van onze taal houden. Overigens is de verkiezingkoorts nog niet voorbij: op dit moment maken spaties zich in het hele taalgebied op voor de verkiezing van de spatie van het jaar!

maandag 19 december 2011

Col: De bedwelming van Wytze Hellinga

In de krochten van de Amsterdamse universiteitsbibliotheek bevindt zich een gevaarlijk document: een stencil uit 1968 dat 'Historische taalkunde en de neofiloloog' heet en dat geschreven is door Wytze Hellinga. Degene die het document vindt, raakt bedwelmd door de geest van Hellinga, "een wat manische man, die te veel vroeg van zijn studenten" volgens René van Stipriaan in een essay in het nieuwste nummer van Ons Erfdeel.

Van Stipriaan is ook degene die het stencil van Hellinga gevonden heeft. Van Stipriaan is ook het eerste bewijs van de bedwelming, die ervoor zorgt dat de patient "nieuwe grootscheepse projecten [aankondigt] die ongeveer aan alle uithoeken van de humaniora raakten."

Van Stipriaan grijpt het stencil van Hellinga aan om te reflecteren op de afgelopen 45 jaar in de neerlandistiek. De boodschap is weinig verrassend, maar daarom nietminder somber. De "voorhoede van de neerlandistiek [speelt] in de opinievorming geen grote rol"; "jonge afgestudeerden in enige tak van de neerlandistiek [staan] op de arbeidsmarkt niet bijzonder goed aangeschreven"; "veel universitaire opleidingen in de letteren zijn nauwelijks nog academisch te noemen, omdat de studieprogramma's aan elkaar hangen van inleidingen-in-dit en kennismakingen-met-dat.

Alstublieft. En waar ligt dit allemaal aan? Volgens Van Stipriaan vooral aan het verdwijnen van het vak 'historische taalkunde'. Dát vak gaf de neerlandici een voorsprong op andere cultuurwetenschappers, omdat het hen gevoelig had gemaakt voor 'de valkuilen van de taal, voor dubbelzinnigheid', en nog een heleboel meer. Vrij vertaald en samengevat (u hebt per slot van rekening geen tijd om hier een eindeloze column door te werken, laat staan dat essay van Van Stipriaan): omdat het hen had geleerd nauwkeurig te lezen.

Nu lijkt me dat nauwkeurig lezen van oude teksten niet per se een kwestie waarvoor je de ontwikkeling van het middelnederlandse naamvalssysteem tot je zou moeten nemen, maar aan de andere kant: dat er op de Nederlandse universiteiten niet of nauwelijks nog aandacht is voor de historische ontwikkeling van het Nederlands is inderdaad een grote schande. Van Stipriaan is dit echter nog niet genoeg: vervolgens roept hij op tot een grootschalige herstructurering van de opleidingen in de neerlandistiek, of vooral het verzwaren van de studie. De manier waarop hij zich die verzwaring voorstelt heeft echter iets nogal Hellingaïaans: een grote grabbelton waarin van alles en nog zit. Aan de ene kant spreekt Van Stipriaan bijvoorbeeld uit dat 'de taalkundige component in de letterkundige richtingen hersteld zou moeten worden', tegelijk valt op dat hij het alleen over die letterkundige richtingen serieus heeft. Verder moeten de studenten letterkunde van alles en nog wat: lezen, snel lezen, veel lezen, en sociologie, psychologie en antropologie toepassen op wat ze lezen, en alle letterkunde zien als historische letterkunde.

Dat klinkt allemaal niet erg realistisch, om niet te zeggen manisch. Tegelijkertijd heeft het natuurlijk ook iets heel aanstekelijks; ik raakte in ieder geval tijdens het lezen van Van Stipriaans essay steeds meer bedwelmd. Inderdaad! Laten we opstaan uit de versukkeling van wat er praktisch allemaal kan in de BA-MA-structuur! Laten we gewoon een groep getalenteerde grote talenten opleiden en de neerlandistiek weer tot een prachtig vak maken! Leve Hellinga!

