maandag 30 maart 2015

Het reisverhaal van Coenraad Ruysch. Deel VI: Van Livorno tot Rome

Wij publiceren hier een kritische editie van het reisverslag van Coenraad Ruysch, verzorgd door Alan Moss van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hieronder staan links naar de tot nu toe verschenen delen:
Alan Moss heeft ook een eigen, informatieve, website.

Het menselijke element van missen

Door Marc van Oostendorp

Onlangs, begon een van mijn anglistische vrienden – ja, ik heb anglistische vrienden – over missen. Hij had ergens gelezen "het mist nog wat richting, dit voorstel", en hij vroeg zich af of dit geen anglicisme was. (Niemand is zo bevreesd voor het anglicisme als de anglist.) Het deed hem ook nog denken aan de constructie "er mist iets" – ook al zo fout, en mogelijk eveneens een anglicisme.

Ik sloeg er het WNT op na, en ontdekte dat er mogelijk iets anders aan de hand is: missen begint langzaam maar zeker de menselijke factor te ontberen.

In de voorbeelden die het woordenboek geeft, is eigenlijk altijd een mens betrokken. In sommige voorbeelden is hij het onderwerp van de zin. "Als het (kind) … stierf, als zij het … moest missen — zij maakte zich van kant", schreef Couperus bijvoorbeeld (in Boeken der kleine zielen), terwijl Van Alphen mededeelde: 'Aan een boom, zoo vol geladen, mist men vijf zes pruimen niet.'

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 1



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]






zondag 29 maart 2015

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve als feuilleton in Neder-L

Met het ene been nog in de Middeleeuwen en met het andere been al in de Nieuwe Tijd staat de Nederlandse vertaling van de van oorsprong Spaanse ridderroman Palmerín de Oliva. Deze verscheen in 1511 te Salamanca en werd wegens enorm succes gevolgd door nog een aantal titels, waaronder Primaleon van Griecken, zoals de Nederlandse vertaling luidt, waarvan tussen 1614 en 1619 vier delen verschenen, alle vier gedrukt te Rotterdam. Het oudste bewaard gebleven exemplaar van Palmerijn van Olijve vermeldt op de titelpagina als drukker / uitgever: Jan Janszen, boeckvercooper te Arnhem, en als jaar van uitgave: Anno M. DC. XIIJ. (1613).
     Palmerijn van Olijve heeft diepe indruk op de jonge Bredero gemaakt. Twee van zijn zogeheten 'Romantische spelen' zijn bewerkingen van deze roman: Griane en Rodd'rick ende Alphonsus, beide gepubliceerd in 1616. Toen de KB Den Haag een jaar of wat geleden in een nieuwsbrief vroeg welke titels uit hun oude drukken collectie het verdienden om met voorrang gedigitaliseerd te worden, heb ik een paar Latijnse drukken voorgedragen en Palmerijn van Olijve. De Latijnse drukken kwamen helaas, want zo moeilijk gedigitaliseerd te pakken te krijgen, om formele redenen niet in aanmerking, maar na verloop van tijd ontving ik bericht dat Palmerijn gedigitaliseerd was. U kunt hem hier bekijken en / of downloaden.
     Om u een idee te geven van wat Bredero las, toen hij het boek opensloeg:

17 april 2015: The Role of Lexicography in Standardisation and Purification of Lesser Used Languages

Friday April 17, 2015
At Tryater, Oostersingel 70 NL-8921 GB Leeuwarden
Price: € 25,00
Register: Click here

On Friday 17 April 2015, the Fryske Akademy is organizing a one-day international conference that will be tackling the role of lexicography in standardisation and purification of lesser used languages. 

The Frisian language is one of those. As an emancipating language in the Netherlands, Frisian is acquiring new functions and penetrating into new societal domains, or into domains that are traditionally reserved for the dominant Dutch language. Therefore, it needs new terminology. Dictionaries may play an important role in reinforcing a language, in language codification and language standardisation. At the same time, making dictionaries triggers critical issues in the lexicographic practice of lesser used languages such as Frisian.

