dinsdag 30 juni 2015

RE: Echte taaldata

Door Lucas Seuren

Vorige week stelde Marc van Oostendorp ter discussie wat nu zogenaamd echte taaldata zijn. Het ging daarbij grof gezegd om een onderscheid tussen taaldata die gegenereerd worden op basis van intuïtie – bijvoorbeeld, is zin X acceptabel Nederlands/Frans/Swahili volgens een moedertaalspreker? – ten opzichte van taaldata die op een of andere manier ontlokt zijn of spontaan voorkomen – grote corpora van uitingen/zinnen geproduceerd in experimenten of niet-experimentele settings. Wat maakt dat sommige onderzoekers de tweede categorie echte taaldata noemen, maar de eerste niet?

Introspectie

Er zijn twee belangrijke kritiekpunten volgens Marc op de intuïtiedata: we analyseren ons eigen gedrag en we doen dat met zeer kleine steekproeven. Op beide punten hebben de echtetaaldatafanaten (ETDF) natuurlijk wel een punt, zoals Marc ook onderkent in zijn stuk.

De relevantie van de Taaltelefoon

Door Miet Ooms

Vorig jaar nog vierde de Taaltelefoon nog haar vijftiende verjaardag, nu is het voortbestaan van de dienst heel onzeker. De dienst dreigt het slachtoffer te worden van een besparingsronde bij het Departement Kanselarij en Bestuur van de Vlaamse overheid.

In 1998 beslist de Vlaamse overheid bij decreet dat er een Dienst voor Taaladvies moest komen voor de burger. In 1999 werd hiervoor de Taaltelefoon opgericht. Sindsdien kan iedereen, ongeacht leeftijd, beroep, opleiding of wat dan ook, er terecht met zijn of haar taalvraag. En daar werd en wordt vanaf de eerste dag al druk gebruik van gemaakt. De medewerkers van de Taaltelefoon hebben in die vijftien jaar dan ook een enorme expertise opgebouwd in het geven van taaladvies aan de gewone taalgebruiker.

Neder-L-cartoon #32

De Taalprof vindt de examentraining bij Nederlands te ver doorgeschoten

Leg de Taaltelefoon niet van de haak


De Vlaamse overheid is van plan de Taaltelefoon af te schaffen. Officieel heet het: te privatiseren. Maar of een onderneming de adviesdienst zou willen en kunnen overnemen, daar moeten we grote vraagtekens bij plaatsen. Dit wordt een ramp voor het Nederlands in Vlaanderen.

Sinds de start van de dienstverlening eind 1999 heeft de Taaltelefoon meer dan 150.000 taalvragen beantwoord. Elke dag hebben de taaladviseurs een antwoord gegeven op vragen over het Nederlands als mensen dat niet zelf konden vinden. Antwoorden op de veelgestelde vragen zijn te vinden op de uitstekende website van de Taaltelefoon. Op die manier vervult de Taaltelefoon al vijftien jaar lang een maatschappelijk relevante adviesrol. De Taaltelefoon is ook de Belgische partner bij uitstek in het adviesoverleg van de Taalunie. Dankzij de Taaltelefoon is er erkenning en waardering voor de taaleigenheid van Belgische Nederlandstaligen.


Taaldebat Vlaanderen-Nederland: 10-0

Door Marc van Oostendorp



Als het gisteren een tv-spelletje over taal was geweest, had je het kunnen zien aankomen: Vlaanderen zou wel weer winnen, en wel met ongeveer 10-0. Maar het was geen tv-spelletje, het was het verslag via YouTube van een vergadering van de Interparlementaire  Commissie van de Nederlandse Taalunie.

In die commissie zitten Nederlandse en Vlaamse parlementariërs die samen het beleid van de Taalunie moeten evalueren. Althans, de Nederlandse parlementariërs waren niet komen opdagen, of ze hadden zich onder de bankjes verstopt, of ze waren te verlegen. Ze kwamen in ieder geval niet aan het woord, behalve Martin Bosma, deze bloem van het vaderland, die zich totaal niet had voorbereid en zich daarom met een kluitje in het riet liet sturen.


maandag 29 juni 2015

Nieuwe Master Interdisciplinaire Neerlandistiek

Westfälische Wilhelms-Universität Münster, Institut für Niederländische Philologie

Vanaf oktober 2015 gaat aan het Institut für Niederländische Philologie in Münster een nieuwe Masteropleiding van start:  Interdisciplinaire Neerlandistiek. Deze opleiding biedt een interdisciplinair en flexibel programma waarin studenten hun studietraject naar eigen belangstelling kunnen aanpassen: óf een opleiding met Nederlandse taal, literatuur en cultuur óf met literair vertalen en cultuurtransfer als zwaartepunt. Binnen een externe module kunnen zij kiezen tussen een studiesemester aan een Nederlandse of Vlaamse universiteit, een langere stageperiode of/en colleges in andere vakdisciplines aan de WWU. 

Voor verdere infomatie zie

Neder-L-cartoon #31

De Taalprof schrijft zijn ergernissen op van die plakpapiertjes

Ja, hij spreekt geen Engels

Door Marc van Oostendorp


Er is de laatste jaren veel te doen over de betekenis van de woorden ja en nee. Nu staat er alweer een artikel in het prestigieuze tijdschrift Language, van de Amsterdammer Floris Roelofsen en zijn Amerikaanse collega Donka Farkas. Wanneer zegt iemand ja? En wanneer nee?

Het is een uitgebreid artikel en Roelofsen en Farkas deinzen niet terug voor wat wiskundige logica om de betekenis in formules te vatten. Maar het stuk staat vol interessante observaties. Neem de volgende vraag:

  • Spreekt Igor nou Engels, of doet hij dat niet?

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 25



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]





Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


zondag 28 juni 2015

Door Franse en Taalunie-bezuinigingen dreigt het Nederlands in Noord-Frankrijk te stagneren

APNES (docentenvereniging middelbaar onderwijs Noord-Frankrijk)


Naast de recente plannen van de Franse overheid om het secundair onderwijs in de onderbouw te hervormen (waardoor de positie van het Nederlands als tweede vreemde taal op de helling komt te staan), is er in onze grensregio ongerustheid ontstaan over de gevolgen van de bezuinigingen die de Taalunie onlangs heeft aangekondigd.

Als docent en assistent-inspecteur houd ik me naast lesgeven bezig met het begeleiden en evalueren van het veertigtal docenten dat in Noord-Frankrijk in het middelbaar onderwijs werkzaam is. In die hoedanigheid heb ik regelmatig contact met de mensen van de Taalunie, met name die van het Taaluniecentrum in Brussel die zich sterk maken voor de ontwikkeling van het onderwijs van het Nederlands in de grensgebieden (waarvan één deels gedetacheerd werkzaam in Lille). Mede dankzij deze samenwerking heeft het Nederlands zich in Noord-Frankrijk kunnen ontwikkelen: het aantal scholen (50), leerlingen (2.000) en vakbekwame docenten (40) stijgt gestaag.

Neder-L-cartoon #30

De Taalprof houdt de teloorgang van de geslachten nauwkeurig bij

Groot manifest der vreemde talen

Op deze mooie zondagmorgen een videobespiegeling naar aanleiding van het gisteren verschenen 'Groot manifest der Nederlandse taal'.

 

zaterdag 27 juni 2015

Neder-L-cartoon #29

De Taalprof moet de uitzending van de vorige week ook nog beluisteren

Clachten en misbaer, en op het lest de doot

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (26)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Mijn favoriete definitie van het leven komt van Justus de Harduwijn. In zijn sonnet Den Sondighen Mensche verhopt door de verdiensten Christi aen het H. Cruys hem naermaels te verblijden noemt hij het 'clachten en misbaer, en op het lest de doot'.

