vrijdag 29 mei 2015

Taalunie licht bezuinigingen toe

Het onderstaande bericht van de website Taalunieversum plaatsen wij met toestemming door.

Van 20 t/m 23 mei vond in Olomouc (Tsjechië) het jubileumcongres plaats van Comenius, vereniging voor neerlandici in Centraal-Europa. Geert Joris, algemeen secretaris van de Taalunie en Maya Rispens, hoofd Taalgebruik van de Taalunie, grepen de gelegenheid aan om de aangekondigde bezuinigingen toe te lichten, vragen te beantwoorden en mogelijkheden te bespreken om de pijn te verzachten.

Geert Joris benadrukte dat de Taalunie zich blijft inzetten voor de neerlandistiek in het buitenland: "De basisfinanciering, broodnodig voor het overeind houden van de afdelingen in de hele wereld, verlagen we bijvoorbeeld niet. Laat één ding duidelijk zijn: we waarderen de inspanningen van neerlandici waar ook ter wereld, maar aan besparingen kunnen wij niet ontkomen. De overheden hebben ons die opgelegd, we krijgen er geen euro bij."


De Nederlandse Taalunie gaat in ieder geval bezuinigen – maar wat moet er in de plaats komen?


De omvang van de controverse over de bezuinigingen van de Nederlandse Taalunie is internationaal geworden – met tachtig wetenschappers die een pleidooi hebben gedaan voor het overleven van de Neerlandistiek.  Maar tot nu toe sluit het debat in het NRC Handelsblad het perspectief van de betroffen studenten uit. Het accent op salarissen en financiële belangen negeert de andere kant van het verhaal, met name de kwetsbaarheid van studenten in het buitenland die grote academische en professionele risico’s op zich nemen om Nederlands te studeren.

Om de bezuinigingen doelmatig tegen te gaan heeft de buitenlandse Neerlandistiek een nieuwe missie hard nodig, en niet alleen in de collegezaal. Nieuwe netwerken van uitwisseling en kennisoverdracht moeten online worden gestart zodat nieuwe talige en culturele initiatieven zowel binnen als buiten universiteiten tot stand kunnen komen. Laten we vooral vechten voor de relevantie van de verwerving van de Nederlandse taal – waar dit ook mag plaats vinden – zodat toekomstige studenten overal ter wereld de langdurige waarde van een studie Nederlands blijven herkennen.

Deze blogpost verscheen ook op berkeleydutch.

Nu komt de uit de

Door Marc van Oostendorp

"Dit is een gevalletje aap-mouw", zei een collega gekscherend. Want dat is de toon waarop die dingen gezegd worden: ironisch. Je hoort het de laatste tijd vaker, of ík hoor het in ieder geval de laatste tijd vaker, samenvattingen van spreekwoorden in twee zelfstandig woorden: 'spijker-kop', 'zwaluw-lente', 'boer-kiespijn'.

Het zijn geloof ik altijd zelfstandig naamwoorden en het werkt natuurlijk het best als die zelfstandig naamwoorden buiten het spreekwoord niet zo vaak in elkaars omgeving verkeren. Mensen praten nu eenmaal niet vaak over apenmouwen, maar noch 'zongen-piepen' noch 'ouden-jongen' roept onmiddellijk het beeld op van continuïteit tussen de generaties.

donderdag 28 mei 2015

Etymologie: tijding

Door Michiel de Vaan

tijding zn. ‘bericht’

Middelnederlands tīdinghe v. ‘tijding, bericht’ (1360), tidinge, tijdinc (1390–1434), Vnnl. tydinge, tidinghe (1517) ‘bericht, gerucht, kennis’. Tussen 1584 en 1691 komen in de schrijftaal ook vormen met wegval van intervocalische d voor: tyng (1584), tijng (1600), tingh (1628, rijmend op dingh ‘ding’), tieng (1661, Noord-Holland). De combinatie nieuwe tijding in de 17e eeuw betekent ‘gedrukt nieuwspamflet’, en komt ook als bn. voor: een nieuw-tijngkjes praet ‘praat als in een nieuwspamflet’ [1624]). Nog in het moderne Zeeuws als tiedienge, tiedige, tieng(e), en in het  19e-eeuwse Noordhollands als tieng, tien, tientje ‘bericht’.

