dinsdag 21 oktober 2014

Bourdieu vs. de Blanke Volksschrijver van Stad en Land

De persoon en het personage Gerard Reve 
Door Marc van Oostendorp

De Franse socioloog Pierre Bourdieu schreef eens dat je best "met Marx tegen Marx in kon denken,  of met Durkheim tegen Durkheim. (...) Dat is hoe de wetenschap werkt." 

Wat Bourdieu toen niet kon weten was dat er na zijn overlijden een jonge promovendus zou opstaan aan de Universiteit van Amsterdam, die een gloedvol proefschrift zou schrijven waarin hij met Bourdieu tegen Bourdieu in zou gaan denken. En dat daarbij een van de interessantste Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw als tegenvoorbeeld zou worden genomen tegen zijn theorieën: Gerard Reve.

Edwin Praat promoveerde in 2011 op een proefschrift over Reve, Verrek, het is geen kunstenaar. Gerard Reve en het schrijverschap. Deze maand verscheen een handelseditie. Het is een erudiet en af en toe briljant boek, de aanstekelijkste letterkundige studie die ik in tijden las. Het bespreekt een groot aantal heel uiteenlopende boeken uit het oeuvre, zoals De taal der liefde en Bezorgde ouders, in detail, maar heeft even gedetailleerde aandacht voor het tv-programma De Grote Reve Show. Op een lucide manier bespreekt hij zo Reves ontwikkeling als schrijver – vooral in de periode na Nader tot U – en plaatst dit in het kader van een groot aantal overwegingen over de literatuurwetenschap, de cultuurgeschiedenis en, dus, de sociologie.

maandag 20 oktober 2014

Bier- en andere drankgedichten

Door Bart FM Droog

Schuim van mijn dagen, schenk me gedachten. De lekkerste biergedichten uit de wereldliteratuur (samenstelling René Smeets, is het recentst uitgekomen boek in de traditie van drankgedichtenbloemlezingen, die – zover mij bekend – binnen het Nederlandse taalgebied begon met de anthologie "Hoog het glas!" Zangen uit Noord en Zuid (1927).


Het kloeke Schuim van mijn dagen is net als Hoog het glas! rijkelijk en smaakvol geïllustreerd, met kleurenreproducties van klassieke drankschilderijen, zwartwit-tekeningen en kleurenfoto's van Philippe Debeerst en zal zeker niet misstaan op salon- en stamtafels in gelag- en andere kamers.

Opgenomen zijn, zoals de ondertitel al deels aangeeft, biergedichten en – liederen uit de wereldliteratuur en een technische uitleg over bierbrouwproces, alsmede een korte beschrijving van de verschillende biersoorten.

De oudste tekst is een vertaling van een fragment uit het Gilgamesj-epos (circa 2000 voor Chr):

(…) Enkidoe at zoveel brood als hij kon.
Hij dronk zeven kruiken bier
Hij kwam een beetje los en begon vrolijk te zingen;
hij was blij, z'n gezicht lichtte op. (…)

Vertaling: Theo de Feyter, uit Het Gilgamesj -epos (Ambo, Amsterdam, 2001).

Pas verschenen: Dwars tegen de keer. Het leven en werk van Ida Gerhardt



Op 14 oktober 2014 verscheen bij Uitgeverij Athenaeum Dwars tegen de keer. Het leven en werk van Ida Gerhardt, geschreven door Mieke Koenen. Het is de eerste volledige biografie van dichteres Ida Gerhardt (1905-1997). Op basis van talrijke nieuw ontdekte archiefstukken, brieven, lezingen en ongepubliceerde gedichten schetst Mieke Koenen de verbanden tussen Gerhardts literaire werk en haar levensloop.


