zondag 26 april 2015

Laat jij maar zitten

Door Marc van Oostendorp

Een gesprek met Hans Bennis over de taalkunde achter ingekort Nederlands.



(Hier is het interview; het boek Korterlands van Hans Bennis kunt u hier bestellen.)

zaterdag 25 april 2015

De die

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (17)

Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp


Hét ritme van een sonnet werd aan het begin van de zeventiende eeuw de alexandrijn, van twaalf lettergrepen. Dat zijn er veel – het wordt al betrekkelijk moeilijk om dat nog als geheel in je hoofd te laten klinken. Dus werd een regel vaak precies in het midden, na zes lettergrepen, afgebroken door een rust.

Dat deed Justus de Harduwijn bijvoorbeeld in het achttiende sonnet van zijn Weerelicke liefde tot Roose-mondt. Let maar op: op de derde tadám eindigt niet altijd alleen een woord, maar ook een logisch bij elkaar horend deel van de zin:


vrijdag 24 april 2015

Hoe neutraal is een vraag?

Door Lucas Seuren

Onderzoek naar vragen neemt al decennia een centrale rol in onder taalkundigen; het is lastig om een artikel te vinden over het onderwerp waarin niet wordt verwezen naar het werk van Dwight Bolinger uit de jaren 50. Desondanks weten we nog maar weinig. Zelfs de discussie over wat een vraag is, is verre van geslecht. Waar veel taalkundigen wel op aansturen is dat de grammaticale vorm van de vraag samenhangt met de neutraliteit van de vraag. Die vorm beperkt namelijk het antwoord dat de respondent kan geven; hoe minder ruimte de respondent heeft, hoe minder neutraal de vraag. Een sterk sturende vraag zoals “is de afkondiging van de noodtoestand niet het bewijs dat uw beleid niet gewerkt heeft?” – het verwachte antwoord bevestigt dat het beleid niet gewerkt heeft – is dus absoluut niet neutraal. Maar in hoeverre is er daadwerkelijk een relatie tussen grammatica en neutraliteit?

Tweetaligheidscampagne

Door Leonie Cornips

Vaak hoor ik dat spreken van dialect door jonge kinderen een goede taalbeheersing van het Nederlands belemmert. Taalachterstand in het Nederlands wordt dus vanzelfsprekend gekoppeld aan tweetaligheid. Toch is dat niet zo. Jonge kinderen kunnen moedertaalspreker van twee talen worden zoals van dialect, Pools, Engels, Turks en Nederlands. Het dialect geldt, net als het Engels, als een taal en het doet er niet toe welke twee talen het kind van huis uit meekrijgt. De gedachte dat tweetaligheid taalachterstand oplevert klopt nog meer niet omdat kinderen die van huis uit alleen Nederlands spreken net zo goed met een taalachterstand in groep 1 kunnen beginnen. 

Waarom pleit ik voor het opvoeden van jongs af aan in twee talen?

Boycot het Taalunie-feestje

Door Marc van Oostendorp

Vroeger moest ik weleens glimlachen om de Taalunie, die overheidsorganisatie die eigenlijk voor het Nederlands moet zorgen maar die vooral praatjes verkoopt. Die sinds een paar jaar aan de hoofd een man heeft die er trots op is dat hij manager is, omdat je dan tenminste geen inhoudelijke kennis nodig hebt en je lekker fris tegen de zaken aan kunt kijken. Een man die twee jaar geleden 'het debat over taal gaat aanjagen' en nog steeds naar het vliegwiel zoekt.

Het lachen is me sinds kort vergaan. De Taalunie doet niet langer alleen onzinnige dingen met zijn geld. Ze is bezig schade toe te brengen aan onze taal. Zoals deze week blijkt gaat het zo ongeveer alle kernactiviteiten afschaffen. Wat doorgaat: het zichzelf zelfgenoegzaam in duur propagandamateriaal feliciteren

donderdag 23 april 2015

Uit de Europese mal. Europese hypes in de Nederlanden [Herhaalde oproep]



