dinsdag 2 september 2014

I will polish my English, don't worry!

Waarom 't belangrijk taalnieuws is dat Donald Tusk geen Frans spreekt
Door Marc van Oostendorp



Toen Bismarck ooit de vraag kreeg van een jonge journalist wat volgens hem de belangrijkste ontwikkeling was in de geschiedenis van de moderne tijd, zei hij: 'Het feit dat Noord-Amerika Engels spreekt'.  Hij doelde ermee op een apocrief verhaal dat stelde dat de founding fathers ooit de keus hadden gehad tussen het Duits en het Engels. Hadden ze voor het eerste gekozen, dan hadden de verhoudingen tussen Amerika en de verschillende Europese landen er heel anders uit gezien.

Dat Donald Tusk de nieuwe 'president van Europa' is, zou op een parallelle manier wel eens het allerbelangrijkste taalnieuws van de afgelopen jaren kunnen zijn. Tusk schijn vloeiend Duits ent nauwelijks of geen Frans of Engels te spreken; dat zou Europa wel eens een zetje in een bepaalde richting kunnen geven – die van het Engels.

maandag 1 september 2014

19de IVN colloquium: hyperdiverse neerlandistiek‏‏



De Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN) kondigt de 19de editie van haar driejaarlijks colloquium aan, van 17 tot en met 21 augustus 2015 in Leiden:

In de afgelopen decennia is de internationale neerlandistiek uitgegroeid tot een dynamische, veelzijdige gemeenschap onderzoekers, docenten en vertalers. Het driejaarlijks colloquium neerlandicum is voor onze leden dé gelegenheid om resultaten, ideeën, ervaringen en 'best practices' uit te wisselen. Daarnaast biedt het colloquium bij uitstek de mogelijkheid om het netwerk van de internationale neerlandistiek te verstevigen en uit te breiden. In 2015 zullen we naar verwachting wederom met zo'n 300 docenten en onderzoekers bij elkaar zijn. Dit keer ontmoeten we elkaar van 17 t/m 21 augustus 2015 in Leiden, waar we gastvrij onthaald worden door de Universiteit Leiden.

Het thema van het colloquium is Hyperdiverse neerlandistiek. We willen op dit colloquium onderzoeken, bediscussiëren en in kaart brengen wat ons samenbindt en wat ons onderscheidt in de aanpassingen die we op specifieke locaties maken in ons onderzoek, in ons onderwijs en in onze vertaalpraktijk. Het begrip ‘hyperdiversiteit’ voegt aan deze verkenning een dimensie toe: met dit begrip wordt uitgedrukt dat vele talen en culturen niet alleen naast elkaar, maar ook door en met elkaar bestaan.

De duivel, misschien wel


Over enkele regels van Lucebert

door Gert de Jager

Wie door Brabant of Limburg rijdt, komt ze bijna altijd tegen en wie er is opgegroeid, kent ze zeker: de immense gebouwencomplexen waar tot diep in de jaren vijftig de monnikspijen ruisten en de kappen van de nonnen niet gesteven genoeg konden zijn. Scholen zijn het geworden, appartementencomplexen, bedrijfsruimtes voor de creatieve sector. Nauwelijks twee generaties geleden waren het strak georganiseerde brandpunten van wereldverzaking: mannen en vrouwen van allerlei rangen en standen legden hun beloften af om te worden opgenomen in een parallelle wereld waarin onder meer het ideaal van de zuiverheid menselijke verhoudingen reguleerde. Zuiverheid of kuisheid: dat er af en toe gretig gezondigd werd, is de afgelopen jaren nogal duidelijk geworden. Aan het ideaal waarop het samenleven was gebaseerd, zal het niets hebben afgedaan. Het werd nog meer van een niet-menselijke orde dan het al was.

De parallelle wereld is verdwenen en daarmee, in de moderne westerse cultuur, de institutionalisering van de wereldverzaking.