Mieke Koenen: Dwars tegen de keer. Het leven en werk van Ida Gerhardt. Amsterdam: Athenaeum, 2014. 600 pagina’s. ISBN: 978 90 253 0380 8. Prijs: € 39,99

Slot: men is/ ikzelf


Over de ontwikkeling van Kouwenaar, de autonomie van het kunstwerk en neerlandici die het lezen serieus nemen

Vervolg van (1), (2) en (3) 
door Gert de Jager
 
Het gedicht over de zelfmoord van Van Gogh: wanneer Kouwenaars 'men' een 'hij' wordt, lezen we niet veel meer dan een anekdote; wanneer 'men' 'jij' wordt, is er een geïmpliceerde 'ik' aan het woord die de zelfmoordenaar bestraffend toespreekt. Met de verandering van de voornaamwoorden correspondeert blijkbaar iets essentieel genreachtigs. De tien regels van het gedicht worden òf een narratieve tekst waarin de mogelijkheden van de mogelijkheden van de narrativiteit worden uitgebuit en vertellerstekst en waarnemingen van het personage ongemerkt in elkaar overgaan, òf het wordt een dramatische tekst die zo naar een biopic kan worden overgeplant. Een man strompelt over een landweg; we horen een voice-over. Een beetje melancholisch, een beetje belerend - het timbre van Hans Keller. 

Nogmaals het gedicht:

Ik ben naar het museum en niet naar het raam.

Door Marc van Oostendorp



Waarom kun je wel zeggen 'Ada is naar het museum'? en niet 'Ada is naar het raam'? Het is een van de bij mijn weten nooit eerder gestelde vragen die wordt opgeworpen in het nieuwe nummer van het tijdschrift Nederlandse Taalkunde.

De Nederlandse syntactici doen de laatste jaren iets wat heel nuttig is en tegelijkertijd voor zover ik kan zien uniek op de wereld: ze praten met elkaar. Een keer per jaar discussiëren deskundigen op dat, in het buitenland vaak door enorme wetenschappelijke twisten verscheurde gebied over de grenzen van de eigen theoretische aannames heen tijdens de Dag van de Nederlandse Zinsbouw (de volgende is op 28 november in Utrecht). Dat levert altijd wel een nieuw pikant feitje op – of op zijn minst een vraag.

Vorig jaar was het voorzetselvoorwerp een van de onderwerpen van gesprek, en publiceert Nederlandse Taalkunde nu onder andere de bijdrage van Joost Zwarts over voorzetselvoorwerpen die een richting uitdrukken, zoals 'naar het museum'.

Die historie vanden stercken Hercules als gratis e-boek ( pdf / epub )

Door Willem Kuiper

Achteraf kijk je niet alleen een koe in zijn kont, maar kun je ook constateren dat de druk van Michel Le Noir, Parijs 1500, niet voor de volle 100% overeenstemde met het exemplaar dat de Middelnederlandse vertaler gebruikt heeft. Meer dan eens heb ik een betere lezing gevonden in: Marc Aesbach, Raoul Lefèvre – Le Recoeil des Histoires de Troyes. Bern etc. 1987. Helaas is dat boek onscanbaar door het gebruikte lettertype en bovendien niet rechtenvrij. In 1997 verscheen als dissertatie: Mark Sanford, Raoul Lefevre, “Le livre du fort Hercules” (ÖNB cod. 2586): A Critical Edition, Ph.D., University of Pittsburgh, 1997, vi + 325 p. Tot mijn ergernis heb ik dit boek tot op heden niet te pakken kunnen krijgen. Een keurige e-mail naar de University of Pittsburgh bleef onbeantwoord. Maar de druk van Michel Le Noir is meer dan goed genoeg om de Middelnederlandse vertaling tot in detail te kunnen volgen. Hoop dat ik ooit nog eens een masterscriptie onder ogen krijg waarin iemand de omgang van de sterke Hercules met het zwakke geslacht analyseert in het licht van het antieke Griekse antifeminisme, de contemporaine middeleeuwse opvattingen (zowel de literaire als de medische) over verliefdheid en liefde, en dit dan weer in combinatie met het liefdesleven van Philips de Goede, de man voor wie dit boek bestemd was, en die ook niet op een ‘koninginnetje’ keek.
     Om het schrijven van die scriptie te vergemakkelijken bied ik de lezers van Neder-L onder deze link een pdf-editie aan met daarin een tweetalige Historie vanden stercken Hercules. Voor wie alleen de Middelnederlandse tekst wil lezen in de druk van Jan van Doesborch bied ik onder deze link een epub-editie (in zip-formaat) aan. In beide edities heb ik een inhoudstafel opgenomen, die in het origineel ontbreekt, om het verhaal beter te kunnen overzien en het opzoeken van een hoofdstuk te vergemakkelijken.
     Een expliciet woord van dank ten slotte aan het adres van Ingrid Biesheuvel voor haar substantiële hulp bij het afschrijven van de druk van Michel Le Noir, en aan Hella Hendriks die zowel de Franse als de Middelnederlandse tekst gecollationeerd heeft. Zonder hun hulp zou ik onmogelijk in dit tempo dit soort boeken kunnen uitgeven.