Naschrift 20.12.2011. De historisch taalkundige van Nederland Jan Noordegraaf schrijft: 'Het stencil van Hellinga is natuurlijk gewoon op meerdere plaatsen in Nederland aanwezig [...]. In mijn stukje over 60 jaar AVT verwijs ik er bijvoorbeeld naar. Of ik door de geest van Hellinga bedweld ben geraakt? Dat valt wel mee, geloof ik.'

zondag 18 december 2011

Age: Internationaal congres Antwerpen 'Ambassadors of the book'

Internationaal congres 'Ambassadors of the book. Competences for heritage librarians'
Universiteit Antwerpen, 1 en 2 februari 2012
Inschrijving open

Het congres 'Ambassadors of the book: Teaching competences for heritage Librarians' vindt op 1 en 2 februari 2012 plaats in Antwerpen.
Een twintigtal sprekers uit acht landen bespreekt de problematiek van competenties voor erfgoedbibliothecarissen en de manier waarop deze competenties op de verschillende onderwijsniveaus aangeleerd kunnen worden. Het volledige programma, de praktische details en een online inschrijvingsformulier zijn beschikbaar op http://www.ua.ac.be/ibw/ambassadors-of-the-book.

Inschrijven (50 euro voor de 2 dagen, incl. lunches en koffie) kan nog tot 20 januari 2012.

Het (Engelstalige) congres wordt georganiseerd door de Vlaamse Erfgoedbibliotheek, de opleiding Informatie- en Bibliotheekwetenschap van de Universiteit Antwerpen en de Enssib (Lyon), in samenwerking met Faro, de Universiteitsbibliotheek Antwerpen, Anet, LibisNet en CERL.

Het congres loopt onder de auspiciën van IFLA-Rare Books and Manuscripts Section en het Liber-Steering Committee for Heritage Collection and Preservation.

Keynote speakers zijn Deirdre Stam (Rare Book and Special Collections Program, Palmer School of Library and Information Science, Long Island University) en Michel Suarez (Rare Book School, University of Virginia).

zaterdag 17 december 2011

Col: Arnons Zangberg

Nadat hij eerder deze week een wat saai dictee had afgeleverd, publiceert Arnon Grunberg een wat plechtstatig Nederlands, in de Volkskrant. Hij wil dan ook in een essay onderzoeken "hoe ik me verhoud tot de wereld waar ik tegen wil en dank deel van uitmaak".

Wat hij constateert is over het algemeen niet erg verrassend: "dat het automatische respect voor het fenomeen literatuur geminimaliseerd is. Dat heeft alles te maken met democratisering en de ontmanteling van autoriteiten." Tegelijk heeft de literatuur nu eenmaal weinig met democratie te maken: je hebt goede schrijvers die veel gelezen worden en goede schrijvers die nooit gelezen worden. Op het kleine speelveld van de literaire eer en prestige — want daar lijkt het Grunberg blijkens dit essay vooral om te doen: "als schrijver blijf ik afhankelijk van erkenning die door de literaire wereld wordt gegenereerd" — verdringen bovendien de talenten zich en is het daarom allemaal haat en nijd. "Daarom zoek ik mijn vrienden en kennissen het liefst in andere kringen."

Het is interessant hoe Grunberg tegelijkertijd erkent dat er een illusie is, maar daar toch aan blijft vasthouden, als een atheïstische dominee die toch op de kansel blijft staan: dat literaire kwaliteit bestaat. Misschien dat hij daarom ook zo vervalt in wat houterige plechtstatigheid. Nee, het is geen kwestie van democratie, maar er is wel degelijk een markt, namelijk een "in symbolisch kapitaal, dat wil zeggen erkenning, waardering en prijzen van zogeheten experts."

Hij ziet dat kennelijk in, dat je het allemaal onzinnig zou kunnen vinden, maar tegelijk vermag hij niet af te zien van dat symbolische kapitaal dat hem door 'zogeheten' experts kan worden uitgekeerd.