Gezocht: assistentie bij persklaar maken taalkundeboek

Op korte termijn is er een opdracht voor een student die in de komende weken kan assisteren bij het persklaar maken van een bundel wetenschappelijke artikelen op het gebied van de taalwetenschap, in het bijzonder van de (generatieve) syntaxis en de fonologie. Het werk betreft primair het camera ready-aanmaken van de pagina's. Het werk moet idealiter eind september gedaan zijn; het betreft een boek van ongeveer 350 Engelstalige bladzijden (met figuren, e.d.) De vergoeding bedraagt maximaal 1200 euro. De voorkeur gaat uit naar een (master-)student taalwetenschap aan een Nederlandse universiteit. Aanmeldingen bij m.van.oostendorp@hum.leidenuniv.nl

Toponderzoekers moeten topdocenten willen zijn

Door Johan Oosterman,
hoogleraar oudere Nederlandse letterkunde, Radbouduniversiteit Nijmegen

Afgelopen week was er reden voor opgetogen persberichten van de Nederlandse universiteiten. Vrijwel allemaal zijn ze gestegen in de Shanghai ranking, een van de toonaangevende ‘hitlijsten’ van de beste universiteiten in de wereld, en alle Nederlandse universiteiten behoren tot de wereldtop. In de internationale strijd om aanzien én studenten is dat een sterke troef. Tegelijkertijd is er ook veel kritiek. Het onderwijs zou in het gedrang komen door de sterke nadruk op onderzoeksprestaties. 

Het is daarom goed om daarbij de vraag te stellen of die criteria ook te maken hebben met goed onderwijs. De oorsprong van de universiteit ligt namelijk in onderwijs dat voortkomt uit onderzoek, en dat studenten leert nadenken, leert onderzoeken en tot kritische academici maakt.

Wat gemeten wordt voor de internationale ranglijsten is complex. In elk geval is duidelijk dat Nederland het goed doet omdat er veel wordt gepubliceerd en omdat dat gebeurt in het Engels. Ook het aanzien van Nederlandse onderzoekers in de wereld is hoog, iets dat samenhangt met hun internationale zichtbaarheid: we reizen veel en bezoeken tal van internationale congressen. Maar er zitten keerzijden aan deze internationale onderzoeksgerichte oriëntatie.

Strategy consultants aller landen, verenigt u!

Door Marc van Oostendorp


"Door de nieuwe aanpak van het management" zegt Ewout, een hoofdpersoon in het vorige week verschenen boekje Bobotaal, "gaan jullie merken dat jullie in een enorme krachtenvelden komen. En niemand hier heeft dat spelletje ooit gespeeld. Intern ga je daarom tegen deuren op lopen."

"Doel van dit gesprek," zegt elders in het boek iemand,  "is om een signaal af te geven. Maar om echt zaken te kunnen doen zullen we ook anderen moeten laten aanlinken om onze boodschap uit te dragen." En nog weer elders meldt een wethouder: "Ik neem dit concrete voorbeeld mee om aan te kaarten dat de totale kwaliteit van de dienstverlening door de stedelijke dienst niet optimaal is. Dat nemen we weer mee als aandachtspunt in de jaarlijkse evaluatie."

Er zijn taalkundigen die menen dat je als taalkundige geen mening mag hebben over welke taal dan ook, maar ik zeg: de hel is een ruimte verlicht met iPads waarin mannen met staarten heel hard tot in alle eeuwigheid dit soort teksten in je oor toeteren.

Die historie vanden stercken Hercules : hoofdstuk [18]


Die historie vanden stercken Hercules

die veel wonderlike dinghen in sijn leven heeft ghedaen.
Sijn gheboerte was wonderlic, ende sijn leven was avontuerlic,
want hi menich vervaerlic beeste verslaghen heeft,
ghelijc men in die historie hier na verclaren sal.
Ende si is seer avontuerlic ende ghenuechlic om lesen.

Zoals gedrukt door Jan van Doesborch, Antwerpen 1521.





zondag 31 augustus 2014

X | XXX

Over 'Nederlandstalige' avant-gardegedichten
Door Marc van Oostendorp

"Deze bloemlezing", schrijven Hubert van den Berg en Geert Buelens in hun nawoord bij hun bloemlezing Doe uw werk! Avant-gardistische poëzie uit de Lage Landen, "wil een representatief overzicht bieden van avant-gardistische gedichten in het Nederlands."

De vraag is nu: wanneer is een avantgardistisch gedicht precies in het Nederlands geschreven?