Call for papers Congres Werkgroep De Zeventiende Eeuw

Zaterdag 29 augustus 2015, Radboud Universiteit Nijmegen



In een tijd waarin (de betekenis van) Europa druk bediscussieerd wordt, vraagt het jaarcongres van de Werkgroep Zeventiende Eeuw aandacht voor vroege Europese hypes, modes en trends. In zeventiende-eeuws Europa volgden deze elkaar in rap tempo op. Petrarkistische sonnetten veroverden snel terrein tijdens de vroege zeventiende eeuw, encyclopedieën deden dat aan het eind van de eeuw. Vorsten overal in Europa namen de Habsburgse en Franse hofcultuur over, terwijl architectuur, iconografisch programma en politieke en economische ambitie van bijvoorbeeld het Amsterdamse stadhuis (1648-1655) duidelijk geënt zijn op vergelijkbare monsterprojecten elders in Europa. Het kansspel was net zo goed een Europese hype als de hang naar utopische initiatieven. Reizende en migrerende kunstenaars, kooplieden, wetenschappers en charlatans droegen bij aan de verspreiding van hypes. 

30 mei 2015: Klokkenluider of querulant? Multatuli en andere klokkenluiders

Ad Bos, Edward Snowden, Arthur Gotlieb: de laatste tijd zijn er regelmatig klokkenluiders in het nieuws. Multatuli was misschien wel de eerste klokkenluider ooit. Een goede reden om het fenomeen klokkenluider nader onder de loep te nemen.

Wat kan Multatuli ons leren? Wat is de wenselijkheid van klokkenluiders in onze samenleving? Hebben Multatuli en zijn mede-klokkenluiders een substantiële bijdrage geleverd? Klokkenluiders kunnen waardevol zijn als aankaarters van misstanden, maar ook lastig als onruststokers, of zelfs irritant als onbetamelijke ruziezoekers die uit zijn op eigen gewin. De ophef heeft in Nederland zelfs aanleiding gegeven tot nieuwe wetgeving, om te voorzien in een “Huis voor klokkenluiders”. Op dit symposium proberen we met sprekers, een interview en een forumdiscussie een antwoord te vinden op deze vragen.

Met bijdragen van Philip Vermoortel (Hoogleraar Letterkunde KU Brussel), Theodor Holman (publicist), Ronald van Raak (Kamerlid SP en initiatiefnemer Wet Huis van de Kokkenluider), Winnie Sorgdrager (lid Raad van State), Tom Böhm (Letterkundige), Dik van der Meulen (Biograaf van Multatuli) en Jeroen Wester (NRC-redacteur en redacteur dagboek van NzA-klokkenluider Arthur Gotlieb). Dagvoorzitter: Arend Jan Heerma van Voss (publicist).

Zie voor meer informatie: de website van de Balie

Addenda EWN: paaien

Door Michiel de Vaan

paaien (1) ww. ‘tevredenstellen’

Vroegmiddelnederlands hem gepaijt houden ‘zich tevreden(gesteld) voelen; zich (financieel) voldaan beschouwen’ (1265–1270), payen ‘betalen’ (1285), wlpait ‘volledig betaald’ (1297). Laatmnl. payen, Vroegnnl. pa(e)yen, paaien ook ‘tot rust brengen, sussen, verzoenen’. Daarnaast ook Mnl. zn. paye ‘betaling’ (1300), Vnnl. paye, paai ‘betalingstermijn, soldij’. Vanaf de 16e eeuw komt sporadisch de variant peyen (1589), peien voor, die op hernieuwde ontlening aan het Frans kan berusten (met de moderne uitspraak van payer).

Wat betekent 'nee'?

Door Marc van Oostendorp


Als een rechercheur nee zegt, wat bedoelt ze dan? Neem het geval van Dikke Tony, een maffiabaas die het handig leek om te doen alsof hij vermoord was. Her en der heeft hij rond de scheepswerven 'aanwijzingen' voor die moord verstopt. Die aanwijzingen worden gevonden en onderzocht door forensische wetenschapper Smit, die een voorzichtige conclusie trekt:
  • Misschien is Dikke Tony omgebracht.
Nu trekt rechercheur Betsie erop uit en ontdekt dat Dikke Tony levend en wel ondergedoken zit in een rustiek boerderijtje. Ze zegt dan tegen Smit:
  • Nee, Dikke Tony leeft nog!
Dat dialoogje blijkt allerlei filosofen en taalwetenschappers in de problemen te brengen. Want wat bedoelt Betsie met dat nee? Wat betekent nee eigenlijk?

