Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

woensdag 30 juni 2010

Col: Column 71 Marc van Oostendorp: Ik zal het wel weten (juni 2010)

Heb ik weleens iets ontdekt? Is er ooit weleens een taalverschijnsel geweest dat mij als eerste opviel en iemand anders niet? Ik zit nu toch al een paar jaar in het vak, het wordt toch weleens tijd, zou je zeggen. Maar ik kan het me niet herinneren. Ik beeld mezelf in dat ik verschijnselen goed kan interpreteren en verklaren, en dat ik ze een plaats weet te geven in de rommelige kathedraal die taalwetenschap heet – maar echt een totaal nieuwe observatie heb ik geloof ik niet op mijn naam staan.

Daarom ben ik blij met het Meldpunt Taal dat het Meertens Instituut, het INL en een hele rij andere partners enkele weken geleden begonnen zijn.

maandag 28 juni 2010

Lit:: De Leidsche straatschender


De Leidsche straatschender, Of de Roekelooze Student. Editie Rietje van Vliet. Zoeterwoude, Astraea 2010. 176 pgs. Duivelshoekreeks 18. ISBN 978-90-75179-28-6. Prijs: € 19,50 excl. verzendkosten. Te bestellen: uitgeverijastraea@mac.com

De Leidsche Straat-schender (ca. 1679) is een van de vroegste pornografische romans uit de Nederlandse geschiedenis. Het boek verscheen in twee delen en kreeg gedurende de hele achttiende eeuw vele herdrukken. Omdat de handel in subversieve werkjes als dit niet was toegestaan, werd het waarschijnlijk onder de toonbank verkocht.

De hoofdpersoon van De Leidsche Straat-schender is Jodocus, een gesjeesde student medicijnen en een groot liefhebber van drank, dobbelen en dienstmeiden. De roman is een aaneenschakeling van een groot aantal avonturen die hij alleen of samen met zijn medestudenten beleeft.

De lezer wordt getrakteerd op hilarische verhalen over hoe hij dienstboden te slim af is. Over een uitgelubberde hospita die ’s nachts bij hem in bed kruipt. Over hoertjes en hoerenmadammen. Over een triootje met twee ‘nimfjes’. Over verkrachtingsscènes. Over stront, pis en braaksel. Over knokpartijen en over allerlei vernuftige manieren om schijnheiligheid, gierigheid en ijdelheid te bestraffen.

vrijdag 25 juni 2010

Nieuws: Jury Grote Jongerenliteratuur Prijs geïnstalleerd

Donderdag 25 juni is in Amsterdam de jury van de Grote Jongerenliteratuur Prijs geïnstalleerd.

De jury bestaat naast voorzitter Hedy d'Ancona (oud-minister WVC) uit Ilke Froyen (programmering het Beschrijf te Brussel), Jenny de Jonge (vertaler Engels-Nederlands, oud-uitgever en oud-docent), Carolien Krikhaar (consulent voortgezet onderwijs Bibliotheek Utrecht), Martijn Koek (docent Nederlands), Mirjam Noorduijn (recensent De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad) en Daan van der Valk (boekhandel De Vries Haarlem).

De Grote Jongerenliteratuur Prijs is een initiatief van Stichting Lezen en het Nederlands Letterenfonds. Ondanks de recente belangstelling voor boeken voor jongeren, is er geen literaire prijs voor deze boeken. In samenspraak met auteurs, boekverkopers, bibliothecarissen, uitgevers, CPNB, Stichting Lezen Vlaanderen en de Nederlandse Taalunie werd de opzet voor de nieuwe prijs uitgewerkt. Doel van deze prijs is boeken voor jongeren een gezicht te geven in het boekenvak, de bibliotheek en het literatuuronderwijs. Stichting Lezen benadrukt met de prijs het leesplezier dat jongerenliteratuur aan een breed publiek biedt. Het Nederlands Letterenfonds stimuleert met de prijs de aandacht voor en de positie van auteurs en vertalers van jongerenliteratuur.

De juryleden zullen de komende maanden ruim tachtig ingezonden boeken voor jongeren lezen en beoordelen. In november zulen twee boeken bekroond worden, één oorspronkelijk Nederlandstalig en één vertaald Young Adult-boek. De Nederlandse of Vlaamse auteur ontvangt een prijzengeld à € 5.000,- De buitenlandse auteur deelt zijn bekroning met de vertaler van zijn boek, ieder ontvangt € 2.500,-.

In 2011 wordt er naast deze vakjuryprijs ook een publieksprijs toegekend door jongeren zelf. In samenwerking met CJP wordt er vanaf voorjaar 2011 een stemcampagne georganiseerd op scholen, in bibliotheken, boekhandels en via internet.

Bron: Stichting Lezen Nieuwsbrief

Agenda: Eerste UvA summerschool over de geschiedenis van het boek


In de ban van het boek

De Bijzondere Collecties en de Leerstoelgroep Boekwetenschap en Handschriftenkunde van de Universiteit van Amsterdam organiseren van 22 augustus t/m 3 september de summerschool In de ban van het boek. Het is de eerste keer dat deze summerschool plaatsvindt. Het zal een jaarlijks terugkerend evenement worden.

Deelnemers aan de summerschool kunnen kiezen uit een ‘à la carte’-programma dat interessant is voor iedereen die in de ban is van het boek: onderzoekers, studenten, bibliotheek- en museummedewerkers en alle andere liefhebbers van boeken en manuscripten, bibliotheken en antiquariaten, druktechnieken en typografie, papier, perkament en inkt.

Van college tot masterclass

Het gevarieerde aanbod van de summerschool bestaat uit colleges, cursussen, workshops en masterclasses over het boek in al zijn gedaanten en variaties. Handschriften, oude drukken, landkaarten, pocketboeken, vormgeving en het productieproces – alles wat met boeken en drukwerk te maken heeft komt aan de orde.

De programmaonderdelen worden verzorgd door docenten en deskundigen van de UvA en conservatoren van de Bijzondere Collecties. Daarnaast zijn er verschillende bijdragen van externe experts. De rijke historische verzamelingen van de Universiteitsbibliotheek – de Bijzondere Collecties – vormen de basis van alle activiteiten.

Rondleidingen en collectiepresentaties

Naast het ‘à la carte’- programma overdag zijn er in de avonduren rondleidingen en presentaties van belangrijke verzamelingen uit de Bijzondere Collecties. De rondleidingen en collectiepresentaties zijn gratis of voor een klein bedrag toegankelijk en ook bedoeld als randprogrammering voor congresbezoekers van het International Congress of Historical Sciences (ICHS 2010) dat dit jaar in Amsterdam wordt gehouden van 22 t/m 28 augustus.

Alle informatie over programma, prijzen, locaties en aanmelding is te vinden op http://www.bijzonderecollecties.uva.nl/summerschool

Contact: summerschool-bc@uva.nl

Voorbeelden uit het gevarieerde programma:

Archeologie van het handschrift
Materie van het boek
Omgaan met bijzondere materialen
De waarde van het boek, het handschrift en de prent
Koken met Magirus (koken in de 17de eeuw)
Het beeld van Nederland in Amerikaanse kinderboeken
Er zit muziek in de Bijzondere Collecties (de Toonkunstcollectie)
Irma Boom – boeken ontwerpen
Theo van den Boogaard – striptekenen
Het Jiddische boek in Amsterdam
Joodse handschriften in Amsterdam
Geschiedenis van de drukletter in de handpersperiode
Het leven van letters na het lood
Topstukken uit de Bijzondere Collecties

Verder: rondleidingen door de tentoonstelling Irma Boom: Biography in Books, door de Bijzondere Collecties, door het Allard Pierson Museum en door de Artis Bibliotheek. En presentaties over belangrijke verzamelingen uit de Bijzondere Collecties zoals de Bibliotheca Rosenthaliana, Kaarten en atlassen, Middeleeuwse handschriften en vroege drukkunst, Verzamelingen en archieven van het boekenvak, Nederlandse strips, de Collectie van het Nederlandsch Schoolmuseum, Kookboeken uit de Lage Landen, Moderne literaire collecties, en Bijbels en kerkboeken.

Het programma wordt bovendien aangevuld met een talkshow, een Boekensalon over Boudewijn Büch, boekpresentaties en informele bijeenkomsten.

donderdag 24 juni 2010

Nieuws: Antwerps stadsgedicht

Salette in het Paleis op de Meir

Woensdag 23 juni 2010 presenteerde stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen samen met dichteres Ruth Lasters het vierde stadsgedicht Salette. Beide dichters schreven het gedicht naar aanleiding van de opening van het Paleis op de Meir. Het werd er op avontuurlijke wijze ingehuldigd.

Stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen heeft samen met dichteres Ruth Lasters het vierde Stadsgedicht Salette geschreven. Tijdens de opening van het Paleis op de Meir resideerde Peter Holvoet-Hanssen onder de naam Pierre Creuxpied in de paleisvertrekken. Hij sprak er met bezoekers, ontving er zijn ‘maîtresse-in-de-poëzie’ Lady Ruth Lasters en verdiepte zich in de geschiedenis van het Paleis. De briefwisseling met zijn ‘maîtresse’ leidde tot het Stadsgedicht Salette. Woensdag 23 juni stelden ze samen hun gedicht voor waarbij ze hun brieven naar elkaar door postduiven lieten bezorgen.

Ontwerpers Jelle Jespers en Kevin Hoste stelden daarna de bijzondere installatie Carrier Pigeon voor die ze maakten naar aanleiding van het stadsgedicht. De installatie is vanaf 23 juni in de balkonzaal van het Paleis op de Meir te bewonderen. In januari 2012 gaat het ontwerp samen met alle Stadsgedichten de schatkist in, die Peter Holvoet-Hanssen tijdens zijn afscheid als stadsdichter plechtig zal overdragen aan de stad Antwerpen.

Agenda: Derde Caraïbische Letterendag

De Werkgroep Caraïbische Letteren wil er u nu alvast op attenderen dat de Derde Caraïbische Letterendag zal plaatsvinden op zaterdag 25 september 2010 om 19.30 uur in het gloednieuwe Bijlmer Parktheater, aan het Anton de Komplein 240 in Amsterdam-Zuidoost.


De bijeenkomst met gasten uit het Caraïbisch gebied zal gewijd zijn aan het Caraïbische theater. Er zullen verschillende scènes worden opgevoerd en becommentarieerd door tal van bekende gasten uit Suriname, de Nederlandse Antillen, Aruba en Nederland, o.m. Maarten van Hinte, Jenny Mijnhijmer, John Leerdam, Albert Schoobaar, Sharda Ganga en Norman de Palm. Na afloop een groot Caraïbisch knalfeest!

Volg onze prachtige blogspot Caraïbisch Uitzicht voor up-to-date nieuws:

http://caraibischeletteren.blogspot.com

Deze blogspot bevat inmiddels al meer dan 700 berichten over de Caraïbische cultuur aan beide zijden van de oceaan, en werd al door bijna 150.000 mensen bezocht! Ook uw eigen berichten kunt u ter plaatsing aan ons doorgeven. U vindt aan de rechterzijde ook tal van links naar websites en blogspots op het gebied van de cultuur en de literatuur.

Wij hopen u op 25 september te mogen verwelkomen!