Van den Berg en Buelens lijken daar zelf weinig twijfels over te hebben. "Nederlandstalig werk van [Kurt] Schwitters namen we bijgevolg eveneens op," schrijven zij, "Frans- of Duitstalige gedichten van Nederlanders of Vlamingen niet." Maar ik zit dan toch met de vraag: in hoeverre is het volgende gedicht (van H.N. Werkman, uit 1932) in het Nederlands geschreven:


Dat lijkt misschien een flauwe vraag, maar in dit geval zitten er toch serieuzere kwesties aan vast.

zaterdag 30 augustus 2014

Een wijze kind in de middeleeuwen

Door Marc van Oostendorp


Dat we 'het mooie meisje' zeggen, met een buigings-e maar 'een mooi meisje' zonder, is een wonderlijk fenomeen. Wie heeft er eigenlijk wat aan dat onderscheid? Het is dan ook langzaam maar zeker aan het verdwijnen, nu steeds meer jonge mensen 'een mooie meisje' zeggen. Als we dat eerdaags allemaal doen, is een taalverandering voltooid en zeggen we altijd een vorm met e voor een zelfstandig naamwoord, en een vorm zonder op andere plaatsen (het meisje is mooi, dat is mooi geborduurd).

Nee, dan de middeleeuwen! In een artikel in het nieuwste nummer van het wetenschappelijk tijdschrift TNTL beschrijft Joost Robbe heel precies hoe bijvoeglijk naamwoord werd verbogen in het boek Spieghel onser behoudenisse – waarschijnlijk het eerste boek dat ooit (rond 1470) in Nederland (door Laurens Janszoon Coster) gedrukt werd.

Het system was in ieder geval in dat boek nog een stuk ingewikkelder dan nu.

vrijdag 29 augustus 2014

Het die klok begin lui vir Afrikaans?


Door Prof. Wannie Carstens, voorsitter van die SA Akademie vir Wetenskap en Kuns. 

Taal is altyd gekoppel aan mense. Dit geld ook Afrikaanse mense, wat passievol oor hul taal is en aandring op die gebruik daarvan. Afrikaanse mense glo in die algemeen in moedertaalonderrig en in die reg om hul taal te mag gebruik. Afrikaanse mense weet ook die Grondwet gee hulle daardie reg en eis dit graag op. Pogings om Afrikaans te na te kom, lok daarom altyd reaksie uit. Vir Afrikaanse mense is hul universiteite van groot waarde, ook simbolies. Daarom praat Afrikaanse mense so graag saam oor die hoogste moontlike vlak waarop opleiding in hul taal gegee kan word.

Elke universiteit waar Afrikaans vroeër aangebied is, soos Kovsies, Maties, Tuks, Pukke, NWU-Puk, UJ, UWK en Unisa, het ’n eie oplossing vir die hanteer van die posisie waarin hulle tans is.
Die drastiese agteruitgang van Afrikaans aan die UJ (wat in 1967 as die Randse Afrikaanse Universiteit tot stand gekom het) is nie ’n mooi storie nie. Ons moet daaruit leer wat verkeerd kan gaan as daar met die voete gestem word.

Over de zin van een papieren woordenboek

(door Miet Ooms)

Hoera, Van Dale is 150 jaar! Het woordenboek dus, Den Dikke, de twee-, nee drie-, nee vierdelige intussen! Toch als je de cd-rom meetelt. En dat vieren we! Met een boek (uiteraard), met een voorstelling en.... met een nieuwe editie! Jawel, op papier. Een 'dodebomenmedium', zoals hoofdredacteur Ton den Boon het zo plastisch uitdrukte. Dat lokte al gemengde reacties uit: is het nog wel van deze tijd om zo'n naslagwerk in een papieren versie uit te brengen? Je kan tegenwoordig toch alles online opzoeken? Dat geldt zelfs voor Van Dale: gratis in het handwoordenboek, via een betalend abonnement in Den Dikke. Lekker praktisch: je hoeft niet meer met zo'n zwaar ding te slepen, dat frustrerende geblader tot je aan het juiste lettertje zit is verleden tijd, en je hoeft niet eens vooraf te weten wat de correcte spelling is. Handig, toch?

Toen Londenaren Nederlands verstonden

Door Marc van Oostendorp
In 1599 werd de Londense toneelbezoeker getrakteerd op een toneelstuk, waarin een zekere Lacy zich vermomt als een Nederlander om met een meisje te kunnen trouwen. Hij zingt dan:

Er was een bore van Gelderland
Frolick si byen,
He was als dronck he cold nyet stand,
Upsolce se byen.
Tap eens de canneken,
Drincke scheve mannekin.
(Er was eens een boer van Gelderland; vrolijk zijn zij. Hij was zo dronken dat hij niet kon staan, op zijn benen. Tap eens een kanneke, drink dronken manneke.)