Verwanten: Middelnederduits tīdinge, tidink, Mhd. zītunge ‘bericht’, Vnhd. Newe zeytung ‘nieuwspamflet’ (Augsburg, 1502), Mohd. Zeitung ‘krant’; Oudfries tīdinge, Oudengels tīdung v., MoE tidings ‘bericht’. Westgermaans *tīdungō- v. ’bericht’ heeft zich uit een eerdere betekenis ‘gebeurtenis’ ontwikkeld (bijv. in context ‘vertel me de gebeurtenis’ > ‘vertel me het bericht’). 

Een taal is meer dan alleen leesvaardigheid


Terwijl ik druk bezig ben met het nakijken van de eindexamens van mijn leerlingen, voel ik een boosheid opkomen. Een boosheid die altijd ergens sluimerend aanwezig is en dan ineens naar bovenkomt. Het gaat hier om de escalatieladder die door de Inspectie in het leven is geroepen als indicator of een school goed functioneert. De resultaten van de eindexamens van mijn leerlingen moeten namelijk binnen de marges vallen van hun eerder gescoorde punten op hun schoolexamens. Een regel die bij mij en mijn (vak)collega’s voornamelijk ergernis opwekt.

Taal is solidariteit

Door Marc van Oostendorp


Op 19 oktober 1983 schreef Frans Kellendonk een brief aan de criticus Jaap Goedegebuure waarin hij zijn visie op taal uiteenzette. Twee dagen later schreef hij een brief over vrijwel hetzelfde onderwerp aan zijn vriend de schrijver Oek de Jong. Die overlap was niet toevallig: het was kennelijk een onderwerp dat hem bezighield.

Goedegebuure had geschreven dat er voor Kellendonk "buiten de taal niets is", en dat stak Kellendonk kennelijk: "Als er buiten taal niets was, zou de taal niets uitdrukken en zou elke communicatie van woorden verwisselbaar zijn voor een anderen," schreef hij. Er was dus wel degelijk een verband tussen de taal en de werkelijkheid, al was dat een heel ingewikkelde – een zin 'verwijst' niet zomaar naar de werkelijkheid, en er bestaat geen "simpele correspondentie tussen woorden en fenomenen", hooguit "is er een overeenkomst tussen de totaliteit van de taal en de totaliteit van de wereld".


Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 18



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]





Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


woensdag 27 mei 2015

Boekpresentatie Gruuthuse-handschrift



Op 12 juni 2015 wordt in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag de wetenschappelijk-kritische editie van het Gruuthuse-handschrift gepresenteerd. De editie is ingeleid en kritisch uitgegeven door Herman Brinkman, met een transcriptie van de melodieën door Ike de Loos. Een korte documentaire over de totstandkoming van de editie wordt tevens voor het eerst vertoond.

De editie wordt uitgebracht door het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (KNAW) en de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag, in samenwerking met Uitgeverij Verloren. Tijdens de presentatie wordt een tijdelijke tentoonstelling van Gruuthuse- manuscripten in de Bidahal van de Koninklijke Bibliotheek geopend.

Het praatje van Joris


Olomouc. Bron: Wikipedia
Nederlands is een taal die zelfs buiten Vlaanderen en Nederland van enig belang is. Vandaar dat er op tientallen plekken in de wereld Nederlands gedoceerd wordt. Een aantal van die docenten kwam vorige week bijeen in de Tsjechische steden Olomouc en Brno, op het Regionaal Colloquium Neerlandicum, tevens jubileumcongres van Comenius, vereniging van neerlandici uit Centraal-Europa.

De wetenschappelijke resultaten van dit colloquium zullen in enige congresbundels verschijnen en dan voldoende aanleiding geven tot discussie. Weinig reden derhalve om over deze bijeenkomst te spreken, ware het niet dat tot de eregasten op dit colloquium de algemeen secretaris van de Taalunie, Geert Joris, behoorde samen met zijn medewerkster Maya Rispens. Zo zwijgzaam als mevrouw Rispens de volle vier dagen gebleven is, zo duidelijk liet Geert Joris van de eerste tot de laatste minuut van zich horen.

Taal is een sociaal contract

Door Marc van Oostendorp

In een speciale la in mijn archiefkast heb ik een map met filosofische artikelen over de vraag wat taal eigenlijk is. Een communicatiemiddel? Een instrument om te denken? Een middel waarmee je je van anderen kunt onderscheiden doordat je veel correcter, gezelliger of stoerder spreekt dan zij?

Deze week wees iemand me op internet op een nieuwe aanwinst voor mijn verzameling: een artikel van de bekende Amerikaanse taalfilosoof John Searle met de pakkende titel Wat is taal?

