vrijdag 6 maart 2015

Neerlandica nieuwe KNAW-president

Door Jos Damen



In de persberichten wordt er zorgvuldig met geen woord over gerept, maar het is echt waar: de nieuwe president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen is een heuse neerlandica. Van oorsprong dan, want na haar studie Nederlands aan de Universiteit Utrecht ging José van Dijck over naar algemene literatuurwetenschap en (in San Diego, Californië) spoedig naar mediastudies.

Dat zijn allemaal logische stappen. In de jaren ’70 en ‘80 van de vorige eeuw was bij de opleidingen Nederlands taalbeheersing in de mode. Even kort door de bocht: in Leiden (Braet) lag daarbij de nadruk op de retorica, in Amsterdam (Van Eemeren / Grootendorst) op de dialectiek, in Utrecht (met eminence grise Willem Drop, geb. 1929) op taalhantering en communicatie.

21 maart 2015: Christiaan Kuyvenhoven brengt De koperen tuin


De jonge, getalenteerde pianist Christiaan Kuyvenhoven heeft met Cosima de aandacht op zich gevestigd als een rasverteller. Cosima trok volle zalen. Muziek en verhaal wisselen elkaar af. Voor het komend seizoen komt Kuyvenhoven met een bewerking van De koperen tuin van Simon Vestdijk. Deze muziekroman is uitermate geschikt om verhaal en piano in een (school)voorstelling samen te laten klinken. Op 21 maart geeft de pianist een voorproefje! Belangstellenden zijn welkom vanaf 15.00 uur in het Theater op de zevende verdieping van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokkade 143

Zij laten hun vernuft bewonderen aan ons

Wat we nog niet weten over het werkwoord (8)
Door Marc van Oostendorp

Wat is het verschil tussen zingen, zien en lezen? Dat blijkt een van de vele dingen te zijn die we nog niet blijken te weten over het werkwoord wanneer we het onlangs verschenen deel Verbs and verb phrases van The syntax of Dutch lezen.

De auteurs van dit deel, Hans Broekhuis, Riet Vos en Norbert Corver, geven de volgende drie zinnen als voorbeeld:
  • Jan laat Marie een liedje zingen.
  • Jan laat Marie de brief zien.
  • Jan laat Marie de brief lezen.
Die zinnen lijken volkomen parallel. Maar wanneer we de bijzinnen in de lijdende vorm zetten gebeurt er iets wonderlijks:

donderdag 5 maart 2015

Enquête: Het best speelbare Nederlandstalige toneelstuk (In Reprise)

Vanmiddag wordt in Spui 25 in Amsterdam de uitslag bekend gemaakt van een enquête naar de best speelbare Nederlandse toneelklassiekers. Deze enquête maakt deel uit van het project In Reprise, en werd gelanceerd als onderdeel van de festiviteiten rond het 50-jarig jubileum van de vakgroep Theaterwetenschap (UvA). Uit de aankondiging:
In reprise wil Nederlandse toneelstukken, die ooit volle zalen trokken en die acteurs én het publiek tot geestdrift brachten, opnieuw onder de aandacht brengen. Dat gebeurt vanuit de overtuiging dat iedere bloeiende theatercultuur een verzameling canonieke teksten moet hebben; teksten die om de zoveel tijd door een nieuwe generatie theatermakers tegen het licht moeten worden gehouden. Alleen op die manier kan het theater spiegel van zijn tijd zijn. In Nederland bestaat zo’n reeks canonieke teksten helaas niet, dit in tegenstelling tot de ons omringende landen. Op Hoop van zegen en Gijsbreght van Aemstel kent iedereen (?), maar Elckerlijc, de Spaanschen Brabander, Aran en Titus, Eva Bonheur, The family, Hofscènes, Hitchcocks driesprong, Kras, Doodrijp zijn slechts namen, ook voor het doorgewinterde theaterpubliek.
Ruim tweehonderd mensen uit de toneelwereld, academici en toneelliefhebbers hebben op basis van een longlist van 100 stukken hun favorieten aangewezen, wat nu resulteert in een lijst van 25 stukken die het verdienen om repertoire te houden, en misschien het enthousiasme voor de overige 75 stukken ook aanwakkeren.

De betekenis van kleine herhalingen

Door Lucas Seuren

Halverwege de jaren 60 deed de Engelse taalfilosoof Paul Grice tijdens de Williams James Lectures aan Harvard zijn ideeën over de relatie tussen taal en logica uit de doeken. Hierin stelde hij onder andere dat mensen in hun taalgebruik zo beknopt mogelijk zijn. In de gesprekken die we van dag tot dag voeren wijken we continu af van dat maxime, maar die afwijkingen zijn volgens Grice altijd betekenisvol. Denk bijvoorbeeld aan herhaling. Ondanks dat puur inhoudelijk een herhaling geen nieuwe informatie in het gesprek brengt, herhalen sprekers zichzelf regelmatig. En dat doen ze niet voor niets: elke vorm van zelfherhaling heeft een bepaalde betekenis.

Een regelmatige voorkomende vorm van zelfherhaling is in 2004 beschreven voor de Amerikaanse sociologe/taalkundige Tanya Stivers. Zij liet zien dat sprekers van het Engels, en een aantal andere talen, regelmatig hun respons herhalen om te laten zien dat het project waar de andere spreker mee bezig is ongepast is. Dit ziet er dan bijvoorbeeld als volgt uit.

Kim: You might lose her?
Mark: No no no. We won’t lose her. She’s gonna quit
.

Addenda EWN: gijl

Door Michiel de Vaan

gijl zn. gist die zich vormt bij de bierbereiding

Mnl. ghijl bierbrouwsel (ca. 1400), ghijlcupe kuip voor nog niet uitgegist bier (13761400), Vnnl. ghijl, ghijle gist op bier, schuim op melk (1588), Modern Westvlaams giel gistend (van bier), gielkupe gistvat. Vnnl. sporadisch ghijlen, dat in woordenboeken met zieden, koken wordt vertaald maar in teksten alleen op bier van toepassing is, dus misschien alleen schuimen betekende. Verwant is Oudnoors gilker gistvat, Modern Noors gil, gīl bier dat aan het gisten is. Middelengels gyyl, geel, MoE gyle brouwsel, mout in gistproces (va. 13345), Meng. gylhous brouwhuis, gylefat gistvat (1341) zijn uit het Nederlands ontleend.

Een woordfamilie die mogelijk ook verwant is, vinden we in Mnl. ghilen bedelen (1285; zwak ww.), beghilen misleiden, bespotten (126570), ghijlere klaploper, bedrieger, Vnnl. afgijlen door vleierij afhandig maken, gijler bedelaar (1573). Daarmee komen overeen Middelnederduits en Middelhoogduits gīlen begeren, bedelen, gīler bedelaar.
            Overigens komen gilen en gile in het Mnl., Mnd. en Mhd. ook in de betekenis spotten en spotternij voor. Volgens de woordenboeken zijn ze uit Oudfrans guiler bedriegen en guile list, bedrog ontleend (die zelf weer ontleend zijn uit een Germaanse voorloper van Nl. wichelen).

Ben je zeventien? Wil je leven? Ga een taal studeren!

Door Marc van Oostendorp

Beste scholier –

Ik probeer me voor te stellen dat ik achttien ben, net als jij. Overal hoor je al sinds je vroege puberteit om je heen bazuinen dat het crisis is. De wereld is duister en barbaarse horden staan overal klaar om de westerse beschaving aan te vallen. Je moet een studie kiezen en iedereen vertelt je dat je verstandig moet zijn en economie moet gaan studeren.

Je zou het liefst je leven wijden aan taal. Taal is hét argument tegen iedere economische theorie. Taal kan economisch niet bestaan: ze is volkomen gratis en tegelijkertijd 't kostbaarste dat er is. Taal is in eindeloze hoeveelheden voorhanden, je kunt haar gratis van iedere straathoek meescheppen. Wie een taal heeft geleerd, wéét echt iets, iets wat altijd nuttig blijft. Zo iemand heeft voor altijd zijn brein verrijkt.

Maar iedereen zegt dat je van een verrijkt brein niet kunt eten.

woensdag 4 maart 2015

Verschenen: Rapport 'Vaart met taalvaardigheid'

Vandaag verscheen het rapport Vaart met taalvaardigheid van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, over taalvaardigheid in het hoger onderwijs.

