donderdag 24 april 2014

Call for papers Taal & Tongval 2014



Op 28 november vindt in Gent de 2014-editie van het Taal & Tongvalcolloquium plaats, dit keer met als thema (De)standardisation in Europe: Qualitative and quantitative approaches:

“The 2014 edition of the Taal & Tongval colloquium aims at bringing together researchers to debate about standard language ideologies and the ways in which these are best studied. More specifically the following questions will be at the centre of discussion:
(1)    Which methods can be implemented to gain insight into standard language use and standard language ideologies? Do new, experimental methods yield results comparable to those of traditional methods?
(2)    What can the different methods tell us about the standard language situation, both in the Dutch language area and beyond? To what degree do we find traces of destandardisation and demotisation?
(3)    What are interesting contexts to study standard language ideologies in?
These and other topics will be further explored in the colloquium, which will host invited talks by Winifred Davies (Aberystwyth University), Stefan Grondelaers (Radboud University Nijmegen), Tore Kristiansen (University of Copenhagen) and Barbara Soukup (University of Vienna). In addition, there are a number of slots on the program for regular 20-minute conference presentations.

Aankondiging: Early Modern Europeanism 1648-1815


Date: Friday 6 June 2014
Location: University of Amsterdam, Bungehuis 1.01

The idea of Europe is generally considered to be the typical product of a war-ridden twentieth century. If a European ideal is thought to have existed before the establishment of the European Coal and Steel Community (ECSC) in 1952, its roots are generally sought in the Interbellum. However, thoughts on Europe were also prevalent in Europe prior to 1914.

During this conference we will study the early modern tradition of European thinking between 1648 and 1815. Various questions will be addressed, such as: what forms does early modern Europeanism take? Is the theme of Europe important primarily in times of peace (as during the Peace of Westphalia, Ryswick, Utrecht, and Vienna), or does it continue to be prevalent in public opinion? How do concepts of Europe in literature, political writings, and international law interrelate? How do European visions relate to the emergence of an early modern ‘national’ consciousness? Does the past play a role in early modern Europeanism, and if so, which past? What is the relationship between protestant, catholic, and European thought and does the concept of Europe differ from the earlier concept of the ‘respublica christiana’? And finally: is there a development in the way Europe was perceived in the period between 1648 and 1815?

Ontoegankelijke schatkamers

Hoe onderzoeksbronnen op internet verkommeren
Door Marc van Oostendorp


Wie zich nog eens terug wil wanen in de jaren negentig, moet de website van Celex eens bezoeken. Het is voor veel taalkundig onderzoek naar het Nederlands nog steeds een onmisbare bron: een database waar voor tal van woorden is aangegeven hoe ze worden uitgesproken, hoe je ze in lettergrepen kan verdelen en hoe frequent ze voorkomen in het Nederlands.

Honderdduizenden woorden zijn er verzameld, met rijke, rijke informatie over ieder woord. Om te zien hoe vaak een woord eigenlijk voorkomt in het Nederlands is dit nog steeds een van de meest gebruikte bronnen. Vrijwel iedere taalkundige die weleens een getal met cijfers achter de komma heeft opgeschreven, haalde dat getal uit CELEX. Studenten maken er nog steeds gebruik van.

Het is een prachtige bron, maar hij is ongeveer zo toegankelijk als de archieven van het Koninklijk Huis op zaterdagavond.

woensdag 23 april 2014

Schiphol-Engels: Ladies and g[ɑ]ntlemen

Door Marc van Oostendorp

Wie op Schiphol aankomt, hoort altijd onmiddellijk een nieuw dialect van het Engels, dat je verder nergens op de wereld hoort. Ook elders in Nederland praat men niet zo, zodat je niet kunt zeggen dat het een Nederlands accent is; en tegelijkertijd zijn er meerdere omroepstemmen op Schiphol die het gebruiken, zodat het meer is dan alleen een persoonlijke eigenaardigheid.

Het begint met de eerste klinker in gentlemen. Die klinkt bij de Schiphol-omroepers bijna als de [ɑ] van Jan: meer naar achter in de mond, en meer omlaag dan de klinker die men elders in de wereld op deze plaats gebruikt.

