Het is zoiets kleins, de -
en in
ideeënwereld, maar je kunt er eindeloos over soebatten. Over de spelling is dat ook al uitentreuren (
uitetreuren) gedaan, maar er is meer. De uitspraak, bijvoorbeeld (spreek je die
n nu wel of niet uit?), maar ook de betekenis: waarom zeggen we niet
ideewereld? Heeft dat er echt iets mee te maken dat het gaat over een wereld van meer dan één idee?
Vorige week promoveerde Esther Hanssen in Nijmegen op een proefschrift over dit onderwerp. Ik was op reis en kon jammer genoeg niet bij de promotie aanwezig zijn. Ik heb haar proefschrift nu pas gelezen (u kunt het hier gratis downloaden).
Het leuke is dat Hanssen de vraag uit allerlei invalshoeken benadert: ze bekijkt hoe die tussenklank wordt uitgesproken in verschillende dialectgebieden — daar waar ze de n van het meervoud altijd uitspreken, daar waar ze dat nooit of alleen maar soms doen. Ze laat sprekers in experimenten luisteren naar samenstellingen om te zien of ze de associatie maken met een meervoudige vorm. En ze gaat na of mensen bij het onzinwoord moelengarmik eerder denken aan de garmik van een moel of aan de garmik van moelen.
De conclusie is steeds dezelfde: