woensdag 16 april 2014

Nieuw Couperus Cahier: ‘De taal van Couperus’

Op zondag 13 april, tijdens de jaarlijkse dag van het Louis Couperus Genootschap in Den Haag, werd het veertiende deel in de serie Couperus Cahiers gepresenteerd.

Een willekeurige passage van Couperus is direct herkenbaar. Maar wat maakt zijn taal nu zo speciaal? Wat zijn nu precies de kenmerken van zijn stijl? En hoe is een typische Couperuszin opgebouwd?

‘De taal van Couperus’ was het onderwerp van een symposium op 23 mei 2013, ter gelegenheid van de 150ste geboortedag van de auteur. Voor dit cahier zijn drie van de toen gehouden lezingen tot artikel bewerkt.

100 jaar Bertus Aafjes: biografie en tentoonstelling



Op 12 mei 2014 is het 100 jaar geleden dat schrijver, dichter en reisjournalist Bertus Aafjes (1914-1993) werd geboren. Ter gelegenheid hiervan organiseert het Letterkundig Museum vanaf 8 mei een kleine tentoonstelling. Ook verschijnt een biografie over Aafjes van Rob Molin: In de schaduw van de hemel. Deze wordt eveneens op 8 mei in het Letterkundig Museum gepresenteerd.

Praktische informatie

Datum:                Donderdag 8 mei
Aanvangstijd:  16.00 uur, inloop vanaf 15.30 uur
Toegang:             Gratis
Reserveren:      Telefonisch via 070-333 96 66 tijdens openingstijden van het museum 

http://www.letterkundigmuseum.nl/Agenda/tabid/95/YearMonth/201405/ItemID/530/Title/BertusAafjes/Default.aspx

Vacature: PhD position Linguistics: Multilingual Melodies

A fulltime four-year PhD position on the project "Multilingual Melodies: Language, technology and Fryslân" is offered by INCAS3 and the University of Groningen.

Job description

The "Multilingual Melodies" project is a study of the prosodic patterns of Frisian-Dutch bilingual speech. As such, it is suited for applicants motivated to earn a doctoral diploma in linguistics, with specialization in prosodic analysis and language change/contact. The PhD candidate will provide a feasibility report about how prosodic cues may be used in sensor technology. The project therefore involves theoretical and laboratory analyses, fieldwork, and the development of exploratory technological applications.

Frisian, or West Frisian, is a minority language spoken in the North of the Netherlands. To date, the prosody of this endangered language is not documented. The PhD student will be expected to describe how prosodic features are used by multilingual (Frisian-Dutch) speakers, as opposed to monolingual Dutch speakers living in Fryslân, addressing the nuances of language contact and change.

Vacature: Lecteur Université Paris-Sorbonne

Bij de vakgroep Nederlands van de Université Paris-Sorbonne ontstaat per 1 september 2014 een vacature voor een

Lecteur (m/v)
Full-time

Functie-eisen:
  • Master, doctoraal (drs.) of licenciaat (lic.) Nederlandse Taal en Cultuur (eventueel Algemene Literatuurwetenschap of Algemene Taalwetenschap).
  • beheersing van het Frans op minimaal B1-niveau.
  • vermogen om in teamverband te werken.
  • bereidheid tot het verrichten van administratieve en organisatorische taken.

Ervaring met name op het gebied van het Nederlands als vreemde taal strekt tot aanbeveling.

Arbeidsvoorwaarden:
  • de ecteur wordt aangesteld voor een periode van één jaar, na gebleken geschiktheid één keer verlengbaar met een jaar.
  • de lecteur ontvangt een salaris van ongeveer 1200 euro (netto).
  • de lecteur geeft ±8 uur college per week (taalvaardigheid, gebruiksgrammatica en/of methodologie).
  • aanwezigheid: tijdens de collegeperiodes (26 weken per jaar): maandag tot en met woensdag, tijdens de collegevrije periodes (14 weken per jaar): incidenteel.
  • vakantie: ongeveer 12 weken per jaar

Sollicitaties:

gelieve uw sollicitatie in het Frans voor 30 april 2014 te richten aan prof.dr. J. Pekelder, Université Paris-Sorbonne, UFR d’Etudes Germaniques, Composante Etudes Néerlandaises, 108, boulevard Malesherbes, 75017 Parijs, Frankrijk.