Waarom is dat zo? Dezelfde klinker komt natuurlijk ook aan het eind van het woord voor, maar daarmee, gebeurt het niet, of in ieder geval veel minder. Ik hoor nooit iemand zeggen gentlem[ɑ]n, althans niet wanneer het meervoud bedoeld is.

dinsdag 22 april 2014

Taalmenging



Door Leonie Cornips

Een lezer schrijft me dat hij in Lemiers (gemeente Vaals) tijdens het voetballen dialect hoort met Engelse woorden erin: ‘D’r kiepper hat sjtres, d’r boj sjteet nevver d’r joolpoal’. We kijken er niet meer van op dat het Engels in het Nederlands voorkomt maar wel als het zich mengt met het dialect. In ons denken horen talen thuis in verschillende hokjes. In die hokjes blijven kleine, lokale talen afgescheiden van grote, wereldtalen. Volgens die gedachte leunt een dialecthokje wel tegen het hokje Nederlands maar niet tegen het hokje Engels. In Limburg valt nauwelijks meer op dat het Nederlands zich met het dialect vervlecht. Zo’n vervlechting kan inhouden dat een spreker iets in het dialect vraagt ‘head ut unne vrund?’ en de luisteraar vervolgens in het Nederlands reageert: ‘ja ze heeft al een vriend’. Of het dialect en Nederlands vermengen zich: ‘vrund’ wordt ‘vriend’ in ‘dus ze head al n vriend, mer dat zead niks’. Dat mengen levert overpeinzingen op. Zo schrijft een lezeres: ‘Ons dialect is een zootje. Ook ik spreek geen zuiver dialect meer. Mijn man van het ene dorp, ik uit het andere dorp. Daar vind je zoveel verschillen tussen. Als er dan kinderen komen en iedere ouder spreekt zijn eigen taaltje, dan heb je soms al zoiets als een Babylonische spraakverwarring. Wat doe je dan: je gooit er automatisch een paar Nederlandse woorden tussen. En dan is het kwaad geschied. Je blijft zo praten.’

Niet de versregel of de zin, maar de woorden

Door Marc van Oostendorp
"Schrijven over de techniek van het schrijven," schrijft C.O. Jellema in het eerste opstel in de posthume essaybundel In beelden aanwezig, "lees ik graag. Nieuwsgierig als ik altijd ben naar anderen, of ze het anders en soms beter doen dan ik." Hij had zijn hart kunnen ophalen aan deze bundel, wanneer hij iemand anders was geweest – de bundel bevat een aantal meestal ongepubliceerde stukken uit de jaren negentig – opstellen, lezingen, dankwoorden wanneer hij een prijs gekregen had – die grotendeels vooral gaan over, inderdaad, die techniek.

Het instrument van de dichter is, voor Jellema, niet het gevoel of het beeld, maar de taal. Om preciezer te zijn lijkt hij de taal te zien als een verzameling woorden, althans hij heeft het in In beelden aanwezig nergens over zinsbouw of versbouw, over klank of letterbeeld. Hij heeft het wel telkens over woorden.

Die woorden zijn volgens Jellema "van nature niets-zeggend":

maandag 21 april 2014

Liggend op een dekentje werd ik taalkundige

De taalkundige als jonge man (1)
Door Marc van Oostendorp
Waarom wordt iemand taalkundige? Hoe kom je op zo'n raar, of toch in ieder geval vrij zeldzaam idee? Hoe ben ikzelf daarop gekomen?

Mij interesseert die vraag al heel lang. Ik vraag er regelmatig ook collega's naar. Je krijgt dan, vind ik, interessante verhalen. Maar je leest er slechts zelden iets over. Taalkundigen schrijven bijna nooit memoires of autobiografieën, en over hen wordt slechts zelden in voldoende detail biografisch geschreven.

Omdat er weinig voorbeelden zijn, kan ik het eigenlijk alleen uitzoeken aan de hand van mijn eigen autobiografie. Niet omdat ik denk dat ik nu de allerinteressantste levensloop heb of de meest prototypische taalkundige ben. Maar omdat ik geen andere voorbeelden zo gedetailleerd ken.

Vandaar een nieuwe serie blogposts, hier.