Het is trouwens ook te makkelijk om hem dat als academicus, wat ik ben, te verwijten. Grunberg wijst erop dat het 'symbolisch kapitaal' van de hooggeleerde vooralsnog meer zekerheid biedt: dat blijf je je hele leven, met ook nog een min of meer gegarandeerd financieel inkomen. Wat hij minder ziet, waarschijnlijk omdat hij niet in onze wereld verkeert, is dat het ook hier dringen is om dat symbolische kapitaal, ook onder de mensen die allang een vaste baan hebben, en ook onder degenen die het iedere dag over dat symbolische kapitaal hebben. We haten elkaar, we minachten degenen die ons dat kapitaal kunnen verschaffen vanuit het diepst van onze ziel. En tegelijk wil iedereen altijd maar meer hebben van die bewondering.

vrijdag 16 december 2011

Col: De onvertaalbare canon

Gisteren, de dag dat Nederl-redacteur Francien Petiet in Amsterdam promoveerde op een proefschrift over de manier waarop in de negentiende eeuw de canon van het Nederlands werd gevormd, publiceerde de 21e-eeuwse canonmachine DBNL De langste dag, een nieuwe deelwebsite waarop hedendaagse dichters werk van hun voorgangers lezen. (Het materiaal is gefilmd tijdens de viering van het tienjarig bestaan van de DBNL vorig jaar.)

Ik heb Franciens proefschrift nog niet gelezen, maar als ik het goed begrijp laat ze zien dat de klassieke canon niet zozeer gevormd is op basis van bijvoorbeeld de vraag hoe ontroerend teksten waren, of hoe goedgeschreven, maar vooral op basis van de overweging of de auteurs als voorbeelden konden gelden van godvruchtige en nijvere Nederlanders.

De langste dag laat zien wat er van die canon nog over is. Bijvoorbeeld op de lijst met vertolkte dichters. Daar komen maar weinig echt godvruchtige dichters op voor, en zelfs van degenen die dat wel waren wordt eigenlijk nooit een gedicht over God voorgelezen. In een interview legt Antoon Korteweg zelfs expliciet uit dat hij van de 'dominee-dichter' J.L.L. ten Kate alleen frivoler jeugdwerk voordraagt. Zoals ook van andere door de negentiende-eeuw gekozen thema's — de moedige strijd tijdens de tachtigjarige oorlog — nauwelijks nog iets over is.

Wat heeft de keuze dan wel bepaald? Als ik het goed zie, zijn het vooral de taalkunstenaars geweest, degenen die het Nederlands mooi hebben laten klinken. De volgende dichters werden bijvoorbeeld (in de eerste selectie, die nu op de website staat, er schijnt nog meer te komen) door meer dan één persoon voorgedragen: Anna Bijns, Constantijn Huygens, Lucebert, Martinus Nijhoff, Paul van Ostaijen, Obe Postma, J.J. Slauerhoff, Maria Tesselschade Roemers Vissers, Joost van den Vondel. Met een of twee uitzonderingen lijken me dat vooral dichters die zo aan de taal hangen dat ze niet of nauwelijks te vertalen zijn — en niet zo zeer dichters die we nu nog lezen vanwege bijvoorbeeld hun speciale manier van naar de wereld kijken.

Dat had natuurlijk te maken met de vorm van het programma: dichters moesten voorlezen en de keuze valt dan al snel op het verbale vuurwerk. Tegelijkertijd: deze website blijft hier nu staan en gaat mede de canon bepalen, zoals ook andere video's van voordrachten misschien wel steeds belangrijker worden.

En er is nog iets: als er iets de Nederlander definieert in vergelijking met andere Europeanen, dan is dat niet langer het calvinisme of de properheid van onze huisjes. We hebben zo langzamerhand eigenlijk alleen nog maar het Nederlands. Wat ooit God, Koning en Vaderland waren, is nu eigenlijk alleen nog het feit dat niemand in het buitenland begrijpt waar Lucebert het over heeft. Het enige wat nog Nederlands is aan de Nederlandse dichter is zijn onverstaanbaarheid.

