donderdag 2 oktober 2014

Oratie Yra van Dijk: Tussen techniek, media en literatuur



Op vrijdag 10 oktober 2014 houdt prof. dr. Yra van Dijk haar oratie als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde in Mondiaal Perspectief aan de Universiteit Leiden, onder de titel Fanfare uit de toekomst. Tussen techniek, media en literatuur.

Tijd: 16.00 uur
Locatie: Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden
Aanmelden kan via deze link

Pas verschenen: Tijdschrift voor Taalbeheersing (Vol. 36, nr. 2)



Onlangs verschenen: Tijdschrift voor Taalbeheersing 36 (2014), nr. 2 (augustus). ISSN: 1573-9775. Online ISSN: 2352-1236

Inhoud:
Artikelen
Gedrag als bewijs
Henrike Jansen

Tussen koppen kiezen
Lisanne Schrauwen, Daniël Janssen, Pieter de Winter, Ton Vogels, Martijn Jacobs

‘Allemaal subjectief’, sneerde ze
Maurice Vliegen

Addenda EWN : zorgvuldig



Door Michiel de Vaan

zorgvuldig bn. ‘met zorg’

Middelnederlands sorchvoudig (1357) ‘bezorgd, bekommerd; vlijtig, zorgvuldig’, een samenstelling van zorg en het suffix -voudig. Laatmnl. afleidingen zijn sorchvoudicheit ‘bezorgdheid; zorgvuldigheid’ en sorchfoudeliken bw. ‘zorgvuldig’. Met een semantisch vergelijkbare basis bestaat nog Mnl. anxtvoudig > Ned. angstvallig.

Verwante vormen zijn Middelhoogduits sorcveltic, sorcveldic (Duits sorgfältig), Middelnederduits sorchvaldich, sorchveldich, sorchvoldich. In Westerlauwers Oudfries komen sērfaldich ‘zorgvuldig’ en sērfaldichēd ‘droefheid’ voor, die sēr ‘wonde’ bevatten. Er lijkt dus een Westgermaanse combinatie van ‘zorg’, ‘pijn’, ‘angst’ met *faldiga- ‘-voudig’ bestaan te hebben. Aangezien -voudig verder alleen multiplicativa vormt is die combinatie verrassend. De verklaringen daarvoor lopen uiteen. De Vries / de Tollenaere twijfelen tussen de “gedachte aan vouw ‘plooi, rimpel’” en “slechts suffixoverdracht zonder meer”. Dat laatste is heel onwaarschijnlijk. De verbinding met vouw levert geen directe verklaring, maar het ww. vouwen biedt een oplossing. Dat betekende ook ‘omwikkelen, inwikkelen’, als in Oudnoors falda ‘een hoed opzetten’, Oudengels bifealdan, Oudhoogduits bifaldan ‘omvatten’, en de afleiding Oudengels fald ‘omheining, kooi’. De betekenis van *sorga-faldiga- was dus ‘omgeven met zorg, vol van zorgen’.



woensdag 1 oktober 2014

Programma Praagse Perspectieven 10



Zoals eerder aangekondigd organiseert de sectie Nederlands van de Karelsuniversiteit te Praag op 30 en 31 oktober 2014 de tiende aflevering van Praagse Perspectieven. Thema’s zijn De circulatie van Nederlandstalige literatuur (Letterkunde) en Codewisseling (Taalkunde). De bijeenkomst wordt gehouden in het gebouw van het Oostenrijks Cultureel Forum, Praag 1, Jungmannovo nám.18, in de bibliotheek.