Een schoone historie van Jan van Parijs : hoofdstukken [32]-[36]


Een schoone historie van

Jan van Parijs,

coninck van Vranckrijck,


T’Hantwerpen,
By Pauwels Stroobant, in de Cammerstrate, In den Witten Hasewint.
Anno 1612




zondag 20 april 2014

Schatten uit de DBNL

Door Marc van Oostendorp


Hoe gaat het met de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren? Een half jaar geleden schreven enkele vooraanstaande letterkundigen een ingezonden brief omdat zij zich zorgen maakten over de toekomst van deze digitale schatkamer van de Nederlandse literatuur.  "Weinig andere landen kunnen bogen op zo'n veelomvattende, goed verzorgde, niet-commerciële on-line presentie van hun letterkundige erfgoed", schreven zij onder andere, een beetje plechtig. En ze signaleerden dat dit prachtige erfgoedstuk bedreigd werd door allerlei bestuurlijk getouwtrek.

Of de briefschrijvers zelf ooit antwoord hebben gekregen, weet ik niet. Maar publiekelijk bleef een antwoord uit, terwijl achter de schermen de touwtrekkers bleven touwtrekken. Nog steeds is er bij mijn weten weinig zekerheid voor de paar medewerkers die er nog werken voor de digitale bibliotheek, die desalniettemin nog steeds iedere maand met verrassingen komt (zoals deze maand een aantal boeken van de enkele jaren geleden overleden journalist H.J. Schoo).

zaterdag 19 april 2014

Kromspraak


Een taaltrainer die het verdient zo te heten, is als een koorddanser. Hij is voortdurend op zoek naar het juiste evenwicht. (Lees voor ‘hij’ desgewenst ‘zij’.) Vrijwel onafgebroken is hij aan het afwegen of hij feedback moet geven of niet. En zo ja, op welk moment en op welke manier. Mogelijk geldt dat voor trainers, docenten, onderwijsgevenden in het algemeen.

Het probleem is meestal niet gelegen in de positieve feedback. De meeste cursisten kunnen immers wel wat aanmoediging gebruiken. Hoewel, ook daarin kan men te ver gaan. Al te overdadige loftuiting kan als neerbuigend worden ervaren en averechts werken. Of denk aan een groep waarvan één of twee leden het gewoon veel beter doen dan de rest. Dat komt regelmatig voor en ook dan kun je als trainer de mist ingaan met je positieve feedback, althans gezien vanuit het perspectief van die 'middelmatige meerderheid'. Maar kritische feedback (KF) is toch veel lastiger.

Tussen haakjes  - ziet u ze, zie ik ze, maar zo luidt de uitdrukking nu eenmaal: KF is geen eufemisme voor correctie.

Lijdt Jan Kuitenbrouwer nu ook aan canonangst?

Eik best leuk het beste taalboek van de schrijver van Turbotaal
Door Marc van Oostendorp


Tien jaar geleden stelde Jan Kuitenbrouwer een onbarmhartige diagnose: taalkundigen leden volgens hem net als allerlei andere deskundigen aan een aandoening die hij meteen maar drie namen gaf in één stukje: canonangst, panisch pluralisme of pluralisme. In plaats van de hele tijd te roepen dat van alles en nog wat niet deugde! En fout was! En een schande! En onmiddellijk verboden moest worden!, constateerden ze alleen maar nuchter wat er gebeurde. Ze wilden geen rangordening meer aanbrengen tussen goed en fout, niet meer 'relativeren', zoals Kuitenbrouwer dat met een wat verwarrend woord noemde.

De taalkundige die sindsdien zijn best gedaan heeft om van zijn canonangst af te komen – iedere dag onder de douche hard roepen: 'bah! wat een taalverloedering!', sessies om met andere canonangstigen samen proberen zo overtuigend mogelijk de wenkbrauwen te fronsen –, staat een onaangename verrassing te wachten wanneer hij Eik bes leuk van Kuitenbrouwer openslaat.

Er is daarin nauwelijks sprake van taalkritiek; er worden allerlei taalverschijnselen besproken (het gebruik van wat in de auto is wat kapot, de wonderlijke teksten van het Nederlandstalige lied, het moderne gebruik van Engels), maar de schrijver neemt niet volmondig stelling tegen een en ander.

Wat is er gebeurd?

vrijdag 18 april 2014

Gebruikersonderzoek DBNL


Door Bart FM Droog

Om de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren (DBNL) beter af te stemmen op de wensen van haar gebruikers, organiseren de Vlaamse Erfgoedbibliotheek, de Nederlandse Taalunie en de Koninklijke Bibliotheek Den Haag samen een gebruikersonderzoek, middels een online enquête. Meewerken aan dit onderzoek kost u ongeveer 10 minuten:

Gebruikersonderzoek DBNL

Met dank aan het Poëziecentrum te Gent, dat over dit onderzoek berichtte.