De Harduwijn was soms dol op onbekende of zelfgemaakte woorden, maar dit sonnet is vrijwel moeiteloos te volgen, het wordt het eerste in deze kleine geschiedenis die ik durf te presenteren zonder vertaling of verwijzingen naar het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Het zou misschien niet in 2015 geschreven hebben kunnen zijn, maar het valt wel nog woordelijk te begrijpen:


vrijdag 26 juni 2015

Nederlands over de grens

Ulrike Schwarz stelt terecht de vraag welke toekomst er in het verschiet ligt voor het niet-universitair onderwijs Nederlands in het Duitse grensgebied met Nederland. Daar waar waardevolle nieuwe projecten zijn ontstaan, was vrijwel altijd de Nederlandse Taalunie, al jarenlang vanuit het “Taaluniecentrum” in Brussel, een ondersteunende kracht en soms de aanjager.  Zo werd er een passende oplossing gevonden om het nijpende tekort aan leraren Nederlands in Noord Rijn Westfalen te verminderen. Via een verkort traject werd er een intensieve cursus taal, cultuur en didactiek georganiseerd, die reeds werkzame  docenten een lesbevoegdheid bezorgde. Hierdoor kon een flink aantal scholen toch beantwoorden aan de vraag naar onderwijs Nederlands van leerlingen en ouders. Soortgelijke initiatieven die ertoe doen, heeft de Taalunie ondernomen in Wallonië/Brussel en Noord-Frankrijk.

In een vorige bijdrage schreef ik al over de groeiende belangstelling voor het Nederlands in de grensgebieden. En ook Ulrike Schwarz geeft aan dat er plannen zijn om het Nederlands in grenssteden een stevige plaats te geven. Daarbij gaat het niet alleen om interesse  bij onze buren voor toeristische bezoekjes en culturele uitstapjes; daar spelen economische motieven een belangrijke  rol evenals het streven om te komen tot een grensoverschrijdende arbeidsmarkt, waaraan nu meer behoefte is dan ooit. Dit verklaart ook de  toenemende interesse aan Nederlandse kant om in de grensgebieden nieuwe activiteiten  voor de buurtalen (Duits en Frans) te ontwikkelen. De 2e Kamer heeft hiertoe een motie van Karin Straus aanvaard. In de grensgebieden dienen zich in de komende jaren bovendien mogelijkheden aan om in het kader van Interregsubsidies, flinke investeringen te doen in het leren van het Duits en Frans in Nederland en van het Nederlands in onze buurlanden. Deze kansen moet de Taalunie niet missen door het nu sterk te gaan bezuinigen op het Nederlands over de grens.

Column 100: Voer voor boekhistorici #3: de Historie vanden reus Gilias

Door Willem Kuiper

In 1903 publiceerde Gerrit Jacob Boekenoogen (1868-1930) de Historie vanden reus Gilias als deel IV van de prachtige, door hem in samenwerking met de Maatschappij der Nederlands(ch)e Letterkunde begonnen en gedragen, reeks Nederlandsche volksboeken. Eerder bezorgde hij de delen I-III, achtereenvolgens Den droefliken strijt van Roncevale, Historie van Floris ende Blancefleur en Historie van den Ridder metter Swane. Later zou hij nog tekenen voor de delen VI: Historie van Jan van Beverley, IX: Exempel van een soudaensdochter, X: Historie van den jongen geheeten Jacke en XI: Historie van den verloren sone. Liefdewerk oud papier in de allerbeste zin van het woord.
     Recentelijk realiseerde ik mij dat deze Historie vanden reus Gilias (nog) niet geëxcerpeerd was voor het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Litereraire Teksten (REMLT). Via de on-line catalogus van de KB Den Haag vond ik op de website Early European Books, gedrukte bronnen tot 1700 een gedigitaliseerd facsimile van één van de twee bewaard gebleven exemplaren van dit boekje: KB Den Haag 190 D 21. Het andere exemplaar wordt in de Bibliotheca Thysiana van de UB Leiden bewaard: THYSIA 1935.
   