Tot ziens bij het volgende feuilleton,

W.K.

zondag 19 oktober 2014

Reflecteren op een vracht onzin? Eindeloos!

door Peter-Arno Coppen

Om een goede columnist te zijn moet je niet bang zijn om op andermans tenen te staan. Je moet beschikken over een behoorlijk uitgebreid, maar niet al te opzichtig retorisch repertoire, en je moet natuurlijk midden in de actualiteit staan. Dat wil zeggen: je geheugen moet kort zijn, je moet over voldoende ongeïnformeerdheid beschikken, en je moet niet al te ver vooruit kijken. Het gevaar is namelijk dat je anders te genuanceerd gaat schrijven, en daarvan zouden de lezers kunnen afhaken.

Een lezenswaardig voorbeeld dat dit allemaal mooi laat zien is de column van Aleid Truijens in de Volkskrant van zaterdag 18 oktober. Die begint al fijnzinnig met de opmerking dat 'veel ouders willen dat hun begaafde lieveling naar het gymnasium gaat.' Dat kan al niet meer goed komen denk je als lezer dan. Blijkbaar zitten de gymnasia vol met ondergekwalificeerde maar overgewaardeerde verwende apen, die door hun ouders tot dit schooltype gedwongen worden. Goed dat iemand daar iets van zegt!

Nelleke Noordervliet en Jan Siebelink ineen gepropt

Door Marc van Oostendorp


Waarom heeft Nederland geen Romantiek gekend? Terwijl aan het begin van de negentiende eeuw overal in Europa het enige onsterfelijke genie opstond na het andere in de kunst en de literatuur, bleven Nederlandse schrijvers en kunstenaars keurige burgervaders – waarom?

De Groningse hoogleraar Kunstgeschiedenis Wessel Krul geeft een origineel antwoord op die vraag in het nieuwe nummer van De negentiende eeuw. Volgens Krul was nu juist een kenmerk van de Nederlandse Romantiek dat men bij hoog en laag volhield géén romanticus te zijn! Een kenmerk van de Romantiek was immers nationalisme, en de Nederlanders zagen zichzelf als bijzonder in het niet erkennen van volkomen uitzonderlijke individuen!

Het is een vernuftige oplossing, al is het de vraag welk probleem het precies oplost. Wordt het nu gemakkelijker om bepaalde overeenkomsten te zien tussen, in dit geval, Nederlandse schrijvers en hun tijdgenoten. Hoe zinnig is zo'n label daarvoor?

zaterdag 18 oktober 2014

Nieuw verschenen: Rampspoedige reizen van Jan Struys

Rampspoedige reizen door Rusland en Perzië in de zeventiende eeuw
Ingeleid en hertaald door Kees Boterbloem

De varensgezel en zeilmaker Jan Struys reisde in 1668 naar Rusland om in dienst van de tsaar mee te werken aan de opbouw van een vloot. In plaats daarvan raakten hij en zijn Hollandse metgezellen op drift in een land dat werd geteisterd door oorlog en een opstand van kozakken. Van de jaren die volgden heeft hij verslag gedaan in een boek dat in 1676 verscheen en talloze malen herdrukt en vertaald werd. Tijdens zijn tocht richting Perzië maakte hij dan ook heel wat mee: veldslagen, belege­ringen, moorden, martelingen, schipbreuken en aardbe­vingen. Zelf werd hij onderweg tot slaaf gemaakt en vervolgens vrijgekocht, waarna hij in 1673 terug­keerde naar Amster­dam. Het verslag van zijn barre tocht is een zeldzame beschrij­ving van het dagelijks leven in Rusland en Perzië in de zeventiende eeuw met observaties over de omgang tussen man en vrouw, rituelen bij huwelijken en begrafenissen en de verhou­ding tussen de diverse geloofsgroepen.

Kees Boterbloem (University of South Florida) heeft het enerverende verhaal van Jan Struys hertaald en toegelicht.