Jullie moeten dat artikel vooral ook zelf lezen, het is zorgvuldig opgebouwd en helemaal niet te lang of duister voor zo'n fundamentele kwestie. En het bevat een antwoord dat nieuw is, hoewel het wel voortbouwt op Searles eerdere werk: taal is een manier om de wereld te veranderen en de basis van iedere menselijke samenleving.

Man en vrouw

Dat taal voor Searle een manier is om de wereld te veranderen, wisten we al.

dinsdag 26 mei 2015

Inhoudsopgave Onze Taal juni 2015

84ste jaargang nummer 6

Veel artikelen zijn los te koop bij eLinea en Myjour.
Wilt u het hele nummer lezen? Word lid!


Thema: het Frans als buurtaal


Taalunie: Onderwijs in het buitenland moet 'bewijsbaar nuttig' zijn

Door Judit Gera

Eötvös Loránd Universiteit, Boedapest

Afgelopen weekeinde vond in Olomouc (Tsjechië), onder grote belangstelling, een jubileumcongres plaats om het 25-jarig bestaan te vieren van Comenius, de vereniging voor neerlandistiek in Centraal-Europa.

Tijdens deze bijeenkomst was veel te merken van de spanning die de bezuinigingen van de Taalunie – en de manier waarop over deze bezuinigingen wordt gecommuniceerd – oproepen. Zo stelde de Algemeen Secretaris van de Taalunie, Geert Joris, al tijdens de officiële opening van het congres de vraag wat de buitenlandse neerlandistiek economisch oplevert, of de studies rendabel zijn en hoeveel procent van de afgestudeerden in Nederland of in Vlaanderen een baan vindt.  Het publiek kreeg geen gelegenheid om in discussie te gaan. 


Het houdt te maken met weervoorspellingentaal

Door Marc van Oostendorp


"De kustprovincies houden dan ook tot en met vanavond te maken met zware windstoten tot ca. 80 km/uur", meldde het KNMI onlangs, en ergens in Nederland gingen een paar wenkbrauwen omhoog – wenkbrauwen die uiteindelijk bij mij terecht kwamen. Wat was hier aan de hand?

Het klinkt raar, die zin, en in het bijzonder de constructie "te maken houden met". Tegelijkertijd: je kunt wel zeggen "de kunstprovincies krijgen" of: "hebben te maken met windstoten". En in andere constructies kun je in zulke gevallen ook houden invullen voor krijgen  of hebben ('we hebben/krijgen/houden contact").


maandag 25 mei 2015

Knorrende beesten

Over Mens Dier Ding van Alfred Schaffer (1)

door Gert de Jager

Ruim een jaar geleden verscheen Mens Dier Ding, de omvangrijke bundel van Alfred Schaffer waarin het leven van de legendarische Zoeloekoning Sjaka min of meer wordt naverteld. De bundel kreeg enthousiaste recensies, was de beste van het jaar volgens de verzamelde poëziecritici, werd genomineerd voor de VSB-prijs die tot verbazing van bijna iedereen naar iemand anders ging. Op Poetry International hoorde ik collega-dichters met veel respect over Mens Dier Ding spreken. Alsof de bundel, met zijn narratieve structuur en zijn hyperhistorische ik-personage, iets openbrak: het besloten wereldje van de Nederlandse lyriek. Geen keurige gedichten vol beschaafde ontregeling en vervreemding van een lyrisch subject dat je, beschaafd ontregeld en vervreemd, op dichtersborrels tegen kunt komen, maar een poging om werkelijk door te dringen tot de belevingswereld van een ander: een gruwelijk personage dat de Geschiedenis naar zijn hand wist te zetten.

Het was misschien wel om die reden dat ik met enige scepsis aan de bundel was begonnen. Waarom, in godsnaam, zou ik interesse moeten opbrengen voor het leven van een vroeg negentiende-eeuwse Afrikaanse tiran? De eerste kritieken die ik tegenkwam en die al heel snel verschenen, stimuleerden de nieuwsgierigheid niet echt. Wat de dames en heren met veel bewondering en respect gelezen hadden, leek het meest op een psychopathologische studie: de studie van een naar wreedheid en bloeddorst afglijdend individu.

Raast eeuwig 't somber verlangen

Door Marc van Oostendorp


Buiten Nederland was de dichter Hendrik de Vries naar eigen zeggen nooit geweest, toen hij in 1923 contact zocht met zijn collega J. Slauerhoff. "Zuid-Limburg is het uiterste geweest, en dat was afschuwelijk."

In een nieuw boekje bracht Jan van der Vegt alle brieven samen die De Vries en Slauerhoff tussen 1923 en 1932 aan elkaar schreven. De twee dichters deelden een fascinatie voor wijdse verten. Je voelt daarbij vooral hoeveel verder weg bijvoorbeeld Spanje in 1923 was dan in 2015. De Vries was enorm gefascineerd door de Spaanse cultuur maar trok er pas na de eerste brief heen. Hij vond het er gelukkig alles behalve afschuwelijk, en hij ontwikkelde zich tot een kenner van de Spaanse taal en letteren.

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 17



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]





Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


zondag 24 mei 2015

Gooi jezelf niet weg, dat doet een ander wel!

De Nederlandse Taalunie in troebel water?


Het blijft een verbluffend schouwspel in Nederland: doet een club eens iets echt goed, maken we ‘m graag ’n kopje kleiner. Betrokken op het beleid rond de bevordering van de Nederlandse taal en cultuur in het buitenland, bijvoorbeeld via de Nederlandse Taalunie en haar geldgevers (wij belastingbetalers dus) zie je dit folkloristisch fenomeen ook weer opduiken: ’n paar jaar terug alweer werd het roemruchte Institut Néerlandais in Parijs zeg maar weggegooid.

Nu dreigt vervolgens de steun aan de ontwikkeling van steeds beter onderwijs Nederlands als vreemde taal in o.a. Duitsland die de Nederlandse Taalunie verleent via het subsidiëren van bijvoorbeeld nascholingsactiviteiten en taalcongressen, ook weg te vallen. Nederland bewijst zichzelf daarmee een slechte dienst. Immers – de toenemende populariteit van Nederland in ons grootste buurland is zeker mede te danken aan de inspanningen van de Duitse docenten Nederlands. En die worden steeds weer gevoed en gemotiveerd door het hoogwaardige nascholingsaanbod dat met steun van de Taalunie in de afgelopen jaren is opgebouwd, en dat zeker niet alleen via universiteiten maar vooral ook via projecten als Leren van de buren en lerarenorganisaties als de Fachvereinigung Niederländisch in stand wordt gehouden.

De structuur van ruzies

Door Marc van Oostendorp

Ruzies zijn grotendeels gemaakt van taal. In mijn wekelijkse YouTube-praatje geef ik de aanzet tot een nieuwe discipline: taalkundige ruziestudies.

zaterdag 23 mei 2015

Rowwen Hèze gaat digitaal



Door Leonie Cornips

In diepe stilte werken we hard aan het Limburgportaal in de Digitale Bibliotheek  voor de Nederlandse Letteren, die iedereen de DBNL noemt. De DBNL was altijd zelfstandig maar is met ingang van 1 januari 2015 onderdeel geworden van de Koninklijke Bibliotheek. De DBNL digitaliseert de Nederlandse literatuur snel, betrouwbaar en in zeer hoge kwaliteit. Iedereen, waar ook ter wereld, kan zonder ingewikkelde poespas, zonder wachtwoorden en gratis op de website van de DBNL  de meest relevante Nederlandse literatuur lezen.

In het Limburgportaal zijn teksten van Henric van Veldeke te vinden die zijn Servaaslegende in het Maaslands dialect rond 1180 schreef en van vele schrijvers na hem tot op de dag van vandaag. Het Limburgportaal is sinds 2012 in opbouw en raakt met literatuur uit/van/over Limburg behoorlijk gevuld dankzij de onvermoeibare inzet van een deskundige werkgroep en dankzij subsidie van vooral de Provincie Limburg en het Winand Roukens Fonds. Subsidie of sponsoring blijft nodig want het kost één euro om een gedrukte pagina te digitaliseren en op te nemen in het Limburgportaal. 

18 juni 2015: Frans Kellendonk en de andersheid

Lokatie: Universiteit Leiden, Universiteitsbibliotheek, Witte singel 26-27, Vossiuszaal, 2e etage.
     
Frans Kellendonk (1951-1990) is de auteur van een klein oeuvre van grote betekenis. In romans als Mystiek Lichaam, novellen als De Nietsnut, en in essays over Vondel of Henry James liet hij zien niet alleen een fabelachtig stilist te zijn, maar vooral iemand die ons veel te vertellen heeft. Steeds gaat het Kellendonk om de vraag hoe we ons dienen te verhouden tot de ‘ander’: of de ander nu God is, een Egyptische schoonmaker of een travestiet in Birmingham: ‘Liefde is de ander als subject erkennen, maar dat niet alleen, het is ook de ander zijn voorzover onze eigen subjectiviteit ons dit toestaat. Moraal is het geheel van strategische wegen leidend tot dit doel’, schreef Kellendonk op zijn 22ste in een van zijn onlangs verschenen Brieven. Wat betekent dit voor de liefde, maar ook voor de gemeenshap en voor kunst? 
Op donderdag 18 juni zullen neerlandici en literatuurwetenschappers zich gezamenlijk buigen over die vragen op een symposium over het oeuvre van Kellendonk. Deelname is gratis, voor leraren kan deze dag gelden als een nascholingsdag.
     