Niet alleen schrijven

Door Marc van Oostendorp

Een audiovisueel mini-essay naar aanleiding van het artikel van Frits van Oostrom in NRC Handelsblad van zaterdag 28 maart 2015 (hier als pdf).

zaterdag 28 maart 2015

In druk ende dangier

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (13)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Pieter Cz. van der Mersch, Piero
Stel je voor dat een dichter in een daad van vaderlandslievendheid een gedicht zou schrijven over de perikelen waaraan ons Koninkrijk is ontsnapt. En stel dat die dichter daarbij zou opmaken dat ons land regelmatig in danger heeft verkeerd. Dat zou toch raar zijn? Hebben we daarvoor niet al heel lang het woord gevaar?

In de zestiende eeuw was het nog wel mogelijk De Leidse dichter Pieter Cornelisz. van der Mersch, die werkte onder de nom de plume 'Piero', verwerkte danger in een van de eerste noord-Nederlandse sonnetten, dat hij schreef om het Leidens ontzet te vieren:

vrijdag 27 maart 2015

Sporen naar stijlfiguren

Waarom is de term terroroehoe zo effectief, wat is de kracht van een K3-refrein en welke stijlfiguren worden zoal toegepast door hooligans? Stijlfiguren spelen een belangrijke rol in ons dagelijkse taalgebruik: het zijn manieren om een boodschap duidelijker, boeiender en doeltreffender te maken. Toch worden stijlfiguren vaak onbewust ingezet. Daarom spoort Uitgeverij Vantilt vanaf maandag 30 maart taalliefhebbers aan om actief op zoek te gaan naar stijlfiguren in nieuwsberichten.

De aanleiding is het verschijnen van het Groot retorisch woordenboek van Paul Claes en Eric Hulsens, dat begin april uit komt. Dagelijks verschijnt op www.vantilt.nl/stijlfiguren een analyse van een nieuwsfeit of een opvallende gebeurtenis, vergezeld van een opdracht. Deze lopen sterk uiteen: wie herkent de meeste stijlfiguren in Oma’s aan de top en wie weet welk stijlfiguur het vaakst wordt gebezigd door Louis van Gaal? Iedere opdracht is gekoppeld aan een lemma uit het Groot retorisch woordenboek. Dit aanstekelijke naslagwerk definieert honderden stijlfiguren, die rijkelijk zijn voorzien van voorbeelden: de vele lemma’s lopen uiteen van aansporing tot zeugma en van beeldspraak tot palindroom.

Met de uitgeschreven opdrachten hoopt Uitgeverij Vantilt taalcreativiteit te stimuleren: wie met het Groot retorisch woordenboek op zoek gaat naar stijlfiguren in nieuwsberichten neemt voortaan geen genoegen meer met een simpel ‘Ik hou van je’.

Paul Claes en Eric Hulsens. Groot retorisch woordenboek. Lexicon van stijlfiguren 160 pagina’s. prijs €22,50. Meer informatie bij de uitgever.

Hoe chaotisch is gesproken interactie?

Door Lucas Seuren

Onlangs bracht ik een weekend door aan de University of Loughborough voor een workshop over verscheidene aspecten van gesproken interactie. Een groot deel van de workshop was geweid aan herstel, een parapluterm voor de manieren waarop gespreksdeelnemers hun uitingen aanpassen, soms op eigen initiatief en soms op het verzoek van de gesprekspartner. Het is dit herstel waardoor gesprekken vaak wat chaotisch lijken, maar het tegenovergestelde is waar. De normatieve structuren die normaal ongemerkt aan ons voorbij gaan in gesprekken, komen juist aan het licht doordat gespreksdeelnemers hun uitingen verbeteren. 

De taal langzaam veranderen!