Maatschappij der Nederlandse Letterkunde
Werkgroep Caraïbische Letteren
Postbus 3432
1001 AE Amsterdam
E-mailadres werkgroepcarlet@gmail.com
Website http://www.caraibischeletteren.com

Nieuws: Corpus Nederlands dialectmateriaal

UNIEK PIONIERSWERK VAN VLAAMSE DIALECTOLOOG NU ONLINE
Miljoenen gegevens over dialect na 125 jaar vrij beschikbaar

Het levenswerk van Pieter Willems (1840-1898) was een ongekend grootschalig onderzoek naar de dialecten van het Nederlands. Door de enorme omvang van zijn onderzoek is hij er echter nooit toe gekomen om zijn resultaten zelf te publiceren.


Precies 125 jaar nadat Willems zijn beruchte dialectschriftjes begon te verzamelen, maakt het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) de resultaten van zijn werk nu eindelijk vrij beschikbaar.

De dialectschriftjes van Pieter Willems tellen samen 35.000 bladzijden, goed voor 8 strekkende meter papier. De digitale versie van het Corpus Dialectmateriaal Pieter Willems bestaat uit 19.000 afbeeldingen en bevat maar liefst 4 miljoen items uit de dialecten van Vlaanderen, Nederland en Frans-Vlaanderen.

Doorzoek hier het Corpus Dialectmateriaal Pieter Willems
http://ctb.kantl.be/corpora/CPWNL

Pas verschenen: Awaters spoor



Niels Bokhove. Awaters spoor. Literaire omzwervingen door het Utrecht van Martinus Nijhoff. Deel 18 in de reeks Literaire wandelingen

Tussen 1933 en 1941 woonde Martinus Nijhoff (1894-1953) in Utrecht. Hier schreef hij zijn bekendste werken: ‘De moeder de vrouw’, (‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’), ‘Het kind en ik’, ‘Awater’ en ‘Het uur U’.

Pas verschenen: Rudi Malfliet: Van den Vos Reynaerde. De feiten.


Van den vos Reynaerde is een vaste waarde in de canon van de Nederlandse literatuur. Op scholen en aan universiteiten staat hij steevast op de leeslijst; wetenschappers buigen zich eeuwen na het ontstaan ervan nog steeds over de diepere gronden en het vernuft dat aan de tekst ten grondslag liggen. Die studie wordt echter grotendeels gevoerd vanuit een literatuurwetenschappelijke invalshoek, waarbij de tekst het middelpunt van de belangstelling is.

dinsdag 22 juni 2010

Tentoonstelling: Bomans. Potret van een levenskunstenaar

De Hallen Haarlem presenteert deze zomer een tentoonstelling over Godfried Bomans. Jarenlang gold hij als meest gelezen auteur van ons land. De expositie geeft een beeld van de veelzijdigheid van Bomans’ talent: als schrijver, als componist èn als tv-persoonlijkheid. Ook worden originele boekillustraties getoond en is werk te zien van zijn kunstenaarsvrienden, onder wie Mari Andriessen, Anton Heyboer en Kees Verwey. De tentoonstelling Bomans. Portret van een levenskunstenaar in De Hallen Haarlem duurt van 19 juni tot en met 5 september 2010. Zie voor meer informatie: http://www.dehallenhaarlem.nl/tentoonstellingen

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXXXII: Wat ging er door het hoofd van Dick Advocaat?

De taalprof signaleerde het incident op Twitter, de taaldokter schreef een korte diagnose op zijn weblog. Het gebeurde in het programma Studio Sportzomer van zondag 20 juni 2010 (op 22:30 ongeveer). Te gast waren onder andere Leo Beenhakker en Dick Advocaat, en op een gegeven moment ging het over de kwaliteiten van voetballer Mark van Bommel. Advocaat zei: “Dat wordt toch nog een beetje onderkend.” Onmiddellijk werd hij gecorrigeerd door Jack van Gelder, die zei: “Miskend” Maar Advocaat liet zich niet uit het veld slaan en hij merkte op: “Miskend ook, maar ook onderkend.” De verwarring leek compleet (“Of is het miskend?”), Yoeri Mulder schakelde Beenhakker in (“Je zou 'm helpen”), die er een geintje van maakte (“Ik heb ook maar zes jaar mavo”), en daarop werd de taalkundige discussie weer ingeruild voor voetbal. Wat gebeurde daar precies?


maandag 21 juni 2010

Pas verschenen: bundel Praagse Perspectieven 6

Praagse Perspectieven 6, Handelingen van het colloquium van de sectie Nederlands van de Karelsuniversiteit te Praag, op 22 en 23 oktober 2009. Onder redactie van Zdenka Hrnčířová, Kees Mercks, Jan Pekelder, Ellen Krol en Jesse Ultzen. Praag: Universitaire pers 2010. 204 blz. ISBN 978-807308-306-9.

In mei 2010 is verschenen de bundel Praagse Perspectieven 6, met lezingen en bijdragen over Nederlandse taal- en letterkunde. Het letterkundige onderdeel is gewijd aan ‘Het beeldverhaal in Nederland, België en Tsjechië’ en het taalkundige aan: ‘Het Nederlands van de 21e eeuw.’

vrijdag 18 juni 2010

Nieuws: Gerbrand Bakker wint de internationale IMPAC Dublin Literary Award

Donderdag 17 juni heeft Gerbrand Bakker voor zijn debuutroman 'Boven is het stil' de internationale IMPAC Dublin Literary Award gewonnen, waarmee hij in 2006 debuteerde. De IMPAC-prijs is een prijs voor een in het Engels geschreven of vertaald boek. Het is voor het eerst dat een Nederlander de prijs wint. 'Boven is het stil' is in het Engels uitgebracht onder de titel 'The Twin' en is daarnaast ook in 9 andere talen vertaald.

Nieuws: Dr. P.A. Tiele-Stichting Scriptieprijs 2010

In 2010 schrijft de Dr. P.A. Tiele-Stichting weer een prijs uit voor de beste scriptie op het gebied van de boekwetenschap. De Tiele-Stichting wil de wetenschap van het boek in al haar aspecten bevorderen. Zij doet dit door middel van leerstoelen, wetenschappelijk onderzoek, wetenschappelijke publicaties, symposia, lezingen etc. en sinds 2007 door het bekronen van opmerkelijke scripties.

Tiele-Scriptieprijs 2010

De Tiele-Stichting looft een prijs uit voor de beste scriptie op het gebied van de boekwetenschap in de ruimste zin des woords. Deelname staat open voor iedere studerende aan een WO- of HBO-opleiding in Nederland. De scriptie moet gereed gekomen zijn in het academisch jaar 1 september 2009 - 1 september 2010 en door de onderwijsinstelling aanvaard zijn. Reeds gepubliceerde scripties komen niet in aanmerking. De taal van de scriptie is Nederlands of Engels.

Jury

De jury bestaat uit drie personen. Voor de Tiele-scriptieprijs 2010 hebben zitting in de jury: dr. Lizet Duyvendak, universitair hoofddocent Letterkunde aan de faculteit Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit, drs. Pierre Pesch, bibliothecaris van het Rotterdamsch Leeskabinet en lid van de redactie van het Jaarboek van de NBV, en dr. Joost Kircz, Lector Elektronisch Uitgeven bij het Domein Media, Creatie en Informatie van de Hogeschool van Amsterdam.

Voor de beste inzending looft de Tiele-Stichting € 1.000, - uit. Daarnaast streeft de Tiele-Stichting ernaar om in overleg met de auteur de scriptie te (doen) publiceren in een passend vakblad, op internet of als afzonderlijke publicatie. De sluitingsdatum voor de inzending is 1 oktober 2010.

Inlichtingen en inzending

Inlichtingen over de scriptieprijs zijn te verkrijgen bij Maaike Rietrae, coördinator van de Dr. P.A. Tiele-Stichting, e-mail: info@tiele-stichting.nl, website: www.tiele-stichting.nl.

De scriptie dient in papieren vorm in tweevoud te worden gestuurd naar:

Jury Scriptieprijs Dr. P.A. Tiele-Stichting
p/a Gottmer Uitgevers Groep
Postbus 317
2000 AH Haarlem

Daarnaast dient de scriptie als een PDF-file of Word-document via e-mail gezonden te worden aan tiele@gottmer.nl.

De Dr. P.A. Tiele-Stichting – opgericht in 1953 en vernoemd naar de vermaarde bibliograaf en bibliothecaris dr. P.A. Tiele (1834-1889) – heeft sinds 2003 de vorm van een samenwerkingsverband voor boekwetenschap waarin vrijwel alle wetenschappelijke en marktgelieerde organisaties en instellingen op dit terrein zijn vertegenwoordigd.

donderdag 17 juni 2010

Column 76: Abilant

Je vindt bijna nooit waar je gericht naar zoekt, maar al zoekend vind je vaak iets waar je óók naar zocht. Treffender laat zich het leven van een onderzoeker moeilijk typeren.
Afgelopen week overkwam het mij weer.
Nadat ik via An Smets (Tabularium, Centrale Bibliotheek, KU Leuven) scans ontvangen had van het "Fragment van een onbekende ridderroman" – waarover ik eerder schreef in Een digitale knekelput – kon ik nu ook de andere kant van Fragment 598 bekijken. Geen eigennaam te bekennen. Had ik ook niet verwacht. In dat geval zou iemand anders al veel eerder dit fragment geïdentificeerd hebben.

woensdag 16 juni 2010

Nieuws: Beatrijs internationaal

Van de Beatrijs bestaat slechts één Middelnederlands handschrift, maar het aantal vertalingen is enorm. De eerste Nederlandse vertaling verscheen in 1879 (Honigh) en daarna volgden er nog minstens zeven (de laatste door Willem Wilmink, 1995). Minder bekend is dat de tekst ook internationaal verspreid raakte. Zo zijn er vertalingen in het Duits (1870, 1901, 1919, 1938), het Engels (1896, 1901, 1909, 1915, 1927), het Frans (1897, 1930, 1949), het Tsjechisch (ca. 1910), het Afrikaans (1939), het Esperanto (1986), het Noors (1990), het Fries (1993) en zelfs in het dialect van Spakenburg (2005). Enkele van deze vertalingen zijn sinds kort ook op de DBNL beschikbaar. Dat de tekst tot de literaire canon behoort, blijkt ook uit de vele bewerkingen zoals die van Boutens (lyriek), Teirlinck (toneel) en Landré (opera). En ook hier bleef de uitstraling niet tot het Nederlands beperkt, getuige Maeterlincks toneelstuk Soeur Béatrice (1901) en de cultuurkritische bewerking in het Papiamento door Frank Martinus Arion (Ser Betris, 1968).

Nieuws: Meldpunt Taal Online

Sinds gisteren is het Meldpunt Taal online, een nieuwe website waarop taalgebruikers al hun observaties over het Nederlands kwijt kunnen: nieuwe woorden, of juist ouderwetse die weer ergens opduiken, ergernissen of juist gelukkige ontdekkingen, opmerkelijke zaken in kindertaal, mediataal of de taal van de straat.

maandag 14 juni 2010

Nieuws: Maartje de Haan nieuwe directeur Museum Meermanno

Maartje de Haan (1963) wordt per 1 augustus 2010 directeur van Museum Meermanno Huis van het boek in Den Haag. Zij is thans nog werkzaam als conservator tentoonstellingen bij het Van Gogh Museum te Amsterdam. Hier was zij ondermeer verantwoordelijk voor de exposities ‘Avant Gardes’, ‘Alfred Stevens’ en ‘Paul Gauguin, doorbraak naar de Moderniteit’.

Kunsthistorica Maartje de Haan is met het boekenvak in contact gekomen in de periode dat zij als conservator werkzaam was bij het Prenten- en Tekeningenkabinet van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam (1993-2001). Ook als manager/directeur van het Haagse Museum Mesdag was zij betrokken bij diverse boekproducties. Haar eigen publicaties hebben vooral betrekking op negentiende-eeuwse kunst.

