zondag 26 oktober 2014

Te verschijnen: Ferguut als prentenboek



Op 9 november 2014 verschijnt bij uitgeverij De Vier Windstreken een nieuwe uitgave van de dertiende-eeuwse Arturroman Ferguut, ditmaal (voor het eerst) als prentenboek voor kinderen vanaf 10 jaar. De illustraties zijn van John Rabou (tevens initiator van het project), de Middelnederlandse tekst is bewerkt door Ingrid Biesheuvel. Het voorwoord is geschreven door Frits van Oostrom, universiteitshoogleraar in Utrecht.

Het verhaal van een held
Nadat hij het gevolg van koning Artur voorbij heeft zien komen, wil boerenzoon Ferguut maar één ding: ridder worden. Na een lange reis bereikt hij het koninklijk hof, maar dan moet hij zich nog bewijzen... Ferguut neemt een gevaarlijke opdracht aan en beleeft vele avonturen. Zal hij uiteindelijk de Zwarte Ridder weten te verslaan en met de mooie Galiëne kunnen trouwen?

De lezer herkent de waarheid als ze hem ziet

Over Steven Pinkers The Sense of Style
Door Marc van Oostendorp

Waarom schrijven academici zo belabberd? Volgens Steven Pinker is dat niet omdat ze slechte mensen zijn, die ideeënarmoe op kosten van de belastingbetaler proberen te verbergen achter een haag van idiote vaktermen. Hij houdt vast aan de gouden regel "Veronderstel nimmer kwade wil voor wat al afdoende kan worden verklaard door domheid." Het is geen onwil, het is daadwerkelijke onmacht.

Nooit heb ik zo'n duidelijke en overtuigende uitleg gelezen over waar die onmacht precies uit bestaat als in Pinkers boek. The Sense of Style is toch al verreweg mijn favoriete stijlboek – eindelijk iemand die weet waar hij het over heeft, die niet blijft hangen in allerlei rondzingende tips maar zelf goed heeft nagedacht, en ook laat zien dat hij zijn eigen ideaal aardig weet te benaderen.

De onmacht van academici komt volgens Pinker voort uit 'de vloek van kennis', een term die hij ontleent aan de economische wetenschap.

Een schoone historie van den Ridder met dat Kruyce als feuilleton in Neder-L

Door Willem Kuiper

In het ‘Festschrift’ Want hi verkende dien name wale, dat mij 28 mei j.l. werd aangeboden bij gelegenheid van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd (in 2013), hebben 29 binnen- en buitenlandse collega’s een bijdrage geschreven met als centraal thema het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT), waaraan ik geholpen door Hella Hendriks nog dagelijks werk om het nóg vollediger, nóg beter en nóg bruikbaarder te maken. In de bijdrage van oud-collega Rob Resoort, ‘Barend en Meliadus’, wordt de aandacht gevestigd op een obscure, uit het Frans vertaalde ridderroman: De Historie van Den ridder met dat Kruyce, Genaemt Prins Meliadus, den eeniggeboren Zoon van den Keyzer Maximiliaen uit Duytsland, en wordt de vraag gesteld: “Of ‘mijn’ Meliadus in het repertorium mag, is dus aan Willem, maar als Jan van Parijs en Valentijn en Ourson erin staan, mag Meliadus misschien ook, zowel als bron als eigennaam.”
     Maar natuurlijk. Het REMLT staat open voor alle van oorsprong middeleeuwse romans die in het Nederlands geschreven of vertaald zijn, ook als die vertaling bewaard is gebleven in een druk van (ver) ná de Middeleeuwen. Dat laatste is zeer zeker het geval met Den Ridder met dat Kruyce. In zijn standaardwerk De Nederlandse volksboeken  beschrijft Luc. Debaene een exemplaar uit de KB Den Haag (sign. 190 D 19): De Historie van Den ridder met het kruyce, Genaemt Prins Meliadus, den eeniggeboren Zoon van den Keyzer Maximiliaen uit Duytsland. Heel Wonderlyk en Vermakelyk om te Lezen. t’Antwerpen, gedrukt Voor Abraham Cornelis, Boekverkooper aan den Overtoom. 1769. Dit is een herdruk van een druk uit 1765, waarvan een exemplaar bewaard wordt in de UB Leiden onder signatuur BKNOOG 132. Dit blijken niet de oudste drukken te zijn. In dezelfde UB Leiden bewaart men onder signatuur 1224 E 35 ook een druk van Michiel de Groot uit Amsterdam. Zonder jaar weliswaar, maar van Michiel de Groot weet ik dankzij de UvA doctoraalscriptie van Simone Jongema dat hij drukte tussen 1656 en 1680. Zal ook de eerste druk niet geweest zijn, maar scheelt toch al weer zo’n honderd jaar. Oudere of andere drukken zijn (bij mijn weten) niet bekend of bewaard gebleven. Inmiddels heb ik dankzij Matthijs Holwerda, Hoofd Diensten Bijzondere Collecties van UB Leiden, digitale opnamen van zowel de druk van Michiel de Groot als de Antwerpse uit 1765 ontvangen en kan ik nu een editie (princeps?) van deze roman bezorgen en de eigennamen excerperen, identificeren en annoteren.

zaterdag 25 oktober 2014

Instituut voor Theaterwetenschap wil positie van het Nederlandse toneelstuk te verstevigen

Op 24 en 25 oktober viert het Amsterdamse Instituut voor Theaterwetenschap zijn vijftigjarig jubileum met de conferentie Stukken, Stijlen, Stelsels. Tijdens die conferentie zal ook het project In reprise worden gelanceerd. Doel van dit project is de positie van het Nederlandse toneelstuk te verstevigen. Het publiek wordt gevraagd om uit een longlist van 100 Nederlandse stukken 10 favorieten te kiezen. Vervolgens zal een uitgebreide website worden ingericht rond de 25 stukken met de meeste stemmen, inclusief integrale teksten, commentaren, beeldmateriaal enz. Een volgende fase van het project zal erop gericht zijn de gekozen stukken ook daadwerkelijk heropgevoerd te krijgen.
      
Initiatiefnemers van In reprise zijn Ronald Klamer (Carré / Het Toneel Speelt), Bart Ramakers (Rijksuniversiteit Groningen), René van Stipriaan (Stichting Digitale Werken) en Rob van der Zalm (Instituut voor Theaterwetenschap). Doel is dus om Nederlandse toneelstukken, die ooit volle zalen trokken en die acteurs én het publiek tot geestdrift brachten, opnieuw onder de aandacht te brengen.

De lerarenopleiding is een sprookje

Door Peter-Arno Coppen

Wie A zegt, moet ook B zeggen. De afgelopen week plaatste ik hier een reactie op een column van Aleid Truijens uit de Volkskrant, waarin zij voorstelde om de lerarenopleiding af te schaffen. Stevige kritiek krijgt altijd veel bijval, dus zowel Truijens' column als mijn reactie konden zich verheugen in veel instemming. Maar nu verschijnt er een tweede artikel in de Volkskrant waarin gesteld wordt dat de lerarenopleiding niet deugt. En ditmaal niet van een van de vaste columnisten, maar van Marijn van Dijk, een studente die net die opleiding heeft afgerond, een ervaringsdeskundige dus. Ik voel me enigszins verplicht om daar dan ook op te reageren.

Dat heeft Bestuursondersteuning mooi bereikt!

Eindelijk weer een aflevering in de gruwelserie De verleden tijd van lijken!


Door Marc van Oostendorp

Wat voorafging: alle leden van Rie Velds vakgroep zijn veranderd in managers. Zijzelf doet nog onderzoek en geeft nog onderwijs, maar ze zitten achter haar aan!

Het gevaarlijkste moment van de dag was als de e-mail binnenkwam. Rie had besloten dat ze slechts één uur per dag in haar Inbox zou kijken. Wanneer ze dat deed, nam ze een aantal veiligheidsmaatregelen: rondom haar beeldscherm hing ze portretjes van belangrijke onderzoekers uit heden en verleden, waar ze tussen twee e-mails door telkens even naar keek. Na elke vijfde mail las ze steeds even in een wetenschappelijk artikel, en na twintig e-mails keek ze even op Blackboard om te zien of er een student op het forum gereageerd had. 

Alles deed ze om te voorkomen dat zij als laatste ook in een manager zou veranderen, want dat zou het einde van de vakgroep betekenen. Niemand zou ooit nog een student begeleiden, omdat iedereen te druk bezig zou zijn een zo mooi mogelijke kaft voor het volgende zelfevaluatierapport te kiezen. Niemand zou nog onderzoek doen omdat men te druk bezig was in commissies die plattegronden van nooit te bouwen 'laboratoria' zaten te bestuderen. 