  09:30-10:00 Inloop en koffie
  10:00-10:35 Ernst van Alphen:Letter en Geest van een postmoderne geloofsbelijdenis’
  10:35-11:10 Frans-Willem Korsten: ’Harmonie als het andere: het katholieke ideaal’
     
  11:10-11:20 Koffiepauze
      
  11:20-11:55 Agnes Andeweg: ’Schaamte in het werk van Frans Kellendonk’
  11:55-12:30 Matthieu Sergier: ’Frans Kellendonk en het andere uit de fictie’
     
  12:30 - 13:30 Lunch

  13:30-14:05 Jaap Goedegebuure: ’De gekunstelde vormen zijn mij het liefst. Over de transformatie van feiten naar fictie in Frans Kellendonks oeuvre’
  14:05-14:30 Looi van Kessel: ’Radicale negativiteit. Sinthomosexuality en de doodsdrift in Mystiek Lichaam’
     
 14:30-14:40 Koffiepauze
     
  14:40-15:15 Liesbeth Korthals-Altes: ’Kellendonk ironisch? Over leeshoudingen en de attributie van een ”ethos” aan een schrijver’
  15:15-15:25 Presentatie van de studenten Nederlands: ’Geschrapte fragmenten Bouwval: Langeur opnieuw geframed’
  15:25-15:45 Bezichtiging Kellendonkarchief
  16:00-17:00 Borrel @De Grote Beer
  17:00-18:30 NRC Leesclub Live
     
       
Klik hier voor meer informatie en aanmelden. 


Een doodslag voor vakgroepen Nederlands

De onderstaande brief is gisteren verstuurd door het bestuur van de Association des Néerlandistes de Belgique francophone et de France (ANBF) aan de verschillende organen van de Nederlandse Taalunie.

De recente bezuinigingen binnen de Nederlandse Taalunie treffen de neerlandistiek extra muros bijzonder hard. Als platform voor docenten Nederlands als vreemde taal in Franstalig België en Frankrijk verenigt de ANBF docenten uit alle onderwijsniveaus, van basisonderwijs tot universiteit en volwasseneneducatie. Bij dezen willen we onze bezorgdheid uiten en u verzoeken u in het kader van uw functie tegen deze bezuinigingen te verzetten.

In zijn vergadering van 20 mei 2015 heeft het bestuur van de ANBF zich na uitgebreid overleg unaniem solidair verklaard met de brief aan het Comité van Ministers, de Interparlementaire Commissie, de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren en de vaste Tweede Kamercommissie voor OCW van o.m. de collega’s uit Madrid en Coimbra.

Nacht-blinckende Maene

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (21)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Als het kunstzinnig is om nieuwe woorden te gebruiken, is het Nederlands een uitstekend instrument voor kunstzinnigheid. De Tachtigers werden er in onze literatuur beroemd om, de creatie van nieuwe woorden zoals triltintelen en schuddeschuiven die hun teksten expressiever en bijzonderder moesten maken.

Ik weet eigenlijk niet of je er in andere ook zo'n cultuur van nieuwvormingen heeft ontstaan. In sommige talen – het Chinees, maar in zekere zin ook het Frans – kun je niet zo makkelijk nieuwe woorden maken. In andere talen – het Duits – gaat het nog makkelijker dan in het Nederlands. Misschien is er in onze taal net precies genoeg spanning tussen de mogelijkheid van het nieuwe woord en de afwijkendheid ervan om een dichterlijk procédé te kunnen zijn.

In ieder geval hield Justus de Harduwijn in de zeventiende eeuw ook al van een vreemd woord op zijn tijd.

vrijdag 22 mei 2015

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Voorwoord bij: Cornips, Leonie & Barbara Beckers (red.). 2015. Het dorp en de wereld. Over dertig jaar Rowwen Hèze. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt. pp 264

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Door Leonie Cornips

Rowwen Hèze bestaat dertig jaar en trekt volle poptempels, weidetenten en theaters met steeds nieuwe fans en trouwe fans die hun band al sinds de begintijd volgen. Dat is een buitengewone prestatie. Het dertigjarig jubileum wordt gevierd met een tournee, een tentoonstelling in het Limburgs Museum en met dit dikke boek voor Rowwen Hèze, over Rowwen Hèze en vooral over wat Rowwen Hèze voor ons betekent.[1] Het boek bevat bijdragen van Rowwen Hèze zelf (Tren van Enckevort, Wladimir Geels, Jack Haegens, Rudy Havermans, Theo Joosten, ex-bassist Jan Philipsen, Jack Poels en Martîn Rongen), van fans, liefhebbers, bewonderaars, muzikanten, journalisten, documentairemakers en wetenschappers. Zij proberen allen op een of andere wijze het succes, hun liefde voor of de betekenis van Rowwen Hèze voor hun eigen leven of voor dat van anderen te verklaren. Het prachtige beeldmateriaal is verzameld door Frank Holthuizen. Deze bijdragen in het dorp en de wereld zijn, naast ‘Rowwen Hèze aan het woord’ verdeeld over acht thema’s: (i) Rowwen Hèze en de fans, (ii) Rowwen Hèze van nabij, (iii) Hoe het begon, (iv) Het persoonlijke en het universele, (v) Geloof, troost en verlies, (vi) Rowwen Hèze en de muziek, (vii) De verbeelding van Limburg en (viii) Rowwen Hèze en de taal. De thema’s lopen in elkaar over en daarom zal ik de 45 bijdragen[2] van de 43 auteurs in vogelvlucht kriskras door de thema’s aanstippen.[3]
 

Een grote verbazing


Door Bart FM Droog


(…) we waren immers vies en vuil
 uit protest tegen het onrecht hier en daar en
vooral ver van bed in andere landen zodat we
konden boycotten want dat was immers politiek correct
(…)[1]

Dit dichtfragment, dat ik eind vorige eeuw in een vroege aanval van jeugdsentiment schreef, is zeer van toepassing op een kwestie die momenteel in letterenland speelt: de PEN-kwestie. Zoals iedereen weet brak op 2 mei 2015 een grote verbazing uit. Het bestuur van PEN Nederland trok zich plots terug uit de organisatie van het Festival van het Vrije Woord, in De Balie te Amsterdam.

Reden voor die terugtrekking was de komst van de Deense cartoonist Kurt Westergaard, die al jaren hoog op de dodenlijst van Al Qaida staat. Verbazing alom, want PEN Nederland staat sinds jaar en dag vóór de bescherming van het vrije woord. Een dag eerder had de organisatie nog de toekenning van de prijs voor de vrijheid van expressie aan het Franse weekblad Charlie Hebdo, door het PEN American Center, onderschreven.

Manon Uphoff, voorzitter van Pen Nederland verdedigde de terugtrekking als volgt: “Er werd buiten ons om besloten Westergaard uit te nodigen. We wilden betrokken worden bij de beveiliging.[2]

De verbazing steeg, want direct betrokkenen wisten dat het PEN Nederland-bestuur  al op 19 december 2014 ingestemd had met de uitnodiging van Westergaard. En dat de PEN-bestuurders direct na de aanslag in Kopenhagen, op 14 februari 2015, grondig op de hoogte werden gehouden van alle beveiligingsmaatregelen, in zoverre deze relevant waren voor PEN. Dat blijkt uit een reconstructie die Elly de Waard en ik eerder deze week samenstelden: www.bartfmdroog.com/pen/

Het verband tussen hè en hé.

Door Marc van Oostendorp


Waarom zeg je 'hé Susanne!' als Susanne binnenkomt? Volgens een nieuw artikel van Gertjan Postma en Tobias Scheer is dat om de wereld te repareren.

Het artikel gaat in eerste instantie niet over , maar over . Postma en Scheer zeggen dat dit woord drie licht van elkaar verschillende betekenissen kan hebben:

  1. Richard: Dat klopt, want 284567+4567= 289134.
    Susanne: Hè?
  2. Richard: Tussenwerpsels maken deel uit van het taalsysteem.
    Susanne: Hè?
  3. Hè, waar ligt die schaar nu weer?

In het eerste voorbeeld betekent  zoveel als: kun je dat nog eens zeggen? Susanne uit haar verbazing over het gezegde, met impliciet het verzoek om dat nog eens te herhalen. Je zou dit gebruik van  kunnen noemen 'reparatie van het zojuist gezegde'.