vrijdag 31 oktober 2014

Ik ben hier zewf vreemd

Over het ralderal van Annie M.G. Schmidt
Door Marc van Oostendorp


Dat de bloemlezing Die van die van u van Annie M.G. Schmidt de winkels uitvliegt, betekent dat de dichteres gelijk heeft gekregen. In het gedicht Een dichter schrijft ze over een zekere Piet Pluimers die zo graag willen rijmen en zo graag metrisch kloppende verzen wil maken, maar die door zijn collega's wordt berispt:

En dan dat metrum! Dat is uit de mode.
't Mag niet van rál de ral de rál de ral.
Punten en komma's, jongen, zijn verboden.
En denk erom: geen hoofdletters overal.

Uiteindelijk spreekt de dichteres Piet troostend toe: Ach Piet! Over tien jaar slaat het om! / Dan rijmt men weer. Dan maakt men weer sonnetten. / Dan gaat het weer van póm de róm de róm.

In Schmidts eigen werk gaat het voordurend van ral de ral de ral, als het al niet van pom de rom de rom gaat. Ze haalt er grapjes mee uit (de regel Ach Piet! enz. is de enige waarin het niet ral-de-ral-de is, maar de-ral-de-ral: de voeten geen jamben zijn met trocheeën, ze zijn dus 'omgeslagen').

Maar het laat ook iets zien over haar taal – iets dat haar werk over een paar decennia weleens minder begrijpelijk kan maken, omdat mensen dat ral de ral niet meer zo goed voelen.

donderdag 30 oktober 2014

Addenda EWN: Kweepeer

Door Michiel de Vaan

Mnl. quedeboem ‘kweeboom’ (1330), verder Mnl. que(e)de v. ‘kwee’ en quede appel ‘kweeappel’. Later valt de d tussen de klinkers weg, vandaar bij Kiliaan (1599) que en que-appel ‘malum cydonium’ naast o.a. que-peyre ‘malum strutheum’. Het verschil tussen beide samenstellingen wordt in 1554 als volgt door Dodoens beschreven: Queappelen sijn tweederleye / Die eene sijn ront ende worden gheheeten Queappelen / Die andere sijn meerder ende ghefatsoeneert ghelijck die Peeren ende dese worden Quepeeren ghenaemt. Zie voor meer uitleg en illustraties het Cruijdeboek. Nnl. kwee, quee blijft tot in de twintigste eeuw in algemeen gebruik naast de samenstellingen kweepeer en kweeappel.

Verwante vormen: Mndd. quede, Ohd. quitina, Mhd. quiten, Mohd. Quitte f. De afwezigheid van het n-suffix in het Middelnederlands en ‑nederduits is opvallend. Mogelijk is *kwedene > Mnl. *kweden als een meervoud opgevat, en heeft men er een nieuw enkelvoud kwede van afgeleid.

Westgermaans *kwidina is een leenwoord uit Latijn *quidōnea dat zelf uit het Grieks komt. De combinatie qui- gebruikt het Latijn soms om Grieks ku- weer te geven, al vinden we in geschreven bronnen enkel Lat. cydōnia. De Oudgriekse vormen kudṓnia (mãla) ‘Kydonische (appels)’, kudōnéa ‘kweeboom’, verwijzen naar de stad Kydōnía op Kreta. Dat is een volksetymologie: de oudere naam van de vrucht is Gr. kudómalon, een leenwoord uit Anatolië.

Hetzelfde woord belandde nog in een andere vorm in het Latijn, als cotōneum. De t kan wijzen op een Etruskisch tussenstadium in de ontlening, maar er kan ook contaminatie met Gr. kóttanon ‘klein soort vijg’ > Lat. cottanum in het spel zijn. In het Galloromaans ontstond *kodoneum, en vandaaruit Oudfrans cooin, MoFra. coing. Het Oudfranse woord kwam in het Middelengels als coyn terecht, waarvan MoE quince een oorspronkelijk meervoud is. Op *kodoneum gaan ook de Hoogduitse vormen Ohd. kottana, kutin(n)a, cudina, Mhd. kütten en Mohd. (verouderd) Kütte terug, die met quitina, Quitte concurreerden. De Westvlaamse, veertiende-eeuwse varianten code en codeappel ‘kwee’ (1351) lijken eveneens *kodoneum voort te zetten.

3 november: Avond rondom Dan dada doe uw werk!