Ah, daar had je het al. Een e-mail van Bestuursondersteuning.

vrijdag 24 oktober 2014

Stem vóór boeken


Door Bart FM Droog


Stemmen is altijd goed. Daarom is het des te beter dat de PZC, ook bekend als de Provinciale Zeeuwse Courant, de Publieksprijs PZC 2014 in het leven geroepen heeft. Publiek van binnen en buiten Zeeland mag een stem uitbrengen op één van de ruim zeventig 'Zeeuwse' boeken die tussen  juli 2013 en juli 2014 verschenen zijn. Onder die boeken deze twee dichtbundels:

Wim HofmanLaat ons drinken. Liverse, Dordrecht, 2013 - klik op:
http://pzc.wegenerweb.nl/cultuur/
boekenprijs2014/slide47.php#top


André van der Veeke
Poldergeest. Liverse, Dordrecht, 2014 - klik op:
http://pzc.wegenerweb.nl/cultuur/
boekenprijs2014/slide59.php#top


Als medeorganisator van eerdere publieksprijzen voor dichtbundels en een Dichter des Vaderlandsverkiezing heb ik wel één opmerking bij deze  internetverkiezing.

De PZC meldt: 'Meer dan één keer stemmen heeft geen zin: dubbele stemmen worden genegeerd.' Dat maakt me erg nieuwsgierig naar hoe de PZC stemmen van  mensen met meerdere e-mailadressen en pseudoniemen uit de stembus gaat filteren - want ik weet wat voor lastige en tijdrovende zaak dat is. 

Onbeschreven en ongepubliceerde boeken

Door Marc van Oostendorp

Dat over het woord boek twee etymologische verhalen de ronde doen, dat komt goed uit.

Volgens het ene verhaal heeft het te maken met het woord beuk: de Germanen zouden hun runen in beukenstaafjes hebben gekerfd, en het woord boek zou dus oorspronkelijk hebben verwezen naar een fysiek object – de tak van een boom. Deze etymologie, die ooit populair was, wordt nu kennelijk niet meer geloofd.
Volgens het andere verhaal komt boek van een oud-Germaans woord voor letters. Volgens dat verhaal, dat tegenwoordig de standaardverklaring is,  is de oorspronkelijke betekenis van het woord dus iets abstracts: een verzameling letters, door een schrijver vakkundig op een bepaalde manier gerangschikt.

Vijf kilo

De twee dimensies van het boek – het fysieke ding dat je kunt vastpakken en het abstracte ding dat een schrijver heeft bedacht – zijn inmiddels zo met elkaar verwezen dat het voor sommige mensen moeilijk is te begrijpen dat er iets wonderlijks gebeurt in zinnen als de volgende:

donderdag 23 oktober 2014

Addenda EWN: Keuvelen

Door Michiel de Vaan

keuvelen ww. ‘babbelen’

Aangetroffen vanaf de achttiende eeuw, bijv. bij Van Hoven (De Gewaande Krygsman, 1715): Polyxena, die most daer sneuvlen / en Priam die noch wat wou keuvlen. Keuvelen is door ronding van ee tot eu ontstaan uit het slechts enkele malen aangetroffen ww. kevelen ‘langdurig kauwen, de kaken langdurig bewegen’ (1710, in het woordenboek van Halma, waarin als synoniem babbelen wordt gegeven). De ronding tot eu naast de lipklank v is vergelijkbaar met Hollands beuzem voor bezem, algemeen zeuven voor zeven, en dergelijke. Dialectvormen die verwant zijn aan kevel maar teruggaan op een andere Oudnederlandse vorm zijn Westvlaams en Zeeuws kibbel ‘kaak, viswang’ en Westvlaams kavel ‘tandeloze kaak; kieuw van een vis’.

Kevelen is een afleiding van Middelnl. kevel ‘tandeloos’ (1321; in de Vlaamse en Hollandse bijnaam Kevelaert al in 1276), Vroegnieuwnl. kevel ‘kaakbeen, de kaak zonder de tanden’, waarnaast ook kever bestaat (vgl. Duits Kiefer). Het langdurig kauwen met tandeloze kaken (mummelen), eigen aan kleine kinderen en oude mensen, is hier overdrachtelijk gebruikt voor ‘langdurig doelloos kletsen, babbelen’. Zie onder babbelen voor een vergelijkbare betekenisontwikkeling.