Basisschool niet afgemaakt? Geen uitkering

Door Marc van Oostendorp

Ik probeer me sinds een paar dagen voor te stellen wat voor mensen het zijn die weigeren om Nederlands te leren, terwijl ze wel een bijstandsuitkering aanvragen. Deze week bleek staatssecretaris Klijnsma een wetsvoorstel naar de Raad van State te hebben gestuurd (ik kan dat wetsvoorstel overigens nergens op internet vinden) die het verplicht moet stellen om 'basaal Nederlands' te leren. Wie dat niet doet, wordt gaandeweg gekort op de uitkering. Het gaat daarbij formeel niet alleen om allochtonen, maar om alle Nederlanders.

Maar wat zouden dat nu voor figuren zijn? Die roepen "Nee, ik ga mooi niet op Nederlandse les, bekijk het maar", maar dan natuurlijk in een andere taal of in een dialect. RTL Nieuws meldt dat 'enkele duizenden mensen in Nederland amper een woord Nederlands spreken en toch bijstand ontvangen'. Maar hoe weet RTL Nieuws dat?

En nog belangrijker: hoe goed gaan die mensen die niet willen het Nederlands leren als er zoveel dwang op staat?

donderdag 17 april 2014

Cursus Nederlandstalige Poëzie na 1965 in Poëziecentrum (Gent)



Het Poëziecentrum in Gent organiseert in mei een cursus Nederlandstalige poëzie na 1965. In deze cursus staat centraal hoe de poëzie in ons taalgebied na 1965 evolueert in samenhang met de maatschappelijke veranderingen. Aan bod komen neoromantiek, postmodernisme, Maximaal, traditionele dichters en recente ontwikkelingen als postpomo, flarf en performancepoëzie. De cursus wordt gegeven door Carl De Strycker, directeur van Poëziecentrum. Hij promoveerde op een proefschrift over de invloed van Paul Celan op de Nederlandstalige poëzie.

De eerste sessie vindt plaats op woensdag 7 mei 2014 van 19u30 tot 21u30, met pauze. Volgende sessies zijn gepland op 14 mei en 21 mei 2014.

Locatie: Poëziecentrum, Vrijdagmarkt 36, 9000 Gent
Kostprijs voor de drie avonden: € 20 (inclusief koffie/thee)
Graag inschrijven voor de volledige reeks via: events [at] poeziecentrum [dot] be

De neerlandistiek is dood.

Leve het neerlandistische tijdschrift

Door Marc van Oostendorp
Hoe gaat het inmiddels met neerlandistiek.nl? Het elektronisch tijdschrift is ter ziele, zoals ik vorig jaar in oktober hier in Neder-L aankondigde. De uitgever, het aan de Utrechtse universiteitsbibliotheek gelieerde Igitur, heeft de bestaande artikelen gearchiveerd zodat deze hopelijk tot in aller eeuwigheid bewaard blijven.

En nu komt de domeinnaam vrij. Die gaat over naar het Meertens Instituut. Gisteren vertelde ik op een middag over de toekomst van het neerlandistische tijdschrift wat ik ermee wil doen. (Hierboven staat de Prezi die ik daavoor gebruikte.)

woensdag 16 april 2014

Nieuw Couperus Cahier: ‘De taal van Couperus’

Op zondag 13 april, tijdens de jaarlijkse dag van het Louis Couperus Genootschap in Den Haag, werd het veertiende deel in de serie Couperus Cahiers gepresenteerd.

Een willekeurige passage van Couperus is direct herkenbaar. Maar wat maakt zijn taal nu zo speciaal? Wat zijn nu precies de kenmerken van zijn stijl? En hoe is een typische Couperuszin opgebouwd?

‘De taal van Couperus’ was het onderwerp van een symposium op 23 mei 2013, ter gelegenheid van de 150ste geboortedag van de auteur. Voor dit cahier zijn drie van de toen gehouden lezingen tot artikel bewerkt.

100 jaar Bertus Aafjes: biografie en tentoonstelling



Op 12 mei 2014 is het 100 jaar geleden dat schrijver, dichter en reisjournalist Bertus Aafjes (1914-1993) werd geboren. Ter gelegenheid hiervan organiseert het Letterkundig Museum vanaf 8 mei een kleine tentoonstelling. Ook verschijnt een biografie over Aafjes van Rob Molin: In de schaduw van de hemel. Deze wordt eveneens op 8 mei in het Letterkundig Museum gepresenteerd.

Praktische informatie

Datum:                Donderdag 8 mei
Aanvangstijd:  16.00 uur, inloop vanaf 15.30 uur
Toegang:             Gratis
Reserveren:      Telefonisch via 070-333 96 66 tijdens openingstijden van het museum 

http://www.letterkundigmuseum.nl/Agenda/tabid/95/YearMonth/201405/ItemID/530/Title/BertusAafjes/Default.aspx

Vacature: PhD position Linguistics: Multilingual Melodies

A fulltime four-year PhD position on the project "Multilingual Melodies: Language, technology and Fryslân" is offered by INCAS3 and the University of Groningen.

Job description

The "Multilingual Melodies" project is a study of the prosodic patterns of Frisian-Dutch bilingual speech. As such, it is suited for applicants motivated to earn a doctoral diploma in linguistics, with specialization in prosodic analysis and language change/contact. The PhD candidate will provide a feasibility report about how prosodic cues may be used in sensor technology. The project therefore involves theoretical and laboratory analyses, fieldwork, and the development of exploratory technological applications.

Frisian, or West Frisian, is a minority language spoken in the North of the Netherlands. To date, the prosody of this endangered language is not documented. The PhD student will be expected to describe how prosodic features are used by multilingual (Frisian-Dutch) speakers, as opposed to monolingual Dutch speakers living in Fryslân, addressing the nuances of language contact and change.

Vacature: Lecteur Université Paris-Sorbonne

Bij de vakgroep Nederlands van de Université Paris-Sorbonne ontstaat per 1 september 2014 een vacature voor een

Lecteur (m/v)
Full-time

Functie-eisen:
  • Master, doctoraal (drs.) of licenciaat (lic.) Nederlandse Taal en Cultuur (eventueel Algemene Literatuurwetenschap of Algemene Taalwetenschap).
  • beheersing van het Frans op minimaal B1-niveau.
  • vermogen om in teamverband te werken.
  • bereidheid tot het verrichten van administratieve en organisatorische taken.

Ervaring met name op het gebied van het Nederlands als vreemde taal strekt tot aanbeveling.

Arbeidsvoorwaarden:
  • de ecteur wordt aangesteld voor een periode van één jaar, na gebleken geschiktheid één keer verlengbaar met een jaar.
  • de lecteur ontvangt een salaris van ongeveer 1200 euro (netto).
  • de lecteur geeft ±8 uur college per week (taalvaardigheid, gebruiksgrammatica en/of methodologie).
  • aanwezigheid: tijdens de collegeperiodes (26 weken per jaar): maandag tot en met woensdag, tijdens de collegevrije periodes (14 weken per jaar): incidenteel.
  • vakantie: ongeveer 12 weken per jaar

Sollicitaties:

gelieve uw sollicitatie in het Frans voor 30 april 2014 te richten aan prof.dr. J. Pekelder, Université Paris-Sorbonne, UFR d’Etudes Germaniques, Composante Etudes Néerlandaises, 108, boulevard Malesherbes, 75017 Parijs, Frankrijk.

Ook voor nadere inlichtingen kunt u contact opnemen met prof. dr. J. Pekelder.



De harde Hollandse g van Golf

Door Marc van Oostendorp


"Toen Volkswagen in 1974 de Golf introduceerde," schreef iemand deze week op het Meldpunt Taal, "werd de naam nog uitgesproken met de g van het Duitse Gott of zoals de gelijknamige sport in het Engels wordt aangeduid. Bij mijn weten is dat vele jaren volgehouden. Nu heeft men het bij VW zelf over de Golf met die harde Hollandse g van 'ga toch weg!'. Hoezo internationalisering?"

Er is inderdaad iets met de g. Ik heb niet kunnen vinden hoe de melder weet hoe men 'bij VW zelf' Golf uitspreek. De filmpjes van Volkswagen die ik heb gezien hebben opzwepende muziek, maar er wordt geen woord in gezegd. Mogelijk is de melder in een showroom geweest, of bij het hoofdkantoor van Volkswagen. Overigens lijkt mij dat je de merknaam Volkswagen zelf ook met een ('harde Hollandse') [x] of een (elders in de Nederlanden gebruikte) [ɣ] uitspreekt, en niet met de [ɡ] die je in het Duits of het Engels ziet.

In ieder geval zou ik zelf geloof ik ook nooit [ɡ] zeggen als ik Nederlands sprak.

maandag 14 april 2014

Een schoone historie van Jan van Parijs : hoofdstukken [27]-[31]


Een schoone historie van

Jan van Parijs,

coninck van Vranckrijck,


T’Hantwerpen,
By Pauwels Stroobant, in de Cammerstrate, In den Witten Hasewint.
Anno 1612




zaterdag 12 april 2014

Spatie


Over Hans Verhagen (1)                                                                       Gert de Jager
  
Ik rij wat rond,
maar meestal zit ik binnen,
te creëren.
 
Als de zon schijnt gaan de tuindeuren open.
 
Je kan de gouden regen ruiken.

 Of:  
 
Ik rij wat rond,
maar meestal zit ik binnen,
te creëren. 

Als de zon schijnt gaan de tuindeuren open.
 
Je kan de goudenregen ruiken.
 
 
Wie in een antiquariaat de planken met poëzie afstruint, heeft de bundel waarvan dit gedicht het openingsgedicht is, op zijn minst gezien. Sterren cirkels bellen van Hans Verhagen verscheen in 1968 niet alleen in de oplage van een Literaire Reuzenpocket van de Bezige Bij, maar de bundel was ook spectaculair vormgegeven door Wim T. Schippers. Vijf, zes kleuren met dan ook nog drie verschillende tinten blauw, op de voor- en achterkaft een portret van de dichter als John Lennon, sterren, cirkels, rechthoeken, rafelranden, een palmboom, een ganzenveer - het lijkt een psychedelische uitdragerij, maar wie de bundel ooit in handen heeft gehad, ziet een heldere esthetiek in de traditie van Piet Zwart en Dick Elffers. Wat de vormgeving betreft is het zonder twijfel de mooiste bundel die ooit in Nederland verschenen is.

vrijdag 11 april 2014

Lezingendag voor studenten met belangstelling voor (de Nederlandse) taal

Op donderdag 15 mei organiseert het Meertens Instituut een middag voor alle studieverenigingen en geïnteresseerde studenten, wier studie raakvlakken heeft met het onderzoeksgebied van de taalkundigen op het Meertens Instituut.

Het taalkundig onderzoek van het instituut beschrijft en onderzoekt de taalkundige variatie in het Nederlandse taalgebied, allereerst in Nederland. Het gaat daarbij niet alleen om geografische variatie (o.a. dialecten), maar ook om sociaal en cultureel bepaalde variatie. Het belangrijkste doel van dit onderzoek is om inzicht te verwerven in de aard van taalvariatie, de taalkundige factoren die daarbij een rol spelen en de buitentalige factoren (o.a. leeftijd, gender, etniciteit) die variatie in Nederland veroorzaken of beïnvloeden.

Facebook als dichtbundel

Door Marc van Oostendorp

Is er al wetenschappelijk onderzoek naar de poëzie op Facebook? Ik kan op Google Scholar wel van alles en nog wat vinden over poëzie die gebruik maakt van interactiviteit en filmpjes en multimedia, maar eigenlijk niets dat gaat over het gebruik van Facebook als dichtbundel.

En dat terwijl voor zover ik kan zien heel veel dichters op Facebook zitten, en daar hun werk publiceren. Het medium is daar ook heel geschikt voor: het is wat wurmen om een gedicht in een tweet te krijgen, maar in een status update op Facebook past er best een. De gemiddelde dichter heeft al snel meer vrienden dan kopers van een bundel.

Van de dichters die ik volg, is Martijn Benders het beste voorbeeld van een typische Facebook-dichter.

donderdag 10 april 2014

Studienamiddag: Poëziebemiddelaars. Beelden van anderstalige poëzie in de Nederlandse literatuur (15/05)


Op 15/05 organiseren de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, het Poëziecentrum, AOG Literatuur in vertaling en Teksteditie Literatuur in Vlaanderen (Universiteit Gent) een studienamiddag over beelden en invloeden van anderstalige poëzie in de Nederlandse literatuur.