donderdag 10 juni 2010

Agenda: Derde Cross-over Congres, Universiteit Leiden

Derde Cross-over Congres, Universiteit Leiden, 12 januari 2011

BALANS EN PERSPECTIEF VAN DE INTERDISCIPLINARITEIT IN DE LETTERKUNDIGE NEERLANDISTIEK

In de letterkundige neerlandistiek is in toenemende mate sprake van kruisverkeer tussen de kern van het vak, te weten interpretatie en (historische) beschrijving van literaire teksten, en disciplines die in het verleden als hulpwetenschappen golden. Nu multi- en interdisciplinariteit in de humaniora regel, zo niet norm zijn geworden, kijken we anders tegen deze verhouding aan. Niet langer is er een hiërarchisch onderscheid tussen de kern- versus de ondersteunende discipline; veeleer gaat het hier om een symbiose van gelijkwaardige disciplines die in wederzijdse doordringing innoverende benaderingen en grensverleggende resultaten opleveren.

Tijdens dit derde Cross-over congres willen we de balans opmaken van de neerlandistische interdisciplinariteit en tegelijk nagaan welke kansen en mogelijkheden nog onvoldoende benut zijn. We doen dat in de volgende secties:

Neerlandistiek en geschiedenis

Vooraanstaande vakbeoefenaars als Van Oostrom, Pleij, Anbeek en anderen hebben vanaf de jaren tachtig een trend gezet waarbij de literatuurgeschiedenis in nauwe samenhang met de algemene historiografie werd gebracht. In de ogen van sommigen werd het onderscheid met cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis zo wel erg gering en leed de aandacht voor de intrinsiek-esthetische aspecten van de behandelde teksten daaronder. Wegen de voordelen hier op tegen de nadelen? Moet de gesignaleerde trend verder worden versterkt? Zijn er specifieke aandachtsgebieden of casussen waar deze trend bij uitstek tot zijn recht kan komen?

Neerlandistiek en boekwetenschap en mediastudies

Zowel voor de middeleeuwse, vroegmoderne als moderne periode is het inzicht ontstaan – eerst in het buitenland, daarna ook in de neerlandistiek – dat de studie van literaire teksten veel heeft te winnen bij meer systematische aandacht voor de materiële kant van de overlevering van literatuur, of het daarbij nu gaat om handschriften, gedrukte boeken of digitale media. Het gaat daarbij niet om de combinatie van literairhistorische en boekhistorische kennis als zodanig, maar om de vraag in hoevere beide disciplines elkaar doordringen en bepalen. Geldt dit voor alle periodes in de literatuurgeschiedenis in gelijke mate? Wat zijn de gevolgen van dit inzicht voor de editiewetenschap? Hoe is het momenteel gesteld in onderzoek en onderwijs met specialismen als codicologie/paleografie, analytische bibliografie, variantenonderzoek?

Neerlandistiek en sociologie

Dankzij het werk van de zgn. Tilburgse school (Verdaasdonk, Van Rees en hun promovendi) heeft de institutionele literatuursociologie in Nederland vaste voet aan de grond gekregen. Dorleijn en Joosten zijn in dit spoor verder gegaan; daarnaast is er het onderzoek naar specifiek Nederlandse literaire verschijnselen van Jansen, De Nooy, De Glas en anderen. Zijn de mogelijkheden in deze voldoende benut? Moet er worden gestreefd naar een synthese van literatuurgeschiedschrijving en literatuursociologie?

Neerlandistiek en stilistiek

Onderzoek naar stilistiek heeft nooit echt een hoge vlucht genomen binnen de neerlandistiek, hoewel de rijke vakgeschiedenis tal van aanzetten (en soms wel meer dan dat) vertoont. Die aanzetten dateren in veel gevallen van vóór de Tweede Wereldoorlog, toen taal- en letterkunde nog geen specialismen vormden en het begrip ‘filologie’ nog geen pejoratieve klank had. Retorica heeft traditioneel meer aandacht getrokken, maar werd in de praktijk vooral toegepast op de oudere letterkunde. Met het onderzoek van de mediëvisten Willaert en Van Driel is stilistisch onderzoek terug van weggeweest. Ook wordt bij het onderzoek in de oudere perioden van het Nederlands stilistiek ingezet voor auteursherkenning (onder meer in het werk van Van Dalen-Oskam,Van Driel, Kestemont).

In de moderne stilistiek zijn twee tendensen te onderscheiden: de cognitieve benadering en de kwantitatieve of corpusstilistiek. In de cognitieve stilistiek worden inzichten uit de cognitieve taalkunde en blending theory ingezet bij de literaire interpretatie om tot een betere (cognitief plausibele) verklaring te komen van interpretatiemechanismen van de lezer. De corpusstilistiek sluit aan bij de roep om meer inzet van kwantitatieve gegevens in de literatuurstudie, een thema dat ook past binnen de opkomst van de digital humanities.
Het gebruik van taalkundige en kwantificerende methodes en technieken moet leiden tot nauwkeuriger, controleerbare en meer intersubjectieve resultaten. Kan de stilistiek deze claim waarmaken? Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van (corpus-)stilistisch onderzoek?

Neerlandistiek en kunstgeschiedenis

Een dankbaar en veelbeoefend onderzoeksterrein is de relatie tussen woord en beeld. Bij de vervaardiging van edities wordt tegenwoordig meer en meer rekening gehouden met onderzoek dat focust op intermedialiteit. Onderzoek naar zestiende- en zeventiende-eeuwse emblematiek is al geruime tijd een internationaal specialisme, maar wat doen neerlandici met de geïllustreerde blogs van Arnon Grunberg, de geïllustreerde gedichten van Erwin Mortier, de fotoboeken-met-tekst van Kousbroek en de door Dirk Matena verstripte versies van Reve, Elsschot en anderen?

Neerlandistiek en natuurwetenschappen

Vanuit de middeleeuwen zijn we bekend met de artes liberales. De artes vormden het ordenend principe bij kennisoverdracht en ordening van kennis in het algemeen. In de mediëvistiek wordt sinds enkele decennia intensief aan artes-onderzoek gedaan. In een wat breder verband kan voor de oudere periode worden gewezen op de studie van wetenchapsgeschiedenis, waarvan de wortels vanzelfsprekend terugreiken tot in de klassieke oudheid. Als in de achttiende eeuw het autonome literatuurbegrip ontstaat , lijken de natuurwetenschappen – in tekstueel opzicht – eigen wegen te gaan. Toch zijn er in de moderne tijd auteurs (niet zelden gezegend met een dubbeltalent) die zich oriënteren op de natuurwetenschappen: Leo Vroman, Gerrit Krol, Harry Mulisch, Willem Frederik Hermans, Rudy Kousbroek. Waar/hoe vindt de cross-over plaats? Is het belangrijk dat dat gebeurt? Kunstgeschiedenis kent het fenomeen van de kunstenaar in het laboratorium. Hoe kan de neerlandistiek de in gang gezette onderzoekslijn op dit gebied (met name van Wiel Kusters en Ben Peperkamp) doortrekken?

Neerlandistiek en filosofie

Anders dan in de algemene literatuurwetenschap en de cultural studies is er in de neerlandistiek weinig gebruik gemaakt van het werk van poststructuralistische filosofen als Derrida, Foucault en Lacan. Zelfs de hermeneutiek van Gadamer lijkt niet echt te zijn doorgedrongen. Lijdt men aan koudwatervrees?En zo ja, waaraan ligt dan? Missen we zo de aansluiting bij het internationale discours? En geldt dat voor de oudere letterkunde evenzeer (of anders?) als voor de moderne letterkunde?

Neerlandistiek en godsdienstwetenschap

Tot de dag van vandaag wordt de Nederlandstalige literatuur mede gekenmerkt door een uitgesproken verhouding tot de religie. Behoudens aanzette in het werk van Goedegebuure en Oegema is hiernaar nog betrekkelijk weinig systematisch onderzoek verricht. Aan de andere kant valt op dat exegetische studies van het Oude en Nieuwe Testament in toenemende mate gebruik maken van verworvenheden van de literatuurwetenschap (Fokkelman, Van Wolde, Weren). Ook buiten de wetenschap, met name in de moderne preekcultuur, worden literatuur en bijbel steeds vaker op elkaar betrokken. Is hier sprake van een veelbelovende kruisbestuiving? Welke onverkende casussen zijn hier voorhanden?

Praktisch

Om voldoende gelegenheid te scheppen voor discussie, werken we met prepapers. In de bijdragen kunnen uiteraard specifieke casussen worden uitgewerkt, maar het spreekt voor zich dat casussen vergezeld van algemenere en/of methodologische reflecties aanleiding zullen geven tot vruchtbaarder ideeënuitwisseling. Prikkelende hypothesen worden aangemoedigd. De organisatoren streven ernaar om in elke sessie specialisten van de historische en de moderne literatuur samen te brengen.

Voorstellen voor bijdragen

Voorstellen voor bijdragen (± 300 woorden) worden verwacht voor 15 augustus 2010 op de volgende adressen:

j.l.goedegebuure@hum.leidenuniv.nl

of

w.van.anrooij@hum.leidenuniv.nl


Verder

Begin september wordt er een definitief programma samengesteld. Nadere informatie is vanaf die tijd te vinden op http://www.hum.leidenuniv.nl/nederlands.