De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren adviseert het Comité van Ministers om met hogescholen en universiteiten de dialoog aan te gaan over dit thema en afspraken te maken over een structureel taalvaardigheidsbeleid in het hoger onderwijs. Taalvaardigheid vormt immers de basis voor verschillende competenties waarover afgestudeerden in het hoger onderwijs moeten beschikken, zoals kritisch denken, probleemoplossend vermogen en creativiteit. De Raad vindt het dan ook belangrijk dat hogescholen en universiteiten worden gestimuleerd om structureel en voor alle studenten aandacht te besteden aan de verdere ontwikkeling van taalvaardigheid.

Drawing a Map: Postgraduate Colloquium on Low Countries Studies


The ALCS is exceptionally proud to announce that on Thursday 2nd and Friday 3rd July 2015 the very first Postgraduate Colloquium on Low Countries Studies will take place in London. For Drawing a Map, the ALCS joins forces with the Modern Languages Research Insititue, University College London and the University of Sheffield.

The ongoing relationships and interwoven histories of the British Isles and the Low Countries mean that there is a long tradition of mutual interest and academic cooperation between both sides of the North Sea.

Lang leve de lagere apen!

Door Marc van Oostendorp

Het leverde zelfs in Neder-L maar een kort berichtje op: het overlijden van Kees Lekkerkerker in 2006. Deze editeur van het werk van onder andere J. Slauerhoff en Ed Hoornik werd 96 jaar, had zich een leven lang ingespannen voor de Nederlandse letteren, en werd nauwelijks uitgeluid.

Nu, meer dan acht jaar later, maakt de Haagse antiquaar Fokas Holthuis het goed met een verzorgd uitgegeven en door Menno Voskuil geschreven biografische schets. Die heet Lagere aap, want zo zag Lekkerkerker zich aan het eind van zijn leven, kennelijk nogal verongelijkt. In de wetenschap waren er hogere en lagere apen, en hijzelf, die niet gestudeerd had, behoorde duidelijk tot de tweede soort. Waardoor hoogleraren en andere hogere apen op hem neerkeken en hem daardoor allerlei mogelijkheden door de neus werden geboord.

Was die verongelijktheid terecht? 

dinsdag 3 maart 2015

18 maart, Rotterdam: Het einde van het Nederlands

Het onderwijs en het bedrijfsleven luiden – gesteund door taalliefhebbers – de noodklok: de Nederlandse taal verloedert. Jongeren lezen geen boeken meer en sollicitanten krijgen geen zin meer fatsoenlijk op papier. Althans, zo luidt de klacht. Maar waarom is dat eigenlijk erg?

Hoogleraar Joop van der Horst schreef Het einde van de standaardtaal, waarin hij de ontwikkeling van de taal beschrijft vanaf de Middeleeuwen tot de sms-taal op mobiele telefoons. Volgens Van der Horst is er geen sprake van een verloedering van het Nederlands, maar verdwijnt het standaard Nederlands om plaats te maken voor verschillende talen. Dit is een ontwikkeling die al lang aan de gang is maar pas vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw aan de oppervlakte is gekomen. Wat heeft dat voor gevolgen? Moet het ABN overboord? Spreken we over vijftig jaar allemaal straattaal? En in hoeverre is taal een machtsmiddel dat bepaalde groepen buitensluit van het onderwijs of de arbeidsmarkt?

Joop van der Horst is hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit van Leuven. Hij schreef een lange reeks boeken en artikelen over de geschiedenis van de taal en was jarenlang medewerker aan het radioprogramma Wat is Taal.

woensdag 18 maart 20:00 - 22:00
meer informatie / vooraanmelding: Arminius, Rotterdam

Het Denkcafé is maandelijkse samenwerking van Arminius en SG Erasmus. Het Denkcafé is ook thuis via de livestream te volgen op de homepage.

Oude non-fictieteksten # 6: Een geschiedenisles uit de veertiende eeuw

Door Berthold van Maris


Hoe ontstaat een oorlog? Jan van Boendale beschrijft het zo, in zijn veertiende-eeuwse kroniek van het hertogdom Brabant:

"Die haet tusschen die twee wies 
In lanc soe meer, gheloeft mi dies, 
Soe dat ten lesten ute brac 
Dovermoet, die hen stac 
Int herte, in beiden siden, 
Soe dat si, ten lesten tiden, 
Orloghen ghinghen onderlinghe."

In memoriam Joshua Fishman (1926-2015)

Door Marc van Oostendorp


Je kunt taal op allerlei manieren beschouwen: als een bron van vermaak of van ergernis, als een communicatiemiddel of een manier om je af te zetten tegen anderen, als een instrument voor het denken of een middel om andere mensen mee te manipuleren. Joshua Fishman, die zondag op 89-jarige leeftijd overleed, zag taal, iedere taal, vooral als een kostbaarheid die gekoesterd moest worden.

Fishman werd bekend als de belangrijkste grondlegger van de taalsociologie, een vakgebied dat bestudeert hoe talen functioneren in de samenleving. Hoe ze onderdrukt kunnen worden en kunnen sterven. En hoe we ze weer tot leven kunnen laten komen. Want behalve een indrukwekkend geleerde – hij schreef naar verluid zo'n honderd boeken en duizend artikelen – was Fishman ook een activist die zich inzette voor talen in de verdrukking en de mensen die deze talen toch nog spraken.

maandag 2 maart 2015

Symposium: Digitale historische kranten als ‘big data’ – Methoden en technieken van wetenschappers



Dinsdag 24 maart 2015 organiseert de Koninklijke Bibliotheek (KB) een symposium over het gebruik van gedigitaliseerde kranten in Digital Humanities, geesteswetenschappelijk onderzoek met een computationele insteek. Verschillende onderzoekers presenteren hun tools en projecten.

Digital Humanities
De digitale geesteswetenschappen zijn sterk in opmars. Massadigitalisering van historische teksten heeft de weg vrijgemaakt voor nieuwe, digitale onderzoeksmethoden. Omvangrijke verzamelingen digitale teksten lenen zich bijvoorbeeld voor allerhande vormen van distant reading of text mining. De KB heeft een belangrijk aandeel geleverd in de digitalisering van historische kranten. De data stelt zij ter beschikking voor wetenschappelijk onderzoek. Tijdens dit symposium presenteren wetenschappers de Digital Humanities-projecten die zij uitvoeren met de historische kranten van de KB als basis.

Te verschijnen: Ter Apel zien en dan sterven – Over de Groninger jaren van Kees Stip



Op 9 maart 2015 verschijnt bij Uitgeverij Vliedorp Ter Apel zien en dan sterven, een boekje van Hans ter Heijden over de jaren dat dichter Kees Stip in het Groningse Westerwolde woonde.

Inhoud
Ter Apel zien en dan sterven is een ‘wandelverhaal’ over de Groninger jaren van Stip. Van 1978 tot zijn dood in 2001 woonde en werkte hij in een boerderij aan de Veenweg in Laudermarke bij Sellingen. Als Trijntje Fop werd hij beroemd met zijn dierenversjes; in Groningen legde Stip zich vooral toe op het schrijven van sonnetten. Ook schreef hij kritische verzen en aforismen, onder meer over religie, natuur en milieu.

In het boekje loopt Ter Heijden van Harpelsluis via Kopstukken, de Beetserwijk, de Sellinger bossen, de Zuid-Esweg en het Ruiten Aa Kanaal naar Laudermarke. Al wandelend vertelt hij over leven en werk van Stip in Westerwolde. Voor deze uitgave sprak hij met mensen die Kees Stip – en zijn vrouw Katja – gekend hebben, zoals Susan en Jos Gengler, die hun jeugd op een boerderij in Laudermarke doorbrachten. Maar ook met Hans Wachters en de inmiddels overleden Dirk Wolf uit Ter Apel, dichter Willem Jan van Wijk en pianiste Rebecca van Wijk-Remeijer (die samen met Stip musiceerde) uit Blijham, Stips stiefdochter Doron Fischer en beschermelinge dichteres Patty Scholten. Ook staat hij stil bij het Theater van de Natuur in Sellingen, waar het gedicht ‘Waterlandschap’ van Kees Stip is te lezen.

Pas verschenen: Taalgids voor Opperlans

Opperlans: te gek voor woorden


Bijna 75 jaar geleden begon een jongetje in een schriftje woorden te verzamelen. ‘Lepel’ stond bovenaan, meteen gevolgd door angstschreeuw. Het schriftje werd een schrift, een stapel schriften, een voorraaddoos (5 letterparen!) schriften die uiteindelijk in een computer werd geleegd. Dat jongetje was Hugo Brandt Corstius, en dit is hoe hij het zelf vertelde. 

Obsessie
Hij hoopte voorgoed van zijn obsessie met wonderlijke woordvormen en bijzondere zinnen bevrijd te zijn toen in 1981 Opperlandse taal- en letterkunde verscheen. Maar de vrolijke tegenhanger van het Nederlands, dat in Opperland met vakantie is, zou hem nooit meer loslaten.

De volgende Opperlandse bijbel, Opperlans! Taal- en letterkunde, kwam uit in 2002. Nóg meer woorden en zinnen waar op het eerste oog niet veel bijzonders mee aan de hand lijkt, totdat je leert kijken zoals Hugo Brandt Corstius. De mol is kippig en de kip is mollig, en de deken vond kussen en slopen te laken. Lepel is een palindroom, maar het kan natuurlijk mooier, met melklepelklem of meetsysteem.  Etenswaar = weerstaan en gevoelsexplosie bevat sex.  Kind is de afkorting van Klein Individu, Nog Doorgroeiend. Eigenaars staan gelijk aan aasgieren, met een slome smoel. En misschien een shampoooor (4 o's op rij!). Zin in zon? Zo'n onzin! 

Statistiek in plaats van geesteswetenschap

Door Marc van Oostendorp

Merano
En ja hoor! Daar gaan we weer! De economen, moe van het almaar redden van de wereld van allerlei economische rampen, hebben de afgelopen jaren de taal ontdekt. Ze beginnen nu zelfs experimenten te doen met onschuldige Italianen om te laten zien dat je moedertaal je economische gedrag beïnvloedt <artikel>.

Wat is er aan de hand? Een paar jaar geleden ging een jonge Amerikaanse econoom de wereld om. (Hij haalde er zelfs Neder-L mee.) Hij had ontdekt dat er een correlatie was tussen de aan- en afwezigheid van een verplichte toekomende tijd in een taal (moet je zeggen 'ik zal morgen komen' of kun je volstaan met 'ik kom morgen') en het spaargedrag van de sprekers. Wanneer je af en toe 'ik kom morgen' zegt, zo was de redenering, dan zie je de toekomst als even reëel als het heden. En dan ga je dus meer sparen.

Het onderzoek was gebaseerd op zeer gebrekkige informatie over wat een verleden tijd precies is en in welke taal je nu wanneer precies 'verplicht' een toekomende tijd gebruikt, maar voor economen is dat kennelijk allemaal maar gezeur. We moeten geen analyses, data moeten we hebben! Wat hebben we aan geesteswetenschappen als we ook statistiek kunnen bedrijven. En wie kan het wat schelen als daar af en toe wat ruis tussen zit!

Een schoone historie van den Ridder met dat Kruyce : Hoofdstukken 36 en 37



Een schoone

Historie van den Ridder met dat Kruyce,

genaemt prins Meliadus,
den eenighgeboren zoon van den keyser Maximiliaen uyt Duytslandt.

Heel wonderlijck en vermakelijck te lesen voor de jeught.


[zoals gedrukt te Amsterdam z.j. door Michiel de Groot]






zondag 1 maart 2015

Rrrraarrrr!

Door Marc van Oostendorp

Wij mensen praten in lettergrepen en streven daarbij altijd naar de eenvoudigste. Dat merk je aan de uitspraak van de r.



(Hier is de video wanneer hij hierboven niet verschijnt.)

zaterdag 28 februari 2015

Luid zingend op een ijsschots de zomer tegemoet

De toekomst van de Geesteswetenschappen

Uitnodiging Symposium op 1 april
Graag nodigen wij u uit voor een informeel symposium over de toekomst van de geesteswetenschappen en het geestewetenschappelijke onderzoek en onderwijs op het Meertens Instituut te Amsterdam. Het symposium wordt georganiseerd door het Meertens Instituut en NTC van de Radboud Universiteit, en vindt plaats op 1 april - op die dag wordt Nicoline van der Sijs 60 jaar en dat is een mooie aanleiding voor een symposium.

Tijdens het symposium krijgen jonge Nijmeegse en Amsterdamse onderzoekers de gelegenheid in maximaal tien minuten hun toekomstvisie of toekomstwens te verwoorden – dat kan gaan over de toekomst van de geesteswetenschappen in het algemeen, van hun eigen onderzoek, van het onderzoek of onderwijs binnen hun discipline, of over de vraag hoe de Nederlandse taal of literatuur er in de toekomst uit gaan zien. Daarna zullen enkele senioronderzoekers hun toekomstvisie uiteen zetten. Vervolgens zal een panel met de sprekers en met het publiek in discussie gaan.

Goeie zin

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (9)

Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp


Zodra het Nederlandse sonnet vanuit het zuiden naar het noorden kwam, veranderde het van karakter. Antwerpse dichters als De Heere en Van der Noot probeerden kunst te maken van hun gedichten. Toen Hollandse dichters hen begonnen na te volgen, kwamen moraal en politiek ineens om de hoek kijken.

De Leidse stadsdichter Jan van Hout (1542-1609) riep zijn stadgenoten op voor een dichtwedstrijd na de bevrijding van Leiden. Een deel van die oproep valt te lezen als een zelfstandig sonnet:

Met cunst verslijt u tien, die u cunt bemueien,

Der negen Nymphen spel; die eertijts waert geraect,
Op den twee-topten-berch, daer ghi sijt nat gemaect.
Van tcuele waterken, dat spaerts-huuf daer de vlueien,
Danckt Godt in minen naem, van alle zine gueien,
Die hi mi duen bewees, naer mine prisen haect,
En opten zesten, toont hue dat ghi sijt gespraect,
Want, um u eygen werck te lesen, wilt u spueien,
Al est dat veel verfueien, uns duytsche Poëzi;
Volhert ghi in u werck: maect dat hem elck verwundert,
Haer rijcke fraeyicheyt, in mate volget mi.
Tgetal der regelen, niet boven ga, twee hundert
Noch min dan anderhalf, zoo dichten veel, vermoorden
Guei zin, hier meest naer tracht, spreect Nederduytsche woorden.

(Besteedt uw tijd aan de kunst, u die u kunt bezig houden met het spel van de negen muzen, u die eertijds op de dubbel-getopte berg kwam en daar bent besproeid met het koele water dat een paardenhoef daar liet vloeien. Dankt God uit mijn [=Leidens] naam voor al zijn weldaden die Hij mij toen (nl. bij het Ontzet) bewees. Ding naar mijn prijzen en laat op de zesde [oktober] zien hoe dat u bespraakt bent. Wilt u spoeden om uw eigen werk voor te dragen. Ook al verfoeien velen onze Nederlandse poëzie, ga door met uw werk en maak dat iedereen zich verwonderd over haar fraaie rijkdom. Volg mij na in dichtmaat. Het aantal regels mag niet boven de tweehonderd gaan en niet minder dan honderdvijftig. Veel gedichten vermoorden een goede betekenis – let er daarom vooral op Nederlandse woorden te gebruiken – hertaling Johan Koppenol.)


vrijdag 27 februari 2015

Samenwerking Malmberg Nederlands en Het Schoolvak Nederlands

Al enige tijd werkt de schoolboekenuitgever Malmberg samen met een groep docenten Nederlands aan een nieuw concept voor het vak Nederlands voor havo/vwo bovenbouw. In dit initiatief Samenwerken aan Nederlands ontwikkelen de docenten materiaal (tekst/opdrachtcombinaties) dat ze met elkaar delen. Deze opdrachten worden verzameld op een gezamenlijke website.

De visie van deze docentontwikkelgroep sluit naar het oordeel van Malmberg uitstekend aan bij het initiatief van twee docenten - Arnoud Kuijpers (van het Candea College in Duiven ) en Rutger Cornelissen( Lyceum Elst) - die docenten oproepen om zelf ontwikkeld materiaal met elkaar te delen. Zij zijn in januari 2015 gestart met hun Google Drive Het Schoolvak Nederlands. Inmiddels is de groep docenten die bijdraagt gegroeid tot ruim 2000! Het principe van de gedeelde Drive - halen is brengen! - blijkt veel docenten aan te spreken. Op de Drive staan inmiddels hele series opdrachten en ongeveer 100 filmpjes. Een succes dat ook te danken is aan de Facebook-groep Leraar Nederlands.

Vanaf maart 2015 zullen Malmberg Samenwerken aan Nederlands en Het Schoolvak Nederlands elkaar gaan versterken:

Parasitaire mimesis

door Gert de Jager

Over Fallicornia van Dirk van Bastelaere (5 en slot)

Het meest fundamentele kenmerk van Van Bastelaeres poëzie berust op wat het meest een misvatting is - een misvatting die al tot uitdrukking komt in een geforceerde titel als Fallicornia en waaruit een groot verlangen naar referentie of mimesis spreekt. Van Bastelaere is taalscepticus genoeg om te weten dat zijn taal, elke taal, en de werkelijkheid van de eenendertigste staat der Verenigde Staten door een afgrond gescheiden werelden zijn. Taal is in essentie retorisch, proclameert hij in het voetspoor van Nietzsche en Paul de Man tegenover Hugo Brems en andere kleinburgers die denken dat taal op de een of andere manier een afgeleide is van de ervaring. Van Bastelaeres misvatting blijkt uit wat hij vervolgens niet doet: zijn retorische middelen gretig inzetten.

Een ervaring van sublimiteit wil hij bereiken bij zijn lezers: een ge-nieting, een tijdelijk verlies van het ik. De niet te vatten meerzinnigheid van de wereld moet niet worden weerspiegeld, maar worden opgevoerd - 'geen platte mimesis, maar performantie' in de formulering van Van Bastelaere. Wat de lezer onder ogen krijgt, is het resultaat van de performantie en vervolgens kan de lezer zelf ook zo'n performantie voltrekken - door de lectuur van Fallicornia bijvoorbeeld. Letters en woorden heropvoeren: het lijkt een normale omschrijving van het leesproces, maar kenmerkend voor Van Bastelaere is wel degelijk de rechtstreekse koppeling van eigenschappen van de wereld aan eigenschappen van poëzie. In de meerzinnigheid van de poëzie vindt de lezer zijn meerzinnige wereld terug.

Kees van Duinen - 'Tegen de ruit'


[ingezonden mededeling]


65 Jaar geleden, op 8 maart 1950, overleed, 42 jaar oud, de Groninger dichter Kees van Duinen (1907-1950). Hij was de dichter van één bundel, De trap (Bosch & Keuning, Baarn, 1951; 2de druk 1952).

Op vrijdag 6 maart 2015 verschijnt de derde druk in een geheel nieuwe samenstelling, , aangevuld met vijftien onbekende gedichten, onder de titel Tegen de ruit (uitgeverij Tiem, Baarn, € 19,90).

Hans Werkman schreef voor dit boek een levensschets van Kees van Duinen. Het gaat daarin onder meer over Van Duinens leven in de stad Groningen en na 1947 in Zuidlaren, over zijn plaats in de Groninger culturele wereld van Wob Meijer (Wolf Meesters), Lidy van Eijsselsteijn, Ido Keekstra, Max Hoekzema en Anne de Vries.

Ook komen aan de orde: zijn werkkring bij Bouma’s Boekhuis en uitgeverij Niemeijer, 
de vernietiging van zijn bibliotheek in 1945 bij de bevrijding van de stad Groningen en zijn moeizame lidmaatschap van de gereformeerd-vrijgemaakte kerk.

De tweede helft van het boek bestaat uit zestig gedichten. Vaak zijn deze gedichten gestempeld door angst en eenzaamheid, maar er zijn ook momenten van overgave aan God.

Het boek wordt op vrijdagavond 6 maart a.s. gepresenteerd in BoekhandelRiemer, Nieuwe Ebbingestraat 1, Groningen (parkeren Turfsingel). Inloop 19.30 uur, aanvang 20.00 uur.
Indien mogelijk van tevoren aanmelden bij: boekhandel@riemer.nl, tel. 050-3134041.

Te gast zijn over

Door Marc van Oostendorp


Het gebeurde gisterenavond bij DWDD: minister Dijsselbloem was er te gast over Griekenland. Maar eerder deze week was Joris Luyendijk al te gast bij VPRO Boeken over zijn nieuwe boek, terwijl Jinek meldde:
Waar komt dit vandaan? Iemand vroeg me er deze week naar, en ik krabde me eens achter de oren. Wanneer is het begonnen? Waren mensen ook tien jaar geleden ergens te gast over?

De oudste verwijzingen die ik op het internet heb kunnen vinden stammen uit de eerste jaren van deze eeuw, allemaal van het programma Knetterende Letteren. In concreto was Gerrit Komrij daar op 31 januari 2002 te gast over de door hem opgerichte Poëzieclub.