Inmiddels is het complete programma bekend:

Donderdag 30 oktober 2014
Codewisseling      
09.30-10.00 Ontvangst met koffie
10.00-10.30 Opening
10.30-11.15 Iva Rezkova (Univerzita Karlova v Praze), Codeswitching: morfologische assimilatie van Engelse invoegingen in Nederlandse zinnen.
11.15-12.00 Ad Backus (Universiteit Tilburg), Codewisseling binnen een minderheidsgroep in Nederland: Nederturks, Turks Nederlands, of allebei tegelijk?
12.00-14.00 Middagpauze
14.00-14.45 Margreet Dorleijn (UVA), Codewisselen op internet: iets heel anders?'
14.45-15.30 Jacomine Nortier (Universiteit Utrecht), De rol van codewisseling in conversaties, zowel in gesproken taal als in Marokkaans/Nederlandse internet gesprekken
15.30-17.00 Workshop voor studenten o.l.v. Ad Backus, Margreet Dorleijn en Jacomine Nortier met assistentie van Jana Kijonková (Univerzita Karlova v Praze).
15.30-16.30 Architecturale wandeling door Praag o.l.v. Albert Gielen

Pas verschenen: Praagse perspectieven 9

In juni 2014 verscheen de bundel Praagse Perspectieven 9, met lezingen en bijdragen over Nederlandse taal- en letterkunde. Het taalkundige onderdeel is gewijd aan: ‘Exotisch Nederlands’ en het letterkundige deel aan Populaire literatuur’.

 

Vier taalkundige bijdragen bespreken talen die voor het gemak worden samengenomen onder de benaming ‘exotisch Nederlands’. Allereerst is er een overzichtsartikel van de hand van Guy Janssens (Université de Liège). Cefas van Rossem (Radboud Universiteit Nijmegen) laat de lezer kennismaken met een aan het Nederlands gerelateerde creooltaal die van het begin van de achttiende eeuw tot in 1987 gesproken werd op de Deense Antillen (nu de US Virgin Islands). Het Petjoh is onderwerp van de bijdrage door Aone van Engelenhoven (Universiteit Leiden). Deze taal wordt doorgaans in verband gebracht met de zogenaamde Indo's: nazaten van kinderen uit relaties tussen Nederlanders en ‘inlanders’ in Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. Tjeerd de Graaf (Fryske Akademy Ljouwert/Leeuwarden) sluit de taalkundige artikelen af met een stuk over het Plautdietsch, de taal van etnische minderheidsgroepen, waarvan de oorsprong te vinden is in de Nederlanden: de Mennonieten in Rusland en Canada.


Symposium Rushing to Revolution? Open Access Models for Humanities Journals



Op 17 oktober 2014 organiseren TS: tijdschrift voor tijdschriftstudies en de UB Utrecht een symposium over Open Access in de geesteswetenschappen. Hieronder volgt de Engelstalige aankondiging van het symposium. Meer informatie over het complete programma is te vinden op www.uu.nl/rushingtorevolution.

Symposium - 17th of October 2014, Utrecht, The Netherlands

Rushing to Revolution?
Open Access Models for Humanities Journals

Up to this moment, there is no satisfying business model for Open Access journals within the Humanities. Yet, there is no turning back especially now the call for Open Access is strongly supported by politicians and funders. Is it possible to keep existing journals afloat in an Open Access world? Or do we need to make more radical choices by reforming publication culture and journal formats in the Humanities?

Oude non-fictieteksten #1: Het lijk droeg rode kousen



[In een nieuwe reeks op Neder-L maandelijks een column van Berthold van Maris over het lezen van oude non-fictieteksten.]

Door Berthold van Maris


Op 21 december 1483 werd in Brugge, bij de Sint Jansbrug, "ghevischt eenen verdroncken man (...) ende hi hadde an twee roode cousen."

In "Het boeck van al 't gene datter geschiedt is binnen Brugghe" wordt door een anonieme kroniekschrijver van dag tot dag vermeld wat er in die stad gebeurde. Er verdronken wel eens mensen in Brugge. In de veertien jaar die de kroniek beslaat, worden er 25 gevallen genoemd. Van bijna alle verdronken mensen wordt de naam vermeld of het beroep of waar ze woonden. Maar de man die op 21 december 1483 uit het water gevist werd was een onbekende. Vandaar dat die "rode cousen" vermeld worden?

De rode kousen vallen des te meer op omdat de kroniekschrijver zich meestal beperkt tot een korte en droge beschrijving van de gebeurtenissen, zonder kleurrijke details:

Op 27 maart 1487 "doe was ghevonden een dood kind in de Veste van der stede van Brugghe ende het vond eenen visscher in zyn net (...)."