Het lokale publiek kon dit wonderlijke mengeling van Nederlands en Engels kennelijk min of meer volgen, of in ieder geval herkennen. Dat was niet zo vreemd: in de zestiende en de zeventiende eeuw emigreerden relatief grote groepen Nederlandstaligen (vooral Vlamingen) naar het zuidoosten van Engeland, eerst als religieus vluchteling en later ook om er te gaan werken. Naar die groepen en hun taal is maar weinig onderzoek gedaan, maar in een nieuw nummer van Taal en tongval wordt daar radicaal verandering in aangebracht.

donderdag 28 augustus 2014

Addenda EWN: altoos bw. ‘altijd’

Door Michiel de Vaan




Mnl.altos(Limburg,1200), altoes(Limburg,1240), alle /alto:s/, ‘voortdurend, elke keer weer; volstrekt’.Een lokale variant emmertoeswordtin de 15e eeuw in Antwerpen gevonden (MNW). Nnl. altoos,daarnaast ook Vlaams altoost(1598;WNTs.v.Uitb-).Vanaf de 17e eeuw als bw. ook ‘tenminste’.
 

Verwantevormen: Middelnederduits alteges,altos,altoes,altes ‘geheel,voortdurend’, Middelhoogduits alzoges,alzuges‘geheel,voortdurend’, Westerlauwers Oudfries altōs,MoWFri. alteas,alteast‘althans, ten minste’.

 

Eensamenstelling van aleneen zn. dat van het ww. tijgen‘trekken’komt. Gezien de Mnd. en Mhd. parallelle vormen was dat tweede lid degenitief van Wgm. *tugi-‘trek’, waaruit Du. Zug‘trek,teug’, Ned. teug,Mnl. ook toch‘trek,teug’ voortkomen. De oudste betekenis lijkt ‘voortdurend’ tezijn, vandaar dat de letterlijke betekenis van Oudnl. *al-togeswaarschijnlijk‘gedurende de hele trek’ was.

 

Deetymologische discussie spitst zich toe op de vraag of altoosinderdaadals tweede lid de genitief Oudnl. *-togeshad,zoals meestal wordt aangenomen in oudere handboeken. Het verlies vanintervocalische giszeldzaam maar niet onbekend in het Ned. (vgl. verdedigenuit*ver-dage-dingen).Dat de ginaltoosinalle dialecten vanaf 1200 al weg is, zou aan reductie inonbeklemtoonde positie kunnen liggen. We moeten dan uitgaan vanbeklemtoning als *áltoges.Opdie beklemtoning wijst overigens ook de reductie in Mnd. altegesenaltes.In hun woordenboeken betogen Vercouillie (1925) en van Wijk (1936[1912]) dat de oovanaltoos“scherplang”was, en dus op Wgm. *aumoetteruggaan. Probleem is dan dat we twee verschillende Wgm. vormenzouden moeten aannemen, want voor het Mhd. en Mnd. kunnen we niet om*al-togesheen.Bovendien is een verbaalnomen *tauha-‘trek’, dat dan in Nl. altooszouzitten, verder niet uit het Germaans bekend. Van Wijk rept vandialectische vormen die *auzoudenbewijzen maar noemt zijn bronnen niet. Gezien de schrijftaligheid vanhet woord in Nederland in de twintigste eeuw is het de vraag of ernog dialecten de geërfde vorm onveranderd bewaard hadden. In hetlicht van deze problemen geef ik aan de verklaring van altoosuit*altogesdevoorkeur.

 

Hoe een 17-eeuws woordenboekmaker het opnam tegen de elite – en dat met de dood bekocht



Door Marc van Oostendorp

Vandaag verschijnt het boek Schokkende boeken!, onder redactie van Rick Honings, Olga van Marion en Lotte Jensen. Het onderstaande stuk is een voorpublicatie.