Ik weet dat het Internet vooral gebruikt wordt om naar heel andere plaatjes te kijken, maar mij maak je gelukkig met een oud boek in kleur en hoge resolutie. En dat geluk wordt er nog groter op als ik dat boek mag downloaden. Want dat mag lang niet altijd. On-line ziet het er oogverblindend uit, je kunt er zelfs in zoeken, maar je kunt er niet uit kopiëren. Soms mag je zo’n digitaal boek als pdf-bestand downloaden, maar als je het dan opent, is het vaak zwart-wit en zichtbaar onscherper. En dan voel je je als Jacob die naast Lea wakker wordt in plaats van naast Rachel (Genesis 29, 25).

Neder-L-cartoon #28

De Taalprof maakt zich op voor flexplekwerken

Als ik jou was, zal ik alles bewaren

Door Marc van Oostendorp

Hoe staat het ondertussen met was zal? Vijf jaar geleden openden we het Meldpunt Taal – dat staat nog steeds open voor al uw meldingen – en al snel haalde ik daar de eerste observatie uit.  Een lerares meldde dat haar leerlingen dingen schreven zoals 'als ik jullie was, zal ik het doen'.

Daar had ik toen nog nooit van gehoord. Ik kon ook wel een paar vindplaatsen googlen. Inmiddels, vijf jaar later, is het aantal vindplaatsen sterk gegroeid. Alleen al door te zoeken op "jou was zal" haal je enorme stapels materiaal naar boven, waaronder trouwens ook zaken die ouder zijn dan ik vijf jaar geleden vond:

je lichaam is op dit moment in aanbouw, als ik jou was zal ik niet op deze manier een dieet in elkaar flansen... [MijnDieet, 29.1.2008]
persoonlijk vind ik het erg standaart foto's.. alleen dat plantje spreekt mij een beetje aan, als ik jou was zal ik andere dingen op de foto zetten.. [Bokt, 14.11.2005]


donderdag 25 juni 2015

Pas verschenen: Over Taal 54/3



Onlangs verschenen: Over Taal 54 (2015), nr. 3. ISSN: 0774-2398

In de nieuwe aflevering van Over Taal, tijdschrift over taal, tekst en communicatie, onder meer het artikel ‘Verwarring troef over taalvariatie in Vlaamse schoolhandboeken’ van Johan De Schrijver, docent Nederlands aan de subfaculteit Letteren van de KU Leuven, campus Brussel. “Vlaamse schoolboeken verspreiden nog verouderde opvattingen en vooral een inconsistente visie op taalvariatie. Daarmee weerspiegelen ze de algemene verwarring die de taalbeschrijving en het taal- en onderwijsbeleid blijven voeden”, betoogt De Schrijver.

Dit artikel is in zijn geheel te lezen via www.overtaal.be.

Verder in het nieuwe nummer:
Interview: Rudi Janssens: ‘Meertaligheid is niet noodzakelijk een negatief verhaal’ (door Bruno Comer)
Idioom & Co: Zeggen dat iets niet bestaat: bestaat daar een speciale constructie voor? (door Bert Cappelle)
Over hoe Vlamingen kunnen werkwoordreeksen doorbreken (door Lotte Hendriks) 
● en verder de vaste rubrieken Broodje taal, Taalwerk, Taalkronkels, Dossier, Te boek, Column en Quiz

Etymologie: zemel

Door Michiel de Vaan

zemel zn. ‘vlies van graankorrels’

Mnl. semele v. ‘vlies van graan, gruis’ (1240), ‘uit fijn meel gebakken broodje’ (1220–1240), semelen mv. ‘huidschilfers’ (1351), Vnnl. semel ‘meel van of met zemelen’ (1522), meestal mv. semelen ‘graanhulzen, gruis’ (1501). In het Ripuarisch dialect van het gebied Aken–Heinsberg betekent zieëmel ‘witbrood van meel waar nog zemelen in zaten, grijs brood’.