Verwante vormen: Oudsaksisch kaflos ‘kaken’, Mhd. kivel, Mohd. Kiefer ‘kaak’, Oudengels ceafl, ME chauel, MoE jowl ‘kaak, wang’. Ned. kevel en Mhd. kivel komen uit PGm. *kebil- terwijl Westvlaams kavel alsmede de Oudsaksische en Engelse vormen op *kabal- wijzen. Mogelijk zijn ze beide afgeleid van een Indo-Europese wortel *ǵebh- ‘eten, vreten’ waarbij ook kever kan horen (als ‘vraatzuchtig insect’). Westvlaams en Zeeuws kibbel ‘kaak, viswang’ is ontstaan uit *kebil- door geminatie van WGm. *b voor l, zie verder onder kibbeling.

Ebola hééft geen juiste klemtoon!

Door Marc van Oostendorp


Waar komt toch de neiging van mensen vandaan om in taalzaken altijd per se een keuze te maken? De ziekte ebola doet zich nog niet voor, of mensen beginnen zich af te vragen wat nu de correcte klemtoon is. De VRT heeft er een mening over,  het Genootschap Onze Taal heeft er dezelfde mening over. Er zijn ook nog afwijkende meningen (Onze Taal noemt het Pinkhof Geneeskundig Lexicon), maar we kunnen ervan uitgaan dat men dit een ongewenste toestand vindt – en dat de twee sites hetzelfde kunnen zeggen: correct is ébola of ebóla, maar beslist niet allebei.

Maar waarom niet? Wat is er zo ongewenst aan de huidige situatie waarin er twee klemtonen zijn? Zijn er mensen die hierdoor in verwarring raken en menen dat er sprake is van twéé gevaarlijke ziektes, ébola en ebóla?

Ik denk dat het meer is dan het zoeken naar broodwinning van de taaladviseurs. Er zit iets in de taal, of wie weet in de samenleving, dat ervoor zorgt dat we het onaangenaam vinden als mensen zaken anders benoemen dan wijzelf. Dat kan niet! Dat mag niet!

woensdag 22 oktober 2014

Opvoeringen van Bredero’s De Klucht van de Koe door Theatergroep De Kale



Theatergroep De Kale, bekend van hun opvoeringen van Bredero’s Klucht van de molenaer en P.C. Hoofts Warenar, speelt op 13 en 14 november Bredero’s De Klucht van de Koe (1612). Vóór de voorstellingen is er een inleiding door dr. Jeroen Jansen, docent Historische Nederlandse letterkunde (UvA).

In De Klucht van de Koe gaat het vooral om de goedgelovigheid van Boer Dirk. Wanneer een vreemdeling bij hem aanklopt, geeft hij hem zeer gastvrij onderdak. Dat had hij beter niet kunnen doen. Door een ingenieuze list zorgt deze oplichter er namelijk voor dat de boer zonder argwaan zijn eigen koe gaat verkopen en de opbrengst aan de dief geeft. Ook leren we twee andere figuren kennen met hun eigen tekortkoming. De inhalige waardin Giertje neemt het niet zo nauw met de eerlijkheid door haar gasten teveel te laten betalen, terwijl een vrijbuiter louter zijn eigen lustgevoelens najaagt. Beiden kunnen geen maat houden en blijken naïef. Het loopt voor hen dan ook niet goed af…

De Klucht van de Koe wordt gespeeld door Vastert van Aardenne, Celia van den Boogert, Marieke de Kruijf en Stijn Westenend, onder regie van Victor van Swaay. De voorstellingen vinden plaats op donderdag 13 en vrijdag 14 november 2014 in het CREA-Theater, Nieuwe Achtergracht 170, Amsterdam. De avond begint om 20.00 uur met een introductie door de heer Jeroen Jansen, docent Historisch Nederlandse Letterkunde (UvA), waarna de voorstelling om 21.00 uur begint. De toegang bedraagt € 16,50. Reserveren kan door een mail te sturen naar theatergroepdekale@xs4all.nl. Voor meer informatie over Theatergroep De Kale, zie: www.theatergroepdekale.com .

Rowwen Hèze



Door Leonie Cornips

Brand Consultancy verklapte een jaar geleden dat popmuziek het sterkste cultuurmerk in Limburg is. Limburgers zetten Rowwen Hèze met een stip op één, gevolgd door Pinkpop. Theo Joosten, de gitarist van Rowwen Hèze, vertelt vervolgens aan L1 dat Rowwen Hèze zich jarenlang ‘het best bewaarde geheim van Limburg’ noemde en ‘gelukkig is toch blijkbaar dat geheim dan ontvouwen’.