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 8



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]






woensdag 22 april 2015

Taalsymposium: Taal in een multiculturele samenleving



Op woensdag 20 mei 2015 organiseren Avans Hogeschool en Hogeschooltaal het symposium Taal in een multiculturele samenleving. Bestuurders, taalwetenschappers, docenten en ervaringsdeskundigen zullen met elkaar in gesprek gaan over taaldiversiteit. Daarbij staat het belang van een goede beheersing van het Nederlands om succesvol te kunnen zijn in loopbaan en samenleving centraal.

De sprekers zullen ingaan op actuele thema's die de opleiders van studenten in het middelbaar en hoger onderwijs bezighouden: het economisch belang van een goede taalbeheersing; de zorgen in de politiek over de kwaliteit van het onderwijs in het Nederlands; niveaubepaling en toetsing; de positie van de anderstaligen in een Europees kader en de dreigende verwaarlozing van het Nederlands onder de druk van Engels als instructietaal.

Heel veel vragen!

De managers automatiseren het stellen van vragen in onze managersgruwelserie De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp
De ietwat saaie vakdidacticus Gerard werd er enigszins duizelig van. Sinds hij in een manager was veranderd, waren de veranderingen wel heel snel gegaan. De boomlange promovenda Sophie en de postdoc Femke hadden de kamer van een hoofd communicatie van het bureau van de decaan bezet met onduidelijke eisen, waren daar door Wouter met geweld uitgegooid terwijl ze net een gevulde koek aan het oppeuzelen waren, terwijl ondertussen Joop en Rie – respectievelijk gespecialiseerd in het middelnederlandse voegwoord en de geschiedenis van de neerlandistiek tot 1800 – druk bezig waren geweest met outreach.

En ondertussen moesten er vragen gesteld worden! Heel veel vragen! Terwijl iedereen maar een beetje wat zat aan te rotzooien op de afdeling, was er een belangrijke deadline op 1 mei! Dan ging de Nationale Wetenschapsagenda sluiten, en zoals iedereen wist zouden dan de stemmen geteld worden: welke afdeling had er de meeste vragen gesteld? Die afdeling zou de meeste geldelijke middelen krijgen.

De collega's in Utrecht hadden al 210 vragen gesteld, had Gerard geteld, en die in Leiden zelfs al 230.

dinsdag 21 april 2015

Hoe zeggen we 'suiker'?

door Jan Stroop

(Dit is de uitwerking van de presentatie die ik op 15 december 2013 te Roosendaal gehouden heb, in 't kader van de expositie 'Suikergoed'.)




Van ’t woord suiker bestaan in de  Nederlandse dialecten minstens negen verschillende uitspraken:  suiker, suker, sökker, soiker, seuker, soeker, soker, sokker en sukker. En ze gaan allemaal terug op één oervorm.


De herkomst van ’t woord suiker is bekend. De oudste vorm is sakkharâ. Dat woord is uit India, waar ’t eerst riet verbouwd werd dat suiker opleverde. Vanuit India zijn de rietsuikercultuur en de benaming voor ‘suiker’ overgenomen door andere gebieden in ’t Midden-Oosten. Rond 600 leerden de Perzen die techniek van suiker winnen; de benaming kreeg een Perzische gedaante: šakar. Daarna maakten de Arabieren er kennis mee. Zij verbreidden de kunst van het telen van suikerriet naar Egypte, in de 8e eeuw naar Andalusië en vervolgens naar Sicilië.

Steeds meer te eenvoudige uitleg

Door Marc van Oostendorp


Ik heb een collega die het niet goed vindt wat ik hier doe. Ik leg de zaken te eenvoudig uit, vindt hij. Het is juist zaak de mensen duidelijk te maken dat alles veel ingewikkelder is dan ze denken, niet om ze te vereenvoudigen.