Verwante vormen: Mnd. semel v. ‘zemel’, Ohd. simila, semala ‘fijn tarwemeel’, Mhd. semel(e), simel(e), Mohd. Semmel f. ‘wit broodje’. Een Germaans leenwoord *similō- uit Latijn simila ‘fijn tarwemeel’. Het Italiaanse semola ‘meel van harde tarwe, griesmeel; zemelen’ (de bron van Frans semoule ‘griesmeel’) zet een Latijnse variant *simula voort. 

De oudste betekenis was dus ‘(een bepaald soort) meel’; de overgang naar ‘zemelen’ zal zich via ‘meel met zemelen erin’ voltrokken hebben.

Nogmaals OOM en NONKEL

Oorspronkelijk verschenen in de Dialectatlas van het Nederlands (red. Nicoline van der Sijs, Amsterdam 2011)
(met een verbeterde kaart)

door Jan Stroop

Dit is een hoofdstukje uit de Dialectatlas van het Nederlands. Ik publiceer ’t opnieuw omdat ik de tekst en ’t bijhorende kaartje op een belangrijk punt heb moeten verbeteren: ik ging er eerst ten onrechte van uit dat Zuid-Limburg bij het oom-gebied hoort. Dat is niet juist: in Zuid-Limburg wordt nonk gezegd net als in Belgisch-Limburg.

Brief aan Geert Joris, Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie

Er luwt nog niets!

Door Kirsten de Gelder
Universitair docente Nederlands, Kiev, Oekraïene

Geachte Geert Joris,

Sinds 15 april 2015 heb ik tal van vragen. Over mijn baan, mijn beroep, mijn vak en mijn toekomst. Ja, over mijn leven zelfs, en dat van vele anderen. U weet wie ik ben; kort voor de onverwachte aankondiging over de bezuinigingen stond mijn interview in Taalunie:Bericht, en sprak u in zijn column van diezelfde editie met steunende woorden over mijn werk hier in Kiev. Taal in tijden van oorlog, noemde u uw stuk.

Enfin, vragen werden beantwoord, andere vooruitgeschoven, terzijde gelegd. Door de steun van collega's en studenten én de inzet van de IVN kon ik geduld opbrengen. Het is tenslotte niet niets, waar jullie over moeten beslissen. Het is me zelfs gelukt om begrip op te brengen voor de moeilijke situatie waarin wij ons allen bevinden.

Neder-L-cartoon #27

De Taalprof verzamelt echte data met Marc van Oostendorp

Echte taaldata

Door Marc van Oostendorp


Af en toe kom ik ze tegen: onderzoekers die zeggen zich bezig te houden met 'echte taaldata'. Ze zeggen dat zonder blikken of blozen, althans, ik heb er nog nooit een ontmoet die erbij blikte of bloosde.

Waarom niet? Zijn er ook ónechte taaldata, en zo ja, wie bestuderen die dan? En waarom?

Het probleem is dat onechte gegevens in ieder wetenschappelijk vakgebied door iemand verzonnen zijn. Taalgegevens zijn echter altijd per definitie door iemand verzonnen. Nog nooit is ergens een zin aangetroffen die spontaan uit de aarde kwam opgeweld.

Nu kun je natuurlijk taalkundige gegevens voorstellen die verzonnen zijn en dan betrekkelijk waardeloos worden. Iemand zou bijvoorbeeld kunnen beweren dat alle talen op de wereld de klinker a en de medeklinker t hebben en dan zou ik een taal kunnen verzinnen, Doepidoepi, die hierbij geen a heeft en ook geen t. Maar veel bewijskracht heeft zo'n taal dan natuurlijk niet.

Suzan

Dat is echter niet het soort onechte taaldata waar de liefhebbers van de echte zich tegen afzetten.

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 24



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]





Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf: