Terwijl er in Den Haag aan een regeer- en gedoogaccoord gewerkt werkt, waarvan nog maar moet blijken dat het werkt, wordt er in Amsterdam wekelijks en soms dagelijks gewerkt aan de uitbouw en de verrijking van het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT). In behandeling zijn twee onuitgegeven laat-middeleeuwse prozaromans Ponthus ende Sidonie en Valentijn ende Oursson. Die zullen naar verwachting begin volgend jaar worden geïntegreerd.
Regelmatige raadplegers van het REMLT kunnen of zullen gezien hebben aan de datum dat de afzonderlijke letters stilzwijgend ververst worden, maar dat het totaal-bestand minder frequent vernieuwd wordt. Vanavond heb ik het REMLT in zijn geheel ververst.
Om het REMLT te raadplegen -- al was het maar voor het vinden van een ongebruikelijke naam voor een kind dat geboren gaat worden -- klikke men op [de link onder] de titel van dit bericht. De toegang is gratis en zonder inlognaam en wachtwoord.

Waarom is Terschelling de bakermat van het Nederlandse balladeonderzoek? Waarom zijn volksverhalen nog altijd populair? Wie was Julius Moorman? Het antwoord op deze vragen vindt u in de eerste digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut, die op 1 oktober verschijnt. Met de maandelijks te verschijnen nieuwsbrief wordt de lezer nog meer betrokken bij het diverse onderzoek van het Meertens Instituut.
Onlangs verscheen een door de Anne Frank Stichting geautoriseerde stripbiografie van ’s werelds beroemdste onderduikster. In zowel Vlaanderen als Nederland is het een trend: de historische strip. Hoe ver kunnen we gaan in de verstripping van onze geschiedenis? Is de Holocaust bijvoorbeeld wel een thema dat je in een strip kunt verwerken? Voorstanders zeggen dat een stripverhaal kansen biedt om jongeren historisch besef bij te brengen, meer dan een droge tekst uit een schoolboek. Is dat inderdaad zo? Of bestaat het gevaar dat complexe historische gebeurtenissen in een stripverhaal niet goed uit de verf komen, met oppervlakkige historische kennis als gevolg?
Gisteren, 28 september 2010, werd het eerste exemplaar van de (digitale) Nieuwsbrief van het Ruusbroecgenootschap via e-mail verstuurd. De Nieuwsbrief komt in de plaats van de ad hoc-berichtgeving over zaken als de voorjaarslezingen, de Ruusbroecdag, workshops, congressen en zo verder. Het Ruusbroecgenootschap wil met de uitgave van de Nieuwsbrief uiteraard de gebruikelijk informatie verstrekken over wat op het gebied van onderzoek, onderwijs en dienstverlening gebeurt binnen het instituut. Maar het wil de Nieuwsbrief ook inzetten om te komen tot afstemming en samenwerking met zusterinstellingen, dichtbij én veraf. Om dat laatste doel te bereiken moet de bestaande adreslijst worden aangepast en uitgebreid.
Over de schrijver Willem Frederik Hermans (1921-1995) en zijn werk zijn al talloze boeken geschreven. Literatuur als noodzaak van Gerard Raat is echter de eerste studie die de verschillende aspecten van zijn schrijverschap in hun onderlinge samenhang belicht. Aan de hand van zijn verhalende en beschouwende proza laat G.F.H. Raat zien hoe Hermans’ poëtica, thematiek en techniek wortelen in zijn visie op het bestaan. Hermans ziet de literatuur als het ultieme wapen om zijn persoonlijke waarheid in de geest van zijn onwillige medemensen te branden. Literatuur is voor hem een bestaansvoorwaarde en bittere noodzaak. Deze werkelijkheidsconceptie komt tot uitdrukking in zijn thematiek; vruchteloos proberen de personages van Hermans de buitenwereld te overtuigen van hun gelijk in een universum dat geen waarheid kent. Tot slot plaatst Raat het werk van Hermans in een literair-historisch kader.
