donderdag 28 augustus 2014

Addenda EWN: altoos bw. ‘altijd’

Door Michiel de Vaan




Mnl.altos(Limburg,1200), altoes(Limburg,1240), alle /alto:s/, ‘voortdurend, elke keer weer; volstrekt’.Een lokale variant emmertoeswordtin de 15e eeuw in Antwerpen gevonden (MNW). Nnl. altoos,daarnaast ook Vlaams altoost(1598;WNTs.v.Uitb-).Vanaf de 17e eeuw als bw. ook ‘tenminste’.
 

Verwantevormen: Middelnederduits alteges,altos,altoes,altes ‘geheel,voortdurend’, Middelhoogduits alzoges,alzuges‘geheel,voortdurend’, Westerlauwers Oudfries altōs,MoWFri. alteas,alteast‘althans, ten minste’.

 

Eensamenstelling van aleneen zn. dat van het ww. tijgen‘trekken’komt. Gezien de Mnd. en Mhd. parallelle vormen was dat tweede lid degenitief van Wgm. *tugi-‘trek’, waaruit Du. Zug‘trek,teug’, Ned. teug,Mnl. ook toch‘trek,teug’ voortkomen. De oudste betekenis lijkt ‘voortdurend’ tezijn, vandaar dat de letterlijke betekenis van Oudnl. *al-togeswaarschijnlijk‘gedurende de hele trek’ was.

 

Deetymologische discussie spitst zich toe op de vraag of altoosinderdaadals tweede lid de genitief Oudnl. *-togeshad,zoals meestal wordt aangenomen in oudere handboeken. Het verlies vanintervocalische giszeldzaam maar niet onbekend in het Ned. (vgl. verdedigenuit*ver-dage-dingen).Dat de ginaltoosinalle dialecten vanaf 1200 al weg is, zou aan reductie inonbeklemtoonde positie kunnen liggen. We moeten dan uitgaan vanbeklemtoning als *áltoges.Opdie beklemtoning wijst overigens ook de reductie in Mnd. altegesenaltes.In hun woordenboeken betogen Vercouillie (1925) en van Wijk (1936[1912]) dat de oovanaltoos“scherplang”was, en dus op Wgm. *aumoetteruggaan. Probleem is dan dat we twee verschillende Wgm. vormenzouden moeten aannemen, want voor het Mhd. en Mnd. kunnen we niet om*al-togesheen.Bovendien is een verbaalnomen *tauha-‘trek’, dat dan in Nl. altooszouzitten, verder niet uit het Germaans bekend. Van Wijk rept vandialectische vormen die *auzoudenbewijzen maar noemt zijn bronnen niet. Gezien de schrijftaligheid vanhet woord in Nederland in de twintigste eeuw is het de vraag of ernog dialecten de geërfde vorm onveranderd bewaard hadden. In hetlicht van deze problemen geef ik aan de verklaring van altoosuit*altogesdevoorkeur.

 

Hoe een 17-eeuws woordenboekmaker het opnam tegen de elite – en dat met de dood bekocht



Door Marc van Oostendorp

Vandaag verschijnt het boek Schokkende boeken!, onder redactie van Rick Honings, Olga van Marion en Lotte Jensen. Het onderstaande stuk is een voorpublicatie.

392 mensen zetten hun handtekening onder een petitie die op 1 juli 2013 verscheen op het internet en die de gemeente Amsterdam opriep om eerherstel te geven aan Adriaan Koerbagh  (ca. 1632-1669). De gemeente zou hem excuses moeten aanbieden en een straat naar hem noemen. In de tekst van de petitie wordt Koerbagh gekenschetst als een voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, die “door Amsterdam werd vertrapt”.  De eenentwintigste-eeuwse ondertekenaar  hoefde  zich, volgens de tekst, “geen zorgen te maken: dankzij Adriaans vroege strijd voor uw vrijheid van meningsuiting zult u hiervoor niet meer worden vervolgd!”[i]