Door Marc van Oostendorp


René Appel toen hij de taal nog snel wilde veranderen.
Nu gaan we het krijgen! dacht ik verheugd toen ik in de nieuwe Onze Taal een artikel van René Appel zag staan, de beroemde schrijver en voormalige taalkunde-hoogleraar. Dat artikel heeft als titel Hoe snel laten we de taal veranderen? en als ondertitel Pleidooi voor een middenpositie.

Goed idee, dacht ik, we gaan de taal langzaam veranderen! Niet alles voor altijd bij het oude laten, zoals sommige mensen kennelijk willen, en ook niet alles razendsnel overhoop gooien, zoals anderen naar verluidt bepleiten, maar gewoon, lekker op ons dooie akkertje, iedere paar jaar een paar woordjes hier en daar. Nu even wennen aan enkel hunnetje als lijdend voorwerp, maar nog niet als onderwerp omdat dit te gortig wordt. Iedere paar jaar een paar dt-fouten erbij. Het lijkt mij wel wat

Maar wacht eens even, bedacht ik toen. Wie zijn eigenlijk die radicalen tegen wie Appel zich keert? Ik ken echt niemand die ofwel vindt dat alles anders moet en wel nu! meteen!, zoals ik ook niemand ken die vindt dat de Nederlandse taal zoals hij in 2015 is in steen gebeiteld moet worden. Iederéén neemt hier een middenpositie in. Wat is dat voor discussie, die Appel hier wil beslechten?

donderdag 26 maart 2015

Te verschijnen: Herinnering is een kostbare gave



Op 11 april 2015 vindt de presentatie plaats van Herinnering is een kostbare gave, Liber Amicorum Frederik van Eeden & Frederik van Eeden-Genootschap. Het boek verschijnt ter gelegenheid van 80-jarige bestaan van het Frederik van Eeden-Genootschap in 2014. In dat jaar werden de bijdragen geschreven en verzameld. Zij komen zowel van leden van het Genootschap als van mensen die zich rechtstreeks of indirect met Van Eeden hebben beziggehouden. De presentatie heeft bijna op de dag af 85 jaar na de presentatie van het eerste Liber Amicorum (3 april 1930) voor Frederik van Eeden plaats. Het 'nieuwe' Liber Amicorum werd aangevuld met een selectie uit de bijdragen aan het 'oude' Liber Amicorum.

Boekpresentatie
Datum: zaterdag 11 april 2015
Tijd: 15.30 – 16.30 uur
Locatie: Museumcafé van de Bijzondere Collecties van de UvA, Oude Turfmarkt 129, Amsterdam

De presentatie sluit aan op de Algemene Ledenvergadering 2015 van het Frederik van Eeden-Genootschap, die op 11 april 2015 van 14.30 tot 15.30 uur plaatsheeft in de Regentenzaal van de Bijzondere Collecties.

Francisca van Vloten (red.), Herinnering is een kostbare gave, Liber Amicorum Frederik van Eeden & Frederik van Eeden-Genootschap. Domburg: De Factory, 2015. 240 pagina’s. ISBN: 978-90-811727-8-3.  Prijs: € 34,-

Addenda EWN: kramsvogel

Door Michiel de Vaan

kramsvogel zn. zangvogel (turdus pilaris)

Vnnl. krammet voghel, kramet-voghel, krams-voghel ‘lijster’ (1599, bij Kiliaan; daarvan stamt de tweede vorm uit Junius’ Nomenclator uit 1567, waar krametvogel Duits genoemd wordt, en de derde uit een Nederduits glossarium uit 1582). Latere attestaties zijn krammetvogel (1648), krammesvoogel (1657), krammetsvogel (1743). Tot ca. 1750 wordt het woord ook voor ‘lijster’ gebruikt (bijv. 1726 zo doof als een kramsvogel ‘zo doof als een lijster’), hoewel reeds in 1657 (Six van Chandelier, Gedichten) krammesvoogel expliciet met lyster gecontrasteerd wordt. In moderne dialecten vinden we Zuid-Limburgs krammes en krammesvogel. De overige dialecten gebruiken andere benamingen voor de kramsvogel, zie H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis.