Naast de tentoonstellingen, die Maartje de Haan in het Van Gogh Museum en in Museum Mesdag organiseerde, voerde zij een zeer actief beleid ten aanzien van culturele evenementen en festivals, waarvan de Indische Zomer (2005) de bekendste is. In dit kader werkte ze intensief samen met diverse culturele instellingen, het bedrijfsleven en vermogensfondsen. Bij Museum Meermanno zal Maartje de Haan zich inzetten om het museum onder een breder publiek bekendheid te geven, zonder aan kwaliteit en verdieping in te boeten.

Maartje de Haan is de opvolger van Leo Voogt, die met ingang van 1 juni 2010 is aangetreden als directeur van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB). In de periode van 1 juni tot 1 augustus wordt de directeursfunctie waargenomen door Rien Schouten, hoofd bedrijfsvoering/plv. directeur.

zondag 13 juni 2010

Nieuws: Lancering Vlaamse Erfgoedbibliotheek

DE VLAAMSE ERFGOEDBIBLIOTHEEK SNIJDT EEN NIEUW HOOFDSTUK AAN!

Op 11 juni werd de vzw Vlaamse Erfgoedbibliotheek feestelijk voorgesteld in de historische Nottebohmzaal van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience in Antwerpen. Voor de verzamelde erfgoedbibliothecarissen uit Vlaanderen en Brussel ontvouwde de voorzitter de plannen van deze nieuwe netwerkorganisatie voor erfgoedbibliotheken. Tegelijkertijd werden ook de website en de prentkaartenreeks Een A B C van erfgoedbibliotheken gepresenteerd.





DE VZW VLAAMSE ERFGOEDBIBLIOTHEEK

De Vlaamse Erfgoedbibliotheek is een nieuw beleidsinstrument dat in het leven geroepen werd door het Cultureel-erfgoeddecreet van 23 mei 2008. Dat decreet creëerde de mogelijkheid dat een samenwerkingsverband van representatieve erfgoedbibliotheken samen de rol zouden vervullen van Vlaamse Erfgoedbibliotheek. Daarmee werd – voor het eerst – een aanzet gegeven tot de ontwikkeling van een beleid voor erfgoedbibliotheken. Die instellingen zijn de behoeders van historisch en cultureel waardevol erfgoed zoals prachtig verluchte handschriften, zeldzame incunabelen, kostbare oude drukken en historische kranten.

Voor deze sector die lange tijd in de schaduw heeft gestaan treedt de Vlaamse Erfgoedbibliotheek voortaan op als ankerpunt . Maar evengoed richt de organisatie zich tot iedereen die een hart heeft voor de geschreven, gedrukte en digitale erfgoedcollecties van bibliotheken. Via diverse projecten en onderzoek wil de Vlaamse Erfgoedbibliotheek expertise ontwikkelen en kennis verspreiden rond de ontsluiting, digitalisering en conservering van bewaarcollecties in bibliotheken. Verder wil de vzw het publiek bewust maken van het rijke bibliotheekerfgoed dat in Vlaanderen en Brussel aanwezig is.

De komende jaren wordt er ondermeer werk gemaakt van twee masterplannen. Het ene (preservering en conservering) zal de bewaaromstandigheden van Vlaamse collecties in kaart brengen en voorstellen formuleren voor een gecoördineerde aanpak. Het andere beoogt hetzelfde te doen voor wat betreft de ontsluiting van collecties. Verder zullen de zes partnerbibliotheken werk maken een gedeeld collectiebeleid en Flandrica.be: een virtuele erfgoedbibliotheek. Daarnaast wordt er verder gewerkt aan de databanken met oude drukken (Short Title Catalogus Vlaanderen) en krantencollecties (Abraham). Ook initiatieven die erfgoedbibliotheken en hun collecties bij een breder publiek bekend maken - zoals tentoonstellingen of de prentkaartenreeks Een A B C van erfgoedbibliotheken behoren tot de opdracht van de vzw.

De Vlaamse Erfgoedbibliotheek ontvangt hiervoor werkingsmiddelen van de Vlaamse Gemeenschap.

EXCLUSIEVE PRENTKAARTENREEKS “EEN A B C VAN ERFGOEDBIBLIOTHEKEN”

Op 11 juni werd Een A B C van erfgoedbibliotheken voorgesteld. Dit is een exclusieve prentkaartenreeks die - van Acquisitie tot Zorg – het verhaal vertelt van erfgoedbibliotheken.
De Vlaamse Erfgoedbibliotheek wil de zichtbaarheid van erfgoedbibliotheken verhogen door het publiek bewust te maken van hun diversiteit en rijkdom. Om die reden vroeg de vzw aan fotograaf Stefan Tavernier om de functies, gebouwen, medewerkers, bezoekers, collecties, enzovoort van twaalf verschillende bewaarbibliotheken in beeld te brengen. Zijn foto’s vertellen een verhaal van verzamelen, bewaren, onderzoeken, ontsluiten én koesteren.

Stefan Tavernier verbeeldt de schatten die deze instellingen bezitten, maar ook de uitdagingen waarmee ze dagelijks worden geconfronteerd. Daarbij worden confronterende beelden van verzuurde kranten, door inktvraat aangetaste partituren en beschimmelde boeken niet uit de weg gegaan. Daartegenover staan foto’s die getuigen van de goede zorgen waarmee erfgoedcollecties dagdagelijks worden omringd. We tonen oude drukken die op een leeskussen liggen om beschadiging van de band te voorkomen, klimaatregeling die de bewaaromstandigheden controleert en schatten die veilig weggeborgen zijn in kluizen en compactusrekken.

Een selectie van 26 beelden werd gebruikt om de prentkaartenreeks Een A B C van erfgoedbibliotheken te maken. Elk beeld is gekoppeld aan een begrip uit de wereld van de bewaarbibliotheken. Die thema’s beginnen telkens met een andere letter van het alfabet. A staat voor Acquisitie, B voor bibliofiel, C voor catalogus, enzovoort. Een korte begeleidende tekst licht deze begrippen uit het vakjargon toe zodat ze voor iedereen begrijpelijk worden. Opzet is om het brede publiek het A, B, C van erfgoedbibliotheken te leren door hen te laten kennismaken met diverse aspecten die de werking van een erfgoedbibliotheek typeren.

Er werden in totaal 6.000 reeksen gedrukt die vanaf 14 juni 2010 worden verspreid in de sector en onder het publiek. Ze kunnen ook voor vijf euro besteld worden via de website van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek (www.vlaamse-erfgoedbibliotheek.be). Beelden uit de reeks vindt u als bijlage.

WWW.VLAAMSE-ERFGOEDBIBLIOTHEEK.BE ONLINE

Op 11 juni ging de nieuwe organisatiewebsite van de vzw Vlaamse Erfgoedbibliotheek online. Deze site moet uitgroeien tot een portaal voor medewerkers van erfgoedbibliotheken, onderzoekers en al wie belangstelling heeft voor cultureel erfgoed. Zij vinden er niet alleen een overzicht van de initiatieven en projecten van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek, maar ook allerhande informatie die erfgoedbibliotheken in hun werking ondersteunt.

Verder biedt de website toegang tot de drie databanken die de vzw onderhoudt:
• Collecties: een databank met collectiegegevens van erfgoedbibliotheken die toelaat om – o.a. via Google Maps – te kijken welke erfgoedbibliotheken in de buurt bepaalde type collecties bezitten (bv. oude drukken, handschriften, partituren, kranten, …)
• Short Title Catalogus Vlaanderen: een online-databank van het gedrukte boek in Vlaanderen in de zeventiende en achttiende eeuw die dit jaar 10 jaar bestaat
• Abraham-online: een databank van Belgische kranten in Vlaamse bibliotheken en andere erfgoedinstellingen

NETWERK VAN ZES PARTNERBIBLIOTHEKEN

De vzw Vlaamse Erfgoedbibliotheek is een netwerk van erfgoedbibliotheken. Het werd eind 2008 opgericht door zes diverse, representatieve bibliotheken uit de verschillende Vlaamse provincies waarvan enkele ook verankerd zijn in de academische wereld.
Deze partnerbibliotheken zijn:
• de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience in Antwerpen
• de Universiteitsbibliotheek Antwerpen
• de Openbare Bibliotheek Brugge
• de Universiteitsbibliotheek Gent
• de Provinciale Bibliotheek Limburg in Hasselt
• de Universiteitsbibliotheek Leuven
Elk van deze partnerbibliotheken bezit specifieke collecties en - daarmee samenhangend - een bepaalde expertise. Die kennis en ervaring zetten zij mee in om de sector van erfgoedbibliotheken in Vlaanderen te ondersteunen. Daartoe ontwikkelt de Vlaamse Erfgoedbibliotheek samen met haar partners diverse projecten.
LOGO

Het logo werd in opdracht van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek ontworpen door het communicatiebureau Big Bazart (nu Change Designers). We kozen voor een fris en hedendaags beeld in rood en zwart/grijs: twee veel gebruikte kleuren in de boekdrukkunst. De jaarringen verwijzen naar papier als grondstof voor boeken, kranten en tijdschriften. Ze symboliseren ook het verleden (erfgoed) en groei (toekomst). Met enige verbeeldingskracht ziet u in het logo ook een vingerafdruk (fingerprint), een netwerk (samenwerking) of een beschermende koepel (zorg).

MEER INFORMATIE?

Raadpleeg onze website of contacteer de coördinator (Eva Wuyts) via:
• eva@vlaamse-erfgoedbibliotheek.be
• 03 338 87 92
• 0495 776 111
• www.vlaamse-erfgoedbibliotheek.be

donderdag 10 juni 2010

Agenda: Derde Cross-over Congres, Universiteit Leiden

Derde Cross-over Congres, Universiteit Leiden, 12 januari 2011

BALANS EN PERSPECTIEF VAN DE INTERDISCIPLINARITEIT IN DE LETTERKUNDIGE NEERLANDISTIEK

In de letterkundige neerlandistiek is in toenemende mate sprake van kruisverkeer tussen de kern van het vak, te weten interpretatie en (historische) beschrijving van literaire teksten, en disciplines die in het verleden als hulpwetenschappen golden. Nu multi- en interdisciplinariteit in de humaniora regel, zo niet norm zijn geworden, kijken we anders tegen deze verhouding aan. Niet langer is er een hiërarchisch onderscheid tussen de kern- versus de ondersteunende discipline; veeleer gaat het hier om een symbiose van gelijkwaardige disciplines die in wederzijdse doordringing innoverende benaderingen en grensverleggende resultaten opleveren.

Tijdens dit derde Cross-over congres willen we de balans opmaken van de neerlandistische interdisciplinariteit en tegelijk nagaan welke kansen en mogelijkheden nog onvoldoende benut zijn. We doen dat in de volgende secties:

Neerlandistiek en geschiedenis

Vooraanstaande vakbeoefenaars als Van Oostrom, Pleij, Anbeek en anderen hebben vanaf de jaren tachtig een trend gezet waarbij de literatuurgeschiedenis in nauwe samenhang met de algemene historiografie werd gebracht. In de ogen van sommigen werd het onderscheid met cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis zo wel erg gering en leed de aandacht voor de intrinsiek-esthetische aspecten van de behandelde teksten daaronder. Wegen de voordelen hier op tegen de nadelen? Moet de gesignaleerde trend verder worden versterkt? Zijn er specifieke aandachtsgebieden of casussen waar deze trend bij uitstek tot zijn recht kan komen?

Neerlandistiek en boekwetenschap en mediastudies

Zowel voor de middeleeuwse, vroegmoderne als moderne periode is het inzicht ontstaan – eerst in het buitenland, daarna ook in de neerlandistiek – dat de studie van literaire teksten veel heeft te winnen bij meer systematische aandacht voor de materiële kant van de overlevering van literatuur, of het daarbij nu gaat om handschriften, gedrukte boeken of digitale media. Het gaat daarbij niet om de combinatie van literairhistorische en boekhistorische kennis als zodanig, maar om de vraag in hoevere beide disciplines elkaar doordringen en bepalen. Geldt dit voor alle periodes in de literatuurgeschiedenis in gelijke mate? Wat zijn de gevolgen van dit inzicht voor de editiewetenschap? Hoe is het momenteel gesteld in onderzoek en onderwijs met specialismen als codicologie/paleografie, analytische bibliografie, variantenonderzoek?

Neerlandistiek en sociologie

Dankzij het werk van de zgn. Tilburgse school (Verdaasdonk, Van Rees en hun promovendi) heeft de institutionele literatuursociologie in Nederland vaste voet aan de grond gekregen. Dorleijn en Joosten zijn in dit spoor verder gegaan; daarnaast is er het onderzoek naar specifiek Nederlandse literaire verschijnselen van Jansen, De Nooy, De Glas en anderen. Zijn de mogelijkheden in deze voldoende benut? Moet er worden gestreefd naar een synthese van literatuurgeschiedschrijving en literatuursociologie?

Neerlandistiek en stilistiek

Onderzoek naar stilistiek heeft nooit echt een hoge vlucht genomen binnen de neerlandistiek, hoewel de rijke vakgeschiedenis tal van aanzetten (en soms wel meer dan dat) vertoont. Die aanzetten dateren in veel gevallen van vóór de Tweede Wereldoorlog, toen taal- en letterkunde nog geen specialismen vormden en het begrip ‘filologie’ nog geen pejoratieve klank had. Retorica heeft traditioneel meer aandacht getrokken, maar werd in de praktijk vooral toegepast op de oudere letterkunde. Met het onderzoek van de mediëvisten Willaert en Van Driel is stilistisch onderzoek terug van weggeweest. Ook wordt bij het onderzoek in de oudere perioden van het Nederlands stilistiek ingezet voor auteursherkenning (onder meer in het werk van Van Dalen-Oskam,Van Driel, Kestemont).

In de moderne stilistiek zijn twee tendensen te onderscheiden: de cognitieve benadering en de kwantitatieve of corpusstilistiek. In de cognitieve stilistiek worden inzichten uit de cognitieve taalkunde en blending theory ingezet bij de literaire interpretatie om tot een betere (cognitief plausibele) verklaring te komen van interpretatiemechanismen van de lezer. De corpusstilistiek sluit aan bij de roep om meer inzet van kwantitatieve gegevens in de literatuurstudie, een thema dat ook past binnen de opkomst van de digital humanities.
Het gebruik van taalkundige en kwantificerende methodes en technieken moet leiden tot nauwkeuriger, controleerbare en meer intersubjectieve resultaten. Kan de stilistiek deze claim waarmaken? Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van (corpus-)stilistisch onderzoek?

Neerlandistiek en kunstgeschiedenis

Een dankbaar en veelbeoefend onderzoeksterrein is de relatie tussen woord en beeld. Bij de vervaardiging van edities wordt tegenwoordig meer en meer rekening gehouden met onderzoek dat focust op intermedialiteit. Onderzoek naar zestiende- en zeventiende-eeuwse emblematiek is al geruime tijd een internationaal specialisme, maar wat doen neerlandici met de geïllustreerde blogs van Arnon Grunberg, de geïllustreerde gedichten van Erwin Mortier, de fotoboeken-met-tekst van Kousbroek en de door Dirk Matena verstripte versies van Reve, Elsschot en anderen?

Neerlandistiek en natuurwetenschappen

Vanuit de middeleeuwen zijn we bekend met de artes liberales. De artes vormden het ordenend principe bij kennisoverdracht en ordening van kennis in het algemeen. In de mediëvistiek wordt sinds enkele decennia intensief aan artes-onderzoek gedaan. In een wat breder verband kan voor de oudere periode worden gewezen op de studie van wetenchapsgeschiedenis, waarvan de wortels vanzelfsprekend terugreiken tot in de klassieke oudheid. Als in de achttiende eeuw het autonome literatuurbegrip ontstaat , lijken de natuurwetenschappen – in tekstueel opzicht – eigen wegen te gaan. Toch zijn er in de moderne tijd auteurs (niet zelden gezegend met een dubbeltalent) die zich oriënteren op de natuurwetenschappen: Leo Vroman, Gerrit Krol, Harry Mulisch, Willem Frederik Hermans, Rudy Kousbroek. Waar/hoe vindt de cross-over plaats? Is het belangrijk dat dat gebeurt? Kunstgeschiedenis kent het fenomeen van de kunstenaar in het laboratorium. Hoe kan de neerlandistiek de in gang gezette onderzoekslijn op dit gebied (met name van Wiel Kusters en Ben Peperkamp) doortrekken?

Neerlandistiek en filosofie

Anders dan in de algemene literatuurwetenschap en de cultural studies is er in de neerlandistiek weinig gebruik gemaakt van het werk van poststructuralistische filosofen als Derrida, Foucault en Lacan. Zelfs de hermeneutiek van Gadamer lijkt niet echt te zijn doorgedrongen. Lijdt men aan koudwatervrees?En zo ja, waaraan ligt dan? Missen we zo de aansluiting bij het internationale discours? En geldt dat voor de oudere letterkunde evenzeer (of anders?) als voor de moderne letterkunde?

Neerlandistiek en godsdienstwetenschap

Tot de dag van vandaag wordt de Nederlandstalige literatuur mede gekenmerkt door een uitgesproken verhouding tot de religie. Behoudens aanzette in het werk van Goedegebuure en Oegema is hiernaar nog betrekkelijk weinig systematisch onderzoek verricht. Aan de andere kant valt op dat exegetische studies van het Oude en Nieuwe Testament in toenemende mate gebruik maken van verworvenheden van de literatuurwetenschap (Fokkelman, Van Wolde, Weren). Ook buiten de wetenschap, met name in de moderne preekcultuur, worden literatuur en bijbel steeds vaker op elkaar betrokken. Is hier sprake van een veelbelovende kruisbestuiving? Welke onverkende casussen zijn hier voorhanden?

Praktisch

Om voldoende gelegenheid te scheppen voor discussie, werken we met prepapers. In de bijdragen kunnen uiteraard specifieke casussen worden uitgewerkt, maar het spreekt voor zich dat casussen vergezeld van algemenere en/of methodologische reflecties aanleiding zullen geven tot vruchtbaarder ideeënuitwisseling. Prikkelende hypothesen worden aangemoedigd. De organisatoren streven ernaar om in elke sessie specialisten van de historische en de moderne literatuur samen te brengen.

Voorstellen voor bijdragen

Voorstellen voor bijdragen (± 300 woorden) worden verwacht voor 15 augustus 2010 op de volgende adressen:

j.l.goedegebuure@hum.leidenuniv.nl

of

w.van.anrooij@hum.leidenuniv.nl


Verder

Begin september wordt er een definitief programma samengesteld. Nadere informatie is vanaf die tijd te vinden op http://www.hum.leidenuniv.nl/nederlands.

dinsdag 8 juni 2010

Nieuws: Nieuw leven voor tijdschriften: oude jaargangen digitaal op DBNL

Op 7 juni is in Spui 25 in Amsterdam bekend gemaakt dat meer dan zestig bestaande literaire, culturele en wetenschappelijke tijdschriften samen met de Digitale Bibliotheek voor de
Nederlandse Letteren (www.dbnl.org) hun oude jaargangen gaan digitaliseren. Literaire tijdschriften als Tirade, Hollands Maandblad en De Revisor doen mee, naast algemeen culturele
tijdschriften als De Gids, DW B en Ons Erfdeel, en wetenschappelijke tijdschriften als TNTL en Spiegel der Letteren. Het maakt onderdeel uit van een nog omvangrijker project waarin uiteindelijk ten minste duizend oudere tijdschrifttitels digitaal worden gemaakt. Het gaat om een van de grootste literaire digitaliseringsoperaties in Nederland en Vlaanderen. Het deel met de lopende tijdschriften omvat bijna anderhalf miljoen pagina’s en wordt binnen drie jaar voltooid.

Dat de digitale tijdschriften in een behoefte voorzien, bewijzen de verschillende jaargangen die nu al op de DBNL-site beschikbaar zijn; ze worden veelal honderden en niet zelden duizenden keren per maand geraadpleegd. Met als gevolg dat vergeten gedichten, verhalen, essays en artikelen weer gevonden worden en een tweede leven beginnen. Niemand overziet nu al welke schatten binnenkort digitaal gedolven kunnen worden, maar dat de opbrengst van culturele digitaliseringsprojecten als deze groot is, staat vast. Nog belangrijker is dat tijdschriften ontdekt worden door nieuwe lezers en daardoor aan vitaliteit winnen.

Enkele cijfers:
- DBNL digitaliseert ten minste 60 lopende tijdschriften: in
totaal 1.400.000 pagina's
- daarnaast worden of zijn ruim 900 oudere tijdschriften
gedigitaliseerd: 7.000.000 pagina's
- aantal auteurs dat heeft bijgedragen: ten minste 50.000
- gemiddelde vertraging voor online brengen oude jaargangen: 2 à
3 jaar
- het oudste periodiek dat deelneemt is: Jaarboek van de
Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (verschijnend sinds
1766)
- meest omvangrijke deelnemende tijdschrift: De Gids, verschijnend
sinds 1837, met een totale omvang van 300.000 pagina's
- jongste tijdschriften die deelnemen zijn ZL (verschijnend sinds
2001), Awater (2002) en Het Liegend Konijn (2003)

Verschillende tijdschriften zullen hun recente jaargangen zonder enige vertraging online willen brengen, zoals Lava, Gierik, Brakke Hond, De Zeventiende Eeuw, Tiecelijn en Queeste. Andere
tijdschriften kiezen voor een vertraging van vijf jaar, zoals Tirade, Kort Verhaal en Vonk.. Veruit de meeste tijdschriften zitten daar tussenin met een vertraging van 2 à 3 jaar.

Voorts hebben diverse tijdschriften (ca. 20%) laten weten graag te willen experimenteren met e-books en printing on demand. Daartegenover is het opvallend dat niet één van de deelnemende
tijdschriften serieus overweegt om de papieren uitgave geheel te stoppen. Wel zal ongeveer een derde van de tijdschriften ertoe overgaan om een deel van de actuele inhoud alleen op internet
raadpleegbaar te maken.

Het grootste probleem dat bij digitalisering van moderne tijdschriften opgelost dient te worden is het regelen van toestemmingen van de vele auteurs die in de loop van de jaren aan
tijdschriften heben bijgedragen. In het DBNL-project wordt dit in een gecoördineerde actie collectief aangepakt. DBNL vraagt bij iedere auteur in één keer toestemming namens alle tijdschriften. De vooraanstaande tijdschriften De Gids, Hollands Maandblad,
Tirade en De Revisor, alle vanaf het begin bij dit initiatief betrokken, hebben het belang van het project onderstreept, door belangrijke auteurs de overeenkomst te laten tekenen. Voor de
tijdschriften zijn aanwezig: Maarten Asscher, Thomas Rosenboom, Dirk van Weelden, Carel Peeters, Erik Bindervoet, Robbert-Jan Henkes, Gustaaf Peek, Merijn de Boer en Abram de Swaan.

zie de websites:
Athenaeum Boekhandel: www.athenaeum.nl/dag
Vereniging literaire tijdschriften: www.literairetijdschriften.info

zie ook het actuele Overzicht van Vlaamse en Nederlandse literaire
tijdschriften: www.literairetijdschriften.org
http://www.literairetijdschriften.org/

Bron: nieuws@dbnl.org

Pas verschenen: Ik heb u den Havelaar niet verkocht. Multatuli contra Van Lennep

Nadat Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, de gewezen assistent-resident van Lebak) in het najaar van 1859 zijn Max Havelaar had geschreven, kwam het manuscript in handen van de invloedrijke schrijver Jacob van Lennep. Die zorgde ervoor dat het bij een ‘fatsoenlijke’ uitgever verscheen. Daarvoor moest Van Lennep wel het ‘kopijregt’ op de Havelaar krijgen. De argeloze Multatuli stuurde hem zo’n verklaring. In 1860 verscheen Max Havelaar, of de koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Na de verschijning en het succes van het boek betwistte Multatuli Van Lennep het recht op het manuscript. Hij spande een rechtszaak tegen hem aan, die hij ook in hoger beroep verloor.

Nieuws: Jan Hoekema nieuwe bestuursvoorzitter Nederlands Letterenfonds

Het bestuur van het Nederlands Letterenfonds heeft met ingang van
heden een nieuwe bestuursvoorzitter: Jan Hoekema (1952). Hoekema volgt
Klaas de Vries en Tjalling Halbertsma op, die de fusie tussen het
Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds en het Fonds voor
de Letteren bestuurlijk hebben begeleid. De nieuwe voorzitter Hoekema
paart grote politiek-bestuurlijke kennis en ervaring aan liefde voor
kunst en literatuur.

Jan Hoekema is sinds 2007 burgemeester van Wassenaar en werkte 21
jaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Na zijn vertrek uit de
Tweede Kamer, Hoekema was acht jaar Kamerlid voor D66, keerde
hij in 2003 terug naar het ministerie als Directeur onderzoek,
onderwijs en cultuur. Hoekema hield zich hier samen met het ministerie
van Onderwijs als ambassadeur intensief bezig met het bevorderen van
de internationale culturele samenwerking. Zijn huidige nevenfuncties weerspiegelen zijn bijzondere belangstelling voor cultuur.

De brede internationale ervaring van Hoekema sluit nauw aan bij de
ambities van het Nederlands Letterenfonds: het stimuleren van de
diversiteit van buitenlandse literatuur in Nederlandse vertaling en
van Nederlandse literatuur in het buitenland. In het kader van de
fusie ontving het fonds voor de komende jaren extra financiële steun
van OCW om zijn plannen te verwezenlijken, ook op het gebied van
nieuwe ontwikkelingen in literatuur en boekenvak.

Hoekema is benoemd door de staatssecretaris van OCW, Marja van
Bijsterveldt. Met het aantreden van Jan Hoekema nemen Klaas de Vries
(voorheen voorzitter NLPVF) en Tjalling Halbertsma (voorheen
voorzitter FvdL) afscheid van het fonds.

De verwachting is dat het Nederlands Letterenfonds dit najaar een
gezamenlijk onderkomen vindt in Amsterdam. Momenteel werkt het fonds
vanuit de vestigingen aan de Huddestraat en het Singel.

Pas verschenen: Peter van Zonneveld. 'Max Havelaar - Multatuli. Tekst in Context Reeks'

Peter van Zonneveld. Max Havelaar ‐ Multatuli. Tekst
in Context Reeks. Amsterdam: Amsterdam University Press , mei 2010.
ISBN 978-90-8964-195-3, paperback, 104 pagina’s, rijk geïllustreerd,
EUR 17,50. Een docentenhandleiding verschijnt deze zomer: ISBN
978-90-8964-218-9, EUR 9,95
Max Havelaar van Multatuli wordt beschouwd als een hoogtepunt
van de Nederlandse literatuur.

Nieuws: Taalunie en GridLine werken samen rond terminologie

Nog voor de zomermaanden beginnen de Nederlandse Taalunie en het
bedrijf GridLine BV uit Amsterdam aan het terminologieproject
TermTreffer. Dat project is gericht op het ontwikkelen van een
softwareprogramma voor de extractie van termkandidaten uit digitale
vakteksten in het Nederlands. De applicatie zal in staat zijn in
Nederlandstalige vakteksten termen van gewone woorden te onderscheiden
en die vervolgens te selecteren uit de tekst, samen met een reeks
taalkundige kenmerken zoals geslacht, vervoegingen en verbuigingen.

Het project is van groot belang voor de volwaardige deelname van onze
taal in het zakelijk, wetenschappelijk, technisch en juridisch
communicatieverkeer. Hierin duiken vele vaktermen op die voor
vakspecialisten een heldere betekenis hebben, maar die voor
niet-vakgenoten en voor gewone mensen onduidelijk of zelfs
onbegrijpelijk zijn. Daarom is het van belang deze termen te
verzamelen en in ruimer maatschappelijk verband te ontsluiten.

Het softwareprogramma zal vakmensen in staat stellen om hun
terminologie te evalueren, te beheren en waar nodig aan te passen en
biedt ook woordenboekmakers de kans om termen in hun woordenboeken op
te nemen en deze nauwkeurig voor een algemeen publiek te beschrijven.
Terminologieverzamelingen zijn ook nodig om vertalers in staat te
stellen om complexe vakteksten te vertalen van de ene in de andere
taal en daarbij ook de juiste vertaalequivalenten te kiezen. Ten
slotte zijn terminologiebanken van belang voor kennisbeheer en voor
het beheren en ontsluiten van grote informatiesystemen, zoals
bijvoorbeeld de wet- en regelgeving binnen een bepaald land.

Zonder software voor terminologie-extractie moet het verzamelen van
termen binnen vakgebieden handmatig gebeuren en dat kost veel tijd en
geld. Bovendien worden zoveel vakteksten geproduceerd en verandert de
terminologie binnen vakgebieden zo snel dat een handmatige selectie
eenvoudigweg geen optie meer is. De selectie moet noodgedwongen worden
geautomatiseerd. Het zijn computers die een basisselectie maken, zodat
de mens zich kan beperken tot het corrigeren en bewerken van die ruwe
selectie.

De Nederlandse Taalunie heeft het project aan GridLine gegund op basis
van een aanbesteding naar Europees recht. De ontwikkeling van het
computerprogramma zal ongeveer een jaar in beslag nemen en ca. EUR
150.000 gaan kosten. De projectuitvoering wordt wetenschappelijk
ondersteund en geëvalueerd door een groep experts op het vlak van
taaltechnologie en terminologie en gecoördineerd door Tom
Vanallemeersch (Lessius Hogeschool, Antwerpen).

De Taalunie zal het softwareprogramma via de TST-Centrale bij het INL
beschikbaar stellen aan alle potentiële gebruikers, o.a.
vertaaldiensten, e-overheid, software-ontwikkelaars en
wetenschappelijk onderzoekers.

Met de ontwikkeling van dit computerprogramma brengt de Nederlandse
Taalunie opnieuw een essentieel hulpmiddel tot stand dat noodzakelijk
is om het Nederlands volwaardig te integreren in de moderne
informatie- en communicatietechnologie (ICT). De Taalunie heeft het
afgelopen decennium in haar beleidsplannen veel aandacht besteed aan
de taaltechnologie, om ervoor te zorgen dat onze taal qua
bruikbaarheid in moderne toepassingen gelijke tred kan houden met de
grote, ons omringende talen.

Nieuw nummer Onze Taal

INHOUD 79ste jaargang nummer 6 juni 2010
Inhoud Onze Taal, 79ste jaargang, nummer 6, juni 2010
  • Berthold van Maris: “By-de-way en agter alles”. Zuid Afrikaanse
    Tsotsitaal: stoere mannentaal met een toefje Nederlands

Pas verschenen: Stijn Streuvels en de Europese literatuur. Jaarboek 15

Stijn Streuvels en de Europese literatuur. Jaarboek 15 van het Stijn Streuvelsgenootschap. Red. Stijn Vanclooster en Marcel De Smedt. Kortrijk: Stijn Streuvelsgenootschap, 2010, 260 p., EUR 25.

Dit nieuwe jaarboek bundelt opstellen die het werk van Stijn Streuvels vanuit Europees perspectief benaderen. Die comparatistische invalshoek, die in de Nederlandse literatuurstudie sinds een aantal jaren meer wordt ingenomen, maakt met het oog op de West-Vlaamse schrijver velerlei gevarieerd onderzoek mogelijk.

Nieuws: Ellen Zandink wint Literaire Prijs van de provincie Gelderland 2010

Ellen Zandink heeft de Literaire Prijs van de provincie Gelderland
2010 gewonnen. De prijs werd gisteren in het Arnhemse Posttheater aan
haar uitgereikt door de Gelderse gedeputeerde voor Cultuur, Hans
Esmeijer. Zandink (38) kreeg de prijs (een bedrag van 1.250 euro en
een publicatie in literair tijdschrift Parmentier) voor haar
verhaal ‘Enkele reis retour’.

De Literaire Prijs van de provincie Gelderland is een open
schrijfprijs voor beginnende auteurs in het Nederlandse taalgebied en
wordt in opdracht van de provincie Gelderland jaarlijks georganiseerd
door literair tijdschrift Parmentier en literair productiehuis
Wintertuin.


De opdracht van alweer de zestiende editie van deze wedstrijd was het
schrijven van een kort verhaal of drie gedichten met als thema ‘de
leegte’. Iets meer dan 170 schrijvers zonden een bijdrage in. De
inzendingen werden beoordeeld door een vakjury die dit jaar bestond
uit universitair docent Yra van Dijk, dichter Peter van Lier en
recensent Bertram Mourits. De jury nomineerde tien bijdragen voor de
prijs: Rita Brunning, Hanny Dolmé, Bart van Eck, Margarita Hoek,
Geertje Kindermans, Farida Laan, Jerker Spits, Lia Spitters, Ton
Vogels en Ellen Zandink.

Zandink werd geprezen voor haar taalbeheersing en de opbouw van haar
verhaal. Ze ‘weet hoe je details zó kunt uitvergroten dat ze betekenis
krijgen die boven de context van het verhaaltje uitstijgt,’ aldus de
jury. Geertje Kindermans (46) kreeg voor haar verhaal ‘Frituu Sm Ihoe’
de prijs voor ‘de beste Gelderse debutant’ (goed voor 750 euro).
Volgens de jury beschikt zij over ‘een sterk beeldend vermogen’.
Farida Laan (45) viel niet in de prijzen maar kreeg een eervolle
vermelding voor het stilistische vuurwerk in haar verhaal ‘Boem’.

Het winnende verhaal staat samen met het juryrapport afgedrukt in de
nieuwe Parmentier die deze maand zal uitkomen. De tien
genomineerde inzendingen komen op de website van Parmentier te
staan: http://www.literairtijdschriftparmentier.nl/.

Voor meer informatie zie: http://www.literairtijdschriftparmentier.nl

Nieuws: Nederlandse Voornamenbank online!

De Nederlandse Voornamenbank, met de 500.000 verschillende voornamen
die in Nederland gedragen worden is sinds 3 juni 2010 online op:

http://www.meertens.knaw.nl/nvb.

Voor elke voornaam wordt gegeven hoeveel personen die naam in
Nederland dragen, mannen en vrouwen, en als eerste naam of als tweede
of volgende naam. Ook wordt de populariteit van elke naam getoond
sinds 1880. Dat maakt het mogelijk om te zien of een naam in opkomst
is, wanneer de naam het meest populair was, of dat de naam alweer uit
de gratie is. Ook wordt de verspreiding van de voornaam gegeven, op
basis van de hele bevolking in 2006, naar geboortegemeente. Voor
20.000 namen is een uitleg en verklaring beschikbaar. Elke ouder kan
nu zien of een voornaam in Nederland al eens geaccepteerd is, wat de
aangifte van een naam vergemakkelijkt. De populariteitsgrafieken tonen
de grote ontwikkeling die de voornaamgeving heeft meegemaakt in de 20e
eeuw.

De Nederlandse Voornamenbank (NVB) is een samenwerkingsproject van het
Meertens Instituut van de KNAW en de Universiteit Utrecht. Hij is
internationaal uniek in de omvang, compleetheid en gevarieerdheid van
de gegevens. De NVB is het complement van de Nederlandse
Familienamenbank die op 3 december 2009 gelanceerd werd, en alleen al
in die maand 18 miljoen hits telde.

Pas verschenen: Wiel Kusters 'Pierre Kemp. Een leven'

Zojuist is bij uitgeverij Vantilt verschenen:

Wiel Kusters. Pierre Kemp. Een leven. Nijmegen: Vantilt 2010.
ISBN 9789460040443; gebonden; met leeslint; rijk geïllustreerd; 800
pagina’s, EUR 39,95.

Een van de boeiendste eenlingen uit de Nederlandse poëzie van de
twintigste eeuw is de dichter Pierre Kemp (1886-1967).

Pas verschenen: twee nieuwe boeken van uitgeverij Druksel

Pas verschenen:'Vijf ziekteverhalen'van Christophe Van Gerrewey. 48 bladzijden. 126 gesigneerde exemplaren. 20euro.

'Truths of Stone'een gedicht van Jan Lauwereyns en Michael Palmer, vertaald door Tom Van deVoorde, met een beeld van Nicolas Leus. 24 bladzijden. 226 door auteurs enkunstenaar gesigneerde exemplaren. 20 euro.

Meer informatie kunt u vinden op http://www.druksel.be.

Agenda: Afscheidsfeest Joseph Vromans, 1 oktober 2010 aan de Université de Liège

Afscheidsfeest Joseph Vromans

In oktober 2010 gaat prof. dr. Joseph Vromans met emeritaat. De
vakgroep Nederlands van de Université de Liège nodigt u van harte uit
op vrijdag 1 oktober 2010 om hun afscheidnemende collega in de
bloemetjes te zetten.

Programma

14.00 u. Verwelkoming door prof. dr. Guy Janssens
14.10 u. Lezing van prof. dr. Fons Moerdijk: ‘Woordenboek en maatschappij’
15.00 u. Muzikaal intermezzo
15.15 u. Hulderede door prof. dr. Erik Spinoy (voorzitter Département de
Langues et Littératures modernes, Université de Liège)
15.30 u. Afscheidswoord van prof. dr. Joseph Vromans
15.45 u. Receptie

De festiviteiten vinden plaats in de Salle Wittert, in de gebouwen van
de Letterenfaculteit in het centrum van Luik, Place du 20-Août 7
(hoofdingang):

http://www2.ulg.ac.be/acces/plans/CVplangen.html

http://www2.ulg.ac.be/acces/plans/20aout.html

De Letterenfaculteit bevindt zich op 10 minuten wandelafstand van het
treinstation Liège Palais. Wie de bus neemt, stapt uit aan de Place de
la République française (bij de Opera). Vandaar is het nog 3 minuten
lopen.

Voor de praktische organisatie vragen wij u tegen uiterlijk 15
september 2010 uw komst te bevestigen op het volgende adres:
lien.devos@ulg.ac.be

Namens de vakgroep Nederlands,

Kris Steyaert

Vacature: Lecteur de néerlandais aan de Université Paul Verlaine-Metz (deadline: vr 11 juni 2010)

Bij de Section de Néerlandais van de Université Paul Verlaine-Metz ontstaat per 1 september 2010 een vacature voor een

Lecteur de néerlandais (m/v)

Agenda: Finale van het eerste seizoen van het poëzieprogramma De Mansarde, zondag 13 juni 2010 te Nijmegen

De finale van het eerste seizoen van het poëzieprogramma De Mansarde
van het Vlaams Cultureel Kwartier in Nijmegen: 'n Feest voor de geest.

zondag 13 juni 2010 aanvang 15.00 uur
Arsenaalpoort 6, Nijmegen

Chrétien Breukers presenteert zijn voorkeur:
Mark Boog, Delphine Lecompte, Erik Lindner

entree EUR 7,50 / studenten ?4,-
reserveren: info@vcknijmegen.nl / http://www.vcknijmegen.nl

Informatie over de drie deelnemende dichters en de presentator:

Mark Boog (Nieuwegein, 1970)
Inmiddels een grote naam in de Nederlandse poëzie. Debuut in
2000 met 'Alsof er iets gebeurt'. Meest recente bundel: 'Er moet
sprake zijn van een misverstand'. Het is geen misverstand om te
denken dat Boog nog veel moois voor ons in petto heeft.

Delphine Lecompte (Gent, 1978)
Zij debuteerde in 2009 in de Nederlandse taal met 'De dieren in
mij'. Daarvoor schreef ze proza en poëzie in het Engels. Met haar
Nederlands debuut is zij genomineerd voor de Buddingh'prijs.
Die wordt op 15 juni uitgereikt. Hopelijk aan haar.

Erik Lindner (Den Haag, 1968)
Hij is dichter, criticus en aandachtig poëzielezer. Debuteerde met
'Tramontane' in 1996. Zijn meest recente bundel is 'Tafel' uit 2004.
Lindner is bloemlezer en maakt radioreportages over literatuur.

Chrétien Breukers (Leveroy, 1965)
Dichter, bloemlezer en uitgever van poëzie. Debuteerde in 1991
met 'Vandaag in deze stad'. Meest recente bundel: 'Korte geschiedenis
van het voorafgaande' (2005). Bracht in 2006 '25 jaar
Nederlandstalige poëzie, 1980 - 2005, in 666 en een stuk of wat
gedichten' uit. In 2006 begon hij met Uitgeverij Contrabas. Op
http://www.decontrabas.com vindt u verder alles over zijn werk.

Pas verschenen: deel 27 van Voortgang, jaarboek voor de neerlandistiek

Onlangs is deel 27 verschenen van Voortgang, jaarboek voor de
neerlandistiek. De inhoud is als volgt:


  • Simon Smith: Ware minnaars en valse vrijers. Over de
    liefdesthematiek in Die Riddere metter Mouwen
  • Ludo Jongen: Wanneer het God behaagt. Kritische editie met
    hertaling en inleiding van Vander vernieuwingh des sepulturen
    vander helegher moedere, zuster Coletten, zoet oec breeder bescreven
    staet inden anderen bouc voeren gheteekent aldus: Eene memorie ofte
    cronike vanden conventen van Sinte Colette met meer ander zaken

    (Gent, Monasterium Bethlehem/Zusters arme
    clarissen-coletienen,handschrift 70)

Pas verschenen: Mark Boog 'De grondsoldaat'

Na een winterse stilte is nu de tijd gekomen voor de presentatie van
DE GRONDSOLDAAT van Mark Boog.

Mark Boog (1970) debuteerde in 2000 met de bundel ALSOF ER IETS
GEBEURT
voor welke hij de C. Buddingh'-prijs ontving. In 2006
publiceerde hij DE ENCYCLOPEDIE VAN DE GROTE WOORDEN, die met
de prestigieuze VSB-poëzieprijs werd bekroond.

Agenda: Vergelijkende taalkunde-workshop: 'A Germanic Sandwich 2010: Dutch between English and German' , 17 en 18 september 2010 te Oldenburg

Vergelijkende taalkunde-workshop: 'A Germanic Sandwich 2010: Dutch between English and German'
Waar? Universiteit van Oldenburg (Duitsland) Wanneer? 17-18 September 2010

In het najaar van 2005 vond in Berlijn een workshop plaats met als onderwerp de vergelijking van de drie Germaanse talen Nederlands, Engels en Duits. De aanleiding voor deze workshop was de publicatie in 1956 van 'Nederlands tussen Duits en Engels', een studie van de bekende Nederlandse taalkundige C.B. van Haeringen.

Nieuw nummer van Taalschrift

Het nieuwe nummer van Taalschrift staat online.

Reportage / interview: "Met eenvoudigere juridische taal was de
kredietcrisis er nooit gekomen".

"Opdat gedaagde hiervan niet onwetend zou zijn heb ik haar gelaten
zijnde en sprekende als voorzegd, kopie van onderhavig exploot,
afgegeven onder gesloten omslag, gelijkvormig de wet, zo nodig."

Nieuws: Nieuwe website: 15.000 spreekwoorden over vrouwen online

“Trouw nooit een vrouw met grote voeten!” Is dat een spreekwoord uit
Mozambique of uit China? Het goede antwoord is dat het in beide talen
voorkomt. Op 18 mei werd de website


http://www.womeninproverbsworldwide.com


gelanceerd. Via deze website worden ruim 15.000 spreekwoorden uit de
hele wereld, die prof. dr. Mineke Schipper tijdens een jarenlang
onderzoek heeft verzameld, voor het eerst wereldwijd toegankelijk.

Agenda: Symposium 'Tussen beleving en verbeelding. Steden in een spanningsveld, 1800-1914', 10-11 maart 2011 te Nijmegen (Call for papers)

Symposium - Call for Papers
Tussen beleving en verbeelding. Steden in
een spanningsveld, 1800-1914 do 10 - vr 11 maart 2011, Radboud
Universiteit Nijmegen

Eigenlijk begrepen negentiende-eeuwers in Europa hun steden niet
meer, zoveel wordt al snel duidelijk voor wie de zeer verschillende
manieren bestudeert waarop over de stad werd geschreven.
Associeerden sommigen de stad met vrijheid, rijkdom en artistieke
inspiratie, anderen merkten er slechts de ongezondheid, de
eenzaamheid, de zedeloosheid en de herrie van op. De oorzaak voor
die verwarring valt niet ver te zoeken. Industrialisering,
technologische vooruitgang en verhoogde mobiliteit veranderden de
negentiende-eeuwse leefruimte in een onwaarschijnlijk tempo. Met
name in de steden leidden deze processen tot bruuske
perspectiefwijzigingen en werd de ruimte steeds opnieuw anders
beleefd. Tussen beleving en verbeelding. Steden in een
spanningsveld, 1800-1914
, een vervolg op het congres Naties
in een spanningsveld
(2009), waarvan de proceedings in het
voorjaar van 2010 bij uitgeverij Verloren zullen verschijnen, staat
in het teken van die telkens hernieuwde stadsbeleving en de
wisselende beeldvorming die zij met zich meebrengt. Centraal staat
de vraag welke getuigenis literaire en andere teksten uit de lange
negentiende eeuw (1800-1914) daarvan brengen.


In methodologisch opzicht wil dit congres ten eerste
nadrukkelijk verschillende disciplines met elkaar confronteren. Er
wordt meer bepaald bewust gezocht naar een kruisbestuiving van
literatuurwetenschap en -geschiedenis met drie andere
onderzoeksgebieden - te weten cultuur- en sociale geschiedenis,
architectuur- en stedenbouwgeschiedenis en kunstgeschiedenis/visuele
cultuur. Die kan van tweeërlei aard zijn: ze kan theoretisch
van insteek zijn, door inzichten uit de ene discipline in te zetten
om een nieuw licht te werpen op bronnenmateriaal uit de andere
discipline, maar ook kunnen literaire discoursen geconfronteerd
worden met niet-literaire discoursen. Ten tweede biedt dit congres
zowel ruimte aan Nederlandstalige case studies als ook aan
transnationale casussen van waaruit een link met de Lage Landen
gelegd kan worden. Het is tevens de bedoeling dat zoveel mogelijk de
sociale verschillen, inclusief die van gender, in de beleving van de
stedelijke ruimte in rekening gebracht worden.


Concreet willen wij vier spanningsassen vooropstellen,
waarrond wij de diverse onderzoeksvragen clusteren. De eerste heeft
betrekking op de spanning tussen de stad als een plaats van
arbeid en de stad als een plaats van ontspanning
. Daarbij valt
niet alleen te denken aan de beleving van winkelruimtes (passages,
warenhuizen, winkelstraten) en van typische plaatsen van vertier
zoals theaters, parken, cafés, dierentuinen of bordelen, maar
ook aan kantoren, fabrieken, bouwplaatsen, havens en aan de
werkplaatsen van de geest: academische ruimtes (studeerkamers,
universiteitsbibliotheken). In de wereldtentoonstelling komen beide
functies van de stad, werken en zich ontspannen, samen.

Onder de tweede spanningsas valt de representatie van ruimtes
die de spanning tussen de publieke sfeer en de
privésfeer
impliceren. De verbeelding van interieurs
behoort daartoe (van cafés, van wachtkamers, van
schrijvershuizen,...), maar ook het motief van het uiterlijke
vertoon, het naar buiten gekeerde interieur, zoals dat zichtbaar
wordt in onder meer uitstalramen en gevels. Bijzondere aandacht
verdienen in deze context ook ruimtes waarin geloof beleefd kan
worden: kerken, kloosters, bedevaartsoorden en kapelletjes.

De derde as heeft betrekking op ruimtes waarin de
tegenstelling tussen mobiliteit en stilstand een rol speelt.
Concreet denken wij dan aan ruimtes die met toerisme te maken hebben
(de oude stadskern, musea, wereldtentoonstellingen), met verkeer
(stations, metro, tram) en met migratie en internationalisme. De
negentiende-eeuwse stad profiteert van technologische ontsluiting,
maar ondergaat ook allerlei vormen van musealisering.

Bij de vierde en laatste spanningsas wordt gekeken naar de
oppositie tussen regulering en (ongecontroleerde) groei.
Worden groene plaatsen in de stad beleefd als onderbreking van de
voortwoekerende bebouwing, als stadse droom van een afwezige natuur
(parken, periferie, stadsboerderijen), hoe werd stadsanering
geïnterpreteerd (het vuil en het geld, gedempte grachten en
leien, sloppenwijken) en welke visies op stadsuitleg spelen er zoal:
wordt die bebouwing buiten het oude centrum, omsloten door singels
en ringgrachten, in verband gebracht met een nieuwe burgerklasse of
een nieuw standsbesef?


Tussen beleving en verbeelding. Steden in een spanningsveld,
1800-1914
zal op 10 en 11 maart 2011 plaatsvinden aan de Radboud
Universiteit Nijmegen. De voertalen van het congres zijn Engels en
Nederlands. Voorstellen voor bijdragen kunnen worden ingediend tot
15 september 2010 en tellen 250 woorden. Inzenders krijgen voor 15
oktober bericht.


Contact


Stedenineenspanningsveld@gmail.com

Dr. T. Sintobin

Radboud Universiteit

Faculteit Letteren

Nederlandse taal- en cultuur

Postbus 9103

NL 6500 - HD

Nijmegen

0031-24 361 5491


Organiserend comité


Jan-Hein Furnée (Universiteit van Amsterdam; cultuur- en
mentaliteitsgeschiedenis na 1750)

Tom Sintobin (Radboud Universiteit; Nederlandse taal en cultuur)

Pieter Uyttenhove (Universiteit Gent; Architectuur en
Stedenbouw)

Hans Vandevoorde (VUB; Taal- en letterkunde)

Rob van de Schoor (Radboud Universiteit, Nederlandse taal en
cultuur)


Wetenschappelijk comité


Peter Altena (Dominicus College, Nijmegen)

Nele Bemong (Katholieke Universiteit Leuven; onderzoekseenheid
Nederlandse literatuur)

Lotte Jensen (Radboud Universiteit; Nederlandse taal en cultuur)

Mary Kemperink (Universiteit Groningen, Nederlandse taal en
cultuur)

Marita Mathijsen (Universiteit van Amsterdam, Moderne
Nederlandse letterkunde)

Liedeke Plate (Radboud Universiteit; Algemene
Cultuurwetenschappen en Genderstudies)

Jo Tollebeek (Katholieke Universiteit Leuven; onderzoekseenheid
cultuurgeschiedenis vanaf 1750)

Agenda: Symposium 'De schrijver in zijn veld', 16 juni 2010 te Utrecht

Op woensdag 16 juni a.s. organiseert tijdschrift *Vooys* het symposium *De schrijver in zijn veld*. Tijdens dit symposium zal nummer 28.2 worden gepresenteerd. Daarbij zullen lezingen worden gehouden door de auteurs Sander Bax (titel lezing: De man die Carré ging bezetten. Het beeld van Harry Mulisch als geëngageerd schrijver), Mathijs Sanders (titel lezing: Zoeklichten en oogkleppen. Frits Hopman en het literaire veld rond 1920), Matthieu Sergier (titel lezing: Tussen ‘hij’ en ‘ik’. De schrijversdagboeken van Paul de Wispelaere) en Jan de Vet (titel lezing:‘Tingeling vervolgt zijn weg’: K Michel wandelt in het postmodernisme)
We nodigen iedereen van harte uit dit gratis toegankelijke symposium bij te wonen! Meer informatie over het symposium is te vinden op https://webmail.uva.nl/exchweb/bin/redir.asp?URL=http://www.tijdschriftvooys.nl/Locatie: Utrecht, Drift 21 (Sweelinckzaal). Datum en tijdstip: woensdag 16 juni 2010, van 13.00 tot 17.00 uur (borrel na).
Meldt u zich aan! Een mailtje naar tijdschriftvooys@gmail.com volstaat.

Agenda: Workshop Europe and the Colonial Knowledge 1500-1850, 18 juni 2010, Keulen

Zentrum für Vergleichende Europäische Studien ZEUS
an der Philosophischen Fakultät der Universität zu Köln
http://www.zeus.phil-fak.uni-koeln.de/


Workshop:
Europe and the Colonial Knowledge 1500-1850
18 – 6 – 2010
organized by Maria-Theresia Leuker / Jakob Vogel


Part I: Workshop Philosophische Fakultät, Philosophikum, Albertus-Magnus-Platz, room 038

13.45-14.00 Introduction
Maria-Theresia Leuker / Jakob Vogel


14.00-15.40 Knowledge Transfers

Bettina Noak (Berlin): Mit fremden Augen? Koloniales Wissen in Olfert Dappers Naukeurige beschrijvinge der Afrikaensche gewesten (1668)

Hanco Jürgens (Amsterdam): Enlightenment between Prussia and India: Faith, Knowledge and Company networks of German missionaries in Tamil Nadu, 1750-1810
15.40-16.10 coffee break

16.10-18.10 Actors and Representations

Anna-Teresa Grumblies (Cologne): Colonial Interest in Indigenous Ecological Knowledge: Scientific Endeavors, Developments and Processes of Scientisation (16th - 18th century)

Kathrin Reinert (Cologne): Visual fantasies on Latin America: Casta painting, costumbrismo and ‘type’ photography

Pascal Schillings (Cologne): Resisting Representation? The Polar Regions and British Colonial Knowledge, 1770-1850

Part II: Keynote and DiscussionsHörsaalgebäude, Albertus-Magnus-Platz, room E

18.30-20.00 Networks and Circulations

Siegfried Huigen (Stellenbosch/South Africa): François Valentyn’s Construction of the Geography of the Cape of Good Hope (1726)

Kapil Raj (Paris): On 'Colonial Knowledge' as a Category in the History of Science: Reflections from a Circulatory Perspective

Belangstellenden zijn welkom. Er wordt geen inschrijfgeld geheven; eenaanmelding vooraf is niet noodzakelijk. Informatie over de bereikbaarheidvan de collegezalen waar de workshop zal plaatsvinden is te vinden viahttps://webmail.uva.nl/exchweb/bin/redir.asp?URL=http://www.pressoffice.uni-koeln.de/travelinformation_maps.html

Agenda: Congres 'Colonial and Post-Colonial Connections in Dutch Literature', 15-17 september 2011 (Call for papers)

CALL FOR PAPERS
Colonial and Post-Colonial Connections in Dutch Literature
The 2011 Berkeley Conference on Dutch Literature
September 15-17, 2011

Dutch literature is more than just literature about a tiny piece of land at the estuary of the Rhine. From the Caribbean to South-Africa, from Southeast-Asia to Western Europe, the Dutch language forms a common bond in a literature that was and is deeply marked by intercultural connections. In recent decades, considerable attention has been given to Dutch colonial and postcolonial literature, but the importance of intercultural connections within the Dutch colonial network has been neglected. What were the cultural and literary networks between Batavia, Galle, Nagasaki, and the Cape Colony? How did the slave trade connect authors in Willemstad and Paramaribo with Gorée and Elmina at the African West Coast? How did Jewish communities link Recife in Dutch Brazil to New Amsterdam on the American East Coast? And how did Amsterdam, Leiden or The Hague function as intellectual intermediaries between the Netherlands and the different colonies?
This pluricentric perspective on Dutch literature remains relevant in modern times. After the colonial era ended, the Dutch language continued to produce literature that fostered intellectual bonds between the Caribbean, Southeast Asia, South Africa, and Western Europe. These intercontinental contacts were even intensified and grew in diversity when three centuries after the first Dutchmen ventured out into the wide world, the world came to the Netherlands. Inhabitants of the former colonies first, followed by immigrants and refugees, transformed the Dutch literary landscape to the point that an international perspective on Dutch literature has become a necessity.
The 2011 Berkeley Conference in Dutch Literature at the University of California, Berkeley, intends to bring together a selection of literary scholars and cultural historians from all over the world to debate Dutch literature within the framework of intercultural connections in Dutch colonial and post-colonial studies. Please send a ca. 500 word abstract for a 20 minute paper to Jeroen Dewulf at jdewulf@berkeley.edu by February 1, 2011. The conference will take place on the UC Berkeley campus and the proceedings will be subsequently published. Details about the conference will be presented shortly on the UC Berkeley Dutch Studies website, dutch.berkeley.edu.
Keynote speaker:
Adriaan van Dis
Organizing Committee:
Jeroen Dewulf (University of California, Berkeley)
Michiel van Kempen (Amsterdam University)
Olf Praamstra (Leiden University)
Siegfried Huigen (Stellenbosch University)

Vacature: 2 aio-plaatsen Middelnederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht (deadline: ma 21 juni 2010)

In Utrecht is per 1 september 2010 plaats voor 2 AIO´s Middelnederlandse letterkunde, die onderzoek zullen verrichten binnen het door HERA (Humanities in the European Research Area) gesubsidieerde onderzoeksproject 'The Dynamics of the Medieval Manuscript'. Solliciteren voor 21 juni 2010. Zie voor nadere informatie: http://www.uu.nl/ogc/vacatures en
http://www.uu.nl/NL/faculteiten/geesteswetenschappen/Onderzoek/onderzoekinstituten/ogc/organisatie/Pages/aiosmiddelnederlandseletterkunde.aspx

Vacature: taalassistent Nederlandse taalvaardigheid aan de Université Lille 3 (deadline: di 10 juni 2010)

De sectie Nederlands van de Université Lille 3, Frankrijk, heeft per 1 september 2010een vacature voor 1 taalassistent (maître de langue) Nederlandse taalvaardigheid, voor de volledige werktijd.

zondag 6 juni 2010

Agenda: Tentoonstelling Irma Boom

Bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam is van 4 juni tot en met 3 oktober 2010 een overzichtstentoonstelling van het werk van Irma Boom.