Op 18 juli 1489 "doe zo was binder stede van Brugghe by der Cruuspoorte, up de Veste, een kind ghegeten van eenen zwine, zo dat daer of starf bin die nacht (...) ende het was een meyskin."

Dergelijke korte nieuwsberichten zijn van alle tijden. We komen ze nog steeds tegen, als kleine berichtjes in de krant, over ongelukken, berovingen, moord en doodslag, brand.

dinsdag 30 september 2014

Pas verschenen: Het leven volgens Oek de Jong



Op 13 september 2014 is Het leven volgens Oek de Jong – Terug naar een naaktheid gepresenteerd. Deze bundel, onder redactie van Johan Goud, bevat de bijdragen aan het symposium “Terug naar een naaktheid: levensbeschouwelijke aspecten van het werk van Oek de Jong”, dat in november 2013 aan de Universiteit Utrecht gehouden werd.

Diverse neerlandici, filosofen, letterkundigen en religiewetenschappers gaan in hun bijdragen in op de levensbeschouwelijke aspecten van het werk van Oek de Jong, schrijver van romans als Opwaaiende zomerjurken (1979) en Pier en oceaan (2012). Johan Goud, hoogleraar Religie en zingeving in literatuur en kunst aan de Universiteit Utrecht, bespreekt bijvoorbeeld de literaire mythologie in De Jongs werk. Wilbert Smulders, universitair hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde in Utrecht, levert een bijdrage met het artikel ‘Hermans en de Jong: harde en zachte mystiek’.

men is/ ikzelf

door Gert de Jager
 
Wie is 'men' bij Kouwenaar? Men is men, aldus dichter Han van der Vegt onlangs in een beschouwing over Kouwenaars regel 'men moet aan alles een vorm geven':
Je denkt misschien dat hij ‘men’ gebruikt om geen ‘ik’ of ‘je’ te hoeven schrijven. Maar wie een aantal van zijn gedichten achter elkaar leest is er snel aan gewend. Kouwenaar schrijft ‘men’ omdat hij ‘men’ bedoelt.
 
Dat zien veel van Kouwenaars lezers toch anders. In zijn boek uit 2008 over de verschillende manieren waarop Kouwenaars poëzie benaderd wordt, Gerrit Kouwenaar en de politiek van het lezen, stelt Gaston Franssen vast dat ook exemplarische lezers als Sötemann, Kusters en Groenewegen het bovenpersoonlijke al snel terugvoeren op het particuliere - 'compleet met biografische details en persoonlijke doelstellingen.' De 'men' die zich ophoudt in de buurt van een huis is geen geabstraheerde lyrische entiteit, maar een Hollandse dichter met een tweede huis in Zuid-Frankrijk. Zo, naar hartenlust contextualiserend, lezen lezers blijkbaar. Franssen laat het zien om vervolgens aan te tonen dat daarmee de problemen niet opgelost zijn. Kouwenaars poëzie is te principieel ambigu om zich te lenen voor welke totaliserende interpretatie dan ook.  

Seks is (soms) gezond!

Middeleeuwse tips en tricks uit Kennis in beeld. Denken en Doen in de Middeleeuwen
 
Door Ine Kiekens
 
Als mediëviste krijg ik van familie, vrienden en kennissen af en toe het volgende voorgeschoteld: “Vertel eens iets bijzonders, hoe zat dat nu eigenlijk in de middeleeuwen? Aten mensen met mes en vork? Wasten ze zich wel regelmatig? Welke kleren droegen ze? Maakten ze zich op om naar een feest te gaan? En wat deed men als men ziek werd? Wordt daarover iets verteld in die oude geschriften die je daar nu al enkele jaren aan het bestuderen bent?”

maandag 29 september 2014

Die historie vanden stercken Hercules : hoofdstuk [22]


Die historie vanden stercken Hercules

die veel wonderlike dinghen in sijn leven heeft ghedaen.
Sijn gheboerte was wonderlic, ende sijn leven was avontuerlic,
want hi menich vervaerlic beeste verslaghen heeft,
ghelijc men in die historie hier na verclaren sal.
Ende si is seer avontuerlic ende ghenuechlic om lesen.