Ook voor nadere inlichtingen kunt u contact opnemen met prof. dr. J. Pekelder.



De harde Hollandse g van Golf

Door Marc van Oostendorp


"Toen Volkswagen in 1974 de Golf introduceerde," schreef iemand deze week op het Meldpunt Taal, "werd de naam nog uitgesproken met de g van het Duitse Gott of zoals de gelijknamige sport in het Engels wordt aangeduid. Bij mijn weten is dat vele jaren volgehouden. Nu heeft men het bij VW zelf over de Golf met die harde Hollandse g van 'ga toch weg!'. Hoezo internationalisering?"

Er is inderdaad iets met de g. Ik heb niet kunnen vinden hoe de melder weet hoe men 'bij VW zelf' Golf uitspreek. De filmpjes van Volkswagen die ik heb gezien hebben opzwepende muziek, maar er wordt geen woord in gezegd. Mogelijk is de melder in een showroom geweest, of bij het hoofdkantoor van Volkswagen. Overigens lijkt mij dat je de merknaam Volkswagen zelf ook met een ('harde Hollandse') [x] of een (elders in de Nederlanden gebruikte) [ɣ] uitspreekt, en niet met de [ɡ] die je in het Duits of het Engels ziet.

In ieder geval zou ik zelf geloof ik ook nooit [ɡ] zeggen als ik Nederlands sprak.

maandag 14 april 2014

Een schoone historie van Jan van Parijs : hoofdstukken [27]-[31]


Een schoone historie van

Jan van Parijs,

coninck van Vranckrijck,


T’Hantwerpen,
By Pauwels Stroobant, in de Cammerstrate, In den Witten Hasewint.
Anno 1612




zaterdag 12 april 2014

Spatie


Over Hans Verhagen (1)                                                                       Gert de Jager
  
Ik rij wat rond,
maar meestal zit ik binnen,
te creëren.
 
Als de zon schijnt gaan de tuindeuren open.
 
Je kan de gouden regen ruiken.

 Of:  
 
Ik rij wat rond,
maar meestal zit ik binnen,
te creëren. 

Als de zon schijnt gaan de tuindeuren open.
 
Je kan de goudenregen ruiken.
 
 
Wie in een antiquariaat de planken met poëzie afstruint, heeft de bundel waarvan dit gedicht het openingsgedicht is, op zijn minst gezien. Sterren cirkels bellen van Hans Verhagen verscheen in 1968 niet alleen in de oplage van een Literaire Reuzenpocket van de Bezige Bij, maar de bundel was ook spectaculair vormgegeven door Wim T. Schippers. Vijf, zes kleuren met dan ook nog drie verschillende tinten blauw, op de voor- en achterkaft een portret van de dichter als John Lennon, sterren, cirkels, rechthoeken, rafelranden, een palmboom, een ganzenveer - het lijkt een psychedelische uitdragerij, maar wie de bundel ooit in handen heeft gehad, ziet een heldere esthetiek in de traditie van Piet Zwart en Dick Elffers. Wat de vormgeving betreft is het zonder twijfel de mooiste bundel die ooit in Nederland verschenen is.

vrijdag 11 april 2014

Lezingendag voor studenten met belangstelling voor (de Nederlandse) taal

Op donderdag 15 mei organiseert het Meertens Instituut een middag voor alle studieverenigingen en geïnteresseerde studenten, wier studie raakvlakken heeft met het onderzoeksgebied van de taalkundigen op het Meertens Instituut.