Begin oktober speelde de band in Paradiso en ik was erbij. Ik was nieuwsgierig hoe dit sterke Limburgse ‘cultuurmerk’ in Amsterdam ontvangen zou worden. Ik genoot van de muziek en ik keek mijn ogen uit. Bier landde op mijn hoofd en schouders in plaats van in dorstige kelen. Een moshpit vooraan de tribune ontstond waarin fans bij het snellere ‘bestel mar’ springend maar ontspannen tegen elkaar aanduwden. Ik zag bezoekers in zelfgemaakte blauwe klompen. Opeens hing in Paradiso, toch een grootstedelijk poppodium, een goedmoedige landelijke sfeer. Veel fans waren afkomstig uit Noord-Limburg maar ook uit Wageningen, Zwolle en Noordwijk. Niet echt grote steden dus, maar wel plaatsen die zich vooral op het platteland oriënteren. Een jonge bezoeker vertelt me dat hij zijn Rowwen Hèze-T-shirt gekocht heeft tijdens de Zwarte Cross die door de Achterhoekse rockformatie Jovink & the Voederbietels opgericht is. Hij legt zo een spoor tussen Rowwen Hèze en muziekfestijn inclusief motorcross op het platteland

De beste taalregel van 2014: Juryrapport

Door Marc van Oostendorp


De Nederlandse taal is af. Dat is de conclusie die zich opdringt wanneer we de inzendingen bestuderen die dit jaar binnenkwamen voor de wedstrijd De beste taalregel.

De achterliggende gedachte van die wedstrijd is van oudsher tweeërlei. Enerzijds hebben de deelnemers in de loop der jaren actief gaten in de taal gedicht: zaken opgespoord waar taaladviseurs tot nu toe altijd onterecht meenden dat ze 'allebei' konden, terwijl er natuurlijk nooit iets allebei kan! Minstens één manier van uitdrukken moet fout zijn, anders ontstaan er chaos en verwarring. Inmiddels blijken die chaos en verwarring echter voorbij.

De andere doelstelling van de wedstrijd was om het Nederlands ingewikkelder te maken.

dinsdag 21 oktober 2014

Bourdieu vs. de Blanke Volksschrijver van Stad en Land

De persoon en het personage Gerard Reve 
Door Marc van Oostendorp

De Franse socioloog Pierre Bourdieu schreef eens dat je best "met Marx tegen Marx in kon denken,  of met Durkheim tegen Durkheim. (...) Dat is hoe de wetenschap werkt." 

Wat Bourdieu toen niet kon weten was dat er na zijn overlijden een jonge promovendus zou opstaan aan de Universiteit van Amsterdam, die een gloedvol proefschrift zou schrijven waarin hij met Bourdieu tegen Bourdieu in zou gaan denken. En dat daarbij een van de interessantste Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw als tegenvoorbeeld zou worden genomen tegen zijn theorieën: Gerard Reve.

Edwin Praat promoveerde in 2011 op een proefschrift over Reve, Verrek, het is geen kunstenaar. Gerard Reve en het schrijverschap. Deze maand verscheen een handelseditie. Het is een erudiet en af en toe briljant boek, de aanstekelijkste letterkundige studie die ik in tijden las. Het bespreekt een groot aantal heel uiteenlopende boeken uit het oeuvre, zoals De taal der liefde en Bezorgde ouders, in detail, maar heeft even gedetailleerde aandacht voor het tv-programma De Grote Reve Show. Op een lucide manier bespreekt hij zo Reves ontwikkeling als schrijver – vooral in de periode na Nader tot U – en plaatst dit in het kader van een groot aantal overwegingen over de literatuurwetenschap, de cultuurgeschiedenis en, dus, de sociologie.

maandag 20 oktober 2014

Bier- en andere drankgedichten

Door Bart FM Droog

Schuim van mijn dagen, schenk me gedachten. De lekkerste biergedichten uit de wereldliteratuur (samenstelling René Smeets, is het recentst uitgekomen boek in de traditie van drankgedichtenbloemlezingen, die – zover mij bekend – binnen het Nederlandse taalgebied begon met de anthologie "Hoog het glas!" Zangen uit Noord en Zuid (1927).


Het kloeke Schuim van mijn dagen is net als Hoog het glas! rijkelijk en smaakvol geïllustreerd, met kleurenreproducties van klassieke drankschilderijen, zwartwit-tekeningen en kleurenfoto's van Philippe Debeerst en zal zeker niet misstaan op salon- en stamtafels in gelag- en andere kamers.

Opgenomen zijn, zoals de ondertitel al deels aangeeft, biergedichten en – liederen uit de wereldliteratuur en een technische uitleg over bierbrouwproces, alsmede een korte beschrijving van de verschillende biersoorten.

De oudste tekst is een vertaling van een fragment uit het Gilgamesj-epos (circa 2000 voor Chr):

(…) Enkidoe at zoveel brood als hij kon.
Hij dronk zeven kruiken bier
Hij kwam een beetje los en begon vrolijk te zingen;
hij was blij, z'n gezicht lichtte op. (…)

Vertaling: Theo de Feyter, uit Het Gilgamesj -epos (Ambo, Amsterdam, 2001).

Pas verschenen: Dwars tegen de keer. Het leven en werk van Ida Gerhardt



Op 14 oktober 2014 verscheen bij Uitgeverij Athenaeum Dwars tegen de keer. Het leven en werk van Ida Gerhardt, geschreven door Mieke Koenen. Het is de eerste volledige biografie van dichteres Ida Gerhardt (1905-1997). Op basis van talrijke nieuw ontdekte archiefstukken, brieven, lezingen en ongepubliceerde gedichten schetst Mieke Koenen de verbanden tussen Gerhardts literaire werk en haar levensloop.


Mieke Koenen: Dwars tegen de keer. Het leven en werk van Ida Gerhardt. Amsterdam: Athenaeum, 2014. 600 pagina’s. ISBN: 978 90 253 0380 8. Prijs: € 39,99

Slot: men is/ ikzelf


Over de ontwikkeling van Kouwenaar, de autonomie van het kunstwerk en neerlandici die het lezen serieus nemen

Vervolg van (1), (2) en (3) 
door Gert de Jager
 
Het gedicht over de zelfmoord van Van Gogh: wanneer Kouwenaars 'men' een 'hij' wordt, lezen we niet veel meer dan een anekdote; wanneer 'men' 'jij' wordt, is er een geïmpliceerde 'ik' aan het woord die de zelfmoordenaar bestraffend toespreekt. Met de verandering van de voornaamwoorden correspondeert blijkbaar iets essentieel genreachtigs. De tien regels van het gedicht worden òf een narratieve tekst waarin de mogelijkheden van de mogelijkheden van de narrativiteit worden uitgebuit en vertellerstekst en waarnemingen van het personage ongemerkt in elkaar overgaan, òf het wordt een dramatische tekst die zo naar een biopic kan worden overgeplant. Een man strompelt over een landweg; we horen een voice-over. Een beetje melancholisch, een beetje belerend - het timbre van Hans Keller. 

Nogmaals het gedicht:

Ik ben naar het museum en niet naar het raam.

Door Marc van Oostendorp



Waarom kun je wel zeggen 'Ada is naar het museum'? en niet 'Ada is naar het raam'? Het is een van de bij mijn weten nooit eerder gestelde vragen die wordt opgeworpen in het nieuwe nummer van het tijdschrift Nederlandse Taalkunde.

De Nederlandse syntactici doen de laatste jaren iets wat heel nuttig is en tegelijkertijd voor zover ik kan zien uniek op de wereld: ze praten met elkaar. Een keer per jaar discussiëren deskundigen op dat, in het buitenland vaak door enorme wetenschappelijke twisten verscheurde gebied over de grenzen van de eigen theoretische aannames heen tijdens de Dag van de Nederlandse Zinsbouw (de volgende is op 28 november in Utrecht). Dat levert altijd wel een nieuw pikant feitje op – of op zijn minst een vraag.

Vorig jaar was het voorzetselvoorwerp een van de onderwerpen van gesprek, en publiceert Nederlandse Taalkunde nu onder andere de bijdrage van Joost Zwarts over voorzetselvoorwerpen die een richting uitdrukken, zoals 'naar het museum'.

