donderdag 29 januari 2015

Nederlandstalige poëzie uit de Eerste Wereldoorlog (2)

Door Bart FM Droog

Herinnering weggevaagd door Tweede Wereldoorlog

De oorlog die van 1940-1945 in onze contreien woedde, veroorzaakte zo mogelijk nog méér leed dan die van 1914-1918. Dat bracht met zich mee dat ook in de literatuur de aandacht zich op 1940-1945 (en in andere landen 1939-1945) richtte. Toch verdween de Eerste Wereldoorlog nooit helemaal uit beeld, omdat in landen als Engeland, Frankrijk en België het aantal militaire slachtoffers in 1914-1918 significant hoger lag dan in 1940-1945.

Dichters

De meeste Nederlandstaligen waren in 1914-1918 geen militair. Het gros van de Nederlandstalige Eerste Wereldoorlogsgedichten is dan ook buiten de loopgraven geschreven. Bij bekende én onbekende Vlaamse en Nederlandse dichters. Eén van hen was Hermanus van Sijn (1853-1930). Hij was de huisdichter van het Geïllustreerd Volksblad voor Nederland en, volgens de schrijvers van het voorwoord in zijn postuum verschenen bundel Bereid den vrede (1931), een 'rond-eerlijken pacifist en fellen oorlogshater.'

Twee dagen na de Duitse inval in België, op 6 augustus 1914, publiceerde hij het – voor zover mij bekend – vroegste Nederlandstalige Eerste Wereldoorlogsgedicht:

OORLOG

Vervloekt zij de Oorlog,
                          op alle wijs.
Die menschen maakt tot
                          kanonnenspijs;
Vervloekt zij de Oorlog,
                          driewerf vervloekt,
Die in ellende
                          zijn lauw'ren zoekt!

Heet dàt Beschaving,
                          Humaniteit,
Die heel Euroop naar
                          den afgrond leidt?
Heeft àl dat “kunnen”
                          't zóó ver gebracht,
Dat door die grootheid
                          verderf ons wacht?

Wèl mocht gij stichten,
                          o, Vorstenschaar!
't Paleis des Vredes...
                          Eén somb're maar
Doortrilt heel de aarde
                          en schreit het uit:
Wie van U doofde
                          de lont bij 't kruit!?


H. van Sijn.

Addenda EWN: vuig

Door Michiel de Vaan

vuig bn. gemeen

Mnl. vudighe (mv.; Holland, ca. 1450), vuydich (1479) lui, vadsig, Nnl. vuyegh lui (Anna Bijns, ca. 1540), vuygh (161823). De pejoratieve betekenissen laf, minderwaardig, verachtelijk kunnen vanuit lui en ledig worden verklaard. De wegval van d heeft vuidig regelmatig in vuig veranderd. Tot 1700, zeer sporadisch daarna tot 1820, blijft vuidig in gebruik in de poëzie. Ik vind geen varianten van het woord in de moderne dialecten, maar in 1825 en 1901 wordt voor de Betuwe nog het gebruik van de vuige maandag gerapporteerd, voor wat elders wel verloren maandag heette: de maandag na de jaarlijkse betaaldag van boerenmeiden en knechten, een dag die ze in de stad in luiheid en ledigheid doorbrachten.

Mnl. vuydig veronderstelt een Oudnl. *fūdig. Dat is een afleiding met -ig van een Germaans bn. *fūda- verrot, stinkend, dat zelf van de wortel *fū- stinken, verrotten is gevormd. Voor Gm. *fūda- is vuig het enige bewijs, maar de wortel *fū- zit ook in vuil uit Gm. *fū-la-. In Duits faul, de directe verwant van vuil, zien we dezelfde betekenisovergang van stinkend naar lui als in vuig. Die kan begrepen worden via te lang blijven liggen en daardoor verrotten, vergelijk in je bed liggen rotten (te) lang in bed blijven.

Germaans *fū- komt uit het Proto-Indo-Europese ww. *puH- stinken, rotten, waarvan o.a. Latijn pūs, Grieks púos, Skt. puvas- etter is afgeleid. Zie voor verdere verwanten onder pus, dat zelf een Latijns leenwoord is. Latijn pūtidus rottend, verrot en pūtēre stinken zijn waarschijnlijk op PIE *puH-tó- stinkend, verrot gebaseerd, precies de vorm die Germaans *fūda- zou opleveren.