392 mensen zetten hun handtekening onder een petitie die op 1 juli 2013 verscheen op het internet en die de gemeente Amsterdam opriep om eerherstel te geven aan Adriaan Koerbagh  (ca. 1632-1669). De gemeente zou hem excuses moeten aanbieden en een straat naar hem noemen. In de tekst van de petitie wordt Koerbagh gekenschetst als een voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, die “door Amsterdam werd vertrapt”.  De eenentwintigste-eeuwse ondertekenaar  hoefde  zich, volgens de tekst, “geen zorgen te maken: dankzij Adriaans vroege strijd voor uw vrijheid van meningsuiting zult u hiervoor niet meer worden vervolgd!”[i]

Hoe wordt een zeventiende-eeuwse woordenboekmaker tot een strijder voor de vrijheid van meningsuiting? Adriaan Koerbagh was oorspronkelijk vooral een taalpurist, iemand in de voetsporen van zijn tijdgenoot Lodewijk Meyer (1629-1688) woordenlijsten waarin alternatieven werden opgesomd voor, vooral, Franse en Latijnse termen. In een van die woordenboeken legde hij een aantal godsdienstige begrippen zo persoonlijk uit dat hij erom werd vervolgd en zeer zwaar gestraft: tien jaar zware arbeid in een ‘rasphuis’, waarna nog tien jaar verbanning uit Amsterdam, en het verbranden van het schadelijke woordenboek. Het laatstgenoemde stukje van de straft werd overigens niet uitgevoerd– men was bang dat zoiets de belangstelling voor het boek alleen maar zou doen toenemen – en Koerbagh heeft het eerste deel van zijn straf nooit uitgezeten. Na vijf jaar rasphuis overleed hij.

woensdag 27 augustus 2014

Je kunt ons alles wijs maken over Diederik Stapel

Wéér een bak met statistieken
Door Marc van Oostendorp


De mensheid is wanhopig op zoek naar een leugendetector. Mensen gebruiken taal om elkaar diepe inzichten in de werkelijkheid toe te werpen én om elkaar maar wat op de mouw te spelden. Wat zou het fijn zijn als er apparaten waren die de ene situatie van de andere konden onderscheiden.

Bij mijn weten hebben we nog steeds geen betrouwbare leugendetectors: je kunt iemands hartslag, zweetafscheiding en ademhaling tot in de fijnste nauwkeurigheid meten, maar het lukt je daarbij nauwelijks om fabeltje van hard feit te onderscheiden. Zou het dan wel lukken door alleen woorden te tellen?

Dat is wel wat de Amerikaanse communicatieonderzoekers David Markowitz en Jeffrey Hancock denken. In een artikel dat gisteren verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One beschrijven ze een onderzoek dat ze hebben uitgevoerd op 49 artikelen van Diederik Stapel: van 24 is komen vast te staan dat er fraude in is gepleegd; 25 anderen zijn vermoedelijk wel gebaseerd op reële data. Volgens Markowitz en Hancock toont zich dat verschil al in de taal. Door woorden te tellen komt de waarheid aan de oppervlakte.

Ik heb Markowitz en Hancocks eigen woorden niet nageteld, maar ik geloof er maar weinig van.

dinsdag 26 augustus 2014

Lunchlezing Nelleke Moser: "Bedekte letters, bedrogen lezers: trompe l'oeil in teksten" (Museum Meermanno)



Op zondag 31 augustus 2014 vindt in Museum Meermanno de vierde van zes lunchlezingen plaats in de reeks ‘Boekvorm en leeservaring’. De Nederlandse Boekhistorische Vereniging en Museum Meermanno organiseren deze serie lunchlezingen over de vraag in hoeverre de vormgeving van het boek de leeservaring beïnvloedt. De sprekers bespreken die kwestie vanuit hun eigen deskundigheid en ervaring als boekwetenschapper, vormgever, kunsthistoricus, conservator of letterkundige. Waar mogelijk brengen ze hun verhaal ook in verband met de tentoonstellingen en collecties van Museum Meermanno.

Dit keer houdt Nelleke Moser de lezing, onder de titel:  "Bedekte letters, bedrogen lezers: trompe l'oeil in teksten".

In de Universiteitsbibliotheek Leiden ligt een paradoxaal boekje uit 1779. Het lijkt gedrukt, maar het is volledig met de hand geschreven. Het lijkt een ABC-boekje, bedoeld om uit te leren lezen, maar het is vrijwel geheel onleesbaar. De maker, schrijfmeester Crijn van Zuyderhoudt, heeft namelijk op elke bladzij een afbeelding over zijn eigen tekst getekend, zodat de onderliggende tekst afgedekt is. Het effect is alsof er losse blaadjes in het boekje liggen. Soms zit er een gat in deze getekende blaadjes, waardoor de onderliggende tekst tóch nog deels te zien is. Sommige afbeeldingen zijn zelf weer tekstdragers. Wat is de bedoeling van dit spel met de lezer? In hoeverre getuigt het van een strijd tussen handschrift en druk, woord en beeld, lezen en kijken?