Zoals gedrukt door Jan van Doesborch, Antwerpen 1521.





vrijdag 26 september 2014

Dialect en zelfbeeld



Door Leonie Cornips

In de vijfde klas van de middelbare school heb ik een keer een opstel geschreven voor mijn twee van huis uit dialectsprekende vriendinnen. Zij haalden wel altijd negens en tienen voor Duits, maar dikke onvoldoendes voor Nederlands. Bij mij was het precies omgekeerd: worstelen met Duits maar goed in Nederlands. Maar deze truc mocht tot mijn verrassing niet baten. Ook het opstel dat ik voor hen schreef, kreeg een ruime onvoldoende. Hoe het opstel er ook uitzag, het kon de negatieve vooroordelen over de taalvaardigheid van het Nederlands van dialectsprekers blijkbaar niet doorbreken. Dit speelde in de jaren zeventig toen ook het beroemde sociolinguïstische onderzoek in Kerkrade rapporteerde dat leerkrachten van de basisschool opstellen van hun dialectsprekende leerlingen lager waardeerden dan leerkrachten die de taalachtergrond van deze kinderen niet kenden.

Ik ben altijd nieuwsgierig geweest of die negatieve oordelen over dialectsprekers en hun taalvaardigheid in het Nederlands juist zijn, en wat het effect van die oordelen is op hoe de leerling zichzelf waardeert. Vandaar dat ik opgetogen was toen een studente Orthopedagogiek interesse toonde in dit onderwerp. Anke van den Bersselaar onderzocht voor haar masterscriptie 2.405 leerlingen uit groep 8 van de basisschool in 32 kleine gemeenten in Zuid-Limburg. Ze wil weten of leerlingen die van huis uit dialect spreken zichzelf hoger of lager waarderen dan leerlingen die uitsluitend Nederlands spreken, en of ook meisjes en jongens hierin verschillen. Anke schrijft in haar masterscriptie dat zelfwaardering als een thermometer is die bijhoudt in hoeverre iemand zich door anderen gewaardeerd en geaccepteerd voelt. Vooral kinderen tussen acht en dertien jaar kunnen een negatief zelfbeeld ontwikkelen wanneer ze te veel negatieve opmerkingen ontvangen. Ze denken dan: ‘ik ben niet de moeite waard’ of ‘ze lachen vast om mij’. Op die leeftijd zijn meisjes gevoeliger dan jongens voor commentaar van anderen. Negatieve opmerkingen kunnen ‘harder’ aankomen, waarschijnlijk omdat zij zich stelselmatig lager waarderen dan jongens.


Pas verschenen: Tekstblad (2014, nr. 4)



Deze week verscheen een nieuw nummer van Tekstblad, tijdschrift over tekst en communicatie.

Inhoud:

Over het voeren van gesprekken...
Tom Koole, hoogleraar Communicatie- en Informatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, onderzoekt hoe mensen een gesprek organiseren en met welke vanzelfsprekendheden dat gebeurt.
Onderzoek naar de manier waarop mensen conversaties voeren, is direct relevant voor tekstschrijvers. Teksten spelen een belangrijke rol in geschreven gespreksprotocollen, bijvoorbeeld bij de huisarts of in de meldkamer van 112.
Rita Stiekema voerde met hem een gesprek over het voeren van gesprekken.
 
Smeuïge koppen, verwarrend of effectief?
Verwarrende aandachttrekkers
Dagbladen en nieuwssites gebruiken soms dubbelzinnige koppen of suggestieve foto’s. Twee experimenten tonen aan dat nieuwsgebruikers zich nauwelijks storen aan dit soort verwarrende aandachttrekkers.
Stijlboeken van nieuwsredacties verbieden suggestief of dubbelzinnig taalgebruik, maar dagbladen en nieuwssites maken in hun koppen regelmatig gebruik van alliteratie, rijm of dubbelzinnigheden. Het komt ook voor dat een foto bij een nieuwsartikel geen besproken feiten weergeeft, maar een onverwacht aspect van het nieuws. Aandacht trekken is ongetwijfeld het doel, maar onthoudt de lezer dan nog wel wat het eigenlijke nieuws was? Twee experimenten tonen aan dat nieuwsgebruikers weinig hinder ondervinden van verwarrende aandachttrekkers.
Door Luuk Lagerwerf, Carly Timmerman en Anique Bosschaert.

Spanneld!

Door Marc van Oostendorp

Wie nog nooit op Marktplaats.nl geweest is, kent de Nederlandse taal niet. Zo iemand mist bijvoorbeeld advertenties waarin gezocht wordt naar een 'mooie vrouw voor spannelde foto's maken samen': "Ben op zoek naar een mooi vrouwtje voor spannelde foto 's te maken voor hobby geen foto modellen of betalingen puur voor hobby en spannelde locaties opzoeken enz."

Drie keer spanneld. Dat kan geen typfout meer heten. Op Facebook schrijft iemand over een tochtje naar Vinkeveen in 1955: "Vond het ook wel spanneld dat uitstapje, want in onze tijd kwam dat (behalve het schoolreisje) eigenlijk nooit voor." En al tien jaar geleden schreef iemand in het gastenboek van Citygirl: "lieve sil en mike ik vind het heel erg leuk om julie zwangerschap van zo dicht bij te mogen meemaken vind het ook supper spanneld kan ook niet wachten om die kleine in me armen te nemen en straks op te passen".

Veel komt het niet voor, en of het allemaal doorzet valt in dit stadium niet te voorspellen, maar hier borrelt toch wel een mogelijke taalverandering. Waar komt die vandaan?

donderdag 25 september 2014

Addenda EWN: Zode

Door Michiel de Vaan

zode zn. ‘plag’ en zodde zn. ‘drassig land’

Zode kent twee klinkervarianten, oo en aa. De oudste attestaties betreffen Noordhollandse plaatsnamen, Saden bij Zaandam (ca. 1180) en in Sadenhorne (1130–1161 kopie ca. 1420). In het Vroegmiddelnederlands staat in het Vlaams het mv. saden ‘graszoden’ (1260, 1287) naast eenmaal soeden (datief mv.) ‘weiland’ (1251–1275). Zaden verschijnt later ook in de rekeningen van Gent (1336) en in Van Maerlant’s Spieghel Historiael, derde partie (1301–1325). Dit zade is een ontlening van de kustdialecten uit (een voorstadium van) Oudfries sātha m. ‘graszode’ (waaruit Modern Fries seadde), dat op Proto-Germaans *sauþan- wijst.

De aa-variant zit ook verborgen in Middelnederlands saddijc, saddic, zaddik ‘kuil of del die ontstaan is door het uitgraven van aarde ten behoeve van de ernaast gelegen dijk’, dat alleen in Noord-Holland voorkomt. Het bronwoord is Oudfries sāthdīke, saddik ‘land waar graszoden worden gestoken (om een dijk mee af te dekken)’. Een voorbeeld uit de statuten van Edam (1467) bevat zowel zoden als zaddick: soo wye enighe versche zoden gebrocht hadde op sijn werf of hofstede, die sal bewisen dat zaddick waer se ghedolven sijn.

Te gast in mijn rommelige werkkamer: Jan Stroop

Door Marc van Oostendorp





Welkom in de chaos van mijn werkkamer op het Meertens Instituut. Deze week verscheen Jan Stroops nieuwe boek De taal, die weet wat. In bovenstaande video praat ik met Jan over dat boek.

Deze video is een eerste poging om Neder-L multimedialer te maken. Ik hoop dat het jullie bevalt, al zal ik voorlopig toch wel vooral blijven schrijven.

Hier is het boek waar het over gaat:

Jan Stroop. De taal die weet wat. Over wat kan en niet kan in het Nederlands. Amsterdam: Athenaeum, 2014. Bestellen bij de uitgever.

In het interview verwijst Jan ook naar het boek Language and Space: Dutch, geredigeerd door Frans Hinskens en Johan Taeldeman.

woensdag 24 september 2014

De R in verengelsen

Door Marc van Oostendorp

Het is misschien best leuk om met mensen te werken die net zo oud en sloom zijn als ik, maar het haalt het niet bij werken met mensen die jong en slim zijn. Leve het college geven! Er komt weer een briljante nieuwe generatie taalwetenschappers aan.