Datum:
Tijdstip: 20.00 uur
Locatie: Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam

‘Dan dada doe uw werk!’ Met deze woorden besluit I.K. Bonset in 1921 in De Stijl een tirade tegen pogingen om ‘de kanselliteratuur van vóór ’80’ in het interbellum nieuw leven in te blazen. Of dada het ‘predikantenpathos’ inderdaad wist uit te drijven uit de Nederlandstalige literatuur, valt te betwijfelen. Wel lieten dada en andere avant-gardistische ‘ismen’ hun onmiskenbare sporen na in de Nederlandstalige poëzie.

Ter ere van het verschijnen van de bloemlezing Dan dada doe uw werk! door Hubert van den Berg en Geert Buelens (red.) organiseert Uitgeverij Vantilt in samenwerking met Perdu op maandag 3 november een avond rondom avant-gardistische poëzie uit de Lage Landen. Matthijs de Ridder gaat in gesprek met Hubert van den Berg en Geert Buelens, waarna (stem)acteur Hans Croiset en stemkunstenaar Jaap Blonk zullen voordragen uit Dan dada doe uw werk!.

Kokosnoten en internet

Door Marc van Oostendorp


Soms voel ik me net een kokovorist, zo iemand van honderd jaar geleden die van een idealist heeft gehoord dat alle mensen alleen maar kokosnoten moeten eten, en dat de wereld dan een veel gelukkiger oord wordt. En die deze verheven ideologie decennialang in praktijk brengt. En die dan, na al die jaren, ontdekt dat zelfs de idealisten van weleer inmiddels allang aardappelen en biefstuk eten.

Wat de kokosnoot is voor de kokovorist, is het internet voor mij. Ongeveer twintig jaar geleden werd het 'wereldwijde netwerk van computers' (zo noemde je dat toen wanneer je er een stukje over schreef, want sommige mensen hadden er nog nooit van gehoord) opengesteld voor particulieren, en ik werd al heel snel gegrepen door de idealen die eraan vast zaten. Gratis kennis voor iedereen die er belangstelling voor heeft! Onbeperkte uitwisseling van informatie! Ieder belangstellingsgebied, hoe klein ook, kan onbeperkt communiceren!

Heimelijk geloof ik nog steeds in die idealen.

woensdag 29 oktober 2014

Neelie en de Nederlandse poëzie

Door Jaap Hoeksma

Bij haar naderend afscheid als lid van de Europese Commissie zal Neelie Kroes vooral in verband gebracht worden met verkeer en waterstaat, met mededinging en met de digitale agenda van Europa. Het feit dat zij tijdens haar lange loopbaan ook aan de wieg heeft gestaan van een van de mooiste en meest Nederlandse gedichten die ooit zijn geschreven, moet daarom voor haar vertrek aan de vergetelheid worden ontrukt.

Het gedicht waar het om gaat, staat op de dijk van het vroegere werkeiland Neeltje Jans. Het werkeiland is in de loop der tijd omgevormd tot een Deltapark en een bezoekerscentrum vertelt het veelbewogen verhaal van de Oosterscheldekering. De toerist die na het bezoek over de dijk doolt om de zee met eigen ogen te zien en de kracht van het water te monsteren, heeft een goede kans die regels opeens onder ogen te krijgen. Langs de weg is namelijk een strook beton neergelegd waarin de volgende tekst is gebeiteld:

Congres 45 Jaar Studie Nederlands in Indonesië [Tweede aankondiging]



Ter gelegenheid van het vijfenveertigjarig bestaan van de Vakgroep Nederlands aan de Universitas Indonesia te Depok-Jakarta zal op 14-17 april 2015 het zesde Kongres Studi Belanda in Indonesia – Congres Studie Nederlands in Indonesië worden gehouden. Het programma bestaat uit drie dagen met lezingen en culturele presentaties, waarna op de vierde dag het congres feestelijk wordt afgesloten met een excursie naar de beroemde plantentuin in Bogor. Het thema van het congres zal zijn: Multiculturaliteit in taal, literatuur en cultuur.

De vakgroep Nederlands wil graag alle belangstellenden uitnodigen een bijdrage binnen dit congresthema te leveren. Voordrachten zullen in de regel 20 minuten kunnen duren. Overigens beschikt de vakgroep niet over fondsen om internationale reiskosten of verblijfskosten in Jakarta te bekostigen. Aanmelden kan tot 1 februari 2015. Voor meer informatie kunt u zich wenden tot:

Eliza Gustinelly, Voorzitter congrescomité: congresbelanda15@gmail.com.
Graag cc van uw correspondentie naar: keesgroeneboer@erastaal.or.id.

Hé! Nieuwe Nederlandse voegwoorden!

Door Marc van Oostendorp


"Waarom", vroeg mijn vrouw onlangs aan mij, "gebruiken jullie cho als voegwoord?" Ja, daar stond ik wel even van te kijken. Cho?

Jullie moeten weten dat mijn vrouw uit een of ander land komt waar heel veel niet-moedertaalsprekers wonen, en dat ze altijd op zoek is naar bewijzen dat het met de Nederlandse taal niet helemaal snor zit. Maar zo zout had ik het toch nog niet gegeten. Cho?

Ze was naar een bijeenkomst geweest, waar een vrouw dat de hele tijd had gezegd, om bijzinnen in te leiden. "Ik zei toen tegen haar cho je hebt dat toch al wel gedaan? En zij antwoordde cho ik heb daar niet aan gedacht."

"Oh", zei ik: "goh!"

"Maar dat is helemaal geen voegwoord, dat is iets anders!" Toen ik erover nadacht, wist ik toch ook niet zo goed wat er dan anders was. En de afgelopen weken begon me ineens ook op te vallen hoe vaak mensen dat goh gebruiken om een zin in te leiden, en dan vooral een bijzin.

dinsdag 28 oktober 2014

De Heer is zoals een herder

Door Marc van Oostendorp


De bijbel staat alweer een paar weken op nummer 1 in de bestsellerlijsten, althans de Bijbel in gewone taal, de allernieuwste vertaling, en een die maximale 'duidelijkheid' belooft. Daar is kennelijk behoefte aan, aan duidelijkheid; we leven in een tijd waarin alles begrepen en gevat kan worden, ook, nee zelfs, boeken die duizenden jaren geleden geschreven werden door mensen die zelf misschien niet in die duidelijkheid geloofden.

Ik heb de afgelopen weken een beetje te hooi en te gras gelezen in de nieuwe vertaling. Het werkt soms beter dan in andere, en dat op een weinig verrassende manier. Wanneer iets wordt uitgelegd, werkt het wel; bij gedichten werkt het niet.

Met name het beleid voor beeldspraak is problematisch. Op de website van de vertaling wordt gemeld:

maandag 27 oktober 2014

Het raadsel van academisch schrijven

Door Marieke Winkler

Gisteren schreef Marc van Oostendorp op Neder-L over Steven Pinkers nieuwe boek Sense of Style. Het herinnerde mij aan een essay van Pinker dat ik onlangs las in The Chronicle of Higher Education. Het essay, overigens bedoeld als teaser bij het boek, fascineerde mij omdat het opende met eenzelfde vraag die Karel van ‘t Reve alweer 36 jaar geleden stelde in zijn beruchte Huizingalezing Het raadsel der onleesbaarheid. In ‘Why Academics Stink at Writing’ vraagt Pinker zich namelijk af:

Why should a profession that trades in words and dedicates itself to the transmission of knowledge so often turn out prose that is turgid, soggy, wooden, bloated, clumsy, obscure, unpleasant to read, and impossible to understand?

Van ’t Reve meende dat het een bewuste keuze was van de literatuurwetenschapper om onleesbaar te schrijven. Academici zouden een obscuur jargon hebben ontwikkeld om te verhullen dat ze eigenlijk niets te zeggen hebben. Ze kleden het triviale stilistisch op zo’n manier aan dat het complex en wetenschappelijke klinkt.

Precies dit argument haalt Pinker aan in de opening van zijn artikel, maar anders dan Van ’t Reve schuift hij het ook meteen weer van tafel.

Taalkunde voor kinderen

Door Marc van Oostendorp


Er is vermoedelijk geen beter publiek voor taalkundepraatjes dan schoolkinderen. Ik heb het nu een paar keer gedaan – gisteren bijvoorbeeld in het Museum voor Communicatie in Den Haag – en daarbij valt me iedere keer op hoeveel meer kinderen er van begrijpen dan volwassenen.

Daar zijn een aantal redenen voor. In de eerste plaats worden kinderen natuurlijk nog niet gehinderd door de gedachte dat het de laatste jaren wel héél snel bergafwaarts gaat met de taal, dat het in hun jeugd allemaal zoveel beter was. Die gedachte gaan ze onherroepelijk over een jaar of dertig wel ontwikkelen (zoals de jeugd dan gaat praten, hemeltjelief!), maar nu is het nog niet zo ver. Ze kunnen nog onbekommerd kijken naar hun moedertaal.

Ze durven bovendien meer.

Een schoone historie van den Ridder met dat Kruyce : Voorrede en Hoofdstuk 1



Een schoone

Historie van den Ridder met dat Kruyce,

genaemt prins Meliadus,
den eenighgeboren zoon van den keyser Maximiliaen uyt Duytslandt. 

Heel wonderlijck en vermakelijck te lesen voor de jeught.


[zoals gedrukt te Amsterdam z.j. door Michiel de Groot]






zondag 26 oktober 2014

Te verschijnen: Ferguut als prentenboek



Op 9 november 2014 verschijnt bij uitgeverij De Vier Windstreken een nieuwe uitgave van de dertiende-eeuwse Arturroman Ferguut, ditmaal (voor het eerst) als prentenboek voor kinderen vanaf 10 jaar. De illustraties zijn van John Rabou (tevens initiator van het project), de Middelnederlandse tekst is bewerkt door Ingrid Biesheuvel. Het voorwoord is geschreven door Frits van Oostrom, universiteitshoogleraar in Utrecht.

Het verhaal van een held
Nadat hij het gevolg van koning Artur voorbij heeft zien komen, wil boerenzoon Ferguut maar één ding: ridder worden. Na een lange reis bereikt hij het koninklijk hof, maar dan moet hij zich nog bewijzen... Ferguut neemt een gevaarlijke opdracht aan en beleeft vele avonturen. Zal hij uiteindelijk de Zwarte Ridder weten te verslaan en met de mooie Galiëne kunnen trouwen?

De lezer herkent de waarheid als ze hem ziet

Over Steven Pinkers The Sense of Style
Door Marc van Oostendorp

Waarom schrijven academici zo belabberd? Volgens Steven Pinker is dat niet omdat ze slechte mensen zijn, die ideeënarmoe op kosten van de belastingbetaler proberen te verbergen achter een haag van idiote vaktermen. Hij houdt vast aan de gouden regel "Veronderstel nimmer kwade wil voor wat al afdoende kan worden verklaard door domheid." Het is geen onwil, het is daadwerkelijke onmacht.

Nooit heb ik zo'n duidelijke en overtuigende uitleg gelezen over waar die onmacht precies uit bestaat als in Pinkers boek. The Sense of Style is toch al verreweg mijn favoriete stijlboek – eindelijk iemand die weet waar hij het over heeft, die niet blijft hangen in allerlei rondzingende tips maar zelf goed heeft nagedacht, en ook laat zien dat hij zijn eigen ideaal aardig weet te benaderen.

De onmacht van academici komt volgens Pinker voort uit 'de vloek van kennis', een term die hij ontleent aan de economische wetenschap.

Een schoone historie van den Ridder met dat Kruyce als feuilleton in Neder-L

Door Willem Kuiper

In het ‘Festschrift’ Want hi verkende dien name wale, dat mij 28 mei j.l. werd aangeboden bij gelegenheid van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd (in 2013), hebben 29 binnen- en buitenlandse collega’s een bijdrage geschreven met als centraal thema het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT), waaraan ik geholpen door Hella Hendriks nog dagelijks werk om het nóg vollediger, nóg beter en nóg bruikbaarder te maken. In de bijdrage van oud-collega Rob Resoort, ‘Barend en Meliadus’, wordt de aandacht gevestigd op een obscure, uit het Frans vertaalde ridderroman: De Historie van Den ridder met dat Kruyce, Genaemt Prins Meliadus, den eeniggeboren Zoon van den Keyzer Maximiliaen uit Duytsland, en wordt de vraag gesteld: “Of ‘mijn’ Meliadus in het repertorium mag, is dus aan Willem, maar als Jan van Parijs en Valentijn en Ourson erin staan, mag Meliadus misschien ook, zowel als bron als eigennaam.”
     Maar natuurlijk. Het REMLT staat open voor alle van oorsprong middeleeuwse romans die in het Nederlands geschreven of vertaald zijn, ook als die vertaling bewaard is gebleven in een druk van (ver) ná de Middeleeuwen. Dat laatste is zeer zeker het geval met Den Ridder met dat Kruyce. In zijn standaardwerk De Nederlandse volksboeken  beschrijft Luc. Debaene een exemplaar uit de KB Den Haag (sign. 190 D 19): De Historie van Den ridder met het kruyce, Genaemt Prins Meliadus, den eeniggeboren Zoon van den Keyzer Maximiliaen uit Duytsland. Heel Wonderlyk en Vermakelyk om te Lezen. t’Antwerpen, gedrukt Voor Abraham Cornelis, Boekverkooper aan den Overtoom. 1769. Dit is een herdruk van een druk uit 1765, waarvan een exemplaar bewaard wordt in de UB Leiden onder signatuur BKNOOG 132. Dit blijken niet de oudste drukken te zijn. In dezelfde UB Leiden bewaart men onder signatuur 1224 E 35 ook een druk van Michiel de Groot uit Amsterdam. Zonder jaar weliswaar, maar van Michiel de Groot weet ik dankzij de UvA doctoraalscriptie van Simone Jongema dat hij drukte tussen 1656 en 1680. Zal ook de eerste druk niet geweest zijn, maar scheelt toch al weer zo’n honderd jaar. Oudere of andere drukken zijn (bij mijn weten) niet bekend of bewaard gebleven. Inmiddels heb ik dankzij Matthijs Holwerda, Hoofd Diensten Bijzondere Collecties van UB Leiden, digitale opnamen van zowel de druk van Michiel de Groot als de Antwerpse uit 1765 ontvangen en kan ik nu een editie (princeps?) van deze roman bezorgen en de eigennamen excerperen, identificeren en annoteren.

zaterdag 25 oktober 2014

Instituut voor Theaterwetenschap wil positie van het Nederlandse toneelstuk te verstevigen

Op 24 en 25 oktober viert het Amsterdamse Instituut voor Theaterwetenschap zijn vijftigjarig jubileum met de conferentie Stukken, Stijlen, Stelsels. Tijdens die conferentie zal ook het project In reprise worden gelanceerd. Doel van dit project is de positie van het Nederlandse toneelstuk te verstevigen. Het publiek wordt gevraagd om uit een longlist van 100 Nederlandse stukken 10 favorieten te kiezen. Vervolgens zal een uitgebreide website worden ingericht rond de 25 stukken met de meeste stemmen, inclusief integrale teksten, commentaren, beeldmateriaal enz. Een volgende fase van het project zal erop gericht zijn de gekozen stukken ook daadwerkelijk heropgevoerd te krijgen.
      
Initiatiefnemers van In reprise zijn Ronald Klamer (Carré / Het Toneel Speelt), Bart Ramakers (Rijksuniversiteit Groningen), René van Stipriaan (Stichting Digitale Werken) en Rob van der Zalm (Instituut voor Theaterwetenschap). Doel is dus om Nederlandse toneelstukken, die ooit volle zalen trokken en die acteurs én het publiek tot geestdrift brachten, opnieuw onder de aandacht te brengen.

De lerarenopleiding is een sprookje

Door Peter-Arno Coppen

Wie A zegt, moet ook B zeggen. De afgelopen week plaatste ik hier een reactie op een column van Aleid Truijens uit de Volkskrant, waarin zij voorstelde om de lerarenopleiding af te schaffen. Stevige kritiek krijgt altijd veel bijval, dus zowel Truijens' column als mijn reactie konden zich verheugen in veel instemming. Maar nu verschijnt er een tweede artikel in de Volkskrant waarin gesteld wordt dat de lerarenopleiding niet deugt. En ditmaal niet van een van de vaste columnisten, maar van Marijn van Dijk, een studente die net die opleiding heeft afgerond, een ervaringsdeskundige dus. Ik voel me enigszins verplicht om daar dan ook op te reageren.

Dat heeft Bestuursondersteuning mooi bereikt!

Eindelijk weer een aflevering in de gruwelserie De verleden tijd van lijken!


Door Marc van Oostendorp

Wat voorafging: alle leden van Rie Velds vakgroep zijn veranderd in managers. Zijzelf doet nog onderzoek en geeft nog onderwijs, maar ze zitten achter haar aan!

Het gevaarlijkste moment van de dag was als de e-mail binnenkwam. Rie had besloten dat ze slechts één uur per dag in haar Inbox zou kijken. Wanneer ze dat deed, nam ze een aantal veiligheidsmaatregelen: rondom haar beeldscherm hing ze portretjes van belangrijke onderzoekers uit heden en verleden, waar ze tussen twee e-mails door telkens even naar keek. Na elke vijfde mail las ze steeds even in een wetenschappelijk artikel, en na twintig e-mails keek ze even op Blackboard om te zien of er een student op het forum gereageerd had. 