Hora est!: Promotie Janneke Weijermars te Antwerpen

Op vrijdag 13 januari 2012 om 15 uur stipt promoveert Janneke Weijermars op Stiefbroeders; de Zuid-Nederlandse literatuur en het literaire bedrijf in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1814-1834).

De promotie vindt plaats op de Stadscampus Universiteit Antwerpen, Klooster van de Grauwzusters, Lange Sint-Annastraat 7, 2000 Antwerpen. Aanmelden vóór 5 januari via janneke@weijermars.org. Zie ook http://www.weijermars.org.

Samenvatting:

In het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) vormden de Nederlandse taal en literatuur het middel bij uitstek om de verschillende landsdelen – het huidige België en Nederland – in cultureel opzicht tot een geheel te smeden. Koning Willem I probeerde met een keur aan maatregelen het Zuidelijke literaire leven op te bouwen, te stimuleren en niet zelden ook onder controle van de regering te brengen om de nieuwe zuidelijke landgenoten tot vaderlandsliefde te verleiden en zo de eenheid binnen zijn koninkrijk te bevorderen.

Janneke Weijermars beschrijft in haar proefschrift niet alleen de sturende kracht van dit cultuurbeleid, maar vooral ook de effecten ervan en de reacties erop in het Zuidelijke literaire veld. Sommige, met name jonge auteurs kozen voor een 'verhollandsing' van hun literatuur, en vergrootten daarmee hun kansen op literair succes. Voor hen vormden de Noord-Nederlandse literatuur, met iconen als Vondel en Hooft, een eenvormige officiële spelling, een bloeiend genootschapsleven en toonaangevende literaire tijdschriften een wereld waaraan ze zich graag wilden conformeren. Bij andere auteurs bracht de vereniging met het Noorden juist een verlangen naar eigenheid teweeg. Zij ijverden in toenemende mate voor het behoud van een Zuid-Nederlandse identiteit binnen het koninkrijk, die zich onder meer uitte in een eigen literaire stijl en thematiek en een eigen spelling. De eenwording met de Noordelijke Nederlanden leverde dan ook grote spanningen op binnen het literaire veld, die in dit proefschrift in smakelijke anekdotes zijn vervat. De ruzies, het wederzijdse onbegrip en de daaruit volgende polemieken raakten lang niet alleen aan literaire zaken, maar waren nauw vervlochten met religieuze en politieke kwesties, die gedetailleerd worden toegelicht. Zo vormt dit proefschrift een nieuwe bijdrage aan de geschiedschrijving over het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, bekeken vanuit literair perspectief.

Ove: Hans van den Bergh 1932-2011

Hans van den Bergh (1932-2011)in memoriam.

G.J. van Bork

Op 21 oktober 2011 overleed onverwacht mijn oud-collega van het Instituut voor Neerlandistiek in Amsterdam. Hij was daar vanaf 1969 wetenschappelijk medewerker voor de moderne Nederlandse letterkunde. Van den Bergh studeerde Franse en Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en was vervolgens leraar aan het Vondelgymnasium in die stad. Tijdens zijn studententijd was hij actief in het Amsterdams Studenten Cabaret en als redacteur van het studentenweekblad Propria Cures. Zijn activiteiten als cabaretier brachten hem in contact met medewerkers van het satirische en omstreden TV-programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer … van de VARA (1963-1966), waarin hij een bescheiden rol speelde.