Het is een bekend probleem, misschien vooral in de geesteswetenschappen. Ik heb het ooit Ringbaums dilemma genoemd, naar een personage in de roman Changing Places van David Lodge. In die roman komt een letterkundige voor die Ringbaum heet en enorm eerzuchtig is. Nu moet hij meedoen aan een spelletje waarin je punten kunt winnen door boeken te noemen die jij nooit gelezen hebt en zoveel mogelijk andere deelnemers aan het spel wel. Ringbaum raakt hierdoor enorm met zichzelf in de knoop. Wanneer hij toegeeft een klassieker niet gelezen te hebben, kan hij veel punten winnen en bevredigt zo zijn eerzucht; maar tegelijkertijd staat hij te kijk als een ongeletterde.

maandag 20 april 2015

Het reisverhaal van Coenraad Ruysch. Deel VII: Rome

Wij publiceren hier een kritische editie van het reisverslag van Coenraad Ruysch, verzorgd door Alan Moss van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hieronder staan links naar de tot nu toe verschenen delen:
Alan Moss heeft ook een eigen, informatieve, website.

Ik luk dat

Door Marc van Oostendorp


"Taalverandering waar je bijstaat," meldde onlangs een jonge moeder op Facebook. Haar zoontje had gezegd Ik luk dat.

Het is helemaal niet onwaarschijnlijk dat het Nederlands inderdaad dat zoontje gaat volgen. Wie weet wat de eenentwintigste eeuw ons nog allemaal gaat brengen! De verandering gaat in ieder geval de juiste kant op.

Waarom is de ene woordgroep het onderwerp van een zin en de andere woordgroep het lijdend voorwerp? Dat moet je voor een deel uit je hoofd leren: het hangt maar van het werkwoord af. In het Engels is I het onderwerp in I like that terwijl in het Nederlands Dat het onderwerp is van dat bevalt mij.

Toch wordt iedere taal geteisterd door een almaar voortdurende hang naar logica.

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 7



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]






zondag 19 april 2015

19 juni 2015: Research Workshop Weerbaarheid in rampzalige tijden

Research Workshop
Weerbaarheid in rampzalige tijden: de verwerking van historische catastrofen in de Lage Landen (ca. 1600-1850;  Resilience in disastrous times: the processing of historical catastrophes in the Low Countries (ca. 1600-1850) 

Datum en tijd:  19 juni 2015; 10:00-17:30
Locatie: Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen, zaal A3
Languages / voertalen: Nederlands en Engels

AANMELDEN s.v.p. voor 1 juni bij Marijke Meijer Drees: m.e.meijer.drees@rug.nl

Workshop The Circulation of Dutch Literature, Den Haag, 28-30 mei

Het internationale congres An International Network Studying the Circulation of Dutch Literature (CODL) vindt in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag plaats op 28-30 mei 2015. Er staan onder andere ruim vijftig lezingen, twee paneldiscussies, twee presentaties op het programma, met een kans om enkele hoogtepunten van de KB- collectie te zien en avondprogramma’s. Het belooft een boeiend congres te worden.
Zie hieronder het voorlopige programma en klik hier (link) om het programma te downloaden. Klik hier (link) om de abstracts van de lezingen te downloaden.
Wil je het congres graag bijwonen? Vul dan via deze link het inschrijvingsformulier in. Iedereen is van harte welkom om te komen luisteren, ook als je geen lid bent van CODL.
The international conference An International Network Studying the Circulation of Dutch Literature (CODL) will take place in The Hague from the 28th until the 30th of May 2015. There are more than 50 papers, two panel discussions and two presentations scheduled with a presentation of the highlights of the KB and evening programmes.
Please find below the provisional programme which you can also download here (link). The abstracts of the presentations you can find here (link).
If you want to visit the conference just fill in the registration form here. Everyone is more than welcome to come and listen to the presentations, also if you are not participating in CODL directly.

Omdat de wereld zo ellendig is

Door Marc van Oostendorp

Olga van Marion vertelt waarom het gedicht Ooghentroost van Constantijn Huygens nog altijd troost biedt.


(Video staat hier. Lees Ooghentroost bij de DBNL.)

zaterdag 18 april 2015

Menig minnaar

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (16)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp


Jezelf tegenspreken is misschien geen teken van liefde, maar wel van verliefdheid. Nadat Justus van Harduwijn in sonnet 4 van De weerliicke liefden tot Roose-mond, dat ik vorige week besprak, uitgebreid het blonde haar, de lipjes en de borstjes van zijn geliefde heeft bezongen, draait hij in het volgende gedicht ineens bij: 

T'en is de blondheydt niet van u ghestruyvelt hair,
Ten is u voor-hooft niet zoo maetigh opgheresen,
Ten is u wind brauw' niet, noch uwen mond ghepresen,
En vierighlijck aenbeen van zoo menigh minnaer;

T'en zijn u lipkens niet, die elcken-een voorwaer
Wonden alst hen ghelieft, en wederom ghenesen;
Ten zijn u deughden niet, noch u bevalligh wesen,
Noch het toov'righ ghelaet dat in u schijnt eenpaer;

T'en zijn u wanghen niet, met purpur-root begoten;
T'en zijn die peerels niet, in uwen mondt ghesloten;
T'en is u taele niet, nochtans als heunigh zoet;

Maer t'ghene dat mijn ieughd' als een bladt comt verdrooghen,
En mijn ionck-iaerigh hert van binnen branden doet,
En is anderssins niet, dan t'raeyssel uwer ooghen.

Het sonnet is ook een klassieke vorm voor tegenspraak.

vrijdag 17 april 2015

Is Duits verstaanbaarder dan Nederlands?

Door Marc van Oostendorp

Dat er een asymmetrie is, wisten we al. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat Nederlanders door de bank genomen makkelijker Duits verstaan dan andersom. Waar dat precies aan ligt, is minder duidelijk. Komt het doordat relatief veel Nederlandstaligen Duits op school leren? Doordat wij vaker naar Tatort kijken dan zij naar Flikken? Doordat zij nu eenmaal een grotere taal hebben die bovendien gesproken wordt in een economisch machtiger gebied?

Of zou het ook aan de talen kunnen liggen? Op die vraag richten Charlotte Gooskens, Vincent van Heuven en Renée van Bezooijen zich in een nieuw artikel in het vakblad Linguistics. Zij deden daarvoor iets voor de hand liggends dat desalniettemin nooit eerder gedaan was:

donderdag 16 april 2015

Addenda EWN: overtollig

 Iedere week bespreekt Michiel de Vaan een woord waarvan de verklaring in het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands ontbreekt (of onvolledig is).

Door Michiel de Vaan

overtollig bn. overbodig

Vroegmiddelnederlands ouertulleg (12761300), ouertolleg (12911300) overvloedig, ouertullechheit (12651270) onmatigheid, Nnl. overtollig. Daarnaast, vooral in Hollandse teksten, overtallich overvloedig (1330), overduidelijk (1353) en in het oosten ook overtellich. Vanaf 1600 overheerst overtollig, terwijl overtallig in frequentie afneemt en zich na 1700 in betekenis beperkt tot boventallig. De vormen met -tull- en -tell- vertonen umlaut van -toll- respectievelijk -tall-.

Alleen de tall-variant heeft verwanten in het Neder- en Hoogduits: Mnd. overtellich en overtalich overbodig, bovenmatig, Mhd. überzellich, Mohd. überzählig boventallig.

Je kunt Pechtold in één zin herkennen

Door Marc van Oostendorp

Hoeveel tekst heb je nodig om te zien of een tekst afkomstig is van Geert Wilders of van Alexander Pechtold? Niet heel veel, laat Maarten van Leeuwen zien in zijn proefschrift Stijl en politiek, dat hij vandaag in Leiden verdedigt. Eén zin is meestal wel genoeg.

Neem de volgende:
  • De laatste jaren wordt de politiek niet meer beschouwd als de plek waar maatschappelijke problemen worden aangepakt en opgelost. [1]
Die zin kan alleen maar van Pechtold zijn. Dat ligt niet aan de inhoud – ik denk dat Wilders het er nog weleens mee eens zou kunnen zijn. Het ligt alleen aan de vorm. Wilders zou hetzelfde mogelijk op de volgende manier formuleren:

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 6



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]