woensdag 30 juli 2014

Het recht op een sikkeneurige docent

Door Marc van Oostendorp

Hebben studenten recht op meeslepend onderwijs? Ik heb er deze week over geschreven en een oudere collega, een van de beste docenten die er zijn, sprak mij er verontrust op aan. Moest er inderdaad niet veel meer gebeuren aan de onderwijsvaardigheden? Zouden universitair docenten niet ook op de beoordelingen door studenten moeten worden afgerekend?

Nee, ik denk het niet. Studenten hebben juist recht op sikkeneurige docenten die ongeïnteresseerd wat PowerPoints afdraaien. Dat lijkt me het beste voor hun taalvaardigheid.

Want er is iets raars aan de hand. Traditioneel bestaan er vier taalvaardigheden: twee passieve, lezen en luisteren, en twee actieve, schrijven en spreken. Maar die vaardigheden zijn uit het lood geslagen.

dinsdag 29 juli 2014

Pas verschenen: “Ik ben een echt genie – de briefwisseling van Max de Jong en Hans van Straten”



Vorige maand kwam het brievenboek Ik ben een echt genie uit, de briefwisseling van de jonggestorven dichter Max de Jong (1917-1951) en diens beste vriend Hans van Straten (1923-2004), bezorgd en uitgegeven door Kathinka Stel.

Over het boek

In de tijd dat hij zijn beroemde gedicht Heet van de Naald schreef, correspondeerde de dichter Max de Jong (1917-1951) met zijn jongere vakgenoot en aankomend journalist Hans van Straten (1923-2004). De Jong en Van Straten leren elkaar kennen in 1942, als De Jong al een dichter van enige naam is en Van Straten nauwelijks meer dan een schooljongen. Van Straten kijkt op tegen de hoogbegaafde jongeman die zich in de literaire kringen beweegt van Kees Stip, Leo Vroman, Louis Lehmann, Theo van Baaren, Gertrude Pape en vele anderen. Tegelijk kan Van Straten niet blind zijn voor de karaktertrekken die het De Jong beletten door te breken. Van Stratens vriendschap en solidariteit blijken voor De Jong van grote betekenis. Het is Van Straten die De Jong aanzet tot het bijhouden van een dagboek, en het is Van Straten die het gedicht Heet van de Naald van zijn titel voorziet – al is het dan omdat hij niets in het gedicht ziet.

Zo'n grote fles bier

Door Marc van Oostendorp

Langzaam ontdekken de taalkundigen hun lichaam. Het is een langdurig proces: net als iedereen in de westerse cultuur – en vermoedelijk ook bijvoorbeeld de Chinese of de Japanse – zijn we geneigd om aan taal te denken als een rij letters op een blad papier of een beeldscherm. Terwijl de meeste taal natuurlijk gesproken wordt en vluchtig is als lachgas.

Dat je tijdens het spreken met je handen beweegt, daar hoor je taalkundigen bijvoorbeeld pas zeer kort over. Terwijl het van alles kan betekenen.

Deze week verscheen bijvoorbeeld op het internet een heel kort artikeltje over het gebaar dat je met je handen maakt om aan te geven dat iets heel groot is, of juist heel klein. Wat voegt zo'n gebaar toe aan de betekenis van de zin?

maandag 28 juli 2014

Een lasso van luister (1)

door Gert de Jager
 

Taal, stijl, poëtische taal, poëtische stijl. In deze cyclus van drie gedichten bijvoorbeeld:

 
1.
 
Geen lediggang is het meer, van en naar school te gaan.
We lopen ons stuk kassei samen, lettend op onze woorden.
 
Volle kracht van de zon met ons. Met de armen om elkaars
schouders komen we het speelplein op. Believen de staande, 

de kastanjebergschaduw heersend van de muurglasscherpten
tot anderzijds het bloeiseringenoverwolkte, smeedspiesenhek. 

We mogen kiezen wie van de Dioskuren we willen zijn, zijn
wederkerig bereid Pollux' sterfelijke evenknie te wezen.
 

Afrikaans as taal aan universiteite in Suid-Afrika: probleem of oplossing?



Door Prof. Wannie Carstens
Voorsitter SA Akademie vir Wetenskap en Kuns (Direkteur Skool vir Tale, Noordwes-Universiteit, Potchefstroomkampus)

Dit artikel verscheen eerder in Rapport, So. 8 Junie 2014.

Bestuur eerder die taal beter

Wat is die SA Akademie vir Wetenskap en Kuns se standpunt oor Afrikaans as universiteitstaal? vra iemand my onlangs. 

My antwoord was dat dit een van die hoofredes van die Akademie se bestaan is: die bevordering van Afrikaans as taal van die wetenskap in Suid-Afrika, en dat die universiteite vanselfsprekend ʼn kernrol hierin speel. Meer as dit hoef ons sekerlik nie te sê nie. Of hoe?

Hierdeur sê die Akademie – weliswaar implisiet – dat ons ernstig is oor Afrikaans as taal van wetenskapsbeoefening aan universiteite. Sonder universiteite kan die wetenskap eintlik nie gedien word nie. Dit is egter te indirek om dit so te doen, en ons sal ons standpunt helderder moet formuleer. Daarom dan hierdie artikel as ʼn poging om hierdie saak beter te verwoord.

Awaters klinkers

Door Marc van Oostendorp

Het is een regenachtige dag en dus lezen we het gedicht Awater van Martinus Nijhoff (hier): "Het wil niet als geheel een vorige eeuw / puinhopen zien en zingen van mooi weer'.

Het gedicht bestaat uit zeven duidelijk van elkaar te onderscheiden delen, die van elkaar gescheiden zijn door een witregel. Ieder deel wordt gekarakteriseerd door een klinker: alle regels in zo'n deel eindigt op een woord waarin die klinker de klemtoon draagt. In het tweede deel is dat bijvoorbeeld de a; dat deel begint zo:

Ik heb een man gezien. Hij heeft geen naam.
Geef hem ons aller vóórnaam bij elkaar.
Hij is de zoon van een vrouw en van een vader.

De vraag die wij ons vanochtend stellen, is: welke zeven klinkers heeft Nijhoff gekozen en waarom?

Die historie vanden stercken Hercules : hoofdstuk [14]


Die historie vanden stercken Hercules

die veel wonderlike dinghen in sijn leven heeft ghedaen.
Sijn gheboerte was wonderlic, ende sijn leven was avontuerlic,
want hi menich vervaerlic beeste verslaghen heeft,
ghelijc men in die historie hier na verclaren sal.
Ende si is seer avontuerlic ende ghenuechlic om lesen.

Zoals gedrukt door Jan van Doesborch, Antwerpen 1521.





zondag 27 juli 2014

De universiteit: iedereen moppert, maar niemand doet wat

Door Marc van Oostendorp
De bundel Waartoe is de universiteit op aarde? opent met een paar opstellen van studenten. Toen ik die las, moest ik de verleiding weerstaan om het boek woedend in een hoek van de kamer te gooien. Gelukkig heb ik dat niet gedaan.
Die studenten weten namelijk precies waartoe de universiteit op aarde is: om hen te amuseren. Bladzijden lang mogen ze klagen over docenten die hen niet voldoende 'inspireren'. Als die docenten maar een beetje hun lesjes afdraaien, klagen ze, in plaats van boeiende verhalen te vertellen gelardeerd met 'persoonlijke anekdotes', waar moeten de studenten dan hun motivatie vandaan halen?

Dat je in het leven dingen moet doen die jij van je zelf al mateloos boeiend vindt, dat je als volwassene zelf verantwoordelijk bent voor je eigen motivatie, het komt niet in hun consumentenkoppies op.

zaterdag 26 juli 2014

Nederlanders imitere

Door Marc van Oostendorp


Gisterenavond ging ik met een Duitse en een Zuid-Afrikaanse taalkundige pizza eten en bier drinken. Dat werd al snel gezellig, omdat het gesprek kwam op het imiteren van Nederlanders. Wat moet je doen om een beetje overtuigend, of in ieder geval grappig als een Nederlander te klinken?

Volgens de Afrikaan klonk je al behoorlijk Nederlands wanneer je drie dingen deed:

vrijdag 25 juli 2014

Oproep: Word abonnee van de Bert van Selm-lezingen!