ISBN/EAN: 978-90-820779-3-3 (389 p.)
Uitgave: Panchaud Amsterdam ; Prijs 19,50 euro
Informatie en bestellen: www.panchaud.nl

www.janvandoesborch.com online

Sinds enige tijd ben ik bezig met de voorbereiding van een Engelstalig onlineboek rond de Antwerpse drukker/uitgever Jan van Doesborch. Hij is bekend als uitgever van onder meer de naar hem genoemde bundel Refreinen, maar hij is ook de uitgever van Engelse vertalingen van bijvoorbeeld  Mariken van Nieumeghen en Frederick van Jenuen. De site heeft de intentie als platform te dienen voor de bestudering van het fonds van Jan van Doesborch. Graag nodig ik u als lezer van NederL uit, mee te schrijven aan het 'boek' en het verbeteren van de inhoud van de site www.janvandoesborch.com.

Piet Franssen

Na bejaarden wassen is wetenschap het nuttigst

Door Marc van Oostendorp

Het thema in de kranten vandaag is nut. 

In de Volkskrant bespreekt de modeverslaggeefster Mieke Zijlmans (die doet voor die krant de taalwetenschap erbij) het nieuwe boek van Jan Stroop. Ze doet dat kritisch, want: "De vraag is wat de moedertaalspreker ermee opschiet." Het antwoord op die retorische vraag is: weinig. Het is al jaren Zijlmans vaste deun: wat wetenschappers over taal zeggen is allemaal onzin, zij weet met haar gezonde verstand allang hoe het zit. Die moedertaalspreker zit namelijk volgens Zijlmans te wachten op strenge taalregels en niet op erudiete relativerende inkijkjes in de geschiedenis en de systematiek van taal.

Toevallig is de kop boven een artikel in NRC Handelsblad 'Wat kopen we voor die kennis?' Marcel aan de Brugh zet er de drie antwoorden op een rij die doorgaans worden gegeven op de vraag naar het nut van de universiteiten: hun onderzoek komt de economie ten goede, hun onderwijs leidt de broodnodige hoger opgeleiden op, hun aanwezigheid in het publieke debat verhoogt het niveau daarvan.

Het artikel van Aan de Brugh is helder en met kennis van zaken geschreven, en toch lees ik het met verbazing.

vrijdag 17 oktober 2014

Het reisverhaal van Coenraad Ruysch. Deel II: Van Hamburg tot Ulm


De komende maanden publiceren wij hier een kritische editie van het reisverslag van Coenraad Ruysch, gemaakt door Alan Moss van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hieronder staan links naar de tot nu toe verschenen delen:

Alan Moss heeft ook een eigen, informatieve, website.

Open access: de uitgevers gaan toch weer winnen

Door Marc van Oostendorp


Een van de beloftes van het internet, zo'n twintig jaar geleden, was dat het publicatiemogelijkheden zou democratiseren. Ineens kon iedereen zijn eigen krant uitgeven, ineens kon iedere mening gehoord worden, ook al waren er wereldwijd slechts zeven mensen in die mening geïnteresseerd. Ineens konden mensen met heel kleine en gespecialiseerde belangstellingsgebieden met elkaar communiceren. Iets op het internet zetten kostte immers zo goed als niets, en in ieder geval vele malen minder dan iets op papier laten afdrukken.

En dus zou het internet de manier bij uitstek zijn om onderzoeksresultaten – de artikelen en boeken die onderzoekers schrijven, vaak met publieke middelen – gratis voor iedereen toegankelijk te maken. Eindelijk zouden we ons uit de ketenen van de commerciële uitgevers kunnen slaan, die weinig toevoegen aan de producten die we maken, maar daar wel veel geld voor krijgen: uiteindelijk dus ook publiek geld.

Open access heet dat. Maar tot de verbijstering van velen blijkt nu dat begrip twintig jaar na dato eindelijk gemeengoed begint te worden, de commerciële uitgevers daar alsnog een slaatje uit blijken te slaan – en er misschien wel meer geld mee gaan verdienen dan voorheen.

donderdag 16 oktober 2014

Schwob: ‘literair truffelzoeken’ met Arnon Grunberg, Jens Christian Grøndahl en Christos Chrissopoulos



Schwob, website voor vergeten boeken, en Spui25 organiseren op woensdag 29 oktober een literaire avond in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Arnon Grunberg, Jens Christian Grøndahl en Christos Chrissopoulos gaan in gesprek met Margot Dijkgraaf over hun favoriete vergeten boeken. Er zijn prachtige boeken die we niet kennen, waar we niets over horen of lezen, die soms zelfs niet verkrijgbaar zijn in het Nederlands. Schwob presenteert ze aan uitgevers en aan het publiek.