Alles deed ze om te voorkomen dat zij als laatste ook in een manager zou veranderen, want dat zou het einde van de vakgroep betekenen. Niemand zou ooit nog een student begeleiden, omdat iedereen te druk bezig zou zijn een zo mooi mogelijke kaft voor het volgende zelfevaluatierapport te kiezen. Niemand zou nog onderzoek doen omdat men te druk bezig was in commissies die plattegronden van nooit te bouwen 'laboratoria' zaten te bestuderen. 

Ah, daar had je het al. Een e-mail van Bestuursondersteuning.

vrijdag 24 oktober 2014

Stem vóór boeken


Door Bart FM Droog


Stemmen is altijd goed. Daarom is het des te beter dat de PZC, ook bekend als de Provinciale Zeeuwse Courant, de Publieksprijs PZC 2014 in het leven geroepen heeft. Publiek van binnen en buiten Zeeland mag een stem uitbrengen op één van de ruim zeventig 'Zeeuwse' boeken die tussen  juli 2013 en juli 2014 verschenen zijn. Onder die boeken deze twee dichtbundels:

Wim HofmanLaat ons drinken. Liverse, Dordrecht, 2013 - klik op:
http://pzc.wegenerweb.nl/cultuur/
boekenprijs2014/slide47.php#top


André van der Veeke
Poldergeest. Liverse, Dordrecht, 2014 - klik op:
http://pzc.wegenerweb.nl/cultuur/
boekenprijs2014/slide59.php#top


Als medeorganisator van eerdere publieksprijzen voor dichtbundels en een Dichter des Vaderlandsverkiezing heb ik wel één opmerking bij deze  internetverkiezing.

De PZC meldt: 'Meer dan één keer stemmen heeft geen zin: dubbele stemmen worden genegeerd.' Dat maakt me erg nieuwsgierig naar hoe de PZC stemmen van  mensen met meerdere e-mailadressen en pseudoniemen uit de stembus gaat filteren - want ik weet wat voor lastige en tijdrovende zaak dat is. 

Onbeschreven en ongepubliceerde boeken

Door Marc van Oostendorp

Dat over het woord boek twee etymologische verhalen de ronde doen, dat komt goed uit.

Volgens het ene verhaal heeft het te maken met het woord beuk: de Germanen zouden hun runen in beukenstaafjes hebben gekerfd, en het woord boek zou dus oorspronkelijk hebben verwezen naar een fysiek object – de tak van een boom. Deze etymologie, die ooit populair was, wordt nu kennelijk niet meer geloofd.
Volgens het andere verhaal komt boek van een oud-Germaans woord voor letters. Volgens dat verhaal, dat tegenwoordig de standaardverklaring is,  is de oorspronkelijke betekenis van het woord dus iets abstracts: een verzameling letters, door een schrijver vakkundig op een bepaalde manier gerangschikt.

Vijf kilo

De twee dimensies van het boek – het fysieke ding dat je kunt vastpakken en het abstracte ding dat een schrijver heeft bedacht – zijn inmiddels zo met elkaar verwezen dat het voor sommige mensen moeilijk is te begrijpen dat er iets wonderlijks gebeurt in zinnen als de volgende:

donderdag 23 oktober 2014

Addenda EWN: Keuvelen

Door Michiel de Vaan

keuvelen ww. ‘babbelen’

Aangetroffen vanaf de achttiende eeuw, bijv. bij Van Hoven (De Gewaande Krygsman, 1715): Polyxena, die most daer sneuvlen / en Priam die noch wat wou keuvlen. Keuvelen is door ronding van ee tot eu ontstaan uit het slechts enkele malen aangetroffen ww. kevelen ‘langdurig kauwen, de kaken langdurig bewegen’ (1710, in het woordenboek van Halma, waarin als synoniem babbelen wordt gegeven). De ronding tot eu naast de lipklank v is vergelijkbaar met Hollands beuzem voor bezem, algemeen zeuven voor zeven, en dergelijke. Dialectvormen die verwant zijn aan kevel maar teruggaan op een andere Oudnederlandse vorm zijn Westvlaams en Zeeuws kibbel ‘kaak, viswang’ en Westvlaams kavel ‘tandeloze kaak; kieuw van een vis’.

Kevelen is een afleiding van Middelnl. kevel ‘tandeloos’ (1321; in de Vlaamse en Hollandse bijnaam Kevelaert al in 1276), Vroegnieuwnl. kevel ‘kaakbeen, de kaak zonder de tanden’, waarnaast ook kever bestaat (vgl. Duits Kiefer). Het langdurig kauwen met tandeloze kaken (mummelen), eigen aan kleine kinderen en oude mensen, is hier overdrachtelijk gebruikt voor ‘langdurig doelloos kletsen, babbelen’. Zie onder babbelen voor een vergelijkbare betekenisontwikkeling.

Verwante vormen: Oudsaksisch kaflos ‘kaken’, Mhd. kivel, Mohd. Kiefer ‘kaak’, Oudengels ceafl, ME chauel, MoE jowl ‘kaak, wang’. Ned. kevel en Mhd. kivel komen uit PGm. *kebil- terwijl Westvlaams kavel alsmede de Oudsaksische en Engelse vormen op *kabal- wijzen. Mogelijk zijn ze beide afgeleid van een Indo-Europese wortel *ǵebh- ‘eten, vreten’ waarbij ook kever kan horen (als ‘vraatzuchtig insect’). Westvlaams en Zeeuws kibbel ‘kaak, viswang’ is ontstaan uit *kebil- door geminatie van WGm. *b voor l, zie verder onder kibbeling.

Ebola hééft geen juiste klemtoon!

Door Marc van Oostendorp


Waar komt toch de neiging van mensen vandaan om in taalzaken altijd per se een keuze te maken? De ziekte ebola doet zich nog niet voor, of mensen beginnen zich af te vragen wat nu de correcte klemtoon is. De VRT heeft er een mening over,  het Genootschap Onze Taal heeft er dezelfde mening over. Er zijn ook nog afwijkende meningen (Onze Taal noemt het Pinkhof Geneeskundig Lexicon), maar we kunnen ervan uitgaan dat men dit een ongewenste toestand vindt – en dat de twee sites hetzelfde kunnen zeggen: correct is ébola of ebóla, maar beslist niet allebei.

Maar waarom niet? Wat is er zo ongewenst aan de huidige situatie waarin er twee klemtonen zijn? Zijn er mensen die hierdoor in verwarring raken en menen dat er sprake is van twéé gevaarlijke ziektes, ébola en ebóla?

Ik denk dat het meer is dan het zoeken naar broodwinning van de taaladviseurs. Er zit iets in de taal, of wie weet in de samenleving, dat ervoor zorgt dat we het onaangenaam vinden als mensen zaken anders benoemen dan wijzelf. Dat kan niet! Dat mag niet!

woensdag 22 oktober 2014

Opvoeringen van Bredero’s De Klucht van de Koe door Theatergroep De Kale



Theatergroep De Kale, bekend van hun opvoeringen van Bredero’s Klucht van de molenaer en P.C. Hoofts Warenar, speelt op 13 en 14 november Bredero’s De Klucht van de Koe (1612). Vóór de voorstellingen is er een inleiding door dr. Jeroen Jansen, docent Historische Nederlandse letterkunde (UvA).

In De Klucht van de Koe gaat het vooral om de goedgelovigheid van Boer Dirk. Wanneer een vreemdeling bij hem aanklopt, geeft hij hem zeer gastvrij onderdak. Dat had hij beter niet kunnen doen. Door een ingenieuze list zorgt deze oplichter er namelijk voor dat de boer zonder argwaan zijn eigen koe gaat verkopen en de opbrengst aan de dief geeft. Ook leren we twee andere figuren kennen met hun eigen tekortkoming. De inhalige waardin Giertje neemt het niet zo nauw met de eerlijkheid door haar gasten teveel te laten betalen, terwijl een vrijbuiter louter zijn eigen lustgevoelens najaagt. Beiden kunnen geen maat houden en blijken naïef. Het loopt voor hen dan ook niet goed af…

De Klucht van de Koe wordt gespeeld door Vastert van Aardenne, Celia van den Boogert, Marieke de Kruijf en Stijn Westenend, onder regie van Victor van Swaay. De voorstellingen vinden plaats op donderdag 13 en vrijdag 14 november 2014 in het CREA-Theater, Nieuwe Achtergracht 170, Amsterdam. De avond begint om 20.00 uur met een introductie door de heer Jeroen Jansen, docent Historisch Nederlandse Letterkunde (UvA), waarna de voorstelling om 21.00 uur begint. De toegang bedraagt € 16,50. Reserveren kan door een mail te sturen naar theatergroepdekale@xs4all.nl. Voor meer informatie over Theatergroep De Kale, zie: www.theatergroepdekale.com .

Rowwen Hèze



Door Leonie Cornips

Brand Consultancy verklapte een jaar geleden dat popmuziek het sterkste cultuurmerk in Limburg is. Limburgers zetten Rowwen Hèze met een stip op één, gevolgd door Pinkpop. Theo Joosten, de gitarist van Rowwen Hèze, vertelt vervolgens aan L1 dat Rowwen Hèze zich jarenlang ‘het best bewaarde geheim van Limburg’ noemde en ‘gelukkig is toch blijkbaar dat geheim dan ontvouwen’.

Begin oktober speelde de band in Paradiso en ik was erbij. Ik was nieuwsgierig hoe dit sterke Limburgse ‘cultuurmerk’ in Amsterdam ontvangen zou worden. Ik genoot van de muziek en ik keek mijn ogen uit. Bier landde op mijn hoofd en schouders in plaats van in dorstige kelen. Een moshpit vooraan de tribune ontstond waarin fans bij het snellere ‘bestel mar’ springend maar ontspannen tegen elkaar aanduwden. Ik zag bezoekers in zelfgemaakte blauwe klompen. Opeens hing in Paradiso, toch een grootstedelijk poppodium, een goedmoedige landelijke sfeer. Veel fans waren afkomstig uit Noord-Limburg maar ook uit Wageningen, Zwolle en Noordwijk. Niet echt grote steden dus, maar wel plaatsen die zich vooral op het platteland oriënteren. Een jonge bezoeker vertelt me dat hij zijn Rowwen Hèze-T-shirt gekocht heeft tijdens de Zwarte Cross die door de Achterhoekse rockformatie Jovink & the Voederbietels opgericht is. Hij legt zo een spoor tussen Rowwen Hèze en muziekfestijn inclusief motorcross op het platteland

De beste taalregel van 2014: Juryrapport

Door Marc van Oostendorp


De Nederlandse taal is af. Dat is de conclusie die zich opdringt wanneer we de inzendingen bestuderen die dit jaar binnenkwamen voor de wedstrijd De beste taalregel.

De achterliggende gedachte van die wedstrijd is van oudsher tweeërlei. Enerzijds hebben de deelnemers in de loop der jaren actief gaten in de taal gedicht: zaken opgespoord waar taaladviseurs tot nu toe altijd onterecht meenden dat ze 'allebei' konden, terwijl er natuurlijk nooit iets allebei kan! Minstens één manier van uitdrukken moet fout zijn, anders ontstaan er chaos en verwarring. Inmiddels blijken die chaos en verwarring echter voorbij.

De andere doelstelling van de wedstrijd was om het Nederlands ingewikkelder te maken.

dinsdag 21 oktober 2014

Bourdieu vs. de Blanke Volksschrijver van Stad en Land

De persoon en het personage Gerard Reve 
Door Marc van Oostendorp

De Franse socioloog Pierre Bourdieu schreef eens dat je best "met Marx tegen Marx in kon denken,  of met Durkheim tegen Durkheim. (...) Dat is hoe de wetenschap werkt." 

Wat Bourdieu toen niet kon weten was dat er na zijn overlijden een jonge promovendus zou opstaan aan de Universiteit van Amsterdam, die een gloedvol proefschrift zou schrijven waarin hij met Bourdieu tegen Bourdieu in zou gaan denken. En dat daarbij een van de interessantste Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw als tegenvoorbeeld zou worden genomen tegen zijn theorieën: Gerard Reve.

Edwin Praat promoveerde in 2011 op een proefschrift over Reve, Verrek, het is geen kunstenaar. Gerard Reve en het schrijverschap. Deze maand verscheen een handelseditie. Het is een erudiet en af en toe briljant boek, de aanstekelijkste letterkundige studie die ik in tijden las. Het bespreekt een groot aantal heel uiteenlopende boeken uit het oeuvre, zoals De taal der liefde en Bezorgde ouders, in detail, maar heeft even gedetailleerde aandacht voor het tv-programma De Grote Reve Show. Op een lucide manier bespreekt hij zo Reves ontwikkeling als schrijver – vooral in de periode na Nader tot U – en plaatst dit in het kader van een groot aantal overwegingen over de literatuurwetenschap, de cultuurgeschiedenis en, dus, de sociologie.