Verwante vormen: Nederduits kramsvogel (1582), Middelhoogduits kranewitvogel (13e-14e eeuw), kranwidfogel (1482), krambitvogel (begin 14e e.) krometvogel (1490), kramat(s)vogel (16e e.), Nieuwhoogduits Krammetsvogel. Mhd. kranewite (varianten: kranwit, chranbit, cramat) ‘jeneverbes’ uit Oudhoogduits kranawitu betekent letterlijk ‘kraanvogel-hout’; zie voor krane- onder kraanvogel en voor wite ‘hout, struik’ onder wielewaal (Mnl. wedewale). De s in krammets-vogel is een genitief-s die niet alle dialecten hebben ingevoerd.


De meeste woordenboeken beschouwen kramsvogel expliciet als ontlening aan het Duits. Daarvoor spreekt het feit dat het woord pas eind 16e eeuw in het Nederlands opduikt, en tot 1750 voornamelijk in woordenboeken. Ook is kranewit, de voorloper van krammet, niet in het Nederlands geattesteerd. Tenslotte kon de -t in -wit alleen in het Hoogduits ontstaan (Mnl. wede). De vraag is wel nog of het woord zich vanuit de Hoogduitse schrijftaal in de Nederlandse heeft gevestigd, of door geleidelijke verspreiding in de dialecten het Nederlandse taalgebied heeft bereikt. De afwezigheid van kramsvogel in dialecten die niet direct aan Duitsland grenzen doet het eerste vermoeden. Dat voor deze vogel een leenwoord ingeburgerd kon raken kan met de relatieve zeldzaamheid ervan te maken hebben: de kramsvogel is in de Lage Landen vooral een trekvogel die duidelijk op een lijster lijkt, in Duitsland is hij van oudsher ook een broedvogel. 

Outreach

Even wat ontspanning in ons managershorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp

Terwijl zijn in managers veranderde collga's om het hardst afstand namen van de neoliberale financialisering en valorisering van de wetenschap, zat Joop, de specialist in middelnederlandse voegwoorden achter zijn bureau en niesde.

Hij had twee weken eerder een mailtje gekregen waarmee hij nog steeds in zijn maag zat. "Hallo meneer," had erboven gestaan.

"Wij moeten van school een klokhuis-item maken over taal. We moeten daarvoor een expert filmen. We willen u graag filmen over de middeleeuwen. Komt het u volgende week woensdag uit? Volgens de reisplanner zijn we er om 09:06. Groetjes, Jasper."

Behalve als kind door zijn vader op 8mm was Joop nog nooit gefilmd.

woensdag 25 maart 2015

Nieuw nummer Onze Taal: april 2015

Inhoudsopgave Onze Taal – april 2015
84ste jaargang nummer 4

Voor meer informatie / voorproefjes / abonnementen: zie de website van Onze Taal.

Gaston Dorren 
Hoe het Nederlands geen wereldtaal werd
De verspreiding van koloniale talen buiten Europa
Nederland en België waren ooit koloniale mogendheden. Maar terwijl andere Europese landen hun taal over enorme gebieden wisten te verspreiden, is ‘ons’ dat nauwelijks gelukt. Waarom is dat?

Jan Erik Grezel
Taalkunde naar alle uithoeken van de wereld

Anoniem commentaar

Door Marc van Oostendorp


Het weblog bedreigt de sociologische wetenschap. Althans, momenteel is vooral een bepaald deel van de sociologie in gevaar: het sterk op statistiek gerichte deel. Maar dat is slechts toeval – het komt doordat bloggers nu eenmaal relatief vaak geïnteresseerd zijn in rekenen. Het zou weleens de voorbode kunnen zijn van een grotere verandering.

De Amerikaanse socioloog Andrew Lindner schreef er onlangs over op zijn weblog. Lindner had jarenlang gewerkt aan een artikel waarin de vraag waarom films met intelligente vrouwen relatief weinig geld opleveren met veel datageweld wordt beantwoord (kortweg: omdat er relatief weinig geïnvesteerd in zulke films).

Die jaren waren vooral heengegaan met het gebruikelijke proces van aanbieden aan redacties, allerlei commentaar krijgen over de vraag of er niet eigenlijk een andere theorie had moeten worden gebruikt, het artikel aanpassen, dan toch afgewezen worden, en doorgaan naar een ander tijdschrift waarin de reviewers weer andere obsessies bleken te hebben.

dinsdag 24 maart 2015

Zo lief, zo rustig, zo bloeiend


Door Marc van Oostendorp

Herman Gorter was een meester van het zo. Vooral als hij verliefd was kon hij er wat van: "Zie je ik hou van je, / ik vin je zoo lief en zoo licht -- / je oogen zijn zoo vol licht" dichtte hij dan. En ook de liefdesbrieven in de onlangs verschenen bundeling Geheime geliefden staan vol zo's. "Daardoor kan ik ook zoo heerlijk bij je zijn," schreef hij aan Ada Prins, "daardoor is je omgeving en je aanraking zoo veel, zoo iets voor mij wat ik wel voelen maar niet noemen kan, daardoor word ik zoo rustig en zoo bloeiend bij je, en mijn hoofd en mijn lichaam zoo heel anders."

Wat bedoelde hij daarmee? Hoe rustig en hoe bloeiend werd hij precies?

Meestal betekent zo, volgens het WNT, 'in een bepaalde mate, of op een bepaalde manier die uit de context blijkt'. Ook in dat zo was Gorter natuurlijk de ongekroonde koning. Als hij in Mei schrijft "zóó wil ik dat dit lied klinkt", dan is daar een uitgebreide specificatie aan voorafgegaan van hoe dan precies ("als het geluid dat ik eens hoorde op een zomernacht").

Maar in de liefde ontbreekt die specificatie. Je bent zo lief en zo licht, zonder dat ik erbij zeg hoe dan.

maandag 23 maart 2015

Call for Papers: Achter de verhalen 6: Het belang van de literaire cultuur

Rijksuniversiteit Groningen
6-8 april 2016

Van 6-8 april 2016 wordt in Groningen Achter de Verhalen, het zesde congres over de moderne Nederlandse letterkunde, gehouden. Eerdere succesvolle bijeenkomsten waren in Leuven (2006), Nijmegen (2008), Gent (2010), Utrecht (2012) en Brussel (2014). Het thema, ‘Het belang van de literaire cultuur’, zal in enkele plenaire lezingen en in parallelsessies van verschillende kanten worden benaderd.

Elke congresdag begint en eindigt met een keynote lezing. De sprekers zijn: Geert Buelens (Universiteit Utrecht), Yra van Dijk (Universiteit Leiden), Jane Fenoulhet (University College London), Kris Humbeeck, (Universiteit Antwerpen), Lut Missinne (Westfälische Willems- Universität Münster), Ann Rigney (Universiteit Utrecht).

Gratis onderwijs voor iedereen

Door Marc van Oostendorp

Van rechts naar links: Inge Otto, Marten van der Meulen, Marc van Oostendorp

Dat inmiddels zo'n dertigduizend nieuwsgierigen zich hebben ingeschreven voor onze cursus, die vandaag over een week begint, is een vreemde gedachte. Natuurlijk, ook op dit blog komen soms wel tienduizenden mensen af, maar dat is dan altijd min of meer toevallig: wanneer ze beginnen te klagen, kan ik altijd zeggen dat ik deze stukjes maar in wat verloren minuten bij mekaar type. Dat mijn video's spontaan ontstaan als ik van mijn werk naar huis wandel.

Die excuses heb ik nu niet. Het is maandenlang voorbereid, met een heel team van zeer deskundige mensen, de nieuwsgierigen zitten zich soms al weken zo niet maanden te verheugen, nu moeten we zien hoe ze gaan reageren.

Ik denk dat we jullie – ja jullie, op deze wereld – een interessant pakket te bieden hebben. De cursus duurt vijf weken en aan het eind heb je op zijn minst een soort inzicht in wat taalwetenschap is en waarom mensen dat doen.

Een schoone historie van den Ridder met dat Kruyce : uitleiding, en als gratis Neder-L e-boek


Wat ik tijdens het editeren van Die Ridder met dat Kruyce als een groot gemis ervaren heb, is het niet bestaan van een editie van de Spaanse brontekst Lepolemo. Maar wat ik nóg meer gemist heb is de tweetalige Frans-Spaanse editie van Guillaume Tonnelier, die ik maar niet te pakken kon krijgen.
     Anders dan de Franse vertaler die nogal vrij met de Spaanse brontekst omsprong, heeft ‘onze’ Barent Barentszoon vander Nieuwer Bruggen zijn Franse voorbeeldtekst getrouw gevolgd. Toch ontkwam hij niet aan het maken van enkele bloopers. Zo vertaalt hij de naam van de geheime ondergrondse gang naar de stad Duran, waarin de alleenstaande koningin belegerd wordt door de perverse, bultdragende koning van Madian met “die oude verderffenisse”. In de Franse brontekst staat “Vieillemyne”, letterlijk: de oude mijn, en dat staat er ook in het Spaans. Het kan haast niet anders of Barent (of zijn bron?) heeft hier ‘vieilleruyne’ gelezen.
     In hoofdstuk 37 komt het tot een tweegevecht tussen de Franse koningszoon Philippus incognito en de Ridder met dat Kruyce die zijn zuster Melisse naar Parijs begeleidt. Philippus is verliefd op Melisse en wil op een ridderlijke manier zijn gevoelens voor haar kenbaar maken door haar begeleider, de Ridder met het Kruis, uit te dagen om drie keer tegen hem met de lans te steken. Gelukkig gebeuren er daarbij geen ongelukken. Na de derde keer maakt Philippus zich bekend: “Dat gedaen sijn[de] so verschoof Philippus een weynich sijn versiersel, alsoo dat hy terstont van een yeghelijck bekent wert.” Het Frans leest hier: “Apres lequel dressa [l]a visiere Philippes / lequel fut dung chascun congneu.” Philippes opent zijn vizier en is zo herkenbaar. Onze Philippus schuift wat met zijn helmtooi.
     Maar de uitglijder die mij dagen lang op het verkeerde been gezet heeft, totdat ik in de gaten kreeg dat het om een blooper ging, speelt zich af in hoofdstuk 31 en begint als volgt:

zondag 22 maart 2015

Allemaal taalprofessionals!

Door Miet Ooms

Allemaal taalprofessionals! Dat is het centrale thema van de campagne voor de LIA’s, of de Language Industry Awards 2014. 

De LIA’s zijn de prijzen van en voor iedereen die professioneel met taal bezig is. Het hoofddoel van deze prijsuitreiking is niet zozeer het uitreiking van de prijzen zelf, maar wel de zichtbaarheid van de taalsector in al zijn facetten voor een breed publiek. Dat de LIA’s hier ook in slagen, is vooral te danken aan de enorme diversiteit aan taalprofessionals en de rijke variatie aan taaldiensten, taalproducten en taalexpertise die in de taalsector ontwikkeld worden. Aan de 40 genomineerden voor een LIA ziet iedereen ook dit jaar meteen hoe creatief, innovatief en toekomstgericht de moderne taalsector is. De genomineerden zijn onder meer wetenschappelijke instellingen, vertaalbureaus, uitgeverijen, educatieve organisaties.

Trizin

Door Marc van Oostendorp

Biograaf Liesbeth Koenen stelde onlangs een Taalgids voor Opperland samen uit het werk van Hugo Brandt Corstius (1935-2014). In het kader daarvan maakte ik een eerbetoon.



zaterdag 21 maart 2015

In syner handt

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (12)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Marnix van Sint-Aldegonde was volgens sommigen de brug van Antwerpen naar Leiden: doordat hij uit de eerste stad vertrok naar de tweede, zorgde hij dat de nieuwe dichtkunst die in de eerste was ontstaan, overbracht naar de intellectuele in de tweede, de nieuwe universiteitsstad.

