vrijdag 28 augustus 2015

Online seks blijkt pornografisch

Door Marc van Oostendorp

Cyberseks is natuurlijk wel een interessant onderwerp, maar ik vind niet dat Chrystie Myketiak er veel van maakt in haar artikel The co-construction of cybersex narratives, dat onlangs verscheen in het tijdschrift Discourse & Society.

Het uitgangspunt is interessant: wanneer twee mensen elkaar in een online spel of een chatbox ontmoeten, kunnen ze besluiten om cybersex te hebben. Die seks is dan een verhaaltje, maar van een bijzondere soort, namelijk een verhaaltje dat ze samen maken: de een vertelt wat, en daar reageert de ander dan weer op.

Dat levert op zich amusant proza op, met een bizarre mengeling van stijlen, zo van "The only sexual statement that she replies to directly is the first in Line 1 ('perhaps I should fuck you'), which is not a question requesting her consent or a suggestion of a mutual or reciprocal activity, but a declarative assertion of an act to be done to her."


donderdag 27 augustus 2015

Addenda EWN: emelt

Door Michiel de Vaan

emelt zn. muggenlarve

Nnl. hemelt (1694, van Leeuwenhoek), emelt (1784, Verhandelingen van de Maatschappy ter bevordering van den landbouw), dialectvarianten emel, hemel, melt larve van de langpootmug.

Verwante vormen: Middelnederduits amelt, emelte, Oudengels emel, æmil, ymel  v. rups; Noors åme, Elfdaals oma larve, rups v.

De Noordgermaanse vormen wijzen op Proto-Germaans *ǣmōn- larve. Voor de Westgermaanse vormen twijfelt Kroonen 2013: 117 tussen *ǣmilō- en *amilō-. Het eerste zou de verbinding met *ǣmōn- larve het duidelijkst tot uiting brengen, maar het Brabants en Limburgs hebben overwegend emelt(e), met een klinker die eerder wijst op *amilō- tenzij het woord in de twintigste eeuw al sterk door de standaardtaal beïnvloed was. Het grote aantal concurrerende woorden voor emelt, binnen eenzelfde dialect, kan daarop duiden.

De vervanging van emel door vrouwelijk emelte in het Nederlands en Nederduits verklaart Kroonen uit de invloed van WGm. *hurnutō- horzel, het vrouwelijk pendant van *hurnuta- horzel (vgl. Oudsaksisch m. hornut, v. horneta, MNl. v. hornete, Nhd. v. Hornisse). Het Proto-Germaans kent verschillende andere diernamen met het suffix *-ut-, *-it-, zoals *albut- zwaan (Ned. elft), *ganuta- ganzerik, *heruta- hert en *krabita- kreeft.

Horen jullie nog een verschil tussen vee en fee?

Door Marc van Oostendorp


Een van de eigenaardige aspecten van talen is dat ze de hele tijd veranderen, terwijl die verandering mogelijkerwijs allerlei verwarring teweeg brengt. Ooit waren de ei en de ij verschillende klanken, zodat je nog verschil kon horen tussen eis en ijs. Hoe en waarom hebben we dat verschil ooit losgelaten?

Wanneer je dat soort vragen wilt onderzoeken, stuit je al snel op het probleem dat je al snel te laat bent. Voor je opmerkt dat er iets verandert, gebruiken miljoenen mensen de nieuwe vorm al en heb je geen idee meer waar de verandering precies vandaan kwam of hoe ze in haar werk is gegaan. Gelukkig worden we steeds slimmer in het trappen op de staart van een individuele verandering.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit het proefschrift dat Anne-France Pinget binnenkort verdedigt in Utrecht. Zij bestudeert er twee veranderingen in de Nederlandse uitspraak. De eerste is dat de v wordt uitgesproken als een f, zodat vee en fee hetzelfde klinken. Die verandering komt al overal voor, zij het in de ene regio (Groningen) veel meer dan in de andere (Vlaanderen). De tweede is een verandering die slechts sporadisch her en der voorkomt en waarvan we dus niet eens weten of die wel zal doorzetten: dat een b wordt uitgesproken als een p zodat bier en pier dus hetzelfde klinken.


woensdag 26 augustus 2015

Is onze taal niet toe aan groot onderhoud?