We hadden het gisteren over de verschillende manieren om de r uit te spreken. Er zijn er volgens de Klankencyclopedie van het Nederlands enkele tientallen van, afhankelijk van hoe je telt. Diezelfde encyclopedie leert ons dat niet al die r'en op dezelfde plaats van het woord gebruikt worden. De Gooise R (die ik schrijf met een hoofdletter) heeft bijvoorbeeld een voorkeur voor het eind van de lettergreep. Er zijn wel veel mensen die raaR zeggen (met aan het begin van het woord bijvoorbeeld een schraap- of een trillende r), maar geen mensen die Raar zeggen (met een Gooise r aan het begin en een schraap of tril aan het eind). Ga maar na, in geheel ons taalgebied zul je niemand vinden die Raar zegt, behalve om de Klankencyclopedie van het Nederlands dwars te zetten.

En toen kwam een van die jonge en slimme studenten ineens met het verschil tussen verengelsen en vereniging op de proppen. In de eerste hoor je wel regelmatig een Gooise R (veRengelsen), maar in de tweede hoor je die niet of nauwelijks (vereniging).

dinsdag 23 september 2014

8ste Dag van de Nederlandse Zinsbouw



Datum: vrijdag 28 november 2014
Locatie: Universiteit Utrecht, Drift 21, zaal 0.05 (Sweelinckzaal)


De Dag van de Nederlandse Zinsbouw is een jaarlijkse workshop waar taalkundigen vanuit verschillende achtergronden, disciplines en theorieën in debat gaan over prominente thema’s die betrekking hebben op de zinsbouw van het Nederlands. In deze achtste editie (DNZ 8) komen drie thema’s aan bod die steeds vanuit verschillende theoretische kaders bekeken worden om zo een indruk te krijgen van de overeenkomsten en verschillen.

Thema’s

Ingebedde V1-zinnen
Barend Beekhuizen (Universiteit Utrecht):
V1-bijzinnen: verbonden in vorm, verdeeld in functie
Saskia Daalder (Vrije Universiteit Amsterdam):
De interpretatie van V1-conditionals:  beschrijving in het kader van de relevantietheorie

Adverbiale bepalingen
Norbert Corver (Universiteit Utrecht):
Over de geleedheid van adverbiale expressies
Lotte Hogeweg (Radboud Universiteit):
De pragmatiek van adverbiale bepalingen

Lange-afstandsafhankelijkheden
Eefje Boef (Universiteit Utrecht) & Tanja Temmermans (KU Leuven, campus Brussel):
Lange-afstandsafhankelijkheden in Generatieve Grammatica
Remi van Trijp (Sony CSL Parijs):
Tijd om de syntactische boom om te hakken: Lange-afstands-afhankelijkheden zonder transformaties of filler-gaps


Deelname aan de dag is gratis

Leids ontzet in 17de-eeuwse theaterversie



Op zaterdag 4 oktober speelt Theater Kwast in hun serie Mond op Mond een stuk dat twee eeuwen lang voor volle zalen zorgde, populairder was dan de Gijsbrecht van Aemstel en nu vrijwel vergeten is; het Beleg en Ontset der stadt Leyden (1645) van Reinier de Bont. Het stuk beschrijft het klassieke verhaal van het Leidens ontzet. De Bont schreef het toneelstuk aan de hand van gesprekken die hij voerde met ooggetuigen. Waardoor het publiek de sensatie krijgt het beroemde beleg vanaf de eerste rij mee te maken.

In Mond op Mond blaast Kwast 17e-eeuwse theaterteksten eenmalig nieuw leven in. In één dag repeteren acteurs en musici een stuk en spelen het vervolgens dezelfde avond met tekst in de hand voor publiek.

Datum: zaterdag 4 oktober 2014
Tijd: 20.15 uur
Locatie: Theater Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam
Entree: € 12,50
Reserveren en meer informatie: www.stichtingkwast.nl