Irma Boom (1960) is een grafisch ontwerper die zich voornamelijk richt op het maken van boeken. Haar ‘Office' in Amsterdam werkt met culturele en commerciële opdrachtgevers uit binnen- en buitenland. In 2003 schonk zij haar ‘levend archief' aan de Bijzondere Collecties, waar het nu deel uitmaakt van de collecties grafische vormgeving.

Werk van Irma Boom is ook opgenomen in de collecties van het Museum of Modern Art (MoMA) in New York en het Centre Pompidou in Parijs.Haar eigenzinnige ontwerpen zijn vele malen bekroond en het magnum opus SHV uit 1996 is intussen een icoon van ‘Dutch Design'. Het experiment blijft belangrijk. Ontwerpen is voor Irma Boom een zoektocht naar vernieuwing in vorm, structuur en inhoud. Zo wil zij het gedrukte boek vitaal houden en verder ontwikkelen. De inhoud blijft daarbij steeds bepalend.

Tentoonstelling
In 2005 waren bij de Bijzondere Collecties haar ontwerpen voor Paul Fentener van Vlissingen te zien in een groepstentoonstelling. En nu is er dan aan de Oude Turfmarkt, de plek waar haar archief wordt bewaard, een solotentoonstelling. De tentoonstelling Irma Boom: Biography in Books - die anti-chronologisch van opzet is - maakt haar uitgangspunten manifest en biedt voor het eerst een breed overzicht van haar oeuvre: van heden tot aan het begin van haar carrière, eind jaren tachtig.Behalve de highlights worden ‘missers' getoond. Het commentaar erbij is letterlijk van de hand van de ontwerper zelf. Daarnaast is er een keuze te zien uit boeken van de Bijzondere Collecties en uit Booms privébezit die raakvlakken bezitten met haar werk.

Publicatie
Bij deze tentoonstelling verschijnt de bijzondere publicatie Irma Boom: Biography in Books. Deze monografie (38x50 mm) met meer dan 450 afbeeldingen biedt een uitgebreid overzicht van haar werk, vanaf het begin van haar ontwerppraktijk in 1986 tot nu. Daarbij gaat het naast boeken om huisstijlen, postzegels en affiches. Een aantal ontwerpen is door Irma Boom van commentaar voorzien, wat inzicht biedt in de totstandkoming en de vormgeving. Verder bevat de uitgave een inleiding op haar werk en een uitgebreide lijst van de afgebeelde ontwerpen.

Irma Boom: Biography in Books:Books in reverse chronological order, 2010 - 1986,with comments here and there.
EngelstaligBoekconcept: Irma Boom
Tekst: Mathieu Lommen, Irma Boom
Ontwerp: Irma Boom, Sonja Haller
Vertaling: John A. Lane
704 pp / 38x50 mm / genaaid gebrocheerd
Full color, gekleurde sneden
Prijs € 19,50
Deze publikatie kan online besteld worden bij de Grafische Cultuurstichting.Van de oplage zijn 500 exemplaren genummerd en gesigneerd. Deze zijn uitsluitend te koop bij de Bijzondere Collecties voor bezoekers van de tentoonstelling.

vrijdag 4 juni 2010

In memoriam Wouter Voskuilen.

Op 20 mei 2010 overleed te Amsterdam op 82-jarige leeftijd Wouterus Wilhelmus Franciscus Voskuilen (geboren 15 november 1927 in Heeten), voormalig medewerker taalkunde aan het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam.
Wouter trad eind jaren '50 toe tot de staf van de hoogleraar W.Gs Hellinga, die in verband met de oprichting van de universitaire M.O.-opleiding in de cursus 1958-59 sterk werd uitgebreid. Aan aankomende neerlandici heeft hij vele jaren colleges grammatica en taalkundige tekstinterpretatie gegeven.

Column 75: Een digitale knekelput

Afgelopen woensdag ontving ik van een bevriende mogendheid uit Utrecht – wier naam ik in een eerdere versie van dit stukje om reden van discretie verzwegen had, maar het is Ingrid Biesheuvel – een e-mail met daarin de vraag of ik op de hoogte was van een fragment van een onbekende Middelnederlandse ridderroman in de universiteitsbibliotheek van Leuven. Als u mij maar een beetje kent dan weet u dat ik hierop reageer als door de spreekwoordelijke wesp gestoken. Niet dat ik behoor tot diegenen die ervan dromen Willems Madoc op te graven, al zou ik voor zo’n vondst mijn gerenoveerde neus niet ophalen.

dinsdag 1 juni 2010

Pas verschenen: Kopij en druk revisited

Kopij en druk revisited: een eigentijds overzicht van de Nederlandse boekgeschiedenis vanaf de 14e eeuw.

Op 12 juni as. verschijnt een bijzondere editie van het Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis. Onder de titel ‘Kopij en druk revisited’ presenteert de Nederlandse Boekhistorische Vereniging (NBV) de moderne variant van de inleidende studies bij het standaardwerk Kopij en druk in de Nederlanden, Atlas bij de geschiedenis van de Nederlandse typografie.

In ‘Kopij en druk revisited’ hebben veertien boekwetenschappers de huidige inzichten op de Nederlandse boekgeschiedenis vastgelegd in een zevental eeuwoverzichten, van de middeleeuwen tot de 21e eeuw. Daarmee hebben zij deze gezaghebbende cultuurgeschiedenis van het Nederlandse boek uit 1962, geschreven door W.G. Hellinga, H. de La Fontaine Verwey en G.W. Ovink, in een eigentijds jasje gestoken.‘Kopij en Druk revisited’ zal op zaterdag 12 juni worden gepresenteerd tijdens de 17e jaarvergadering van de NBV. Het eerste exemplaar zal worden overhandigd aan Isa de La Fontaine Verwey.

De jaarvergadering wordt gehouden in het Graphic Design Museum te Breda. Er is voor deze gelegenheid een speciaal boekhistorisch programma samengesteld.Meer informatie over de jaarboeken van de NBV en het programma van de jaarvergadering is te vinden op http://www.boekgeschiedenis.nl/. Alle leden van de NBV ontvangen het jaarboek als onderdeel van het lidmaatschap.Het Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis wordt uitgegeven door Uitgeverij Vantilt (http://www.vantilt.nl/), alwaar het ook voor niet-leden is te verkrijgen. De oorspronkelijke tekst van Kopij en druk uit 1962 is te raadplegen in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (http://www.dbnl.nl/).

Nieuws: Nieuwe titels DBNL, juni 2010

* Peter Altena en W. Hendrikx, Het verlokkend ooft. Proeven over
Jacob Campo Weyerman
* Karina van Dalen-Oskam, Ingrid Biesheuvel, Wim van Anrooij en
Jan Noordegraaf, Bio- en bibliografisch lexicon van de
neerlandistiek
* Edward Rombauts en G.A. van Es, Geschiedenis van de letterkunde
der Nederlanden. Deel 5
* H.J. Vieu-Kuik en Jos Smeyers, Geschiedenis van de letterkunde
der Nederlanden. Deel 6
* C.G.N. de Vooys, Geschiedenis van de letterkunde der
Nederlanden. Deel 7
* Peter de Beer, Gheestelycke rym-konst
* Gerrit Borgers en H.A. Gomperts, Herman Gorter en Henriëtte
Roland Holst in hun tijd
* Johan de Brune (de Oude), Nieuwe wyn in oude le'erzacken
* Cyriel Buysse, De roman van den schaatsenrijder
* Jacob Cats, Klagende maeghden en raet voor de selve
* Pieter Datheen, De Psalmen Davids, ende ander lofsanghen
* Maurits Dekker, Brood
* Maurits Dekker, Reflex
* Maurits Dekker, Waarom ik niet krankzinnig ben
* Lodewijk van Deyssel, Het leven van Frank Rozelaar (ed. Harry
G.M. Prick)
* Jan Droomers, De langh-gewenschte vernieuwynge der vrede-
vreught
* Henriëtte van Eyk, Gabriël, de geschiedenis van een mager
mannetje
* Maurice Gilliams, Oefentocht in het luchtledige
* L.A.H. Albering, Vergelijkend-syntactische studie van den
Renout en het Volksboek der Heemskinderen
* Jacob Israël de Haan, Pathologieën. De ondergangen van Johan
van Vere de With (eds. G. Eekhoud en W.J. Simons)
* Willem van Haecht, De Psalmen Dauids
* K.H. Heeroma, De andere Reinaert
* Albert Helman, Orkaan bij nacht
* Henry Hexham, Het groot woorden-boeck: gestelt in 't
Nederduytsch, ende in 't Engelsch
* C.J. Kelk, Jan Steen
* C.J. Kelk, Reis door de wolken
* Marie Koenen, De moeder
* Wilhelmus Johannes Kühler, Johannes Brinckerinck en zijn
klooster te Diepenveen
* G.I. Lieftinck, De Middelnederlandsche Tauler-
handschriften
* Margaretha Wijnanda Maclaine Pont, De poorterszoon van Hoorn
* Herman de Man, De koets
* Herman de Man, Scheepswerf De Kroonprinses
* Philips van Marnix van Sint Aldegonde, Het boeck der Psalmen.
Wt de Hebreische sprake in Nederduitschen dichte
* Karel van den Oever, Het inwendig leven van Paul
* P.C. Paardekooper, Kleine ABN-syntaxis in vraag en antwoord
* Emile Poppe, Menno ter Braak en de Filmliga
* Sientje Prijes, Een bewogen vrijdag op de Breestraat (onder
pseudoniem Sani van Bussum)
* J.A.M. Pulles, Structuurschema's van de zin in
Middelnederlands geestelijk proza
* J.P. Reynvaan, Zuster Clara. Schetsen uit het leven eener
verpleegster in een stedelijk gasthuis
* Maurice Roelants, Alles komt terecht
* Annie Salomons, Het huis in de hitte: drie jaar Deli
* W.C.A. Schilling, Een proeve van stilistiek bij Ruusbroec 'den
Wonderbare'
* J.P. Sprenger van Eijk, Handleiding tot de kennis van onze
vaderlandsche spreekwoorden en spreekwoordelijke zegswijzen,
bijzonder aan de scheepvaart en het scheepsleven, het
dierenrijk en het landleven ontleend
* G.R. von Wielligh, Jakob Platjie
* Het boek der psalmen, nevens de gezangen bij de Hervormde Kerk
van Nederland in gebruik
* Den christelycken dool-hof

Bron: nieuws@dbnl.org, 1 juni 2010