Sinds 1992 vindt elk jaar, in de eerste week van september, de Bert van Selm-lezing plaats, ter nagedachtenis aan de Leidse boekwetenschapper Bert van Selm (1945-1991). De tekst van de lezing wordt telkens in boekvorm uitgebracht, in een bijzondere, bibliofiele uitgave van 200 genummerde exemplaren. U kunt de Bert van Selm-lezing steunen door abonnee te worden. Eerlijk gezegd, zouden we heel goed wat extra abonnees kunnen gebruiken. Dat heeft allerlei voordelen: U krijgt dan met ingang van dit jaar automatisch een uitnodiging voor de lezing toegestuurd én u verzekert zich van een exemplaar van de gedrukte tekst, tegen een voordeelprijs (€ 10 euro i.p.v. € 12,50). Uw exemplaar ligt op de dag van de lezing klaar of wordt u nadien toegezonden.

Dit jaar wordt de lezing op 2 september gehouden door Frans Blom onder de titel ‘Pennen in beweging. De reizende schrijver in kaart’. Wilt U bijdragen aan het behoud van deze mooie Leidse traditie? Als u abonnee wordt, krijgt u bovendien drie oude nummers naar keuze gratis! Meer informatie: www.bertvanselmlezing.leidenuniv.nl. Aanmelden kan door een e-mail te sturen aan r.a.m.honings@hum.leidenuniv.nl.

Index 't Peerd van Ome Loeks

Boek van Ab Visser van online-index voorzien

Door Bart FM Droog


Eind 1970 publiceerde Ab Visser (1913-1982) het boekje 't Peerd van ome Loeks (De Arbeiderspers). Het bevat de herinneringen van Visser aan het (culturele) leven in Groningen-stad, van circa 1917 tot kort na de Tweede Wereldoorlog.

Het boek is een bijzonder rijke bron over welke kunstenaars en literatoren er zoal in Groningen-stad in die periode verbleven. Van dichters die de stad voor lezingen aandeden, zoals Marsman en Gerard den Brabander, tot de kunstenaars van de Ploeg en auteurs die er woonden en werkten, zoals H.N. Werkman, Jan Altink, Johan Dijkstra, Jan Eekhout, Ferdinand Langen, A. Marja en Hendrik de Vries.

Ook staat Visser uitvoerig stil bij J.J.A. Goeverneur (1809-1889). Goeverneur is vooral bekend gebleven door zijn Mijnheer Prikkebeen-vertaling (dit jaar nog herdrukt door de KB) en dankzij 'Toen onze mop een mopje was'. Jammer is dat Visser niet vertelt wie of wat zijn bronnen waren over Goeverneur, zodat de volgende opmerking moeilijk te plaatsen is:
“Er was een geheim in zijn leven dat nooit helemaal opgehelderd is; hij bleef vrijgezel, vermoedelijk omdat hij homoseksueel was, toen nog geen pluspunt voor kunstenaars zoals in onze dagen. Hij hield veel van kinderen en het zal niet toevallig geweest zijn, dat hij een tijd lang kamers bewoonde in een huis waar de kostjuffrouw negen kinderen had, die 'oom Jan' op de handen droegen.”

'Spannend' verandert van betekenis

Door Marc van Oostendorp

Het gebruik van het woord spannend is geloof ik aan het verschuiven. Het gebeurt langzaam – daar is het een verschuiving voor – en het is daarom moeilijk om er de vinger op te leggen. 

Neem de recente aflevering van Zomergifjes hierboven. Na ongeveer 35 seconden ontspint zich de volgende dialoog tussen de presentator en de gast, Linda Duits:

donderdag 24 juli 2014

Addenda EWN: dom en dommekracht

Door Michiel de Vaan

dom zn. m. 'naaf'

Kiliaan (1599) noemt dom een “sicambrisch” ( Gelders) woord voor ‘duim’. In het Ned. wordt het vooral in modern dialecten gevonden. Op kaart 3.6 ´naaf van het wiel´ van de TNZN domineert het type dom(p) in de centrale dialecten, waaronder het Zuidhollands, het gehele Brabants, het Westlimburgs en het Zuidoostvlaams. Klankvarianten als domme op Tholen bewijzen een Middelnederlandse voorganger *domme uit Westgermaans *þumman-.

Dom ‘naaf’ komt voort uit de betekenis ‘duim’, de vinger die als ‘draaipunt’ van de hand fungeert. Zie voor deze metafoor de Mnl. en Vnnl. uitdrukking iet(s) draait op minen duim ‘ik heb iets te zeggen over, ik heb iets in mijn macht’. Vergelijk ook de technische betekenissen van Nnl. duim , zoals ‘scharnierpin, haakje, nok’. De korte klinker in dom is geen inheemse nevenform van duim, maar gaat terug op het bestaan van twee Proto-Germaanse varianten van het woord ‘duim’, *þūman- en *þuman-. Voor de korte *u zie IJsl., Ozwe. þumi m. ‘duim’, No. tomme m. ‘inch’, Oden. thumæ m. ‘duim, inch’ < *þuman-. Het Nederlands bewaart de tweede variant dus in dom ‘naaf’. De geminaat -mm- in *þumman- moet verklaard worden uit systeemdwang, zie Kroonen 2011: 267–96.

Dom ‘naaf’ is bovendien als domme nog bewaard in het woord dommekracht ‘winde, hefboom’.


dommekracht v. ‘werktuig om zware voorwerpen op te tillen’

Vnnl. (mv.) dommekrachten ‘werktuigen’ (1652-62), dommekragt ‘dom en log persoon’ (1690); Nnl. dommekracht ‘domme geweldenaar’ (1724-26); zie EWN voor deze attestaties. De bestaande etymologische verklaringen moeten worden herzien in het licht van dom ‘naaf’. We weten nu dat dat woord op een West-Germaanse vorm met korte klinker *u teruggaat, en de eenvoudigste aanname is daarom dat dommekracht in de 17e eeuw uit precies dat domme ‘duim, naaf’ en kracht is gevormd. De alternatieve verklaring, nl. dat dom pas binnen het Nederlands uit een voorloper van duim verkort werd, is daarmee overbodig. Die verklaring moet ook op basis van de vorm afgewezen worden. De vergelijking met de dialectische verkorting van bloem tot blom loopt mank aangezien het daarbij om een andere klinker gaat (Mnl. /o:/ of /oə/ in bloem, Mnl. /u:/ of /y:/ in duim), en omdat die verkorting een veel sporadischer karakter heeft dan de algemene verspreiding van dom ‘naaf’.

 






Website familienaam.be vernieuwd en uitgebreid

De website familienaam.be, die het publiek in staat stelt om de verspreiding van de familienamen in België op te zoeken, is in een nieuw kleedje gestoken, met de steun van de Universität zu Köln en Familiekunde Vlaanderen.

De site is uitgebreid met de familienamen uit 2008, die nu raadpleegbaar zijn naast deze van 1998. Zo ziet men hoe het aantal naamgenoten in België tussen 1998 en 2008 geëvolueerd is.

De cartografische tool is verfijnd: men ziet gemakkelijker hoeveel naamdragers er in welke gemeenten wonen, bovendien kan men zelf de kleur van de kaart kiezen en in- en uitzoomen.

Er zijn twee voorstellingswijzen: de absolute frequentie toont per gemeente het aantal personen met de gezochte familienaam; de relatieve frequentie stelt voor hoeveel personen in verhouding tot het totale inwoneraantal van die gemeente de naam in kwestie dragen.

Achter de link ‘Alles over familienamen’ vindt men achtergrondinformatie over de familienaamgeving in het Nederlandse taalgebied.

Ann Marynissen, Institut für Niederlandistik, Universität zu Köln

'Bak' wordt 'pak' in het Afrikaans

Door Marc van Oostendorp



Dezer dagen is de beroemde Zuid-Afrikaanse taalkundige Andries Coetzee in Nederland. Hij gaf gisteren een lezing waarin hij liet zien dat jongeren in Zuid-Afrika het woord 'bak' uitspreken als 'pak', en het woord 'das' als 'tas' – en dat ze toch het verschil kunnen blijven horen.

Het verschil tussen een [b] en een [p] is in het Nederlands en in het 'oude' Afrikaans hetzelfde als dat tussen een [d] en een [t]: bij de [b] en de [d] laat je je stembanden trillen, maar bij de [p] en de [t] niet. Je kunt dat zelf voelen door een paar keer achter elkaar b-p-b-p-b-p te zeggen terwijl je je vingers op je keel houdt: met je mond doe je steeds hetzelfde, maar de ene keer voel je een trilling en de andere niet.

Sprekers van het Afrikaans doen dat ook nog wel, maar steeds minder. Jongere sprekers – sprekers die jonger dan 25 waren – laten hun stembanden nog maar in een minderheid van de gevallen trillen wanneer ze een b of een p zeggen. Dat ze het verschil tussen bak en pak nog wel kunnen horen komt, ontdekte Coetzee, doordat alle sprekers van het Afrikaans – ook de oudere – iets anders doen: ze maken een verschil in de uitspraak van de klinker.

dinsdag 22 juli 2014

Zelfmoord van een gouverneur met een bochel

De letterkundige Marita Mathijsen heeft onlangs een eigen weblog begonnen, 'Het laatste nieuws uit de negentiende eeuw'. Wij plaatsen hier met toestemming het stukje van gisteren door; volg Mathijsen vanaf nu op haar eigen weblog!

Door Marita Mathijsen

In 1836 neemt Jacob van Lennep voor zijn zonen een Engelse gouverneur aan, Leopold James Lardner. Lardner had een bochel. Een van de zonen vraagt of hij soldaat is geweest: ‘Domme jongen, je begrijpt toch wel dat je van een kromme boom geen rechte plank kunt maken’. In het stadsarchief heb ik gisteren zijn brieven aan Jacob gelezen. Wat een lieve schoolmeester. Dat blijkt vooral als hij de verantwoordelijkheid krijgt voor de jongens bij reisjes naar badplaatsen. Hij schrijft over hun verkoudheden, hun bleke gezichtjes, de bloedzuigers die dokters plaatsen en papjes op hun borst. Hij geeft ze kleurplaten en knipt figuren voor ze uit. Als op een gegeven moment een boot zal langskomen waarop oma zit, wandelt hij naar de Rijnkade, maar oma Van Lennep had een andere boot genomen. Dan neemt hij een koets naar een volgende plaats waar ze zou aankomen. Zoon David was een lapzwans in zijn studententijd, en toen hij ter boetedoening naar het buitenland gestuurd werd schreef Lardner aan zijn vader:
‘May he give us cause to weep tears as sweet as bitter ours are now; tell him so for, as a mother loves her sick child most, so do I take more interest in his fate than in that of his brothers, as they (thank Heavens and may He bless them all) require it not; they prove themselves to be possessed of stronger minds than David.’
In 1842 zijn de jongens groot en Lardner zoekt een nieuwe baan. Hij wordt aangesteld aan de British Library, in het Brits Museum. In 1855 gaat het daar helemaal fout. Op weg naar het Museum rijdt de omnibus waarin Lardner zit een man aan. die gewond raakt. Lardner komt geheel van streek aan op het museum. Hij wil niet door de gewone donkere gang naar zijn kamer gaan, omdat hij meent te zien dat die gaat instorten. Hij raakt zo geagiteerd dat er een dokter bijkomt, en die schrijft bewaking voor. Een meisje wordt bij hem gezet, maar na een paar uur stuurt Lardner haar weg. Het gaat wel weer, zegt hij. Zodra het kind weg is springt hij uit het raam en valt te pletter op het plaveisel. Dit bericht haal ik uit The Times van 3 december 1855: Suicide of Mr. Lardner of the British Museum.


maandag 21 juli 2014

Die historie vanden stercken Hercules : hoofdstuk [13]


Die historie vanden stercken Hercules

die veel wonderlike dinghen in sijn leven heeft ghedaen.
Sijn gheboerte was wonderlic, ende sijn leven was avontuerlic,
want hi menich vervaerlic beeste verslaghen heeft,
ghelijc men in die historie hier na verclaren sal.
Ende si is seer avontuerlic ende ghenuechlic om lesen.

Zoals gedrukt door Jan van Doesborch, Antwerpen 1521.





zondag 20 juli 2014

Onbekommerdheidsblauw

door Gert de Jager
 
 
Ik weet niet zoveel. In ieder geval niet genoeg om dit gedicht direct te begrijpen:
 

   (lied van het W. Müllerbos)

Door het W. Müllerbos te S.
liep ik een zomerdag.
De zon scheen op mijn mosbegroeide pad
en het was ritselragfijntjilpen stil.

Hoe makkelijk voorstelbaar was het daar
lopend in het W. Müllerbos te S.
niet in het W. Müllerbos te S.
maar in het midden van het F. Kuipersbinnen
- daar waar
als een octopus met vangarmen aders o.a. aorta
onverpoosd het hart pulseert -
leukocytklein,
Alice-gewijs in spirillenland verzeild geraakt te zijn.
 

Het is van Frans Kuipers, komt uit zijn bundel Wolkenherdersliederen uit 2009 en staat vandaag op de poëziekalender van Van Oorschot. Ik ken één bundel van Kuipers - het dit jaar verschenen Molwerk dat in de NRC juichend werd besproken door Guus Middag. Een sympathieke dichter, die Kuipers. Het bleek ook bij een optreden in het Amsterdamse poëziecentrum Perdu waar hij Molwerk integraal voorlas. Perdu, normaliter een bolwerk van maatschappijbetrokken avantgardisme op conceptuele grondslag, werd even integraal ingepakt door Kuipers' charmante neologismen, zijn zuidelijke g en een consequent naïeve blik aangaande de zaken des levens. Wandelen over de Vughterheide, beseffen wat daar gebeurd is en toch oog blijven houden voor 'het onbekommerdheidsblauw van de hemel'. Zoiets.
 

zaterdag 19 juli 2014

Mededelingen Stichting Jacob Campo Weyerman: Leugen en bedrog in de 18 de eeuw

Dat de 18e eeuw in Nederland, anders dan de traditie ons doet geloven, geenszins een tijd van stilstand en gezapigheid was, is al sinds enige tijd geen geheim meer. Onderzoek gestimuleerd door de Stichting Jacob Campo Weyerman en gepubliceerd in het Mededelingenblad van die stichting – nu toe aan het eerste nummer van de 37e jaargang! – maakt dat telkens weer duidelijk. Maar dat de 18e eeuw een tijdperk was van leugen en bedrog, is minder bekend.

vrijdag 18 juli 2014

Krantenknipsels en kakkerlakken. Nagelaten werk van Tip Marugg

Recent doken enkele krantenartikelen van Tip Marugg (1923-2006) op. Ze zaten tussen honderden andere krantenknipsels verborgen in dozen die jarenlang door een particulier waren verzameld, daarna geschonken aan de bibliotheek van Curaçao en pas tien jaar later bekeken en beoordeeld – in elk geval te laat om nog in het Verzameld Werk (2009) opgenomen te worden. Het gaat om recensies van kunstexposities, concerten en lezingen, en een ingezonden brief, alle uit de jaren 1948-1950. De publicatie van deze teruggevonden ‘vingeroefeningen’ in het Nederlands – de voor Marugg vreemde taal – in dit nummer van De Parelduiker is een belangrijke aanvulling op het verzameld werk. – Uit een kerstboodschap uit 1949, gepubliceerd in La Prensa van 24 december 1949:


30 augustus 2014: congres Werkgroep De Zeventiende Eeuw

Aankondiging congres Werkgroep De Zeventiende Eeuw

Een Gouden Leertijd
Opleiding en vorming van jongeren binnen en buiten de universiteit in de zeventiende-eeuwse Nederlanden

Zaterdag 30 augustus 2014, Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen
In 2014 viert de Rijksuniversiteit Groningen haar vierde eeuwfeest. Na Leuven en Leiden is Groningen de derde universiteit in de Nederlanden die de leeftijd van 400 jaar bereikt heeft. Ter gelegenheid van dit bijzondere lustrum vindt het congres van de Werkgroep Zeventiende Eeuw plaats in Groningen. Dit interdisciplinaire congres zal in het teken staan van de leertijd van jongeren, zowel binnen als buiten de academie, in de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden.
Voor het volledige programma en informatie over aanmelden, zie www.rug.nl/dze 

Tiele-Scriptieprijs 2014



De Tiele-Stichting looft een prijs uit voor de beste scriptie op het gebied van “de boekwetenschap in de ruimste zin des woords”. Deelname staat open voor iedere studerende aan een WO- of HBO-opleiding in Nederland en Vlaanderen. De scriptie moet gereed gekomen zijn in het academisch jaar 1 september 2013 - 1 september 2014 en door de onderwijsinstelling aanvaard zijn. Reeds gepubliceerde scripties komen niet in aanmerking. De taal van de scriptie is Nederlands of Engels.

De prijs voor de beste inzending is € 1000,-; daarnaast streeft de Tiele-Stichting ernaar om in overleg met de auteur de scriptie te (doen) publiceren in een passend vakblad, op internet of als afzonderlijke publicatie.

donderdag 17 juli 2014

Addenda EWN: deimt

Door Michiel de Vaan


deimt zn. o. 'oude oppervlaktemaat'

Een Fries leenwoord in het Noordhollands en het Gronings. Bronwoord was Oudfries deimeth, samenstelling van dei ‘dag’ en meth ‘mad’, vgl. Ned. mad ‘met de zeis afgemaaid stuk grond’. De onbeklemtoonde tweede lettergreep van deimeth ging na of misschien al voor de ontlening verloren. Hollands deymt, gen. deymts, mv. deymte, is geattesteerd vanaf 1345 in de Rekeningen van de Grafelijkheid van Holland. In latere bronnen ook met een meervoud deymden (1514) en als deympt en deynt (17e eeuw).

Opvallend is de vorm deymade v., mv. deymade, in een grafelijke oorkonde uit 1326 gericht aan Simon Nicolaas Trudenz. van Landsmeer in Noord-Holland. Het vrouwelijke made (Oudfries mēde) dat daarin gebruikt wordt bewijst dat deymade een ander woord is dan deymt. Waarschijnlijk werd in het Noordhollands van Landsmeer het Friese -meth opgevat als -made ‘hooiland’, deymade is dus een leenvertaling. Daarbij kan dei- onveranderd uit het Fries zijn overgenomen of een oude Hollandse variant van dag voorstellen, vgl. zeide uit *segde ‘zei’, Mnl. seinen ‘zegenen’, en Mnl. persoonsnamen als Ever-dei uit *Ever-dag. De Nederlandse tegenhanger dammet uit *dag-maad of *dag-mad wordt aangetroffen in de 16e eeuw in Gooi en Sticht, bijv. in 1525 (Memorie van Peter Aelman uit Naarden; hier ev. dammet, mw. dammaten) en in 1593 (Remonstrantie aan de Staten van Utrecht over den staet der kercken ten platten lande). In de 16e en 17e eeuw komt in de prov. Groningen de vorm deymat voor.

Aangenomen met revisies. Over peer review in de geesteswetenschappen

Door Marc van Oostendorp


Dat het systeem van peer review niet werkt, dat is mijn schuld. Ga maar na: ik moest deze week een artikel beoordelen voor een van de beste internationale tijdschriften op mijn vakgebied. Dat artikel was briljant: een baanbrekend nieuw idee, overtuigend uitgevoerd, heel duidelijk opgeschreven. Niets op aan te merken, behalve een typefout op pagina 15. Ik kan niet wachten tot het verschenen is, zodat ik het twintig jaar lang tijdens colleges kan gebruiken.

Wat doe je dan?

woensdag 16 juli 2014

Eredoctoraat Universiteit Gent voor Breyten Breytenbach

Het Bestuurscollege van de Universiteit Gent heeft in zijn vergadering van eind juni beslist Breyten Breytenbach het institutionele eredoctoraat toe te kennen. Op voordracht van het Gentse Centrum voor de Studie van het Afrikaans en van Zuid-Afrika (Prof. Jacques van Keymeulen, Prof. Yves T’Sjoen en Dr. Annelies Verdoolaege) en na voorafgaandelijke goedkeuring door rector Anne de Paepe en vice-rector Freddy Mortier, zal de heer Breytenbach op woensdag 3 december 2014 de titel van doctor honoris causa van de Universiteit Gent worden uitgereikt. Naar aanleiding van de twintigste verjaardag van de eerste democratische verkiezingen in Zuid-Afrika en uit waardering voor het eigenzinnige kunstenaarschap en het sociaalkritische engagement van de heer Breytenbach is de eretitel toegewezen.

Breyten Breytenbach heeft inmiddels in een persoonlijke boodschap de eervolle uitnodiging aanvaard. Vooral de aandacht voor het Afrikaans en de Afrikaanstalige literatuur aan de Universiteit Gent alsook de appreciatie voor diens artistieke werk hebben hem ervan overtuigd de invitatie te aanvaarden. De Universiteit Gent is vereerd met de genereuze reactie van Breyten Breytenbach.