Analoog roken

Door Marc van Oostendorp


De wereld wordt steeds analoger. Het bewijs: vijftig jaar geleden zou niemand de vorige zin begrepen hebben, nee, hem zelfs ongrammaticaal hebben gevonden. Wanneer je zou hebben gezegd dat je analoog ging leven, zou men even over zijn hoornen bril hebben gekeken en meewarig gevraagd hebben: "analoog aan wat?" En hebben getrokken aan zijn analoge sigaret, zonder enig benul van wat men eigenlijk aan het doen was.

Het woord analoog heeft een verbazingwekkend snelle betekenisverandering doorgemaakt. In 1949 betekende het volgens het WNT alleen nog 'een analogie inhoudend, overeenkomstig': de belevenissen van de ene kunstzwemmer waren analoog aan die van de ander.

Dit veranderde door de komst van de cd.

maandag 25 augustus 2014

Geesteswetenschappennijd

Door Marc van Oostendorp

Geen groter geluk voor de hedendaagse academicus dan lange vliegreizen waarin je naast een kritisch ingestelde natuurkundige blijkt te zitten.

De mijne was een Amerikaans-Japanse vrouw op doorreis naar Engeland, waar ze een congres ging toespreken over "een theoretische vorm van vastestoffysica."

Net als iedere moderne onderzoeker die ook maar enigszins bij zijn volle verstand was, lijd ik aan een lichte vorm van natuurkundenijd, dus na een paar minuten begon ik haar te overladen met al mijn woeste wensdromen over hoeveel beter alles is in de natuurkunde dan in de taalwetenschap. Hoe mooi hun theorieën zijn, en hoe stevig daarmee hun fundament. Hoe mensen begrijpen wat onderzoek doen betekent, en ook de buitenwereld dat moeiteloos inziet.

Maar het was volgens haar helemaal niet beter.

Die historie vanden stercken Hercules : hoofdstuk [17]


Die historie vanden stercken Hercules

die veel wonderlike dinghen in sijn leven heeft ghedaen.
Sijn gheboerte was wonderlic, ende sijn leven was avontuerlic,
want hi menich vervaerlic beeste verslaghen heeft,
ghelijc men in die historie hier na verclaren sal.
Ende si is seer avontuerlic ende ghenuechlic om lesen.

Zoals gedrukt door Jan van Doesborch, Antwerpen 1521.





zaterdag 23 augustus 2014

Bredie van stories: Zuid-Afrika en de literatuur in het licht van haar geschiedenis



 
Vrijdag 26 september, 13.30-17.00 uur. Regentenkamer, Oude Vest 159a, Leiden.

Wat betekent het om te schrijven in een tijd van post-apartheid? Of in een land dat haar pijnlijke geschiedenis lijkt te verbergen achter een spectaculaire economische groei? Of in een land waarin economische ongelijkheid de plaats heeft ingenomen van raciale ongelijkheid? Met een werkloosheid die ruim boven de 20% uitstijgt en een bijzonder moeilijke verhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen, is Zuid-Afrika zonder meer een land met een moeilijke geschiedenis en, vooral, met een heel moeilijke verhouding ten opzichte van haar eigen verleden.

Tijdens het symposium gaan internationaal gerenommeerde Zuid-Afrikaanse schrijvers en historici met elkaar in debat over de noodzaak en het belang van literatuur om zich te verhouden tot het verleden van Zuid-Afrika. Wat kan de literatuur bijdragen aan de omgang met raciale verschillen, culturele diversiteit en economische ongelijkheid in een land als Zuid-Afrika? Hoe kan je als schrijver recht doen aan die diversiteit? En wat is het belang van het vertellen van verhalen voor de geschiedenis van het land?

Internationaal gerenommeerde schrijvers zoals Etienne van Heerden en Kirby van der Merwe, die deelnemen aan het symposium, stellen zich die vragen reeds enkele decennia. Samen met onderzoekers van de Universiteit van Leiden, Amsterdam en elders leggen ze zich toe op deze vragen en vatten ze die aan om het Zuid-Afrika van gisteren, vandaag en morgen te begrijpen.