Onverwachte taalvragen aan de Nationale Wetenschapsagenda (10)

Door Marc van Oostendorp

Zou het verschijnsel van het gezonken cultuurgoed ook in de natuurwetenschappen bestaan? Dat je inzichten moet bestrijden die honderd jaar geleden inderdaad gebruikelijk waren, maar dat inmiddels onder onderzoekers niet meer bestaan? Je hebt natuurlijk mensen die de evolutietheorie ontkennen, maar dat is toch wat anders – ik geloof niet dat zulke mensen dan in plaats daarvan lamarckianen zijn.

In de menswetenschappen is het schering en inslag: terwijl onderzoekers een bepaalde manier van kijken onderhouden, halen hun tijdgenoten hun schouders op over zoveel wereldvreemdheid. En als de onderzoekers erachter komen dat die manier van kijken inderdaad niet werkt, begint die oude manier van kijken door te sijpelen en wordt voortaan als de normale beschouwt.

En zo denken sommige mensen nog hetzelfde als zeventiende-eeuwers over taal, getuige vragen aan de Nationale Wetenschapsagenda als de volgende:

dinsdag 25 augustus 2015

Workshop Women’s History, Research, Dissemination and the role of the Digital



Ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling Omdat ik iets te zeggen had, over 19de-eeuwse schrijfsters, in het Letterkundig Museum en de Koninklijke Bibliotheek, organiseert het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis op 29 en 30 september 2015 een “Knowledge Exchange Workshop”. Onder de titel Women’s History: Research, Dissemination and the role of the Digital vindt deze workshop plaats in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Het onderzoek naar de plaats van vrouwelijke auteurs in de Nederlandse literatuurgeschiedenis is enige decennia geleden krachtig ter hand genomen, en het heeft zeker ook belangrijke resultaten opgeleverd. Maar er is nog veel werk te verrichten. In “de” literatuurgeschiedschrijving is bijvoorbeeld het aantal vrouwen nog steeds gering, en in het Letterkundig Museum ligt nog veel onontgonnen materiaal. Dit geldt niet alleen voor Nederland. In het Europese HERA onderzoeksproject Travelling TexTs 1790-1914: The Transnational Reception of Women’s Writing at the Fringes of Europe (2013–2016) werken collega’s uit Finland, Noorwegen, Slovenië, het Verenigd Koninkrijk en Nederland samen, om deze lacune middels een transnationale benadering aan te pakken. De focus ligt op de 19de eeuw: een periode waarin het aantal schrijfsters in heel Europa enorm toeneemt. De bedoeling is om uiteindelijk een groot publiek te laten beseffen dat al deze “voormoeders” ons “iets te zeggen hebben”. Maar hoe bereiken we dat precies?

"Omdat ik iets te zeggen had" – Tentoonstelling Nederlandse schrijfsters uit de 19de eeuw



Van 30 september tot en met 15 november 2015 wordt in het Letterkundig Museum en in de hal van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag een dubbeltentoonstelling gehouden over 19de-eeuwse Nederlandse schrijfsters. De titel ervan, Omdat ik iets te zeggen had,  is ontleend aan de Herinneringen (1928) van de uit Haarlem afkomstige auteur Amy de Leeuw (ps. Geertruida Carelsen 1843-1938).

Aan de hand van documenten uit het archief van het Letterkundig Museum, uit de collecties van de Koninklijke Bibliotheek en uit enkele privécollecties, wordt in de portrettengalerij van het Museum een impressie gegeven van de activiteiten van een aantal schrijfsters uit de 19de eeuw, hun onderlinge connecties, hun contacten met mannelijke collega’s, critici, uitgevers, en de invloed die ze ondergingen van buitenlandse auteurs (m/v). Vier vitrines in de hal van de Koninklijke Bibliotheek tonen bijzondere boeken die de ambities van de schrijfsters verder illustreren. Bovendien doet ook het Haagse Damesleesmuseum mee, dat is opgericht door een aantal schrijfsters/lezeressen aan het eind van de 19de eeuw. Op zaterdagmiddagen kan in de ‘oude boekerij’  van het DLM een aantal van de in de beginjaren aangeschafte boeken worden ingezien.

Tentoonstelling: P.C. Hooft, Prins der Poëten

Hooft-campagnebeeld-850-breedOp dinsdag 8 september zal op het Muiderslot een tentoonstelling worden geopend rond P.C. Hooft (1587-1647), de beroemdste bewoner van het slot. Zijn naam heeft een vaste plaats gekregen in de Nederlandse canon, in talrijke straatnamen waaronder de chicste winkelstraat van Amsterdam en de belangrijkste literaire onderscheiding in het Nederlandse taalgebied. Maar wat weten we eigenlijk nog van de man zelf? De tentoonstelling vraagt aandacht voor de dichter en schrijver Hooft, maar ook voor de man van vlees en bloed die hij was, met zijn onzekerheden, bravoure en liefdesverdriet. 

De tentoonstelling loopt tot en met 29 november 2015. Bezoekadres: Herengracht 1, Muiden.

Verschenen: septembernummer Onze Taal

84ste jaargang nummer 9

Meer lezen? Word lid!

Jan Erik Grezel
'O, kun je soms niet lezen?'
Laaggeletterdheid in een talige samenleving

Zo'n 1,3 miljoen Nederlanders hebben grote moeite met lezen en schrijven. In de Week van de Alfabetisering (7 tot en met 13 september) staat hun probleem in de schijnwerpers. Stichting Lezen & Schrijven geeft laaggeletterden een stem en stimuleert scholing.

Riemer Reinsma
"De transformatie van beeldmotieven"
Tekstborden bij moderne kunstwerken

Kijkers in musea zijn vaak ook lezers: van de bij de kunstwerken hangende tekstborden. Wat melden die zoal? Wat voor taal wordt er gebruikt? En worden we daar ook wijzer van?

Wim Daniëls
Blitse happenings
De taal van de jaren zestig

In de jaren zestig stond de maatschappij op z'n kop en de woordenschat veranderde mee. Wim Daniëls schreef er een boek over, dat deze maand verschijnt. Een voorproefje.

Berthold van Maris
Hoe jonger hoe beter?
Het nut van vroeg Engels op de basisschool

Dit voorjaar besloot de Amsterdamse gemeenteraad dat basisschoolleerlingen op jongere leeftijd met Engelse les zouden moeten beginnen. Een goed plan?


Max Havelaar was een laffe dhimmi

Door Marc van Oostendorp

Onder de vele dingen die ik vorige week geleerd heb tijdens het Colloquium Neerlandicum was dit misschien het verrassendst: dat Max Havelaar een laffe dhimmi was.

Een van de grote inzichten van de eenentwintigste eeuw is dat het laf is om tegemoetkomend te zijn aan mensen die de andere wereld zien dan jij. Er was onlangs weer sprake van toen een Amerikaanse journaliste NRC Handelsblad bekritiseerde om de volgens haar racistische manier waarop een recensie van enkele boeken over racisme in Amerika werd gepresenteerd in de krant, en de redactie van de krant toen zei dat het niet de bedoeling was geweest om te kwetsen. In vroeger tijden zou de redactie geprezen zijn om zijn beleefdheid, maar tegenwoordig weten auteurs van andere kwaliteitskranten zoals de Volkskrant wel beter: dit alles is ingegeven door angst.

maandag 24 augustus 2015

Waar was Geert?

Door Marc van Oostendorp

Jet Bussemaker vindt het werk van neerlandici heel belangrijk.
(Foto: Matthias Hüning)
Er was in menig huisgezin al weken naar uitgezien – het Grote Taalunie-Gala dat de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN) – afgelopen vrijdag organiseerde. Dit voorjaar is er een voor ons zo vredige wereldje ongekend hevige clash geweest tussen de hoogste leiding van de Nederlandse Taalunie en de beoefenaren van het vak over de hele wereld. De vraag was of het nu tijd was voor verzoening.

Ik heb geloof ik niemand gesproken die het niet opvallend vond dat de leiding van de Taalunie daarbij zelf niet aanwezig was. De verantwoordelijke Nederlandse minister Jet Bussemaker stuurde slechts een bijzonder onpersoonlijke 'videoboodschap' waarbij ze, karakteristiek, geen seconde de camera inkeek, terwijl ze uit haar hoofd opzei dat ze het werk van neerlandici echt, heus, heel belangrijk vond.


Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 38



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Eigenzinnig uit het Frans vertaald door een onbekende renaissancistische Amsterdammer [?],
en zoals bewaard gebleven in de oudste druk: Jan Janszen, Arnhem 1613.


Hoofdstuk 38 van de 139


Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


zondag 23 augustus 2015

Hoe staat het met het Afrikaans?

Door Marc van Oostendorp

Mijn zondagochtendminicollege wordt vandaag gegeven door prof. Wannie Carstens, hoogleraar Afrikaanse taalkunde in Potchefstroom. Ik interviewde hem de afgelopen week, tijdens het Colloquium Neerlandicum in Leiden.




Lees ook het artikel 'Engels beste vir onderrig' dat verscheen na dit interview.

zaterdag 22 augustus 2015

Keert niet van verdriet tot losse dartelheit

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (34)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?


Door Marc van Oostendorp

In één traditie in de Nederlandse letteren is het dichten vooral vertoon van virtuositeit – laten zien wat een ingewikkelde regels jij aankunt en dan nog steeds iets zinnigs zeggen. Die traditie is zeker al ouder dan het sonnet – we associëren hem in de Lage Landen vooral met de rederijkers. Maar aan de andere kant heeft de veertienregelige vorm sindsdien altijd óók op liefhebbers van deze traditie een aantrekkingskracht gehad.

Al snel werd alleen die vorm ook niet uitdagend genoeg gevonden: ja, je moet rijmklanken terugvinden die een aantal keer terug kunnen komen, en na acht regels moet er een omslag komen en zo zijn er nog een paar regels. Maar de echte virtuoos kan meer. In de zeventiende eeuw ontstaat er dan ook een gezelschapsspel waarbij men elkaar rijmwoorden opgeeft waarmee je dan het sonnet moet invullen.

Bij gebrek aan poëtisch gezelschap kun je dat spel bovendien in je eentje spelen, zoals de Zwolse Anna Morian (1674-1696) in 1674: ze dichtte twee sonnetten met dezelfde rijmwoorden maar met bijna tegenovergestelde betekenis. 

vrijdag 21 augustus 2015

Zó niet cool


Af en toe hoor ik het iemand zeggen, soms ben ik dat zelf: Dat is echt zó niet aardig, zó niet cool, zó niet leuk. Altijd met nadruk op ‘zo’. Volgens mij is dit een redelijk nieuw verschijnsel. Als je dit zegt, wil je benadrukken dat iets in sterke mate alles behalve aardig, cool of leuk is. Toch? Hoe zit het met dit verschijnsel? Hoe ver kun je gaan en is het dan nog wel grammaticaal?

donderdag 20 augustus 2015

Programma DRONGO talenfestival bekend



Op vrijdag 25 en zaterdag 26 september 2015 vindt in de Jaarbeurs in Utrecht voor de vierde keer het DRONGO talenfestival plaats.

Dit ‘grootste talenfestival van Nederland en Vlaanderen’ is de plek om kennis te maken met de vele mogelijkheden van taal en meertaligheid. Van de beste manieren om snel een vreemde taal te leren tot tips en tricks voor meertalig opvoeden (inclusief kinder- en jongerenprogramma), een Business Meeting voor iedereen die klanten heeft die geen Nederlands spreken en de nieuwste ontwikkelingen in taaltechnologie. DRONGO talenfestival is bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in taal en de functie van taal in het dagelijks leven.

Programma
Op het programma staan onder anderen Karsu, Akwasi, Stifstof, Dolores Leeuwin, Wytske Kenemans, Tommy Wieringa, Piter Wilkens, Zora de sprekende robot, Gaston Dorren, Rodaan al Galidi, Sander Terphuis, Mira Feticu, Van Dale Gouden Talenknobbel, Klein Dictee der Nederlandse taal en de Taalshow. 

In memoriam Shlomo Berger (1953-2015)

Door Marc van Oostendorp


De laatste keer dat ik de gisterenochtend overleden Israëlische Jiddische en Hebreeuwse filoloog Shlomo Berger sprak was in december. Na afloop van het symposium Yiddish in Dutch / Dutch in Yiddish dat Berger georganiseerd had, gingen we met een klein groepje naar zijn favoriete restaurant in Amsterdam, Lucius.

Hij domineerde de avond met zijn anekdotes en zijn grappen. Hij had er bijvoorbeeld ook verbazingwekkend nieuws: hoewel de meeste mensen ervanuit gaan dat het Jiddisch in Nederland aan het begin van de twintigste eeuw is uitgestorven, zei Shlomo, die zelf moedertaalspreker was van het Hebreeuws én het Jiddisch, dat hij in de jaren tachtig nog iemand had gesproken die het Nederlandse dialect van het Jiddisch kende.

Zo zal ik me Shlomo Berger herinneren: als iemand die grote geleerdheid paarde aan groot plezier aan gezelligheid en goed eten. Dit voorjaar ging hij op sabbatical naar Oxford waar hij hard werkte aan allerlei projecten. Zojuist bereikte ons het bericht dat hij in Amsterdam, een stad waar hij steeds meer thuis was geraakt en waarvan hij de Joodse (boek)geschiedenis in enkele boeken heeft beschreven is overleden aan een gemene bacteriële infectie.

Die Queeste vanden Grale, hoofdstuk 7


Die Queeste vanden Grale

zoals bewaard gebleven in het handschrift KB Den Haag 129 A 10
(Lanceloet-compilatie)

Hoofdstuk 7:
Hoe Lanceloet quam t’enen hermite dine castide, ende hoe hi die hare ontfinc

Hoe Lanceloet bij een kluizenaar kwam die hem vermaande, en hoe hij een onderhemd van (dieren)haar ontving (om daarmee boete te doen)

Proefleesversie


Voor de hoofdstukken 1-6 zie de BML


Addenda EWN: baren, gebaren

Door Michiel de Vaan

baren ww. schreeuwen

Oudnederlands baroda openbaarde, rebaredos jij hebt blootgelegd (*ir-bar-) (Wachtendonckse Psalmen, 10e eeuw), Vroegmiddelnederlands baren tevoorschijn brengen, bekendmaken (12761300), zich vertonen (12651270), tekeergaan (1287); daarnaast verbaren tonen, verschijnen (1285). Ook na 1300 betekent baren meestal verschijnen of tonen, en slechts af en toe zich aanstellen, tekeergaan. In het Vroegnieuwnederlands komt baren, baeren (1530) frequent voor als tonen, zich vertonen; na 1700 verdwijnt deze betekenis. Baren razen, schreeuwen, brullen, loeien(1599) komt tot ca. 1800 in literaire bronnen voor, daarna is het alleen een dialectwoord (bijv. Noordhollands beren schreeuwen).

700 milliseconden voor je 'nee' zegt

Door Marc van Oostendorp

In de categorie Kleine bevindingen die desalniettemin grote bevrediging schenken vandaag een onderzoekje dat Sandra Bögels en een aantal andere Nijmeegse onderzoekers volgende week op een congres in Göteborg presenteren, en waaruit onomstotelijk is aangetoond dat mensen een schokje in hun hoofd krijgen als op een vriendelijk verzoek onmiddellijk 'nee' volgt. Dat schokje blijft weg als je onmiddellijk 'ja' zegt, of als je even wacht met antwoorden.

Uit een groot aantal uit het ware leven geplukte en voor de wetenschap opgenomen echte conversaties tussen willekeurige Nederlanders en Vlamingen hadden de onderzoekers een aantal minidialoogjes geknipt waarin iemand een verzoek deed, of een uitnoding, of een aanbod, en waarop een ander reageerde met ja of nee. Het geluidsbestand van die dialoogjes werden met de computer zodanig gemanipuleerd dat er ofwel 300 ms ofwel 1000 ms pauze lag tussen het einde van de vraag en het begin van het antwoord. 1000 ms is een hele seconde en dat is een lange tijd (probeer het maar); 300 ms voelt daarentegen als een onmiddellijk antwoord.

De zo gemanipuleerde bestandjes werden vervolgens voorgelegd aan taalgenoten die in een hersenscanner lagen.

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 37



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]


Hoofdstuk 37 van de 139


Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


woensdag 19 augustus 2015

Labo Lanoye: 6 masterclasses in DE Studio



Tom Lanoye is door de Universiteit van Leiden uitgenodigd als gastdocent. Onder de titel Herwerken en Verwerken zal hij uiteenzetten hoe hij het werk van klassieke auteurs naar zijn hand zet, zonder dat ze hun universele kracht verliezen. Maar ook hoe je gloednieuwe werken kunt creëren vol klassieke echo's, van Euripides over Shakespeare tot Tsjechov en Klaus Mann.

Voorafgaand aan de gastcolleges in Leiden zal Lanoye 6 try-outs geven in DE Studio in zijn thuisbasis Antwerpen. Bezoekers kunnen hem vragen stellen, hun favoriete fragment laten voorlezen en een van zijn onvindbaar geworden titels kopen in zijn tijdelijke rariteitenstalletje.

Programma
ma 31/08 20u: Gelukkige Slaven
ma 07/09 20u: Ten Oorlog en Hamlet vs Hamlet
ma 14/09 20u: Mamma Medea
ma 21/09 20u: Fort Europa. Hooglied Van Versplintering
ma 28/09 20u: Literatuur en Tarantino. Alb. Verwey-Lezing
ma 05/10 20u: Niemands Land / Overkant

Praktische informatie
Locatie: DE Studio, Maarschalk Gérardstraat 4, 2000 Antwerpen
Tickets: € 10 / € 5 (< 26)
Meer informatie: www.destudio.com

Sinds iemand 18 is

Door Marc van Oostendorp


Laat mensen een invuloefening doen en de vreemdste resultaten komen naar boven. De lerares Odile Verberkmoes liet haar cursisten, die het Nederlands als vreemde taal leerden, een woord invullen op de volgende puntjes:
  • ... iemand in Nederland 18 is, heeft hij stemrecht.
Sommige mensen kozen voor als en anderen voor zodra: dat is allebei goed. Maar er waren ook mensen die sinds kozen. Daat ontstond een kwestie. Er wringt iets met 'Sinds iemand 18 is, heeft hij stemrecht', maar het is niet meteen duidelijk wat.

dinsdag 18 augustus 2015

Onderwijs door de Leidse gastschrijver

Hamlet vs Hamlet, Toneelgroep Amsterdam (2014)
Tom Lanoye komt! Hij slaat in 2015 zijn kamp op in Leiden om met studenten van die universiteit en van elders te spreken over schrijven, over toneel en over zijn herwerkingen van theaterteksten, zoals 'Ten oorlog' of 'Medea'. Wie Lanoye ooit heeft horen spreken, weet dat het vier sprankelende bijeenkomsten gaan worden, waarin de deelnemers alle hoeken van de toneelzaal te zien krijgen.


Witmang (m/v)

Door Marc van Oostendorp


Het is misschien maar goed dat de neerlandistiek geen radiostation is. Het soort kritiek dat de rapper Fresku spuit op Radio 3FM, zou je net zo goed op ons vak van toepassing kunnen verklaren: lang niet alle groepen krijgen evenredige aandacht.