Hoe wordt een zeventiende-eeuwse woordenboekmaker tot een strijder voor de vrijheid van meningsuiting? Adriaan Koerbagh was oorspronkelijk vooral een taalpurist, iemand in de voetsporen van zijn tijdgenoot Lodewijk Meyer (1629-1688) woordenlijsten waarin alternatieven werden opgesomd voor, vooral, Franse en Latijnse termen. In een van die woordenboeken legde hij een aantal godsdienstige begrippen zo persoonlijk uit dat hij erom werd vervolgd en zeer zwaar gestraft: tien jaar zware arbeid in een ‘rasphuis’, waarna nog tien jaar verbanning uit Amsterdam, en het verbranden van het schadelijke woordenboek. Het laatstgenoemde stukje van de straft werd overigens niet uitgevoerd– men was bang dat zoiets de belangstelling voor het boek alleen maar zou doen toenemen – en Koerbagh heeft het eerste deel van zijn straf nooit uitgezeten. Na vijf jaar rasphuis overleed hij.

woensdag 27 augustus 2014

Je kunt ons alles wijs maken over Diederik Stapel

Wéér een bak met statistieken
Door Marc van Oostendorp


De mensheid is wanhopig op zoek naar een leugendetector. Mensen gebruiken taal om elkaar diepe inzichten in de werkelijkheid toe te werpen én om elkaar maar wat op de mouw te spelden. Wat zou het fijn zijn als er apparaten waren die de ene situatie van de andere konden onderscheiden.

Bij mijn weten hebben we nog steeds geen betrouwbare leugendetectors: je kunt iemands hartslag, zweetafscheiding en ademhaling tot in de fijnste nauwkeurigheid meten, maar het lukt je daarbij nauwelijks om fabeltje van hard feit te onderscheiden. Zou het dan wel lukken door alleen woorden te tellen?

Dat is wel wat de Amerikaanse communicatieonderzoekers David Markowitz en Jeffrey Hancock denken. In een artikel dat gisteren verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One beschrijven ze een onderzoek dat ze hebben uitgevoerd op 49 artikelen van Diederik Stapel: van 24 is komen vast te staan dat er fraude in is gepleegd; 25 anderen zijn vermoedelijk wel gebaseerd op reële data. Volgens Markowitz en Hancock toont zich dat verschil al in de taal. Door woorden te tellen komt de waarheid aan de oppervlakte.

Ik heb Markowitz en Hancocks eigen woorden niet nageteld, maar ik geloof er maar weinig van.

dinsdag 26 augustus 2014

Lunchlezing Nelleke Moser: "Bedekte letters, bedrogen lezers: trompe l'oeil in teksten" (Museum Meermanno)



Op zondag 31 augustus 2014 vindt in Museum Meermanno de vierde van zes lunchlezingen plaats in de reeks ‘Boekvorm en leeservaring’. De Nederlandse Boekhistorische Vereniging en Museum Meermanno organiseren deze serie lunchlezingen over de vraag in hoeverre de vormgeving van het boek de leeservaring beïnvloedt. De sprekers bespreken die kwestie vanuit hun eigen deskundigheid en ervaring als boekwetenschapper, vormgever, kunsthistoricus, conservator of letterkundige. Waar mogelijk brengen ze hun verhaal ook in verband met de tentoonstellingen en collecties van Museum Meermanno.

Dit keer houdt Nelleke Moser de lezing, onder de titel:  "Bedekte letters, bedrogen lezers: trompe l'oeil in teksten".

In de Universiteitsbibliotheek Leiden ligt een paradoxaal boekje uit 1779. Het lijkt gedrukt, maar het is volledig met de hand geschreven. Het lijkt een ABC-boekje, bedoeld om uit te leren lezen, maar het is vrijwel geheel onleesbaar. De maker, schrijfmeester Crijn van Zuyderhoudt, heeft namelijk op elke bladzij een afbeelding over zijn eigen tekst getekend, zodat de onderliggende tekst afgedekt is. Het effect is alsof er losse blaadjes in het boekje liggen. Soms zit er een gat in deze getekende blaadjes, waardoor de onderliggende tekst tóch nog deels te zien is. Sommige afbeeldingen zijn zelf weer tekstdragers. Wat is de bedoeling van dit spel met de lezer? In hoeverre getuigt het van een strijd tussen handschrift en druk, woord en beeld, lezen en kijken?

Analoog roken

Door Marc van Oostendorp


De wereld wordt steeds analoger. Het bewijs: vijftig jaar geleden zou niemand de vorige zin begrepen hebben, nee, hem zelfs ongrammaticaal hebben gevonden. Wanneer je zou hebben gezegd dat je analoog ging leven, zou men even over zijn hoornen bril hebben gekeken en meewarig gevraagd hebben: "analoog aan wat?" En hebben getrokken aan zijn analoge sigaret, zonder enig benul van wat men eigenlijk aan het doen was.

Het woord analoog heeft een verbazingwekkend snelle betekenisverandering doorgemaakt. In 1949 betekende het volgens het WNT alleen nog 'een analogie inhoudend, overeenkomstig': de belevenissen van de ene kunstzwemmer waren analoog aan die van de ander.

Dit veranderde door de komst van de cd.

maandag 25 augustus 2014

Geesteswetenschappennijd

Door Marc van Oostendorp

Geen groter geluk voor de hedendaagse academicus dan lange vliegreizen waarin je naast een kritisch ingestelde natuurkundige blijkt te zitten.

De mijne was een Amerikaans-Japanse vrouw op doorreis naar Engeland, waar ze een congres ging toespreken over "een theoretische vorm van vastestoffysica."

Net als iedere moderne onderzoeker die ook maar enigszins bij zijn volle verstand was, lijd ik aan een lichte vorm van natuurkundenijd, dus na een paar minuten begon ik haar te overladen met al mijn woeste wensdromen over hoeveel beter alles is in de natuurkunde dan in de taalwetenschap. Hoe mooi hun theorieën zijn, en hoe stevig daarmee hun fundament. Hoe mensen begrijpen wat onderzoek doen betekent, en ook de buitenwereld dat moeiteloos inziet.

Maar het was volgens haar helemaal niet beter.

Die historie vanden stercken Hercules : hoofdstuk [17]


Die historie vanden stercken Hercules

die veel wonderlike dinghen in sijn leven heeft ghedaen.
Sijn gheboerte was wonderlic, ende sijn leven was avontuerlic,
want hi menich vervaerlic beeste verslaghen heeft,
ghelijc men in die historie hier na verclaren sal.
Ende si is seer avontuerlic ende ghenuechlic om lesen.

Zoals gedrukt door Jan van Doesborch, Antwerpen 1521.





zaterdag 23 augustus 2014

Bredie van stories: Zuid-Afrika en de literatuur in het licht van haar geschiedenis



 
Vrijdag 26 september, 13.30-17.00 uur. Regentenkamer, Oude Vest 159a, Leiden.

Wat betekent het om te schrijven in een tijd van post-apartheid? Of in een land dat haar pijnlijke geschiedenis lijkt te verbergen achter een spectaculaire economische groei? Of in een land waarin economische ongelijkheid de plaats heeft ingenomen van raciale ongelijkheid? Met een werkloosheid die ruim boven de 20% uitstijgt en een bijzonder moeilijke verhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen, is Zuid-Afrika zonder meer een land met een moeilijke geschiedenis en, vooral, met een heel moeilijke verhouding ten opzichte van haar eigen verleden.

Tijdens het symposium gaan internationaal gerenommeerde Zuid-Afrikaanse schrijvers en historici met elkaar in debat over de noodzaak en het belang van literatuur om zich te verhouden tot het verleden van Zuid-Afrika. Wat kan de literatuur bijdragen aan de omgang met raciale verschillen, culturele diversiteit en economische ongelijkheid in een land als Zuid-Afrika? Hoe kan je als schrijver recht doen aan die diversiteit? En wat is het belang van het vertellen van verhalen voor de geschiedenis van het land?

Internationaal gerenommeerde schrijvers zoals Etienne van Heerden en Kirby van der Merwe, die deelnemen aan het symposium, stellen zich die vragen reeds enkele decennia. Samen met onderzoekers van de Universiteit van Leiden, Amsterdam en elders leggen ze zich toe op deze vragen en vatten ze die aan om het Zuid-Afrika van gisteren, vandaag en morgen te begrijpen.

Column 98 : de middeleeuwse slaapmuts als voorbehoedsmiddel

Door Willem Kuiper

Deze augustus maand zendt de NCRV weer de kennisquiz De slimste mens uit. Als de rest van Nederland – jury-voorzitter Maarten van Rossem uitgesloten, want dat is óók een nachtmens – op één oor ligt, spelen mijn echtgenote en ik mee via Uitzending gemist.
     In aflevering 19 van donderdag 7 augustus 2014 kwam een opgave voor over hoofddeksels met als één van de oplossingen: de ‘slaapmuts’. Deze slaapmuts was voor Maarten van Rossem aanleiding om het spel te onderbreken en het publiek te vergasten op een buitenissig ‘terzijde’. Als deze uitzending nog nakijkbaar is als u dit leest, moet u de cursor zetten op tijdstip 25:38. Ik citeer:
Waarom werd er vroeger een slaapmuts gedragen? Men weet dat niet helemaal zeker, maar de veronderstelling is dat dat was om de luizen binnen boord te houden. En die mensen hadden allemaal luizen, en met een slaapmuts op verspreidden ze zich niet door het hele slaapvertrek. Bovendien hadden ze geen centrale verwarming, dus het vroor vaak dat het kraakte in de slaapkamer, zodat je hoofd toch frappant koud werd. Dat zou de reden zijn voor het dragen van de slaapmuts.

Hoe we klanken leren

Door Marc van Oostendorp
Waarom zijn er geen talen waarin drie keer hoesten 'boterham' betekent en een keer in je handen klappen 'eten'? Omdat de woorden van alle (gesproken) talen zijn opgebouwd uit een betrekkelijk kleine verzameling klinkers en medeklinkers. Het aantal varieert van ongeveer 13 in het Hawaiiaans tot ongeveer 130 in sommige talen in zuidelijk Afrika. Het Nederlands zit er zo'n beetje tussen in, met tussen de 40 en 50 klanken, afhankelijk van hoe je telt.

Maar waarom is dat dan eigenlijk zo? Wat maakt zo'n systeem van klinkers en medeklinkers zo aantrekkelijk? Daarover ging een lezing die Bridget Samuels gisteren hield op het congres dat ik dezer dagen bijwoon.

Zo'n klanksysteem is een legodoos. We kunnen in het Nederlands met onze 40 medeklinkers eindeloos nieuwe woordjes bouwen: hoziedipdok, kroekeu, peroestuga. Dat is natuurlijk ook nodig, want we kennen tienduizenden woorden. Om die allemaal te kunnen onthouden is het handiger om ze allemaal met min of meer dezelfde verzameling mondbewegingen te maken die toch nog uit mekaar te houden zijn.

vrijdag 22 augustus 2014

First Brussels International Underground Poetry Festival

Binnenkort, op 19-21-september 2014 in Brussel:


Meer informatie: www.essegem.be

It is said to be the oldest church in Macau

Het Engels in Japan, Nederland en Duitsland


Door Marc van Oostendorp

In mijn zoektocht naar hoe het Engels de wereld verovert, ben ik inmiddels in Japan aangekomen. Toen ik hier in Tokio gisterenavond mijn tv aanzette, verschenen er twee Aziatische meisjes in beeld die door Macau liepen, en een mij onbekende Aziatische taal spraken.

Tot er ineens allerlei vrolijke kleurig letters in beeld verschenen die de tekst Phrase of the day vermelden, waarop een van de meisjes de laatste zin nog eens herhaalde, en die zin bleek te luiden It is said to be the oldest church in Macau. Waarna er werd overschakeld naar een studio, waar een paar Japanse vrouwen ook moeilijk te volgen Engels met elkaar spraken tot er ineens een olijke Australiër binnenkwam die de phrase of the day nogmaals vrolijk lachend uitsprak: It is said to be the oldest church in Macau. (Je kunt een en ander hier terugzien.)

donderdag 21 augustus 2014

Criminaliteit, taal en recht in Mainz, Duitsland



Wat kunnen we opmaken uit de manier waarop een zelfmoordbriefje is opgesteld? Welke invloed heeft het proces-verbaal van verhoor bij politie op rechtbankinteractie, die uiteindelijk beslissend is voor veroordeling of vrijspraak? Hoe wordt de manier waarop beslissingen genomen worden in de EU beïnvloed door de talen van de verschillende afgevaardigden? Dit zijn maar een paar vragen die ter sprake zullen komen tijdens de Roundtable 2014 van de Germanic Society for Forensic Linguistics (GSFL), 5-7 september 2014 in Mainz, Duitsland.

Tijdens deze bijeenkomst zullen forensische experts en studenten van over de hele wereld onderzoeken hoe criminaliteit, taal en het recht elkaar beïnvloeden en welke impact dat heeft op de dagelijkse praktijk. De keynote speakers zijn: special crimes officer en expert in ondervragingsmethoden detective M. Allen (UK), forensisch taalkundige en zelfstandig forensisch adviseur dr. S. Blackwell (UK), klinisch taalkundige aan het Wiener Institute for SuicideResearch dr. B. Eisenwort (AT) en forensisch taalkundige en deskundige in strafzaken dr. F. van der Houwen. Behalve deze keynote speakers zullen er bijdragen zijn van deskundigen uit Tunesië tot Australië en van Duitsland tot Brazilië.

Addenda EWN: waal en wiel



Door Michiel de Vaan


waal zn. v. en wiel zn. ‘kolk door dijkdoorbraak ontstaan’

Het Nederlands kent twee woorden met dezelfde betekenis.

(1) Onl. Vual, mv. Vuala afgrond (10e e., Wachtendonckse Psalmen), Mnl. wael en wale (meestal m.) poel, plas, kolk. Vanaf de 13e eeuw werd waal uit de standaardtaal verdrongen door wiel. Vroegnieuwned. waal wordt in Westnl. dialecten gevonden (Vlaanderen, Zeeland, Zuid-Holland), en leeft nog in Wvla. waleput kolk voort.

(2) Wiel, weel mogelijk voor het eerst in de naam Gerardus de Wildreht (1187, bij Dordrecht). Mnl. wiel wordt gevonden in teksten uit Holland (vanaf 1284), Vlaanderen en Brabant. Voor Kiliaan (1599) is wiel het gebruikelijke woord, wael een verouderde Hollands woord. De ee-variant komt het eerst voor in de naam van Oosterweel  bij Antwerpen: Otserwele (1210, kopie midden 14e eeuw), Oucerwela (1225), van outserweele (12481271). Weele is de vorm in moderne Zeeuwse en Westvlaamse dialecten, met betekenissen als kolk na dijkdoorbraak en zeegeul. De moderne familienamen bevestigen grofweg de gevonden geografische verdeling: ie komt voor van Holland tot Vlaanderen en in Noord-Brabant (Aan de Wiel, Verwiel, van de(r) Wiel(e)), terwijl ee thuishoort in zuidelijk Zuid-Holland en Zeeland (Verweel, van der Weel(e), Overweel). Ook in het Noordhollands komt weel voor (vanaf de 16e eeuw), maar een Nhol. ee kan ook met een Ned. aa overeenkomen.

Verwante vormen zijn Oudfries wēl, Modern Fries wiel, Oudengels wœ̄l draaikolk, poel uit Wgm. *wēla- (m.). Dat is een afleiding met de betekenis kolk of bron bij het werkwoord *wal(l)ōn- rollen (waaruit Ned. walen draaien) of bij *wellan- koken, opborrelen (Ned. wellen).

De vorm waal zet de te verwachten Nederlandse uitkomst aa voort van de Wgm. klinker *ē. Westnederlands wiel en weel hebben een klinker die teruggaat op de Oudfriese ē. Wiel is daarmee een van de Kustnederlandse woorden die uit het vroegmiddeleeuwse (voorstadium van) Fries van de kustbewoners werd ontleend in het Frankisch van Vlaanderen, Zeeland en Holland.