Geen sinecure

Door Marc van Oostendorp

Wat gebeurt er wanneer je de woorden sinecure en zee op een centimeter afstand zet? Of wanneer je rozen, sommen en mokkel zo dicht bij elkaar plaatst dat ze bijna beginnen te rijmen?

Het is een soort standaardtechniek van moderne dichters geworden. Waar je vroeger je lettergrepen in een regelmatig ritme moest kunnen plaatsen en een rijmwoordenboek altijd van pas kwam, hoort een moderne dichter, zo lijkt het wel moeiteloos van de taal van de straat te kunnen overspringen naar dat van het gemeentehuis, en vanaf daar weer in één moeite door naar dat van het bordeel.

Piet Gerbrandy is een van de meest gelauwerde dichters én poëziecritici van het moment. Hij beheerst die moderne techniek dan ook als geen ander. In zijn laatste bundel, Vlinderslag (genomineerd voor de VSB-prijs) staat onder ieder gedicht schuingedrukt een volkomen, schijnbaar uit een krant of brochure gekozen, triviale zin ('Heldere afspraken kunnen voorkomen dat men elkaar misloopt', 'Serieuze vertragingen blijken nooit helemaal te vermijden', 'Er is bij de overheid en in het bedrijfsleven terecht veel aandacht voor integriteit'), en daarboven een gedicht dat de zin niet zozeer uitlegt, maar ieder woord eruit als het ware in een nieuw perspectief plaatst:

woensdag 28 januari 2015

Pas verschenen: Taal en Tongval (Vol. 66, no. 1 & 2)



Er zijn twee nieuwe nummers verschenen van Taal & Tongval, wetenschappelijk tijdschrift over taalvariatie in Nederland en Vlaanderen. Dit zijn de eerste nummers van het tijdschrift die verschijnen via het online platform IngentaConnect. Wie geïnteresseerd is om bij nieuwe publicaties een bericht te ontvangen, kan zich aanmelden via http://www.ingentaconnect.com/content/aup/tet (en doorklikken naar ‘receive new issue alert’).

Inhoud:
Taal en Tongval (ISSN: 0039-8691); Volume 66, No. 2; 14 December 2014
1.      CIJNS en TIJNS, één belasting twee termen
van Reenen, Pieter
2.      Systematisch onderzoek naar Nederlandse contactvarieteiten
van der Sijs, Nicoline
3.      Regiolect verankerd
Wilting, Max; van Hout, Roeland; Swanenberg, Jos
4.      Boekbesprekingen

Taal en Tongval (ISSN: 0039-8691); Volume 66, No. 1; 12 December 2014
1.      Dialect contact and the speed of Jespersens cycle in Middle Low German
Breitbarth, Anne
2.      Wandel und Variation in der Morphosyntax der schweizerdeutschen Dialekte
Glaser, Elvira
3.      Conservative and innovative dialect areas
Schwarz, Christian

Zo voorkwam ik alles te begrijpen

Wat we nog niet weten over het werkwoord (5)

Door Marc van Oostendorp

Als ik beweer dat ik morgen zal komen, beweer ik morgen te komen. Zoveel is zeker: het lijdend voorwerp van de ene zin ('ik beweer') kan zelf weer een zin zijn met een persoonsvorm (zal in 'ik zal morgen komen') of zonder ('morgen te komen'). 

Het eigenaardige, zegt Hans Broekhuis in het 1200 pagina's dikke deel Verbs and verb phrases van zijn Syntax of Dutch is dat het niet bij ieder werkwoord zo werkt. Neem het volgende paar:
  • Diederik ontdekte dat hij loog. [1]
  • Diederik ontdekte te liegen. [2, vreemd]
De tweede zin is een stuk vreemder en ongebruikelijker dan de eerste. Waarom? Het ligt niet alleen aan het werkwoord ontdekken, want soms gaat het juist wel heel goed:

dinsdag 27 januari 2015

Arnon Grunberg in de tegenwoordige tijd

Door Marc van Oostendorp
Jan Arends, Maarten Biesheuvel en Arnon Grunberg schrijven gewoon proza. Dat beweert in ieder geval Suzanne Fagel. De titel van het proefschrift dat ze vandaag in Leiden verdedigt is De stijl van gewoon proza. De genoemde drie auteurs zijn haar belangrijkste voorbeelden van een dergelijke stijl.

Dat is een beetje moeilijk te plaatsen, vooral omdat Fagel in het proefschrift een uitgebreide beschouwing opneemt waarom het beter is niet van 'normaal' proza te spreken, en in plaats daarvan de term 'transparant' te verkiezen. Het is haar te doen om stijlmiddelen die niet al te nadrukkelijk zijn, die niet zozeer de aandacht op zichzelf vestigen, waarvan de schrijver zich wellicht ook helemaal niet bewust is, maar die toch een belangrijke rol spelen in het effect dat een werk op de lezer heeft.

Dat lijkt me een zinnige keuze om te bereiken van Fagel wil: laten zien dat een taalkundige analyse iets kan bijdragen aan een beter begrip van literatuur.

maandag 26 januari 2015

CfP: Niederlandistisches Doktoranden- und Habilitanden-Kolloquium



Call for Papers


Niederlandistisches Doktoranden- und Habilitanden-Kolloquium, Universität zu Köln, 6 & 7 oktober 2015



Op 6 en 7 oktober 2015 vindt het Doktoranden- und Habilitanden-Kolloquium van de Duitstalige Neerlandistiek aan de Universität zu Köln plaats. Het colloquium biedt universitaire neerlandici binnen het Duitse taalgebied de gelegenheid om hun onderzoek te presenteren aan collega’s taal- en letterkunde van een Duitstalige, Nederlandse of Vlaamse universiteit.

De deelnemers wordt gevraagd een deel van hun onderzoek te presenteren als een lezing van 30 min. Voor nieuwe onderzoeksprojecten is er desgewenst de mogelijkheid tot een posterpresentatie.

U kunt zich aanmelden tot 15 april. Stuurt u hiervoor een abstract naar doha-2015@uni-koeln.de. Het aanmeldingsformulier kunt u hier online invullen: http://www.niederlandistik.uni-koeln.de/doha.html. Na uw aanmelding ontvangt u verdere informatie.

Liftloze liftmuziek

door Gert de Jager
 
Over Fallicornia van Dirk van Bastelaere (2)
 
Een vreemd, opvallend kenmerk van het taalgebruik van Van Bastelaere, in Fallicornia en eerdere bundels, is het gebruik van de punt. Soms staat hij wel en soms staat hij niet voor de hoofdletter die een nieuwe zin aanduidt. Wel bijvoorbeeld in deze strofe:

(...)
Boven Borrego draaien oude sterrenbeelden
herkenbaar in telefoons. De uilen
als naam

voor een geluidloze vlucht
(...)

En even later niet in deze strofe:

Men verstaat de beweging
van het zwemmen niet eens als een improvisatie op de grens met de leefbaarheid
en we zijn nergens
wakker In de witte bergen
sprak ik met Methusalem in hout dat alleen het onmerkbaar verdampende water
ziet bewegen

Meer dan veertig keer komt zo'n combinatie van een ontbrekende punt en een hoofdletter in de bundel voor; zo'n tien keer middenin de versregel. Het lijkt vaak een indicatie voor syntactische ambiguïteit van het soort we zijn nergens wakker in de witte bergen/ in de witte bergen sprak ik met Methusalem, maar misschien niet altijd.

Het simpele leesteken van de punt is ook in andere opzichten een gemarkeerd fenomeen in de bundel.

Een taalspelletje uit de 15e eeuw

Door Bas Jongenelen

Het komt niet vaak voor dat er een nieuw Middeleeuws literatuurtje ontdekt wordt, maar soms duikt er ineens een gedicht, liedje of verhaal(fragment) uit vroeger tijden op. Tijdens zijn onderzoek naar de Franse kroniek BAV, Reg. lat. 752 (in de Vaticaanse bibliotheek) kwam historicus Hanno Wijsman een Middelnederlands gedichtje tegen.  Zie foto.

Tolken zijn geen robots

Door Marc van Oostendorp


Wie van huis vlucht door oorlog en ellende, en dan uiteindelijk terechtkomt in ons zompige moeras, krijgt uiteindelijk een plastic koffiebekertje in zijn hand gedrukt, en wordt voor een degelijk bureau gezet, waarachter een ambtenaar van de IND zit.

En dan ontstaat er natuurlijk een taalprobleem: de ambtenaar mag alleen Nederlands spreken, en de gemiddelde asielzoeker heeft natuurlijk niet voldoende tijd gehad om een inburgeringscursus te doen. En dus moet er ook een tolk bij zijn.

Susanne van der Kleij promoveert volgende week in Nijmegen op een proefschrift over de rol van de IND-tolk bij de asielaanvraagprocedure. Officieel ligt deze aan zeer strakke banden: de tolk mag alléén vertalen – niets toelichten, geen aanvullende vraag stellen, wanneer de asielzoeker ik zegt, daar geen hij van maken.

Een schoone historie van den Ridder met dat Kruyce : Hoofdstukken 26 en 27



Een schoone

Historie van den Ridder met dat Kruyce,

genaemt prins Meliadus,
den eenighgeboren zoon van den keyser Maximiliaen uyt Duytslandt.

Heel wonderlijck en vermakelijck te lesen voor de jeught.


[zoals gedrukt te Amsterdam z.j. door Michiel de Groot]






zaterdag 24 januari 2015

Ik had het verstand zo grof

Een geschiedenis van het Nederlands aan de hand van 196 sonnetten (4)

Door Marc van Oostendorp

Laten we eerlijk zijn: zestiende-eeuwers schreven soms behoorlijke onzin in hun sonnetten. De Vlaamse dichter en politicus August Vermeylen mag dan hebben gevonden dat het volgende gedicht van Jan van der Noot een bewijs was "hoe dat persoonlijk leven reeds bepaald genoeg was om een sonnet tot een volkomen geheel te maken, het gans te dragen, bijna zonder stoplappen", maar mij lijkt het vooral te getuigen van gebrek aan de meest elementaire mensenkennis. En kom me niet aanzetten met dat Van der Noot en Vermeylen in zo'n andere tijd leefden! Ze hadden beter moeten weten en daarmee uit:

vrijdag 23 januari 2015

Het Schoolvak Nederlands: Een Google Drive-map

Een aantal enthousiaste leraren van de Facebookgroep Leraar Nederlands heeft een Google Drive-map gemaakt vol materiaal dat gebruikt kan worden in lessen Nederlands.

Hier is de introductievideo:


De map is hier te vinden.

Bij de dood van een vrijwilliger

Hans Bakker, 1937-2015

Door Marc van Oostendorp


Foto: Ziko van Dijk
Een paar jaar geleden werd ik af en toe door Hans geïnspireerd tot een stukje. Hij gaf als vrijwilliger Nederlandse les aan mensen die hier wonen en die de taal nog niet spraken. Dat deed hij niet uit de inmiddels steeds veel succesvollere gedachte dat die mensen zich nu eindelijk maar eens moesten aanpassen; maar met de overtuiging dat die mensen zelf graag Nederlands wilde leren, en dat het hen vooruit zou helpen.

Af en toe schreef Hans me over grammaticale kwesties die zijn leerlingen naar voren brachten. Dat bleken lang niet altijd de eenvoudigste te zijn – hij moet een hoog niveau hebben bereikt met zijn cursisten. Een paar jaar geleden hielden de lessen ineens op. En nu kreeg ik deze week het bericht dat Hans overleden is.

Wat erg. Ik kan mijn mond wel vol hebben van idealen dit en dat, maar feitelijk stort de Nederlandse staat iedere maand een aanzienlijk bedrag op mijn bankrekening.

donderdag 22 januari 2015

CFP The Changing Face of Medieval Dutch Narrative Literature in the Early Period of Print

De tweede expert meeting van het onderzoeksproject The Changing Face of
Medieval Dutch Narrative Literature in the Early Period of Print vindt plaats
op 26 en 27 november 2015 in Antwerpen.

De Call For Papers kan hier worden geraadpleegd.

Addenda EWN: verleppen

Door Michiel de Vaan

verleppen ww. ‘verwelken’

Voor het eerst in 1602, waneer Jan van Hout in zijn vertaling van Petrarca’s sonnet Fontana di dolore de uitdrukking putta sfacciata met verlepte hoer vertaalt. Kort daarna wordt verleppen een gangbaar woord, bijv. in een schoon’ ontloocken Roos wiens bladers zijn terstondt verlept (Pers, Bellerophon, 1612) en Ay ziet het schoon kouraal wert deluw en ’t verlept ‘Ach zie, het mooie koraal wordt vaal en het verlept’ (Bredero, Stommen Ridder, 1619).

Eerdere woordenboeken leiden verleppen af van lap ‘vod, slap hangend stuk stof’, naar voorbeelden als damp - verdempen en hals - behelzen. Dat is niet uit te sluiten, maar enkele eigenaardigheden doen eraan twijfelen. Zo zijn dergelijke e-ww. normaal transitief (wat verleppen niet is) en meestal zijn ze ook al in het Middelnederlands te vinden, en niet pas na 1600.

Vandaar dat als alternatief te overwegen is, dat verleppen is afgeleid van leppen ‘met kleine teugjes drinken’, eigenlijk ‘de lippen tuiten’. Verleppen betekende dan ‘slap neerhangen als een lip’. Een andere, gelijktijdige afleiding is beleppen, belippen ‘met de lippende een pruilend gebaar maken ten teken van afgunst of minachting’ (verl.t. belepte 1623). Het ww. leppen is mogelijk een oud woord (Germaans *lapjan) of het is in het Nederlands van lip (Mnl. lippe, Vlaams leppe) afgeleid. 


Bij deze verklaring past dat er in de 17e eeuw ook een variant verlebben is die hetzelfde betekent als verleppen (bijv. jou ouwe verlebde hoer! bij Tengnagel in 1642), en die bij Mnl. lebbe ‘onderlip’ en Nnl. lebben ‘zuipen’ hoort.

Vlamingen zijn vreemder dan Miley Cyrus

Door Marc van Oostendorp


"Ah, gedoogbeleid, dat is niets voor Nederlanders," zei een Vlaamse collega onlangs enigszins smalend tegen mij. "Voor jullie is het altijd alles of niets, hè. Iedereen moet zich altijd aan de regels houden in Nederland. Het is niet zoals bij ons in België, waar officieel geen drugs mogen worden gebruikt, maar ondershands dingen wel worden toegestaan."

Zo'n smalende toon maakt het moeilijk om tegen iemand in te gaan. Het lijkt dan net alsof je je eigen land wil verdedigen. Maar het is in dit geval echt onzin: zelfs Wikipedia zegt dat het gedoogbeleid juist in Nederland begonnen is.

Het is slechts een voorbeeld van de gebrekkige geïnformeerdheid die de meeste Vlamingen hebben geen benul van Nederland; deze collega had zelfs nog jaren in Utrecht gewoond. Het omgekeerde is net zo goed waar, of misschien in nog wel sterkere mate. Het soort clichés dat de gemiddelde Nederlander aanziet voor kennis over België is stuitend.

Het blijkt nu ook weer uit een nieuw rapport van de Taalunie over literatuur.

woensdag 21 januari 2015

Azteekse Studies

Er gloort hoop in onze managershorrorstory De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp

Aangeslagen sjokte Rie Veld naar huis. Alleen al het bericht dat hem een persoonlijk ontwikkeltraject was aangeboden, had haar collega Joop al bijna in een manager veranderd. Stond ze er dan voortaan helemaal alleen voor?

Ze had het relatieve voordeel dat haar vakgebied de Geschiedenis van de neerlandistiek tot 1800 behelsde en als zodanig alle deelgebieden bestreek. Een nadeel was dan weer dat ze de enige specialist in dit gebied was op de hele wereld. Dat betekende niet alleen dat het zo goed als onmogelijk was om anonieme beoordelaars te vinden voor haar topartikelen en haar excellente onderzoeksvoorstellen. Het betekende ook dat er niemand was tot wie ze zich kon wenden.

Ja, ze wist dat er elders in de faculteit ook nog wat mensen waren die niet in managers waren veranderd.

dinsdag 20 januari 2015

“Grote God” – Eerste Kees Fens-lezing door Wiel Kusters



Op woensdag 18 februari 2015 organiseren de onlangs opgerichte Kees Fens Stichting en de Rode Hoed de eerste Kees Fens-lezing. Deze lezing zal voortaan jaarlijks gehouden worden, om de inzet en de belangrijkste thema’s uit het literairkritische en cultuurhistorische werk van criticus en essayist Kees Fens (1929-2008) levend te houden.

De reeks wordt geopend door Fens’ biograaf, de dichter Wiel Kusters, emeritus hoogleraar algemene en Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Maastricht. Onder de titel Grote God gaat hij in op voor Kees Fens belangrijke noties als tijd en eeuwigheid en belicht hij, mede aan de hand van Vestdijks De toekomst der religie, de aard van Fens’ (moderne) traditionalisme.

Datum: woensdag 18 februari 2015
Tijd: 15.30 uur (café open 15.00 uur)
Locatie: Rode Hoed, Keizersgracht 102, Amsterdam
Toegang: gratis, aanmelden verplicht via kaarten@rodehoed.nl
Meer informatie: Rode Hoed