donderdag 15 december 2011

Col: Engels spreken is niet zo aangewezen

Guy Verhofstadt, een oud-premier van België, wilde deze week een daad stellen en sprak Nederlands in het Europees Parlement; een video van het begin van zijn optreden staat hier.
Het is om een groot aantal redenen een opmerkelijk gebaar dat veel laat zien over hoe taal feitelijk functioneert in Europa. In de eerste plaats omdat Verhofstadt het zo nadrukkelijk als een gebaar presenteert: "Meneer, de voorzitter, ik ga vandaag in mijn moedertaal spreken, omdat ik denk dat het Engels niet zo aangewezen is."
Formeel heeft iedere Nederlandstalige europarlementariër het recht om op ieder moment in het Nederlands het woord te voeren; argumenten hoeven daar niet voor gegeven te worden. Officieel is iedere taal immers gelijkwaardig in het Europees Parlement.
Door er aan het begin van zijn toespraak zo expliciet op te wijzen dat hij een keuze maakt, laat Verhofstadt zien dat het met die gelijkwaardigheid net iets anders ligt: kennelijk moet er een bijzondere reden zijn om geen Engels te gebruiken.
Ook de reden die hij noemt is bijzonder: het Engels is niet zo aangewezen. Je ziet het aanwezige publiek, waaronder de Nederlandstalige president van Europa Van Rompuy lachen, want men begrijpt waarom het niet zo 'aangewezen' is om Engels te spreken: omdat de Britse premier Cameron zojuist een accoord heeft geblokkeerd waar alle andere Europese landen voor waren.
Hoe nu? Spreken we soms Engels omdat dit de taal is van het Verenigd Koninkrijk? Dat is formeel gezien helemaal niet het geval: zelfs als Cameron zou besluiten om de Europese instituties helemaal te verlaten, zou het Engels een officiëlte taal blijven, al is het maar omdat die dan nog steeds in twee landen gesproken wordt: Ierland en Malta.
Toch voelt het kennelijk wel een beetje zo; anders zou het 'grapje' dat Verhofstadt maakt door geen Engels meer te willen spreken niet begrepen zijn. Op zijn minst een heel klein beetje moet het toch voelen alsof men telkens een beetje buigt voor de Engelsen. En als de Engelsen dan dwars gaan liggen, buigen we even niet meer.
Maar er is ook een andere dimensie. Verhofstadt hield zijn opstandige gedrag niet de hele toespraak vol. Na een paar zinnen schakelde hij toch terug naar het Engels: dat was makkelijker, want zo was hij het toch gewend. Want ondanks de officiëe lezing dat alle talen gelijkwaardig zijn, en ondanks het kennelijk op de achtergrond levende sentiment dat we door Engels te spreken aardig zijn voor de Engelsen, is het Engels inmiddels de feitelijke vergadertaal.

dinsdag 13 december 2011

Nws: Word Vriend van het Harry Mulisch Huis!




Harry Mulisch woonde en werkte aan de Leidsekade in Amsterdam. Zijn werkkamer is een gestolde weergave van zijn oeurvre. Stichting Vrienden van het Harry Mulisch Huis en het Letterkundig Museum realiseren het Harry Mulisch Huis, waarbij de werkkamer in oorspronkelijke staat bewaard blijft en toegankelijk wordt voor het publiek.

Niemand kan zonder vrienden. Voor het realiseren en in stand houden van een Harry Mulisch Huis zijn die dan ook hard nodig. Voor €25 per jaar wordt u Vriend van het Harry Mulisch Huis. U ontvangt een uniek welkomstgeschenk als u €25 (of meer) overschrijft op rekeningnummer 227371267 t.n.v. Stichting Vrienden van het Harry Mulisch Huis, Amsterdam (ANBI-stichting). Graag met vermelding van uw naam, adres en e-mailadres. U kunt ook zich laten registreren als geïnteresseerde/vriend via http://www.harrymulischhuis.nl.

Stichting Vrienden van het Harry Mulisch Huis, Leidsekade 103 1017 PP Amsterdam

maandag 12 december 2011

Eve: Internationaal congres 'Crosscurrents', 12 en 13 januari 2012 te Utrecht

Members of the Departments of Dutch Language and Culture at the Katholieke Universiteit Leuven and Utrecht University organize a two-days conference "Crosscurrents in Illustrated Religious Texts in the North of Europe, 1500-1800", on January 12th and 13th, in Utrecht

on the question how various reformatory movements gave a new impetus to the production, diffusion and reception of visual culture in both Catholic and Protestant milieus in the centuries after the Reformation. key note lectures are held by Mia Mochizuki (Berkeley), Alexandra Walsham (Cambridge), Lee Palmer Wandel (Wisconsin), Walter Melion (Emory) and Ralph Dekoninck and Agnès Guiderdoni-Bruslé (Louvain-la-Neuve).

donderdag 8 december 2011

Hora est!: promotie Lucie Sedlačková in Praag

Hora est: promotie Lucie Sedlačková, Globalisering in de hedendaagse Nederlandse roman. Karelsuniversiteit Praag.

Promotiedatum: donderdag 15 december 2011, 12 uur.
Promotie: Lucie Sedlačková, gebouw van de Filosofische Faculteit van de Karelsuniversiteit, Námesti Jana Palacha 2, Praag-Centrum.
Proefschrift: Globalisering in de hedendaagse Nederlandse roman.
Promotor: dr. hab. Ellen Krol.
Faculteit: Filosofische Faculteit

Het proefschrift houdt zich bezig met de representaties van verschillende aspecten van de globalisering in de hedendaagse Nederlandse roman: uitgaande van de culturele representatie wordt er een dertiental Nederlandse en Vlaamse romans uit de periode 1989-2007 geanalyseerd om erachter te komen welke standpunten de literaire teksten tegenover de globalisering innemen.

Nws: Boon-collectie van Van Bork geschonken aan Aalst



Gerrit Jan van Bork, Boon-kenner, oud-UvA-docent moderne letterkunde, oud-ondervoorzitter van het Louis Paul Boongenootschap en laureaat 2007 van de Isengrimusprijs heeft zijn gehele Louis Paul Boon-collectie op 24 november 2011 geschonken aan het Stedelijk Museum 't Gasthuys in Aalst. Hij werkte in 1989 mee aan de tentoonstelling ’10 jaar later’, die de stad Aalst organiseerde ter herdenking van de tiende verjaardag van het overlijden van LP Boon, en toen reeds beloofde hij aan toenmalig cultuurschepen Gracienne Van Nieuwenborgh zijn Booncollectie aan het Aalsterse museum over te maken.

De collectie omvat een groot aantal eerste drukken van Boons romans, de volledige serie cursiefjes die Boon schreef voor het dagblad Vooruit onder de naam "Boontjes".
Verder secundaire literatuur en enkele tentoonstellingscatalogi. Voorts een paar bandjes van radio-opnamen e.d. en tenslotte folders, een bibliografie en enkele biografica.

Volgend jaar zal het 100 jaar geleden zijn dat Boon is geboren en dat wordt opnieuw een Boon-jaar. Met het oog op dat jubileum is het moment van de overdracht gekozen. De collectie zal worden geïnventariseerd en gaat deel uitmaken van de reeds aanzienlijke Booncollectie van de stad.

Age: Boekensalon over manipulatie van het nieuws toen en nu




Verslaggever Ferry Mingelen en onderzoeker Roeland Harms over de manipulatie van het nieuws toen en nu

‘Hoe functioneert het politieke nieuws?’; ‘Is de publieke opinie iets van de burger zelf, of gemanipuleerd?’ en: ‘Worden mensen tegenwoordig beter of juist slechter geïnformeerd over de politiek?’ Over de verschillen en overeenkomsten tussen mediamanipulatie toen en nu gaan politiek verslaggever Ferry Mingelen en onderzoeker Roeland Harms in gesprek. Dit gebeurt onder leiding van Garrelt Verhoeven, hoofdconservator bij de Bijzonder Collecties van de UvA. De Boekensalon vindt plaats op donderdag 15 december , om 17.00 uur bij de Bijzondere Collecties, de plek waar veel oude pamfletten te vinden zijn.

Gedrukte pamfletten waren de nieuwe media van de zeventiende eeuw, vergelijkbaar met de tegenwoordige weblogs. Zowel politici als boekverkopers gebruikten pamfletten om de publieke opinie te manipuleren. Politici maakten de tegenstander zwart en brachten soms zelfs verzonnen nieuws in omloop. Boekverkopers profiteerden van een politieke crisis door aantrekkelijke pamfletten op de markt te brengen voor een breed publiek. Voor het eerst namen de media dus een belangrijke plaats in in het politieke debat.

Hora est!: Promotie Neder-L redacteur Francien Petiet

Op donderdag 15 december verdedigt Francien Petiet haar proefschrift
‘Een voldingend bewijs van ware vaderlandsliefde. De creatie van literair erfgoed in Nederland, 1797 – 1845'

Promotor: prof. dr. Marita Mathijsen- Verkooijen
Datum: 15 december 2011 – 12.00 uur
Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231 te Amsterdam

woensdag 7 december 2011

Age: Boekpresentatie Jacob Geel, Onderzoek en phantasie



Op donderdag 19 januari 2012 om 16.00 uur wordt in de Universiteitsbibliotheek van Leiden een door Willem van den Berg en Piet Gerbrandy bezorgde nieuwe uitgave van Jacob Geels Onderzoek en phantasie gepresenteerd. Er worden kleine voordrachten gehouden door Piet Gerbrandy, Arnold Heumakers en Willem Otterspeer. De toegang is gratis.

Serieus onderzoek kan het niet stellen zonder een flinke dosis verbeeldingskracht. Anderzijds kan de grote literatuur niet gedijen als de schrijver de klassieke traditie niet door en door kent. Aldus de Leidse universiteitsbibliothecaris en classicus Jacob Geel (1789-1862). Hij gaf het voorbeeld in een aantal speelse, spraakmakende opstellen, bijeengebracht in de bundel Onderzoek en phantasie (1838). In een uiterst losse stijl nam hij de eigentijdse literaire en filologische praktijk de maat. Deze door tijdgenoot en latere lezers hooggewaardeerde bundel in pocketformaat werd keer op keer herdrukt, zij het na 1841 nooit meer integraal. In deze facsimile-uitgave naar de laatste door Geel zelf bezorgde druk zijn voor het eerst alle opstellen weer beschikbaar. Na ruim honderdvijftig jaar is toelichting echter noodzakelijk. Vandaar dat de editie gepaard gaat met een uitvoerige inleiding en annotaties per essay, opgenomen in een apart deel.

Redactie: Willem van den Berg en Piet Gerbrandy; ISBN: 9789087042677.
Uitgever: Verloren, Hilversum.
Aantal bladzijdes: 330+380.
Verschijnt januari 2012; omvang en prijs onder voorbehoud.

dinsdag 6 december 2011

Ove: overleden: Karin Peters (3 februari 1938 - 20 november 2011)

Op 20 november is de Zeeuwse schrijfster Karin Peters overleden. Catharina Johanna Kodde, haar werkelijke naam, werd geboren in Aagtekerke in 1938. In 1967 verscheen haar eerste roman 'Een hart zoekt een haven'. Ruim negentig romans zouden nog volgen. Ze schreef hoofdzakelijk jeugd- en familieromans. In 2008 ontving zij een koninklijke onderscheiding voor haar oeuvre. In 2012 zal haar laatste roman verschijnen.

Nws: Vrijwilligersproject rond gekaapte brieven

Op 23 november is een vrijwilligersproject rond de gekaapte brieven van start gegaan, met subsidie van het Prins Bernard Cultuurfonds. Het project stelt zich ten doel met de hulp van vrijwilligers de Nederlandstalige gekaapte brieven uit de 17e en 18e eeuw uit de nationale archieven in Londen te ontsluiten en te transcriberen. Vrijwilligers kunnen zich aanmelden of informatie aanvragen bij de projectleider Nicoline van der Sijs (post@nicolinevdsijs.nl). Meer informatie is te vinden op de website van het Meertens Instituut (http://www.meertens.knaw.nl/cms/).

maandag 5 december 2011

Ten: The Printed Book bij Bijzondere Collecties UBA


Tentoonstelling ‘The Printed Book: a visual history’; een canon van meer dan 500 jaar westerse boekvormgeving.

Van 8 februari t/m 13 mei 2012 is bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam de tentoonstelling The Printed Book: a visual history te zien.

The Printed Book is een overzicht van bijzonder vormgegeven boeken van de middeleeuwen tot nu. Als een canon van de westerse boekvormgeving toont deze tentoonstelling het gedrukte boek in al zijn verschijningsvormen: als wegwerppocket, prestigeboek, ‘machine à lire’, beeldboek, naslagwerk of kunstwerk.

vrijdag 2 december 2011

Age: UCEMS Publieksdag 'Humor als wapen'


UCEMS Publieksdag zaterdag 21 januari 2012
'Humor als wapen. Satire in de vroegmoderne tijd'

Praktische gegevens
Datum: Zaterdag 21 januari 2012
Aanvang: 12h30. Einde: 17h15
Locatie: Universiteitsmuseum Utrecht, Lange Nieuwstraat 106, Utrecht
Toegang gratis, gelieve aan te melden via GW_renaissance@uu.nl

Inhoud en programma
Op zaterdag 21 januari 2012 organiseert het Utrecht Centre for Early Modern Studies (UCEMS) haar derde publieksdag, onder de titel “Humor als wapen: Satire in de vroegmoderne tijd”. Tijdens deze dag presenteren vooraanstaande wetenschappers van de Universiteit Utrecht hun ideeën over de rol van satire in de vroegmoderne tijd. Iedereen met een interesse in de vroegmoderne Nederlandse cultuur is op deze dag van harte welkom.

donderdag 1 december 2011

Nws: Reynaert-collectie Gielen naar Antwerpen


Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en Universiteitsbibliotheek Antwerpen ontvangen unieke collectie Reynaert de Vos en fabelboeken

De Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en de Universiteitsbibliotheek Antwerpen (beide partners van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek) ontvingen een unieke collectie Reynaert de Vos en fabelboeken van Wim Gielen en zijn echtgenote Trude. Beide instellingen zullen de collectie Gielen verwerken, bewaren en ter beschikking stellen. De gehele collectie zal ook digitaal ontsloten worden.

Collectie Gielen
Huisarts Wim Gielen uit Hulst, bijna 75 jaar bij zijn overlijden op 1 september 2010, was gedurende zijn hele leven gepassioneerd door Reynaert de Vos. De immense collectie boeken en tekeningen die hij samen met zijn echtgenote Trude aanlegde over de schalkse figuur, behoort tot de Europese top.

Een ander belangrijk onderdeel van de collectie is de verzameling fabelboeken die nagenoeg de hele literatuurgeschiedenis van de Griekse oudheid tot de huidige periode bestrijkt. De interesse van Wim en Trude ging ook uit naar literatuur, streekgeschiedenis, beeldende kunst, archeologie, architectuur en klassieke muziek. Boeken over deze onderwerpen zijn dan ook ruim aanwezig in de collectie Gielen.

Lit: Pas verschenen: Chris Schriks, Canon van het uitgevers- en auteursrecht

Chris Schriks, Canon van het uitgevers- en auteursrecht. Een route in vijftig data. Vijf eeuwen kopij-, staats-, uitgevers- en auteursrecht in Nederland (1450-1950).

Dit boek beschrijft vijf eeuwen kopij-, staats-, uitgevers- en auteursrecht in Nederland. Het is voorzien van een kroniek en chronologie van gebeurtenissen en maatregelen die betrekking hebben op censuur, druk- en boekprivileges, usanties, monopolievorming, bescherming van originair werk en vertalingen, nadruk, het publiek domein in het drukkers- en boekenvak in Nederland en elders en de rol daarin van kerken, landsheren, staten, gewesten, steden, gilden, compagnieën, de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, de Nederlandsche Juristen Vereeniging en de Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels.

Het werk wordt uitgegeven ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Auteurswet 1912.

Gebonden, geïllustreerd, 256 pagina's, voorzien van stofomslag in kleur, € 49,50. Kluwer, Deventer, ISBN 978 9013 09795 5.