Arnon Grunberg vertelt over Marek Hlasko, wiens roman Bekeerd in Jaffa een onuitwisbare indruk op hem maakte. 'Als kwaliteit echt herkend wordt, zouden van dit boek tienduizenden exemplaren verkocht moeten zijn. Maar het waren er 96’, aldus Grunberg. Jens Christian Grøndahl vertelt over de roman Twee mensen ontmoeten elkaar uit 1932 van Knud Sønderby. Deze roman is bepalend geweest voor het schrijverschap van Grøndahl. Christos Chrissopoulos gaat in op de in 1965 verschenen roman Mijn huis van zijn landgenote Melpo Axiote. Chrissopoulos betoogt waarom Melpo Axiote, die een zeer avontuurlijk bestaan leidde, internationale bekendheid verdient.

Datum: woensdag 29 oktober 2014
Tijd: 20.00 uur – 22.00 uur
Locatie: Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA), Oosterdokskade 143, Amsterdam
Meer informatie en aanmelden: Spui25. De toegang is gratis.

Gezelle-studiedag



Op zaterdag 29 november 2014 organiseert het Guido Gezellegenootschap een studiedag in de Vriendenzaal van het Groeningemuseum, Dijver 12 te Brugge. Met steun van de Stad Brugge, Dienst Cultuur.

Thema : De negentiende-eeuwse katholieke kerk, een strijdende kerk

10.00 u. Welkom met koffie
10.30 u. Verwelkoming en inleiding door de voorzitter dr. Jan Geens
10.45 u. Prof. dr.Jan De Maeyer spreekt over “De Kerk van Gezelle: een strijdende kerk in/om de      moderniteit.”
Discussie.
Vrije lunch
14.15 u.: Dr. Evelyne Bouwers (Mainz) houdt een lezing onder de titel: “Katholicisme en geweld in de lange negentiende eeuw. ContinuÏteiten en veranderingen vanuit Europees perspectief”,  en stelt haar Europees project voor omtrent “religie en geweld”.
Discussie.
16.00 u. Afsluiting van de studiedag.

De deelnameprijs bedraagt € 10,-. Inschrijving vooraf door overschrijving van € 10,- op de rekening van het Guido Gezellegenootschap IBAN: BE09 4310 7161 4157  BIC: KREDBEBB.
Meer informatie en inschrijven kan via Willy Le Loup leloup.w@gmail.com, Inge Geysen Inge.geysen@brugge.be, of Jan Geens Jan.geens1@telenet.be.

Addenda EWN: zwoerd

 Door Michiel de Vaan

zwoerd zn. ‘spekrand’

Mnl. swarde, swaerde v. (ca. 1300) met haar begroeide huid, hoofdhuid, groensuarde (ook -waerde, -werde) het begroeide aardoppervlak (126570), speckswarde (1477) de huidlaag boven het spek. De huidige betekenis van haren ontdane varkenshuid, rand van het spek wordt vanaf 1560 aangetroffen in teksten. De oorspronkelijk korte a werd voor rd gerekt waardoor Mnl. swaerde, Nnl. zwaard(e) ontstond. Zwaard(e) komt tot en met de 19e eeuw in zuidelijke en oostelijke bronnen voor, en nog steeds in veel dialecten. Onder invloed van de voorafgaande w ontstond in Holland een oo die later verhoogd werd tot oe. Vergelijk voor dezelfde overgang van waa via woo tot woe in Holland woerd mannetjeseend.

Mededelingen E. du Perron-Genootschap

Najaarsbijeenkomst zaterdag 15 november in Den Haag

Op zaterdag 15 november is de najaarsbijeenkomst  van het E. du Perrongenootschap in de halfronde Ontvangstzaal van het Letterkundig Museum te Den Haag. Er wordt aandacht besteed aan de Vlaamse schrijver Victor Brunclair en aan Ronald Spoors persoonlijke betrokkenheid bij Du Perron en zijn activiteiten voor uitgaven van diens werk.