In haar zorgvuldig samengestelde oeuvre probeert de bekende schrijfster Margriet de Moor het ongerijmde te beschrijven: de toevallige ontmoetingen die een leven kunnen veranderen, die ene verhuiswagen die nèt de hoek om komt draaien als je uit het raam kijkt. En dat allemaal in de losse, quasi-laconieke vertelwijze die het werk van De Moor kenmerkt. Margriet de Moor is donderdag 30 september 2010 te gast bij Burcht Literair in Leiden. Ze zal vooral over haar laatste roman spreken, de historische roman De Schilder en het Meisje.
Op dinsdag 19 oktober 2010 vindt in het Flageygebouw in Brussel vanaf 10.30 uur de derde Taaldag van de VRT plaats. De Taaldag 2010 van de VRT heeft als ondertitel: 'Het zal niet om te lachen zijn!'. Humor is dan ook het thema.
Op 19 november 2010 organiseert het Obe Postma Selskip in het Fries Historisch Centrum Tresoar (Boterhoek 1, 8911 DH) te Leeuwarden een studiedag rond de fascinatie van Obe Postma voor Jan Slauerhoff. Ze spreekt uit een aantal gedichten bij zijn dood op hem en uit een essay, ‘De foarkar foar Slauerhoff’, dat hij in 1955 in het literaire tijdschrift De Tsjerne publiceerde. Hij voelde als dichter wel een heel intense band met Slauerhoff, maar hij was bepaald niet de enige. Op de studiedag zullen zeven sprekers aan het woord komen die deskundig zijn op de verschillende gebieden van de literatuur- en cultuurgeschiedenis. In samenwerking met Tresoar is ook een expositie opgezet.
Wim Brands (dichter en bekend van o.m. het tv-programma Boeken) en Erik Lindner (dichter en recensent) zullen vanaf zondagmiddag 10 oktober 2010 in hun nieuwe programma In het hoofd van de dichter maandelijks een dichter uitnodigen met wie ze het maakproces van één particulier gedicht uitvoerig gaan bespreken. Eén uur lang, één gedicht. Zin voor zin, woord voor woord ontrafelen zij de onderkant van het tapijt: Waar komen ideeën vandaan? Welke voorwerpen inspireren de dichters? Wat gebeurt er in het hoofd tijdens het dichten? De eerste gast is K. Schippers, een dichter die geen introductie meer behoeft en als geen ander zijn zienswijze op het maken van poëzie weet te verwoorden.
Hoe kunnen we het literaire erfgoed niet alleen zorgvuldig bewaren maar ook toegankelijk maken voor steeds weer nieuwe generaties lezers, museumbezoekers en andere geïnteresseerden? Dat is de centrale vraag tijdens het Vlaams-Nederlands symposium ‘Erfgoed!’ op 13 oktober 2010 in Antwerpen.
Er is een fabeldier dat “Komrij” heet,
Bij Uitgeverij Coutinho is verschenen Handboek Nederlands als tweede taal in het volwassenenonderwijs door Bart Bossers, Folkert Kuiken en Anne Vermeer (red.). Een actueel en compleet handboek voor Nederlands als tweede taal.
Prof. Janet van Hell, hoogleraar Taalontwikkeling en tweede taalverwerving aan de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft een subsidie van 2,8 miljoen dollar toegekend gekregen voor een groot internationaal onderzoek naar cognitieve en neurale processen in taalverwerking van tweetaligen. De subsidie is afkomstig van de Amerikaanse National Science Foundation (NSF). Prof. Van Hell, die tevens gasthoogleraar is aan Pennsylvania State University, heeft samen met drie Amerikaanse collega’s (Judith Kroll, Giuli Dussias en Ping Li) de leiding over een vijf jaar durend programma waarin toonaangevende onderzoekers op het gebied van taal- en cognitiewetenschap uit de Verenigde Staten, Europa, en Azië samenwerken. 


Dertig dagen was hij onderweg, een witte roos leggend op de graven van de honderd schrijvers, die onze literatuur hebben gemaakt tot wat zij nu is. Om zijn passie voor literatuur te delen, ondernam Aad Meinderts, directeur van het Letterkundig Museum, begin dit jaar een literaire roadtrip, die hij vastlegde in woord en beeld. De reis voerde hem door Nederland en Vlaanderen, maar bracht hem ook in onder meer Parijs en Londen. Zijn vrolijk literaire avontuur was vol van onverwachte ontmoetingen en bijzondere belevenissen.