Hij werd vooral bekend als psalmvertaler (en als mogelijke auteur van het Wilhelmus), maar ter ere van Lucas de Heere, degene die het sonnet in de Nederlanden introduceerde, schreef hij ook een paar sonnetten. Als reactie op een geschenk bijvoorbeeld het volgende:

Bij eenen zilveren beker gezonden aan Lucas de Heere

vrijdag 20 maart 2015

Workshop over nieuwe zoektool voor de Short-Title Catalogue Netherlands (STCN)

Op 13 april vindt bij de Koninklijke Bibliotheek een workshop plaats waarin iedereen die dat wil kan leren werken met een nieuwe zoektool die voor de Short Title Catalogue Netherlands ontwikkeld is. Je kunt met die tool op veel meer en veel flexibelere manieren de vroegmoderne boekproductie doorzoeken en analyseren. De deelname is dankzij sponsoring van CLARIN gratis. Wie mee wil doen, vindt hier meer informatie.

Liegen op rijm

Door Marc van Oostendorp


Droogstoppel had gelijk. Dat was een van de conclusies die je kon trekken uit de eerste dag van de tweedaagse bijeenkomst die we dezer dagen in Leiden hebben over de structuur van het vers.

Er zijn hier deskundigen van over de hele wereld om te praten over de manier waarop dichters hun gedichten en liedteksten structureren en vooral: wat voor effecten die structuur heeft op de luisteraar of lezer.

Zo kom je op allerlei zaken waarover ik niet vaak eerder heb nagedacht. Dat alle bekende culturen liedjes hebben, maar niet alle culturen gesproken poëzie (en zelfs niet alle culturen instrumentale muziek), en dat je daaruit zou kunnen afleiden dat gezongen teksten het primaat hebben.

donderdag 19 maart 2015

Japan aan de Maas



Door Leonie Cornips

Volgens het CBS leefden er in 2011 achtduizend Japanners in Nederland. De meesten wonen in Amstelveen, ook wel Japan aan de Amstel genoemd. De Japanners daar zijn expats die met hun gezin tijdelijk uitgezonden zijn om in de hoofdkantoren van grote Japanse bedrijven te werken.

Mijn collega Anna Strycharz heeft met een prestigieuze beurs twee jaar lang onderzoek verricht naar de effecten van taalcontact tussen Japanse dialectsprekers in Amstelveen. Japan is net als Limburg beroemd om de vele dialecten. Helaas kregen we van de Japanse school in Amsterdam geen toestemming om kinderen onder elkaar in hun Japans dialect op te nemen. Dus zijn we uitgeweken naar Maastricht waar Japanners om meer uiteenlopende redenen verblijven dan in Amstelveen. In Amstelveen wonen uitsluitend gezinnen van wie de echtgenoot een kort arbeidscontract heeft. In Maastricht wonen Japanse studenten die aan de universiteit studeren vanwege het internationale klimaat. Er zijn Japanse werknemers die voor een aantal jaren hier verblijven, en dan is er een groep die zich in Maastricht en omgeving permanent gevestigd heeft. Deze groep bestaat uit gezinnen met hoofdzakelijk een Limburgse en dialectsprekende echtgenoot en een Japanse echtgenote. Hun kinderen zijn in Japan en in Limburg geboren. Deze gezinnen zijn een typisch voorbeeld van de huidige samenleving waarin mobiliteit zo prominent is. De Limburgse mannen hebben zelf als expat in Japan gewerkt en spreken standaard Japans. Zij hebben in Japan hun vrouw leren kennen. De mannen zijn met hun vrouwen naar Limburg teruggekeerd omdat zij graag in Limburg willen wonen en werken.