Die historie vanden stercken Hercules als gratis e-boek ( pdf / epub )

Door Willem Kuiper

Achteraf kijk je niet alleen een koe in zijn kont, maar kun je ook constateren dat de druk van Michel Le Noir, Parijs 1500, niet voor de volle 100% overeenstemde met het exemplaar dat de Middelnederlandse vertaler gebruikt heeft. Meer dan eens heb ik een betere lezing gevonden in: Marc Aesbach, Raoul Lefèvre – Le Recoeil des Histoires de Troyes. Bern etc. 1987. Helaas is dat boek onscanbaar door het gebruikte lettertype en bovendien niet rechtenvrij. In 1997 verscheen als dissertatie: Mark Sanford, Raoul Lefevre, “Le livre du fort Hercules” (ÖNB cod. 2586): A Critical Edition, Ph.D., University of Pittsburgh, 1997, vi + 325 p. Tot mijn ergernis heb ik dit boek tot op heden niet te pakken kunnen krijgen. Een keurige e-mail naar de University of Pittsburgh bleef onbeantwoord. Maar de druk van Michel Le Noir is meer dan goed genoeg om de Middelnederlandse vertaling tot in detail te kunnen volgen. Hoop dat ik ooit nog eens een masterscriptie onder ogen krijg waarin iemand de omgang van de sterke Hercules met het zwakke geslacht analyseert in het licht van het antieke Griekse antifeminisme, de contemporaine middeleeuwse opvattingen (zowel de literaire als de medische) over verliefdheid en liefde, en dit dan weer in combinatie met het liefdesleven van Philips de Goede, de man voor wie dit boek bestemd was, en die ook niet op een ‘koninginnetje’ keek.
     Om het schrijven van die scriptie te vergemakkelijken bied ik de lezers van Neder-L onder deze link een pdf-editie aan met daarin een tweetalige Historie vanden stercken Hercules. Voor wie alleen de Middelnederlandse tekst wil lezen in de druk van Jan van Doesborch bied ik onder deze link een epub-editie (in zip-formaat) aan. In beide edities heb ik een inhoudstafel opgenomen, die in het origineel ontbreekt, om het verhaal beter te kunnen overzien en het opzoeken van een hoofdstuk te vergemakkelijken.
     Een expliciet woord van dank ten slotte aan het adres van Ingrid Biesheuvel voor haar substantiële hulp bij het afschrijven van de druk van Michel Le Noir, en aan Hella Hendriks die zowel de Franse als de Middelnederlandse tekst gecollationeerd heeft. Zonder hun hulp zou ik onmogelijk in dit tempo dit soort boeken kunnen uitgeven.

Tot ziens bij het volgende feuilleton,

W.K.

zondag 19 oktober 2014

Reflecteren op een vracht onzin? Eindeloos!

door Peter-Arno Coppen

Om een goede columnist te zijn moet je niet bang zijn om op andermans tenen te staan. Je moet beschikken over een behoorlijk uitgebreid, maar niet al te opzichtig retorisch repertoire, en je moet natuurlijk midden in de actualiteit staan. Dat wil zeggen: je geheugen moet kort zijn, je moet over voldoende ongeïnformeerdheid beschikken, en je moet niet al te ver vooruit kijken. Het gevaar is namelijk dat je anders te genuanceerd gaat schrijven, en daarvan zouden de lezers kunnen afhaken.

Een lezenswaardig voorbeeld dat dit allemaal mooi laat zien is de column van Aleid Truijens in de Volkskrant van zaterdag 18 oktober. Die begint al fijnzinnig met de opmerking dat 'veel ouders willen dat hun begaafde lieveling naar het gymnasium gaat.' Dat kan al niet meer goed komen denk je als lezer dan. Blijkbaar zitten de gymnasia vol met ondergekwalificeerde maar overgewaardeerde verwende apen, die door hun ouders tot dit schooltype gedwongen worden. Goed dat iemand daar iets van zegt!

Nelleke Noordervliet en Jan Siebelink ineen gepropt

Door Marc van Oostendorp


Waarom heeft Nederland geen Romantiek gekend? Terwijl aan het begin van de negentiende eeuw overal in Europa het enige onsterfelijke genie opstond na het andere in de kunst en de literatuur, bleven Nederlandse schrijvers en kunstenaars keurige burgervaders – waarom?

De Groningse hoogleraar Kunstgeschiedenis Wessel Krul geeft een origineel antwoord op die vraag in het nieuwe nummer van De negentiende eeuw. Volgens Krul was nu juist een kenmerk van de Nederlandse Romantiek dat men bij hoog en laag volhield géén romanticus te zijn! Een kenmerk van de Romantiek was immers nationalisme, en de Nederlanders zagen zichzelf als bijzonder in het niet erkennen van volkomen uitzonderlijke individuen!

Het is een vernuftige oplossing, al is het de vraag welk probleem het precies oplost. Wordt het nu gemakkelijker om bepaalde overeenkomsten te zien tussen, in dit geval, Nederlandse schrijvers en hun tijdgenoten. Hoe zinnig is zo'n label daarvoor?

zaterdag 18 oktober 2014

Nieuw verschenen: Rampspoedige reizen van Jan Struys

Rampspoedige reizen door Rusland en Perzië in de zeventiende eeuw
Ingeleid en hertaald door Kees Boterbloem

De varensgezel en zeilmaker Jan Struys reisde in 1668 naar Rusland om in dienst van de tsaar mee te werken aan de opbouw van een vloot. In plaats daarvan raakten hij en zijn Hollandse metgezellen op drift in een land dat werd geteisterd door oorlog en een opstand van kozakken. Van de jaren die volgden heeft hij verslag gedaan in een boek dat in 1676 verscheen en talloze malen herdrukt en vertaald werd. Tijdens zijn tocht richting Perzië maakte hij dan ook heel wat mee: veldslagen, belege­ringen, moorden, martelingen, schipbreuken en aardbe­vingen. Zelf werd hij onderweg tot slaaf gemaakt en vervolgens vrijgekocht, waarna hij in 1673 terug­keerde naar Amster­dam. Het verslag van zijn barre tocht is een zeldzame beschrij­ving van het dagelijks leven in Rusland en Perzië in de zeventiende eeuw met observaties over de omgang tussen man en vrouw, rituelen bij huwelijken en begrafenissen en de verhou­ding tussen de diverse geloofsgroepen.

Kees Boterbloem (University of South Florida) heeft het enerverende verhaal van Jan Struys hertaald en toegelicht.

ISBN/EAN: 978-90-820779-3-3 (389 p.)
Uitgave: Panchaud Amsterdam ; Prijs 19,50 euro
Informatie en bestellen: www.panchaud.nl

www.janvandoesborch.com online

Sinds enige tijd ben ik bezig met de voorbereiding van een Engelstalig onlineboek rond de Antwerpse drukker/uitgever Jan van Doesborch. Hij is bekend als uitgever van onder meer de naar hem genoemde bundel Refreinen, maar hij is ook de uitgever van Engelse vertalingen van bijvoorbeeld  Mariken van Nieumeghen en Frederick van Jenuen. De site heeft de intentie als platform te dienen voor de bestudering van het fonds van Jan van Doesborch. Graag nodig ik u als lezer van NederL uit, mee te schrijven aan het 'boek' en het verbeteren van de inhoud van de site www.janvandoesborch.com.

Piet Franssen

Na bejaarden wassen is wetenschap het nuttigst

Door Marc van Oostendorp

Het thema in de kranten vandaag is nut. 

In de Volkskrant bespreekt de modeverslaggeefster Mieke Zijlmans (die doet voor die krant de taalwetenschap erbij) het nieuwe boek van Jan Stroop. Ze doet dat kritisch, want: "De vraag is wat de moedertaalspreker ermee opschiet." Het antwoord op die retorische vraag is: weinig. Het is al jaren Zijlmans vaste deun: wat wetenschappers over taal zeggen is allemaal onzin, zij weet met haar gezonde verstand allang hoe het zit. Die moedertaalspreker zit namelijk volgens Zijlmans te wachten op strenge taalregels en niet op erudiete relativerende inkijkjes in de geschiedenis en de systematiek van taal.

Toevallig is de kop boven een artikel in NRC Handelsblad 'Wat kopen we voor die kennis?' Marcel aan de Brugh zet er de drie antwoorden op een rij die doorgaans worden gegeven op de vraag naar het nut van de universiteiten: hun onderzoek komt de economie ten goede, hun onderwijs leidt de broodnodige hoger opgeleiden op, hun aanwezigheid in het publieke debat verhoogt het niveau daarvan.

Het artikel van Aan de Brugh is helder en met kennis van zaken geschreven, en toch lees ik het met verbazing.

vrijdag 17 oktober 2014

Het reisverhaal van Coenraad Ruysch. Deel II: Van Hamburg tot Ulm


De komende maanden publiceren wij hier een kritische editie van het reisverslag van Coenraad Ruysch, gemaakt door Alan Moss van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hieronder staan links naar de tot nu toe verschenen delen:

Alan Moss heeft ook een eigen, informatieve, website.