Vanaf 12.00 uur is het museum open, u kunt dan de vaste en tijdelijke tentoonstellingen bezoeken. Zie www.letterkundigmuseum.nl en www.kinderboekenmuseum.nl.

De theorie van het weglaten

Door Marc van Oostendorp

Veel vragen hoef je niet met een volledige zin te beantwoorden. Wanneer iemand je bijvoorbeeld vraagt: 'Schijnt de zon?' en het is midden in de nacht, dan hoef je niet te zeggen: 'Nee, de maan schijnt'. Het werkwoord kun je weglaten: 'Nee, de maan' is een prima antwoord.

Maar nu komt het. Stel dat iemand de observatie doet 'De maan schijnt'. Dan zou je ter verklaring kunnen antwoorden: 'Allicht, de zon schijnt'. Maar dan kun je het werkwoord schijnt niet weglaten. 'Allicht, de zon' is een rare zin om te zeggen.

Waarom kan het in het ene geval wel en het andere niet? Onder andere daarover gaat het proefschrift waarop Enrico Boone over ongeveer een maand in Leiden hoopt te promoveren en dat sinds deze week online staat. Hij draagt daarin nog weer eens overvloedig bij aan de theorie over het weglaten van woorden – een verschijnsel dat mij blijft verbazen.

Zo vergelijkt Boone die onvolledige antwoorden met weggelaten werkwoorden in zinnen als de volgende:

Vervolg: men is/ ikzelf

door Gert de Jager

Hoe onbepaald kan een voornaamwoord zijn? In Kouwenaars 1890: 27-29 juli zijn de data in alle betekenissen van het woord zeer specifiek: wat gegeven is, zijn de bijzondere omstandigheden van Van Goghs sterfproces dat zich binnen deze drie dagen voltrok. De 'men' die de weg terug loopt, is dat ene personage van wie de laatste dagen goed zijn gedocumenteerd. Lezers blijken, als het maar even kan, aan Kouwenaars 'men' een context te geven: het krijgt doorgaans de contouren van een Hollandse dichter met een tweede huis in Zuid-Frankrijk die als een soort ervaringsdeskundige uitspraken doet over de menselijke conditie. In 1890: 27-29 juli wordt het werk voor hen gedaan: context en contouren zijn tot in de titel terug te vinden.
Toch schreef Kouwenaar 'men' en niet 'hij'.

woensdag 15 oktober 2014

Vroeger spraken wij Latijn voor in de mond

Door Marc van Oostendorp

In de vroege middeleeuwen moet een grote groep mensen in het westen van ons taalgebied een (verbasterde) vorm van Latijn hebben gesproken. Dat beweert in ieder geval de Utrechtse hoogleraar Peter Schrijver in een nieuw boek. Pas toen daar in de loop van de tijd de stam van de Franken steeds machtiger werd, schakelden die mensen over op de taal van de machthebbers – en legden zo, omdat de westelijke dialecten heel belangrijk werden, de basis van het Nederlands. Met enige overdrijving kun je dus zeggen: het Nederlands is Germaans in Latijnse mond.

Schrijvers argumentatie is gebaseerd op een nauwkeurige vergelijking van de Nederlandse dialecten en hun Waalse tegenhangers net over de taalgrens. Die lijken volgens Schrijver meer op elkaar dan toevallig kan zijn. De talen moeten elkaar over en weer beïnvloed hebben – en dat diepgaander dan dat men aan weerszijden van de taalgrens eens wat van elkaar heeft overgenomen. De aanwijzingen zijn dat mensen hier vanuit hun Romaanse moedertaal dingen hebben meegenomen naar het Nederlands dialecten.

Een belangrijke stap in de argumentatie spelen woorden als step, zeug en vul.

dinsdag 14 oktober 2014

Wie ontwerpt de beste nieuwe taalregel van 2014?

Door Marc van Oostendorp


Uit betrouwbare kring komt het bericht dat de spellingcommissie die het nieuwe Groene Boekje van 2015 voorbereidt, de strikte opdracht heeft gekregen om deze keer niets te veranderen.