Het taalkundig onderzoek van het instituut beschrijft en onderzoekt de taalkundige variatie in het Nederlandse taalgebied, allereerst in Nederland. Het gaat daarbij niet alleen om geografische variatie (o.a. dialecten), maar ook om sociaal en cultureel bepaalde variatie. Het belangrijkste doel van dit onderzoek is om inzicht te verwerven in de aard van taalvariatie, de taalkundige factoren die daarbij een rol spelen en de buitentalige factoren (o.a. leeftijd, gender, etniciteit) die variatie in Nederland veroorzaken of beïnvloeden.

Facebook als dichtbundel

Door Marc van Oostendorp

Is er al wetenschappelijk onderzoek naar de poëzie op Facebook? Ik kan op Google Scholar wel van alles en nog wat vinden over poëzie die gebruik maakt van interactiviteit en filmpjes en multimedia, maar eigenlijk niets dat gaat over het gebruik van Facebook als dichtbundel.

En dat terwijl voor zover ik kan zien heel veel dichters op Facebook zitten, en daar hun werk publiceren. Het medium is daar ook heel geschikt voor: het is wat wurmen om een gedicht in een tweet te krijgen, maar in een status update op Facebook past er best een. De gemiddelde dichter heeft al snel meer vrienden dan kopers van een bundel.

Van de dichters die ik volg, is Martijn Benders het beste voorbeeld van een typische Facebook-dichter.

donderdag 10 april 2014

Studienamiddag: Poëziebemiddelaars. Beelden van anderstalige poëzie in de Nederlandse literatuur (15/05)


Op 15/05 organiseren de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, het Poëziecentrum, AOG Literatuur in vertaling en Teksteditie Literatuur in Vlaanderen (Universiteit Gent) een studienamiddag over beelden en invloeden van anderstalige poëzie in de Nederlandse literatuur.

Niemand lacht met professor Kinker

Over neerlandistiek in Luik
Door Marc van Oostendorp

De laatste keer in Luik was ik misselijk. Ik had er gesolliciteerd op een baan bij de vakgroep Nederlands – de vakgroep die het dichtst bij Roermond was, waar ik toen woonde. Van de sollicitatie herinner ik me vooral dat ik na afloop heel veel Curtius heb gedronken. En dat ze de baan aan Per van der Wijst hebben gegeven, wat natuurlijk volkomen terecht was.

Die afdeling Nederlands bestaat bijna tweehonderd jaar. Volgens het jubileumboek van Guy Janssens met medewerking van Kris Steyaert, die allebei in Luik werken, is het de oudste afdeling neerlandistiek extra muros (buiten het Nederlandse taalgebied): in 1817 trok de Amsterdamse hoogleraar Johannes Kinker naar de stad. (Ik geloof dat dit het eerste jubileumboek is dat ik ooit las dat drie jaar voor het feitelijke jubileum verschenen is.)

Kinker moet een interessante man geweest zijn.

woensdag 9 april 2014

Als een boom in een donker bos

Over het NIOD en het Meertens Instituut
Door Marc van Oostendorp


Een paar medewerkers van Maarten Koning vinden ergens, diep, diep in Het Bureau, een oud nummer van Vrij Nederland met een interview met A.P. Beerta. "Daar word ik ook in genoemd," zegt Maarten. De medewerkers lezen het artikel aandachtig, maar zien nergens Maartens naam. Tot hij ze wijst op de zin: "Zelfs een groot geleerde als Beerta zit niet alleen op een kamer."

Ik moest aan dat verhaal denken toen NRC Handelsblad deze week kopte: NIOD gaat toch niet op in groot instituut en de VolkskrantNIOD gaat niet op in mega-instituut.

Er zouden zes instituten worden samengevoegd in het Tropeninstituut, en dat gaat niet door. Dat is het verhaal. Maar zes helden, dat zijn er kennelijk te veel voor een lekker vervolgverhaal.

dinsdag 8 april 2014

Lexicologen krijgen 7 ton voor Europees netwerk

Europese woordenschat als gemeenschappelijk cultureel erfgoed

Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL, Leiden) en de Fryske Akademy (Leeuwarden) hebben samen met partners uit 28 andere Europese landen een bedrag van ruim 700.000 euro ontvangen van COST: een organisatie die wetenschappelijke samenwerking in Europa stimuleert. Het doel is het opzetten van een Europees netwerk voor lexicologen dat de zichtbaarheid, de toegankelijkheid en het gebruik van de Europese nationale woordenboeken vergroot.

Hoe verschillend de landen en talen van Europa ook zijn, in de loop der tijd hebben ze elkaar allemaal beïnvloed. De beschrijving van onze talen is daarom een belangrijk onderdeel van ons gemeenschappelijke Europese culturele erfgoed, vastgelegd in een of meerdere nationale woordenboeken. Zo heeft Engeland de Oxford English Dictionary, Duitsland het Deutsches Wörterbuch, Friesland het Wurdboek fan de Fryske taal en Nederland het Woordenboek der Nederlandsche Taal en het Algemeen Nederlands Woordenboek. Buiten de wetenschap zijn deze naslagwerken vaak relatief onbekend.

Oproep: taalgebruiksgidsen

In het Engelse taalgebied is al bijna 200 jaar een rijke traditie aan usages guides: gidsjes die de taalgebruiker adviseren op het gebied van uitspraak, woordkeuze, zinsbouw en nog veel meer. Voorbeelden van besproken usages problems zijn de split infinitive (“to boldly go”), het gebruik van het woord hopefully en vele andere glibberige stenen in de rivier van juist taalgebruik. Dit soort probleempjes worden samengebracht en van vaak bijtend commentaar voorzien in boeken zoals The King's English van Kingsley Amis of A Dictionary of Modern English Usage van de gebroeders Fowler.

Al die Engelse usages guides worden momenteel in kaart gebracht door prof. Ingrid Tieken cum suis in het project Bridging the Unbridgeable (zie hier voor een beschrijving van het project en hier voor het interessante onderzoeksblog). Aan dit project zit ook een jaarlijks mastervak vast op de Universiteit Leiden: Testing Prescriptivism. Binnen dit vak is nu de vraag gerezen waarom er eigenlijk zo weinig Nederlandse usages guides zijn.

Call: Collaborative writing

CFP (Open call)

Towards a blueprint for successful collaborative writing in educational and professional settings
Guest editor: Elke Van Steendam, Faculty of Applied Linguistics, KULeuven, Campus Brussels

Peer collaboration in writing has been shown to be effective for Learning to Write and Writing to Learn (Graham, McKeown, Kiuhara, & Harris, 2012; MacArthur, Schwartz, & Graham, 1991; Onrubia & Engel, 2009; Storch, 2005; Yarrow &Topping, 2001). That is why collaborative writing is often implemented in educational contexts. However, not only in educational contexts but also in professional contexts (academia, policy making, administration, journalism) collaborative writing has become common practice. Very frequently, written documents are the end-product of a collaborative process involving multiple actors, writers and readers ( e.g. research articles; group proposals, public policy documents; journalistic texts (Perrin, 2011; Lowry, Albrecht, Nunanmaker, & Lee, 2003; Sleurs, Jacobs, & Van Waes, 2003).

Herhaalde aankondiging: de toekomst van het tijdschrift

Themamiddag georganiseerd door de Commissie voor Taal- en Letterkunde Van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde

Woensdag 16 april 2014, 13.30-18.00 uur
Plaats: Universiteitsbibliotheek Leiden, Vossiuszaal (Zuidhal, 2e verdieping)

Op woensdagmiddag 16 april a.s. wijdt de Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde haar jaarlijkse themamiddag aan de toekomst van het wetenschappelijk tijdschrift binnen de neerlandistiek.

Hoe mooi is klankkleur?

Door Marc van Oostendorp


Taal en muziek zijn komen allebei bij ons binnen doordat ze tegen onze trommelvliezen botsen. Ergens in onze hersenen wordt dat gerommel de ene keer herkend als woorden, en de andere keer als melodie.

In sommige opzichten maken muziek en poëzie natuurlijk gebruik van dezelfde middelen – zoveel manieren om tegen een trommelvlies te botsen zijn er nu eenmaal niet, en de manieren om dat op een aangename manier te doen zijn nog kleiner in aantal. Een voorbeeld daarvan is toonhoogte, dat we in het Nederlands gebruiken om verschil te maken tussen 'Je komt morgen!' en 'Je komt morgen?' en in de muziek om de ene melodie van de andere te onderscheiden.

Er zijn ook verschillen.

maandag 7 april 2014

[Aangepast:] Vacature: PhD (M/V) (1 fte) Taalkeuze in een zorginstelling in Limburg – Meertens Instituut


Het Meertens Instituut heeft de tekst van de vacature voor een PhD, die vorige week geplaatst is, iets aangepast. Hieronder de nieuwe, uitgebreidere vacaturetekst:

Het Meertens Instituut in Amsterdam is voor het Europees project ‘de meertalige uitdaging voor de EU burger’ op zoek naar een PhD voor etnografisch onderzoek naar taalkeuze in een zorginstelling in Limburg.

Achtergrond van het project

Dit onderzoek maakt deel uit van een grootschalig Europees project naar ‘de meertalige uitdaging voor de EU burger’. Het doel van het onderzoek is om te achterhalen of het gebruik van een specifieke taalvariëteit het welbevinden en sociale integratie van ouderen in een zorginstelling in Limburg beïnvloedt. Het spreken van een bepaalde taalvariëteit heeft niet voor iedereen dezelfde symbolische waarde maar wordt onder meer door context, gesprekspartners, gespreksonderwerp en type interactie bepaald. Taalkeuze in een meertalige zorginstelling vormt daarom een inherent onderdeel van processen van in- en uitsluiting.

Do you love me?

Door Leonie Cornips

Sommige zinnetjes wekken wrevel of hilariteit op. Een beroemd voorbeeld is het gebruik van doen als hulpwerkwoord. ‘Ik ben gewoon timmerman en ik doe timmeren’ zegt een Heerlenaar tegen me. Dit doen bij een zelfstandig werkwoord als timmeren, lijkt een rechtstreekse vertaling uit het dialect. Vandaar dat ik vaak hoor beweren dat doen-zinnen uniek voor Limburg zijn. Een echt Limburgisme dus. Een Heerlenaar vertelt me dat doen: ‘typisch is aan de zuidelijke kant van Heerlen. Beetje Kerkraadse invloed is dat. Die doen dat doen erbij. De Duitsers doen het ook in hun dialect.’ Een Vaalsenaar informeert me daarentegen dat: ‘De kinderen in school die gebruiken dat veel. In Vaals zeggen de kinderen ik doe tekenen. Mijn moeder doet koken. Mijn moeder doet wassen en dat kan best in ons plat maar is verkeerd.’

De oorzaak van mijn hoofdpijn was de moeilijke sommen

Door Marc van Oostendorp

Welke werkwoordsvorm moet je plaatsen in:

- De oorzaak van mijn hoofdpijn {was / waren} de moeilijke sommen. [1]

Het is moeilijk te bepalen. De zinnen klinken allebei een beetje gek, hoewel ik de meervoudsvorm uiteindelijk geloof ik beter vind. De meeste Nederlandstaligen denken daar wel ongeveer hetzelfde over, zij het niet allemaal. Dat bleek uit een lezing die ik vrijdag in Brussel hoorde.

De voorkeur is, zo bleek in diezelfde lezing, iets groter in bijzinsvolgorde:

- Ik denk dat de oorzaak van mijn hoofdpijn de moeilijke sommen {was / waren}. [2]


Een schoone historie van Jan van Parijs : hoofdstukken [23]-[26]


Een schoone historie van

Jan van Parijs,

coninck van Vranckrijck,


T’Hantwerpen,
By Pauwels Stroobant, in de Cammerstrate, In den Witten Hasewint.
Anno 1612




zondag 6 april 2014

Hitler hield niet van joodse kunstenaars

We weten niet wat we met al die gegevens aanmoeten

Door Marc van Oostendorp
We beschikken over een schat aan informatie, een gigantische schat, een dankzij het internet almaar groter wordende schat. En we hebben geen idee wat we in hemelsnaam met die schat moeten doen. Dat is de indruk die je krijgt van het boek Uncharted. Big Data as a Lens on Human Culture van Erez Aiden en Jean-Baptiste Michel.

Niet dat het hun bedoeling is om die suggestie te wekken. Althans, ze willen wel graag dat de lezer overtuigd raakt van die schat. Zij zijn de ontwerpers van Ngram, waarmee je in de tientallen miljoenen boeken kunt zoeken die Google in de afgelopen tien jaar heeft gescand. Maar dat ze eigenlijk ook zelf geen idee hebben van wat wij, de mensheid, nu eigenlijk met die schat aanmoeten – dat zeggen ze niet zo expliciet.


Terwijl het uit hun eigen boek vrij gemakkelijk te bewijzen is.

zaterdag 5 april 2014

Pas verschenen: Queeste 20 (2): A Bunch of Books

Naar aanleiding van de twintigste verjaardag van Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden werd op 14/02/2013 een symposium over middeleeuwse boekcollecties georganiseerd. Vijf bijdragen werden voor het nieuwste themanummer van Queeste, A Bunch of Books Book Collections in the Medieval Low Countries, geselecteerd. Daarnaast bevat het themanummer drie recensies over Wereld in woorden van Frits van Oostrom.

vrijdag 4 april 2014

Over dichtmachines, Willy Alfredo en electriek


Door Bart FM Droog

Bij het onderzoek naar dichter/politicus Louis M. Hermans (1861-1943) kwam NPE-redacteur Natasha Gerson diens oom Hendrik Beem (1822-?) tegen, die in de negentiende eeuw furore maakte als 'leevende dichtmachien' te Schevingen.

We hebben nog niet kunnen achterhalen wat zijn act precies was - het vermoeden bestaat dat hij iets soortgelijk deed als sneldichter Willy Alfredo (1898-1976):

 "Zeer bekend tijdens zijn optredens was de kreet 'Roept u maar', waarmee hij het publiek aanspoorde om een onderwerp te roepen, waarop hij dan rijmde. Hij werd ook wel de officiële hofdichter van Sint-Nicolaas genoemd, omdat hij rond pakjesavond overstroomd door duizenden verzoeken om gedichtjes te maken."
(De Waarheid, 15 maart 1976)

Zie ook deze Jijbuis-parodie, met de stem van Willy Alfredo, met gastrollen voor Mark Rutte en Geert Wilders:


Is wijzen de oertaal?

Een nieuwe theorie over de oorsprong van taal

Door Marc van Oostendorp

Hoe is de menselijke taal ontstaan? Dat ingewikkelde, subtiele, rijke systeem van communiceren, dat op het eerste gezicht geen duidelijke parallel heeft in het dierenrijk – hoe heeft dat ooit kunnen evolueren?

Er zijn allerlei theorieën over, maar volgens de Amerikaanse psycholoog Michael Tomasello is het begonnen met wijzen. Zijn onlangs verschenen boek A Natural History of Thinking gaat, zoals de titel al zegt, vooral over een andere fascinerende vraag: hoe is het menselijk denken ontstaan? Maar die vraag kun je natuurlijk niet beantwoorden door op zijn minst iets te zeggen over taal.

De unieke menselijke vorm van denken is volgens Tomasello voortgekomen uit samenwerking. Geen andere primatensoort kent de coöperatievorm van de mens: we doen iets samen, waarbij ieder een eigen rol heeft. Wanneer jij dat damhert nu opjaagt, wacht ik hem aan de andere kant van het bosje op. Samen verdelen we daarna de buit. Kleine kinderen kennen dat principe al, laat Tomasello zien, maar mensapen niet. Wanneer chimpanzees samen op jacht gaan, jagen ze in zekere zin ieder voor zich, maar parallel. Eén chimpanzee vangt de buit; als die te groot is, gooit hij stukken toe naar de anderen, maar eerlijk gedeeld wordt er niet.