Niets! Volgend jaar komt er een nieuwe versie van de officiële woordenlijst en daar zal ons de correcte spelling van jezedi worden onthuld, alsmede van een aantal Surinaamse woorden, maar geen enkele spellingregel zal ook maar een komma anders worden.

Niets! Nog geen enkel tussenennetje! Wat een verspilling! Dan heb je zo'n fikse commissie vol eminente taalkundigen ingesteld die flink wat ingewikkelder regels zouden kunnen maken, van die regels waar de ware liefhebber van opveert. En dan laat die commissie het erbij zitten en doet niets!

En dat terwijl zulke regels goed zijn voor de werkgelegenheid. Ga maar na: wanneer we erin slagen het Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse volk ervan te overtuigen dat taal veel te ingewikkeld is voor eenvoudige schoenlappers of verandermanagers, iets dat je eigenlijk alleen mag gebruiken nadat je eerst advies hebt ingewonnen van een hoog opgeleide en goedbetaalde deskundige, dan breken er gouden tijden aan voor de taalgeleerde. De collegebanken stromen vol, we kunnen dure trainingen gaan aanbieden en makkelijk 500 euro toucheren voor iedere gevonden spelfout of kromme zin.

maandag 13 oktober 2014

Kóningin als spreekfout

Door Marc van Oostendorp

Johan Michiel Dautzenberg wilde een beknopte en zakelijke studiegids schrijven, maar af en toe werd hij emotioneel. "Iedereen wil hier dichter en kunstenaer zyn," verzuchtte hij dan, "maer weinigen getroosten zich de moeite de kunst vooraf ernstig te bestuderen."

Het citaat komt uit Dautzenbergs Beknopte prosodia der Nederduitsche tael uit 1851, dat sinds deze maand op de DBNL staat. Het is een fascinerend boekje voor als je wil weten hoe het Nederlands in het midden van de negentiende eeuw geklonken heeft, of waarom de Nederlandse poëzie de vorm heeft die het heeft.

Prosodie is de studie van klemtoon, en van de manier waarop daarop dichters daarvan gebruik kunnen (of moeten) maken. In zijn 'voorbericht' zet Dautzenberg zich af tegen een boek uit 1810 over het onderwerp van Johannes Kinker dat volgens hem "veel onheil gesticht" had, omdat het zich teveel verwijderd had van "de eigenaerdige en natuerlike uitspraek des volks".

Die historie vanden stercken Hercules : hoofdstuk [24]


Die historie vanden stercken Hercules

die veel wonderlike dinghen in sijn leven heeft ghedaen.
Sijn gheboerte was wonderlic, ende sijn leven was avontuerlic,
want hi menich vervaerlic beeste verslaghen heeft,
ghelijc men in die historie hier na verclaren sal.
Ende si is seer avontuerlic ende ghenuechlic om lesen.

Zoals gedrukt door Jan van Doesborch, Antwerpen 1521.





zondag 12 oktober 2014

Congres: Crisis! Repertoires van crisisbeleving in cultuurwetenschappelijk perspectief‏



Op 13 en 14 november 2014 organiseert de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen van de Open Universiteit het congres Crisis! Repertoires van crisisbeleving in cultuurwetenschappelijk perspectief in het Allard Pierson Museum in Amsterdam. Doel van het congres is om te analyseren op welke verschillende manieren in het verleden is omgegaan met perioden van neergang. Hoe hebben groepen en individuen (vermeende) crises beleefd? Ongeacht of daadwerkelijk sprake is geweest van een periode van neergang, beoogt dit congres de individuele of collectieve ervaring ervan centraal te stellen. Is wellicht sprake geweest van patronen, of "discursieve repertoires" van crisisbeleving? Door verschillende casestudies naast elkaar te plaatsen kunnen mogelijke verschuivingen in de tijd worden waargenomen in de perceptie van crises, alsmede uiteenlopende uitwegen uit de crises.

Op het programma staan onder meer vier sessies, over ‘Crisis in het Europese zelfbeeld’, ‘Grootschalige rampen’, ‘Stedelijke crisis’ en ‘Crisis en het boek’. Voor het volledige programma, zie http://www.ou.nl/web/cultuurwetenschappen/congres-programma.

Het congres is gratis toegankelijk, maar aanmelden is gewenst. Dit kan via de website: http://www.ou.nl/congres-crisis. Daar is ook uitgebreide informatie over het congres te vinden.